何西阿书
Chapter 7
Chinese Union Version, p…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Chinese Union Version, punctuated (Simplified)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1我想医治 以色列 的时候, 以法莲 的罪孽和 撒马利亚 的罪恶就显露出来。 他们行事虚谎, 内有贼人入室 偷窃 , 外有强盗成群骚扰。
1De schuld van Efraïm is aan het licht getreden, De boosheid van Samaria openbaar: Ze plegen bedrog; de dief dringt binnen de huizen, De rover plundert op straat.
2他们心里并不思想我记念他们的一切恶; 他们所行的现在缠绕他们,都在我面前。
2En ze bedenken niet bij zichzelf, Dat Ik Mij al hun boosheid herinner; Dat hun werken hen steeds vergezellen, En voor mijn aangezicht staan!
3他们行恶使君王欢喜, 说谎使首领喜乐。
3In hun boosheid maken zij den koning lustig, In hun leugens de vorsten:
4他们都是行淫的, 像火炉被烤饼的烧热, 从抟面到发面的时候, 暂不使 火 着旺。
4Ze verhitten hen allen als een oven, Door den bakker gestookt. Als het deeg is gekneed, houdt hij op met stoken, Totdat het gegist is;
5在我们王 宴乐 的日子, 首领因酒的烈性成病; 王与亵慢人拉手。
5Maar zij maken onzen koning onpasselijk, De vorsten bevangen door wijn. Ze blijven aan de lustigen schenken,
6首领埋伏的时候,心中热如火炉, 就如烤饼的整夜睡卧, 到了早晨火气炎炎。
6Listig hun hart als een oven verhitten: Heel de nacht sluimert hun woede, Maar ‘s morgens slaat ze in vlammen uit.
7众民也热如火炉, 烧灭他们的官长。 他们的君王都仆倒而死; 他们中间无一人求告我。
7Toen allen waren verhit als een oven, Hebben zij hun meesters verteerd: Al hun koningen zijn gevallen, Zonder dat iemand van hen tot Mij riep!
8以法莲 与列邦人搀杂; 以法莲 是没有翻过的饼。
8Efraïm is onder de volken Een afgeleefde geworden; Efraïm werd als een koek, Die niet is omgekeerd.
9外邦人吞吃他劳力得来的,他却不知道; 头发斑白,他也不觉得。
9Vreemden verteren zijn schatten: Hij merkt het niet; Zijn haar begint al te grijzen: Hij bespeurt het niet.
10以色列 的骄傲当面见证自己, 虽遭遇这一切, 他们仍不归向耶和华—他们的 神, 也不寻求他。
10De trots ligt Israël op het gelaat: Ze bekeren zich niet tot Jahweh, hun God; Ze zoeken Hem niet, Wat ook gebeurt!
11以法莲 好像鸽子愚蠢无知; 他们求告 埃及 ,投奔 亚述 。
11Efraïm is als een duif Onnozel en dom; Ze roepen Egypte om hulp, En trekken naar Assjoer.
12他们去的时候,我必将我的网撒在他们身上; 我要打下他们,如同空中的鸟。 我必按他们会众所听见的惩罚他们。
12Maar zodra ze vertrekken, Werp Ik mijn net over hen uit, Haal ze omlaag als een vogel uit de lucht, Sluit ze op om de faam van hun boosheid!
13他们因离弃我,必定有祸; 因违背我,必被毁灭。 我虽要救赎他们,他们却向我说谎。
13Wee hun, omdat ze van Mij zijn weggevlucht, Verderf over hen, omdat ze tegen Mij hebben gezondigd; Ik bracht hun verlossing, Maar zij verloochenden Mij.
14他们并不诚心哀求我, 乃在床上呼号; 他们为求五谷新酒聚集, 仍然悖逆我。
14Ze roepen Mij niet van harte aan, Maar huilen op hun legerstede; Ze kerven zich om brood en wijn, Maar van Mij lopen ze weg.
15我虽教导他们,坚固他们的膀臂, 他们竟图谋抗拒我。
15Ik heb hun arm onderricht en gesterkt, Maar zij zinnen op kwaad tegen Mij;
16他们归向,却不归向至上者; 他们如同翻背的弓。 他们的首领必因舌头的狂傲倒在刀下; 这在 埃及 地必作人的讥笑。
16Ze springen terug op wat hen niet helpt, Als een weerspannige boog. Hun vorsten vallen door het zwaard, Om het gezwets van hun tong; Dan worden ze nog uitgelachen In het land van Egypte!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.