ลูกา
Chapter 17
Freedom Bible (Thai)

Read in

Smith–Van Dyck Arabic Bible (فان دايك)Brezhoneg (Breton Gospels, 1827)Judson Burmese Bible (1840)Chamorro: Gospels, Acts and PsalmsChinese Union Version, punctuated (Simplified)Chinese Union Version, punctuated (Traditional)Coptic New TestamentCoptic New Testament (Bohairic)Kralice Bible (1613)Testamenta Marra (Dieri New Testament)Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)Asang Khongca Bible (Eastern Khumi Chin, 2019)Berean Standard BibleDouay-Rheims Bible, American Edition (1899)King James Version with ApocryphaWorld English BibleLondona Biblio (Esperanto, 1910)Louis Segond 1910Lutherbibel 1912Greek New Testament, word by word (STEPBible TAGNT)Greek New Testament: 1904 Patriarchal Text (Byzantine)Greek New Testament: Byzantine Text (Robinson–Pierpont 2018)Greek New Testament: Textus ReceptusSBL Greek New TestamentBaibala Hemolele (Hawaiian Bible, 1868 revision)Modern Hebrew BibleDiodati Bibbia 1885Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Korean Bible, 1910 (한국어 성경)Bible Mutal (Kosraean)Clementine Vulgate, 1598Baibal Olcim (Matupi Chin)Meriam Mir GospelsOld Persian Version (ترجمه قدیم)Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)Cornilescu Bible (1924), Cyrillic scriptSynodal Translation (Синодальный перевод)Daničić–Karadžić Bible (1868), CyrillicReina-Valera 1909Biblia Takatifu (Swahili): New Testament portionsFreedom Bible (Thai)Tongan Bible, Revised West VersionKulish and Puluj Bible (1905)Vietnamese Bible (1923 translation)
vs Petrus Canisius Bi…

Compare with

Smith–Van Dyck Arabic Bible (فان دايك)Brezhoneg (Breton Gospels, 1827)Judson Burmese Bible (1840)Chamorro: Gospels, Acts and PsalmsChinese Union Version, punctuated (Simplified)Chinese Union Version, punctuated (Traditional)Coptic New TestamentCoptic New Testament (Bohairic)Kralice Bible (1613)Testamenta Marra (Dieri New Testament)Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)Asang Khongca Bible (Eastern Khumi Chin, 2019)Berean Standard BibleDouay-Rheims Bible, American Edition (1899)King James Version with ApocryphaWorld English BibleLondona Biblio (Esperanto, 1910)Louis Segond 1910Lutherbibel 1912Greek New Testament, word by word (STEPBible TAGNT)Greek New Testament: 1904 Patriarchal Text (Byzantine)Greek New Testament: Byzantine Text (Robinson–Pierpont 2018)Greek New Testament: Textus ReceptusSBL Greek New TestamentBaibala Hemolele (Hawaiian Bible, 1868 revision)Modern Hebrew BibleDiodati Bibbia 1885Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Korean Bible, 1910 (한국어 성경)Bible Mutal (Kosraean)Clementine Vulgate, 1598Baibal Olcim (Matupi Chin)Meriam Mir GospelsOld Persian Version (ترجمه قدیم)Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)Cornilescu Bible (1924), Cyrillic scriptSynodal Translation (Синодальный перевод)Daničić–Karadžić Bible (1868), CyrillicReina-Valera 1909Biblia Takatifu (Swahili): New Testament portionsTongan Bible, Revised West VersionKulish and Puluj Bible (1905)Vietnamese Bible (1923 translation)Stop comparing
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

ลูกา 17

Freedom Bible (Thai)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1พระองค์​กล่าว​กับ​พวก​สาวก​ว่า “เป็นไป​ไม่ได้​ที่​จะ​ไม่มี​เหตุ​ให้​คน​สะดุด แต่​วิบัติ​แก่​คน​ที่​เป็น​ต้น​เหตุ​ให้​สิ่ง​เหล่านั้น​เกิด​ขึ้น!
1Nog sprak Hij tot zijn leerlingen: Het is onvermijdelijk, dat er ergernissen komen; maar wee hem, door wien ze komen.
2ถ้า​เอา​หินโม่​แขวน​คอ​เขา​แล้ว​โยน​ลง​ทะเล ยัง​ดีกว่า​ที่​เขา​จะ​ทำ​ให้​คน​เล็กน้อย​เหล่านี้​แม้​เพียง​คน​หนึ่ง​สะดุด
2Het ware hem beter, dat hem een molensteen om de hals werd gehangen, en hij zó in de zee werd geworpen, dan dat hij aan een dezer kleinen ergernis geeft.
