ลูกา 16
Freedom Bible (Thai)Translation
Freedom Bible (Thai)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1พระองค์กล่าวกับพวกสาวกด้วยว่า “มีเศรษฐีคนหนึ่งซึ่งมีผู้จัดการทรัพย์สินและมีคนมากล่าวหาว่าผู้จัดการคนนี้กำลังผลาญทรัพย์สินของเขา
1Nog sprak Hij tot zijn leerlingen: Er was eens een rijk man, die een rentmeester had. Deze werd bij hem aangeklaagd, dat hij zijn goederen verkwistte.
2เขาจึงเรียกผู้จัดการมาและพูดว่า ‘เรื่องที่ฉันได้ยินเกี่ยวกับเจ้าเป็นอย่างไรกัน? จงส่งบัญชีการจัดการของเจ้ามาเพราะเจ้าจะเป็นผู้จัดการต่อไปไม่ได้’
2Hij ontbood hem, en zeide: Wat hoor ik van u? Geef rekenschap van uw beheer; want ge kunt geen rentmeester meer blijven.
3“ผู้จัดการคิดในใจว่า ‘ฉันจะทำอย่างไรดีในเมื่อเจ้านายกำลังจะถอดฉันจากตำแหน่งผู้จัดการ? จะขุดดินก็ไม่มีแรง จะขอทานก็อาย
3Toen dacht de rentmeester bij zichzelf: Wat zal ik doen? Want mijn heer neemt mij het rentmeesterschap af; en voor spitten ben ik niet sterk genoeg, voor bedelen schaam ik mij.
4ฉันรู้แล้วว่าจะทำอะไรเพื่อว่าเมื่อถูกปลดจากตำแหน่งผู้จัดการจะมีคนรับฉันเข้าบ้านของพวกเขา’
4Ik weet wat ik doen moet, opdat ze mij bij zich in huis zullen nemen, wanneer ik als rentmeester ben afgezet.
5เขาจึงเรียกลูกหนี้ของเจ้านายมาทีละคนและถามคนแรกว่า ‘ท่านเป็นหนี้เจ้านายของฉันเท่าไร?’
5Hij ontbood één voor één de schuldenaars van zijn heer. En tot den eersten sprak hij: Hoeveel zijt ge mijn heer schuldig?
6เขาตอบว่า ‘น้ำมันหนึ่งร้อยบาโตส ’ ผู้จัดการบอกเขาว่า ‘เอาใบหนี้ของท่านไป รีบนั่งลงแล้วเขียนว่าห้าสิบ’
6Hij zei: Honderd vat olie. Hij sprak tot hem: Ziehier uw schuldbekentenis; ga zitten, en schrijf: Vijftig.
7จากนั้นเขาถามอีกคนหนึ่งว่า ‘ท่านเป็นหนี้เท่าไร?’ คนนั้นตอบว่า ‘ข้าวสาลีหนึ่งร้อยคอร์ ’ เขาบอกว่า ‘เอาใบหนี้ของท่านไปแล้วเขียนว่าแปดสิบ’
7En tot een tweede sprak hij: En gij, hoeveel zijt gij schuldig? Hij zei: Honderd mud tarwe. Hij sprak tot hem: Ziehier uw schuldbekentenis; schrijf: tachtig.
8“เจ้านายชมผู้จัดการที่ไม่ซื่อสัตย์คนนั้นที่เขาทำอย่างฉลาด เพราะคนของโลกนี้ในยุคของตนฉลาดกว่าคนของความสว่าง
8En de heer prees den onrechtvaardigen rentmeester, omdat hij met overleg had gehandeld. Waarachtig, de kinderen dezer wereld behartigen hun belangen met meer overleg dan de kinderen van het licht.
9เราบอกพวกคุณว่าจงใช้มัมโมนที่ไม่ชอบธรรมสร้างมิตรไว้ เพื่อว่าเมื่อพวกคุณถึงคราวสิ้นสุดพวกเขาจะต้อนรับพวกคุณเข้าสู่ที่พักนิรันดร์
9Ik zeg u: Maakt u vrienden door de ongerechte mammon, opdat, wanneer hij u komt te ontvallen, zij u mogen opnemen in de eeuwige tenten.
10คนที่ซื่อสัตย์ในสิ่งเพียงเล็กน้อยก็ซื่อสัตย์ในสิ่งมากด้วย และคนที่ไม่ซื่อสัตย์ในสิ่งเพียงเล็กน้อยก็ไม่ซื่อสัตย์ในสิ่งมากด้วย
10Wie betrouwbaar is in het kleine, is ook betrouwbaar in het grote; en die onbetrouwbaar is in het kleine, is ook onbetrouwbaar in het grote.
