士师记 10
Chinese Union Version, punctuated (Simplified)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1亚比米勒 以后,有 以萨迦 人 朵多 的孙子、 普瓦 的儿子 陀拉 兴起,拯救 以色列 人。他住在 以法莲 山地的 沙密 。
1Na Abimélek stond Tola op, de zoon van Poea, den zoon van Dodo, een man uit Issakar, om Israël te redden. Hij verbleef te Sjamir in het bergland van Efraïm,
2陀拉 作 以色列 的士师二十三年,就死了,葬在 沙密 。
2en was drie en twintig jaar lang rechter over Israël. Toen stierf hij, en werd te Sjamir begraven.
3在他以后有 基列 人 睚珥 兴起,作 以色列 的士师二十二年。
3Na hem stond Jaïr uit Gilad op, die twee en twintig jaar rechter over Israël was.
4他有三十个儿子,骑着三十匹驴驹。他们有三十座城邑,叫作 哈倭特·睚珥 ,直到如今,都是在 基列 地。
4Hij had dertig zonen, die op dertig jonge ezels reden en dertig steden bezaten, die men nu nog Jaïr-kampementen noemt, en in het land van Gilad liggen.
5睚珥 死了,就葬在 加们 。
5Jaïr stierf, en werd begraven in Kamon.
6以色列 人又行耶和华眼中看为恶的事,去事奉诸 巴力 和 亚斯她录 ,并 亚兰 的神、 西顿 的神、 摩押 的神、 亚扪 人的神、 非利士 人的神,离弃耶和华,不事奉他。
6Weer deden de Israëlieten kwaad in de ogen van Jahweh: ze dienden de Báals en Asjtarten, de goden van Aram, Sidon en Moab, de goden der Ammonieten en Filistijnen, maar verzaakten Jahweh, en dienden Hem niet.
7耶和华的怒气向 以色列 人发作,就把他们交在 非利士 人和 亚扪 人的手中。
7Daarom ontbrandde Jahweh’s toorn tegen Israël, en leverde Hij hen over in de handen der Filistijnen en Ammonieten.
8从那年起,他们扰害欺压 约旦河 那边、住 亚摩利 人之 基列 地的 以色列 人,共有十八年。
8Achttien jaar lang benauwden en verdrukten zij de Israëlieten, al die Israëlieten namelijk, die aan de overzijde van de Jordaan woonden, in het land der Amorieten, dat in Gilad ligt.
9亚扪 人又渡过 约旦河 去攻打 犹大 和 便雅悯 ,并 以法莲 族。 以色列 人就甚觉窘迫。
9Zelfs trokken de Ammonieten de Jordaan over, om ook Juda, Benjamin en het huis van Efraïm te bestrijden, zodat Israël in grote nood verkeerde.
10以色列 人哀求耶和华说:「我们得罪了你;因为离弃了我们 神,去事奉诸 巴力 。」
10Nu begonnen de Israëlieten tot Jahweh te roepen: We hebben gezondigd tegen U; onzen God hebben we verlaten, en de Báals gediend.
11耶和华对 以色列 人说:「我岂没有 救过你们 脱离 埃及 人、 亚摩利 人、 亚扪 人,和 非利士 人吗?
11Maar Jahweh sprak tot de Israëlieten: Heb Ik u niet uit Egypte bevrijd, uit de handen der Amorieten, Ammonieten, Filistijnen,
12西顿 人、 亚玛力 人、 马云 人也都欺压你们;你们哀求我,我也拯救你们脱离他们的手。
12Sidoniërs, Amalekieten en Midjanieten, toen zij u verdrukten, en gij tot Mij riept?
13你们竟离弃我,事奉别神!所以我不再救你们了。
13En toch hebt ge Mij verlaten, en vreemde goden gediend; daarom zal Ik u nu niet meer redden.
14你们去哀求所选择的神;你们遭遇急难的时候,让他救你们吧!」
14Gaat de goden maar aanroepen, die ge u gekozen hebt; laat diè u maar redden, als gij verdrukt wordt.
15以色列 人对耶和华说:「我们犯罪了,任凭你随意待我们吧!只求你今日拯救我们。」
15Doch de Israëlieten zeiden tot Jahweh: We hebben gezondigd; doe met ons als U goeddunkt, zo Gij ons thans maar verlost.
16以色列 人就除掉他们中间的外邦神,事奉耶和华。耶和华因 以色列 人受的苦难,就心中担忧。
16En ze deden de vreemde goden uit hun midden weg en dienden Jahweh, die nu niet langer Israëls ellende verdragen kon.
17当时 亚扪 人聚集,安营在 基列 。 以色列 人也聚集,安营在 米斯巴 。
17Eens toen de Ammonieten zich hadden verenigd en hun kamp opsloegen in Gilad, terwijl ook de Israëlieten zich verenigden en te Mispa legerden,
18基列 的民和众首领彼此商议说:「谁能先去攻打 亚扪 人,谁必作 基列 一切居民的领袖。」
18zei het volk onder elkander: Wie is de man, die met de Ammonieten de strijd zal aanbinden? Hij zal aan het hoofd van alle inwoners van Gilad komen staan.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.