3จง​ระวัง​ตัว​ให้​ดี ถ้า​พี่น้อง​ของ​ท่าน​ทำ​บาป​ต่อ​ท่าน จง​ตักเตือน​เขา และ​ถ้า​เขา​กลับใจ จง​ยกโทษ​ให้​เขา
3Neemt u in acht. Als uw broeder zondigt, berisp hem; en als hij tot inkeer komt, vergeef hem.
4ถ้า​เขา​ทำ​บาป​ต่อ​ท่าน​วัน​เดียว​ถึง​เจ็ด​ครั้ง และ​กลับ​มา​หา​ท่าน​เจ็ด​ครั้ง​โดย​พูด​ว่า ‘ฉัน​กลับใจ​แล้ว’ ท่าน​ต้อง​ยกโทษ​ให้​เขา”
4En als hij zevenmaal daags tegen u misdoet en zevenmaal tot u terugkeert, en zegt: Het spijt me: dan moet ge hem vergeven.
5พวก​อัครทูต​กล่าว​กับ​องค์พระผู้เป็นเจ้า​ว่า “โปรด​เพิ่ม​ความเชื่อ​ให้​พวกเรา​ด้วย”
5En de apostelen zeiden tot den Heer: Vermeerder ons geloof.
6องค์พระผู้เป็นเจ้า​กล่าว​ว่า “ถ้า​พวกคุณ​มี​ความเชื่อ​เท่า​เมล็ด​มัสตาร์ด พวกคุณ​ก็​จะ​สั่ง​ต้น​ซิคามอร์​นี้​ว่า ‘จง​ถอน​ราก​แล้ว​ไป​ปลูก​ใน​ทะเล’ และ​มัน​ก็​จะ​เชื่อฟัง​พวกคุณ
6En de Heer sprak: Zo gij een geloof hadt als een mosterdzaadje, dan zoudt gij tot deze moerbei zeggen: Trek uw wortels uit, en plant u in zee; en hij zou u gehoorzamen.
7ใคร​ใน​พวกคุณ​ที่​มี​คนรับใช้​กำลัง​ไถนา​หรือ​เลี้ยง​แกะ เมื่อ​เขา​กลับ​จาก​ทุ่ง จะ​พูด​กับ​เขา​ว่า ‘รีบ​มา​นั่ง​รับประทาน​อาหาร​เถิด’ หรือ?
7Wie van u, die een knecht heeft, ploeger of veehoeder, zal tot hem zeggen. als hij thuis komt van het veld: Kom gauw hier aan tafel?
8เขา​จะ​ไม่​พูด​กับ​คนรับใช้​คน​นั้น​หรือ​ว่า ‘เตรียม​อาหาร​เย็น​ให้​ฉัน แต่งตัว​ให้​เรียบร้อย​แล้ว​คอย​ปรนนิบัติ​ฉัน​ขณะ​ที่​ฉัน​กิน​และ​ดื่ม หลัง​จาก​นั้น​จึง​ค่อย​กิน​และ​ดื่ม’?
8Neen; zal hij niet tot hem zeggen: Maak mijn eten klaar; omgord u, en bedien me, totdat ik klaar ben met eten en drinken; daarna kunt ge zelf eten en drinken?
9เขา​จะ​ขอบคุณ​คนรับใช้​เพราะ​ทำ​ตาม​ที่​ได้​รับ​คำสั่ง​หรือ? เรา​คิด​ว่า​ไม่
9Is hij den knecht soms dankbaar, omdat hij deed wat bevolen was?
10เช่นเดียวกัน เมื่อ​พวกคุณ​ทำ​ทุกสิ่ง​ที่​ได้​รับ​คำสั่ง​แล้ว ก็​จง​พูด​ว่า ‘พวกเรา​เป็น​คนรับใช้​ที่​ไม่​คู่ควร เรา​เพียง​ทำ​หน้าที่​ที่​ควร​ทำ​เท่านั้น’”
10Zo moet ook gij, wanneer gij alles gedaan hebt wat u bevolen is, nog zeggen: We zijn onnutte knechten; we hebben alleen maar gedaan, wat we moesten doen.
11ระหว่าง​ทาง​ไป​กรุง​เยรูซาเล็ม พระองค์​เดิน​ไป​ตาม​เขตแดน​ระหว่าง​สะมาเรีย​กับ​กาลิลี
11Op zijn reis naar Jerusalem trok Hij langs de grens van Samaria en Galilea heen.