11เพราะฉะนั้นถ้าพวกคุณไม่ซื่อสัตย์ในเรื่องมัมโมนที่ไม่ชอบธรรมใครจะมอบทรัพย์ที่แท้จริงให้พวกคุณดูแล?
11Zo gij dus onbetrouwbaar zijt in de valse rijkdom, wie zal u dan de waarachtige rijkdom toevertrouwen?
12และถ้าพวกคุณไม่ซื่อสัตย์ในสิ่งที่เป็นของคนอื่นใครจะให้สิ่งที่เป็นของพวกคุณเองแก่พวกคุณ?
12En zo gij onbetrouwbaar zijt in het goed van een ander, wie zal u geven, wat u toekomt.
13ผู้รับใช้คนเดียวจะรับใช้เจ้านายสองคนไม่ได้ เพราะเขาจะเกลียดคนหนึ่งและรักอีกคนหนึ่งหรือจะยึดมั่นกับคนหนึ่งและดูหมิ่นอีกคนหนึ่ง พวกคุณจะรับใช้พระเจ้าและมัมโมนพร้อมกันไม่ได้”
13Geen dienaar kan twee heren dienen; hij zal of den één haten en den ander beminnen, of den één aanhangen en den ander verachten. Gij kunt God niet dienen en de mammon.
14พวกฟาริสีซึ่งรักเงินได้ยินเรื่องทั้งหมดนี้แล้วก็เยาะเย้ยพระองค์
14De farizeën hoorden dit alles; maar omdat ze gierig waren, lachten ze Hem uit.
15พระองค์กล่าวกับพวกเขาว่า “พวกคุณเป็นคนที่ยืนยันว่าตนเองชอบธรรมต่อหน้ามนุษย์ แต่พระเจ้ารู้จิตใจของพวกคุณ เพราะสิ่งที่มนุษย์ยกย่องสูงส่งเป็นสิ่งน่ารังเกียจในสายตาของพระเจ้า
15Hij zei hun: Gij doet u als rechtvaardig voor in het oog van de mensen; maar God kent uw harten. Want wat verheven is bij de mensen, is een gruwel in Gods oog.
16“ธรรมบัญญัติและพวกผู้เผยพระวจนะมีมาจนถึงยอห์น ตั้งแต่นั้นข่าวดีเรื่องอาณาจักรของพระเจ้าก็ถูกประกาศและทุกคนพยายามฝ่าเข้าไปในอาณาจักรนั้น
16De Wet en de Profeten waren tot aan Johannes van kracht; van toen af is het koninkrijk Gods verkondigd, en allen bestormen het met geweld.
17แต่ฟ้าและแผ่นดินจะผ่านพ้นไปยังง่ายเสียกว่าที่ขีดเล็กที่สุดขีดหนึ่งในธรรมบัญญัติจะตกหายไป
17Toch zal gemakkelijker hemel en aarde vergaan, dan dat er een enkele streep van de Wet zou vervallen.
18“ทุกคนที่หย่าภรรยาของตนแล้วแต่งงานกับหญิงอื่นก็ล่วงประเวณีและคนที่แต่งงานกับหญิงที่หย่าจากสามีก็ล่วงประเวณี
18Wie zijn vrouw verstoot, en een andere huwt, pleegt echtbreuk; en wie een vrouw huwt, die door haar man is verstoten, pleegt echtbreuk.
19“มีเศรษฐีคนหนึ่งแต่งกายด้วยผ้าสีม่วงและผ้าป่านเนื้อละเอียด และใช้ชีวิตอย่างหรูหราทุกวัน
19Er was eens een rijk man, die in purper en fijn linnen gekleed ging, en, dag in dag uit, een weelderig leven genoot.
20มีขอทานคนหนึ่งชื่อลาซารัส ถูกพามาวางไว้ที่ประตูบ้านของเศรษฐี ร่างกายเต็มไปด้วยแผล
20Maar er was ook een bedelaar, Lázarus geheten, die zich bij zijn voorportaal had neergelegd. Hij was met zweren bedekt,
21เขาอยากกินเศษอาหารที่ตกจากโต๊ะของเศรษฐีให้อิ่ม แม้แต่พวกสุนัขก็ยังมาเลียแผลของเขา
21en was begerig, om zijn honger te stillen met de afval van de tafel van den rijke; en de honden kwamen zijn zweren likken.
22ต่อมาขอทานคนนั้นตายและเหล่าทูตสวรรค์พาเขาไปอยู่ในอ้อมอกของอับราฮัม เศรษฐีก็ตายและถูกฝังเช่นกัน
22Maar toen de arme gestorven was, werd hij door de engelen in Abrahams schoot gedragen. Daarna stierf ook de rijke, en werd begraven.
23ขณะอยู่ในฮาเดส และกำลังทุกข์ทรมาน เขาเงยหน้าขึ้นเห็นอับราฮัมอยู่ไกลและเห็นลาซารัสอยู่ในอ้อมอกของอับราฮัม
23En terwijl hij in de hel werd gefolterd, sloeg hij zijn ogen op, en zag Abraham van verre, en Lázarus in zijn schoot.
24เขาร้องตะโกนว่า ‘บิดาอับราฮัม โปรดเมตตาข้าพเจ้า และส่งลาซารัสมา ให้เขาเอาปลายนิ้วจุ่มน้ำแล้วแตะลิ้นของข้าพเจ้าให้เย็นลงเพราะข้าพเจ้าทรมานมากในเปลวไฟนี้’
24En luid riep hij uit: Vader Abraham, heb medelijden met mij, en zend Lázarus hierheen; laat hem de top van zijn vinger in water dopen, om mijn tong te verfrissen; want ik lijd hier geweldige smart in de vlammen.
25“แต่อับราฮัมตอบว่า ‘ลูกเอ๋ย จงจำไว้ว่าตอนที่เจ้ามีชีวิตเจ้าได้รับสิ่งดี ๆ ของเจ้า ส่วนลาซารัสได้รับสิ่งเลวร้าย แต่ตอนนี้เขาได้รับการปลอบโยนที่นี่ส่วนเจ้ากำลังทรมาน
25Maar Abraham sprak: Kind, denk er aan, dat gij in uw leven het goede hebt ontvangen, en Lázarus toen het kwade; nu wordt hij hier vertroost, en gij lijdt pijn.
26นอกจากนี้ระหว่างเรากับพวกเจ้ามีเหวลึกใหญ่กั้นอยู่ จนคนที่ต้องการข้ามจากที่นี่ไปหาพวกเจ้าก็ข้ามไม่ได้ และไม่มีใครจากที่นั่นข้ามมาหาพวกเราได้’
26Bovendien gaapt er tussen ons en u een geweldige afgrond; zodat men van hier niet naar u kan gaan, ook al zou men het willen, en men van ginds niet naar ons komen kan.
27“เศรษฐีจึงพูดว่า ‘ถ้าเช่นนั้น ข้าพเจ้าขอร้องท่าน บิดา โปรดส่งเขาไปบ้านบิดาของข้าพเจ้า—
27Toen zeide hij: Ik bid u dan, vader, dat ge hem naar het huis van mijn vader stuurt.
28เพราะข้าพเจ้ามีพี่น้องชายห้าคน ขอให้เขาไปเป็นพยานแก่พวกเขาเพื่อพวกเขาจะไม่ต้องมายังสถานที่ทรมานแห่งนี้ด้วย’
28Want ik heb vijf broers; laat hij ze gaan waarschuwen, opdat ook zij niet in deze folterplaats komen.
29“แต่อับราฮัมตอบเขาว่า ‘พวกเขามีโมเสสและพวกผู้เผยพระวจนะอยู่แล้ว ให้พวกเขาฟังคนเหล่านั้นเถิด’
29Maar Abraham sprak tot hem: Ze hebben Moses en de profeten; laten ze luisteren naar hen.
30“เขาพูดว่า ‘ไม่ใช่เช่นนั้น บิดาอับราฮัม แต่ถ้ามีคนจากความตายไปหาพวกเขาพวกเขาจะกลับใจ’
30Hij zei: Neen, vader Abraham; maar wèl zullen ze zich bekeren, wanneer er iemand van de doden tot hen komt.
31“อับราฮัมตอบเขาว่า ‘ถ้าพวกเขาไม่ฟังโมเสสและพวกผู้เผยพระวจนะต่อให้มีใครฟื้นขึ้นจากความตายพวกเขาก็จะไม่เชื่อ’”
31Maar hij zei hem: Als ze niet luisteren naar Moses en de profeten, dan zullen ze zich ook niet laten gezeggen, zelfs al stond er iemand op uit de doden.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.