12ขณะ​ที่​พระองค์​กำลัง​เข้า​ไป​ใน​หมู่บ้าน​แห่ง​หนึ่ง ชาย​เป็น​โรคเรื้อน​สิบ​คน​มา​พบ​พระองค์ พวกเขา​ยืน​อยู่​ห่าง ๆ
12Toen Hij zeker dorp binnenging, kwamen Hem tien melaatsen tegemoet. Ze bleven op een afstand staan,
13แล้ว​ร้อง​เสียงดัง​ว่า “พระเยซู อาจารย์ โปรด​เมตตา​พวกเรา​ด้วย!”
13en riepen luid: Jesus, Meester, ontferm U onzer.
14เมื่อ​พระองค์​เห็น​พวกเขา ก็​กล่าว​ว่า “จง​ไป​แสดง​ตัว​ต่อ​พวก​ปุโรหิต” ระหว่าง​ที่​พวกเขา​กำลัง​ไป พวกเขา​ก็​ได้​รับ​การ​ชำระ​ให้​สะอาด
14Toen Hij ze zag, zei Hij hun: Gaat heen, vertoont u aan de priesters. En terwijl ze er heen gingen, werden ze rein.
15คน​หนึ่ง​ใน​พวกเขา เมื่อ​เห็น​ว่า​ตน​หายดี​แล้ว ก็​กลับ​มา​และ​ให้​พระสิริ​แด่​พระเจ้า​ด้วย​เสียงดัง
15Eén van hen keerde terug, zodra hij zich genezen zag. Met luider stem verheerlijkte hij God;
16เขา​ก้ม​กราบ​ลง​แทบ​เท้า​พระเยซู​และ​ขอบคุณ​พระองค์ เขา​เป็น​ชาว​สะมาเรีย
16en hij viel op zijn aangezicht neer voor zijn voeten, en dankte Hem: en dat was een Samaritaan.
17พระเยซู​จึง​ตอบ​ว่า “สิบ​คน​ได้​รับ​การ​ชำระ​ให้​สะอาด​ไม่​ใช่​หรือ? แล้ว​อีก​เก้า​คน​อยู่​ที่​ไหน?
17Nu nam Jesus het woord, en sprak: Zijn er geen tien gereinigd? Waar zijn de negen anderen?
18ไม่มี​ใคร​กลับ​มา​ให้​พระสิริ​แด่​พระเจ้า นอกจาก​คนต่างชาติ​คน​นี้​หรือ?”
18Heeft men niemand anders terug zien keren, om eer te brengen aan God, dan dezen vreemdeling alleen?
19แล้ว​พระองค์​กล่าว​กับ​เขา​ว่า “ลุก​ขึ้น​ไป​เถิด ความเชื่อ​ของ​ท่าน​ทำ​ให้​ท่าน​หายดี​แล้ว”
19En Hij zeide tot hem: Sta op, en ga heen; uw geloof heeft u gered.
20เมื่อ​พวก​ฟาริสี​ถาม​พระองค์​ว่า​อาณาจักร​ของ​พระเจ้า​จะ​มา​เมื่อ​ใด พระองค์​ตอบ​พวกเขา​ว่า “อาณาจักร​ของ​พระเจ้า​ไม่ได้​มา​ใน​ลักษณะ​ที่​สังเกต​เห็น​ได้
20De farizeën vroegen Hem: Wanneer komt het koninkrijk Gods? Hij gaf hun ten antwoord: Het koninkrijk Gods komt zonder opzien te verwekken.
21และ​คน​จะ​ไม่​พูด​ว่า ‘อยู่​ที่​นี่!’ หรือ ‘อยู่​ที่​นั่น!’ เพราะ​อาณาจักร​ของ​พระเจ้า​อยู่​ภายใน​พวกคุณ”
21Men zal niet zeggen: Zie, hier is het; zie, daar is het. Want zie, het koninkrijk Gods is midden onder u.
22พระองค์​กล่าว​กับ​พวก​สาวก​ว่า “วัน​เวลา​จะ​มาถึง​เมื่อ​พวกคุณ​ปรารถนา​จะ​เห็น​วัน​หนึ่ง​ของ​บุตรมนุษย์ แต่​จะ​ไม่ได้​เห็น
22Nu sprak Hij tot zijn leerlingen: Er zullen dagen komen, dat gij zult wensen, één der dagen van den Mensenzoon te zien; en gij zult Hem niet zien.
23คน​จะ​บอก​พวกคุณ​ว่า ‘อยู่​ที่​นี่!’ หรือ ‘อยู่​ที่​นั่น!’ อย่า​ออก​ไป​และ​อย่า​ตาม​พวกเขา
23Men zal tot u zeggen: Zie, ginds is Hij; zie, hier is Hij. Gaat er niet heen, en loopt niemand na.
24เพราะ​ฟ้า​แลบ​ส่อง​วาบ​จาก​ฟ้า​ด้าน​หนึ่ง​ไป​ถึง​อีก​ด้าน​หนึ่ง​ฉัน​ใด บุตรมนุษย์​ก็​จะ​เป็น​เช่นนั้น​ใน​วัน​ของ​พระองค์​ฉัน​นั้น
24Want zoals de bliksem flikkert, en van de ene kant van de hemel naar de andere flitst, zó zal de Mensenzoon er zijn op zijn dag.
25แต่​ก่อน​อื่น​พระองค์​ต้อง​ทนทุกข์​หลาย​อย่าง​และ​ถูก​คน​ยุค​นี้​ปฏิเสธ
25Maar eerst moet Hij veel lijden, en verworpen worden door dit geslacht.
26ใน​สมัย​ของ​โนอาห์​เป็น​อย่างไร ใน​สมัย​ของ​บุตรมนุษย์​ก็​จะ​เป็น​อย่างนั้น
26En zoals het was in de dagen van Noë, zo zal het ook in de dagen van den Mensenzoon zijn.
27ผู้คน​กิน ดื่ม แต่งงาน และ​ยก​ให้​แต่งงาน​กัน จน​ถึง​วันที่​โนอาห์​เข้า​ไป​ใน​เรือ แล้ว​น้ำท่วม​ก็​มาถึง​และ​ทำลาย​พวกเขา​ทั้งหมด
27Men at en dronk, huwde en huwde uit, tot op de dag, dat Noë de ark binnentrad, en de zondvloed kwam en allen verzwolg.
28ใน​สมัย​ของ​โลท​ก็​เช่นเดียวกัน ผู้คน​กิน ดื่ม ซื้อ ขาย ปลูก และ​สร้าง
28Of zoals het was in de dagen van Lot: men at en dronk, kocht en verkocht, plantte en bouwde.
29แต่​ใน​วันที่​โลท​ออก​จาก​โสโดม ไฟ​กับ​กำมะถัน​ก็​ตก​จาก​ฟ้า​เหมือน​ฝน​และ​ทำลาย​พวกเขา​ทั้งหมด
29Maar op de dag, dat Lot uit Sódoma ging, liet God het vuur en zwavel uit de hemel regenen, en verdelgde allen.
30ใน​วันที่​บุตรมนุษย์​ปรากฏ ก็​จะ​เป็น​เช่นนั้น
30Zo zal het ook gaan op de dag, waarop de Mensenzoon verschijnt.
31ใน​วัน​นั้น คน​ที่​อยู่​บน​ดาดฟ้า​และ​มี​ข้าว​ของ​อยู่​ใน​บ้าน อย่า​ลง​ไป​เอา​ของ​เหล่านั้น และ​คน​ที่​อยู่​ใน​ทุ่ง​ก็​อย่า​หันกลับ​ไป​เช่นกัน
31Wie die dag op het dakterras is en zijn meubels in huis heeft hij dale niet af, om ze mee te nemen; en wie op het veld is, kere niet terug.
32จง​ระลึก​ถึง​ภรรยา​ของ​โลท!
32Denkt aan de vrouw van Lot.
33ใคร​ที่​พยายาม​รักษา​ชีวิต​ของ​ตน​ไว้​จะ​สูญเสีย​ชีวิต​นั้น แต่​ใคร​ที่​สูญเสีย​ชีวิต​ของ​ตน​จะ​รักษา​ชีวิต​นั้น​ไว้
33Wie zijn leven tracht te redden, zal het verliezen; en wie het verliest, zal het behouden.
34เรา​บอก​พวกคุณ​ว่า ใน​คืน​นั้น​จะ​มี​สอง​คน​อยู่​บน​เตียง​เดียวกัน คน​หนึ่ง​จะ​ถูก​รับ​ไป อีก​คน​หนึ่ง​จะ​ถูก​ทิ้ง​ไว้
34Ik zeg u: In die nacht zullen er twee op één bed liggen: de een wordt opgenomen, de ander achtergelaten;
35จะ​มี​หญิง​สอง​คน​โม่​ข้าว​ด้วยกัน คน​หนึ่ง​จะ​ถูก​รับ​ไป อีก​คน​หนึ่ง​จะ​ถูก​ทิ้ง​ไว้”
35twee zullen er niet de handmolen malen: de een wordt opgenomen, de ander achtergelaten;
no verse 36 in this text
36-
37พวก​สาวก​จึง​ถาม​พระองค์​ว่า “ที่​ไหน องค์พระผู้เป็นเจ้า?” พระองค์​ตอบ​พวกเขา​ว่า “ซากศพ​อยู่​ที่​ไหน ฝูง​แร้ง​ก็​จะ​มา​รวมกัน​ที่​นั่น”
37Ze antwoordden Hem: Waar, Heer? Hij zei hun: Waar het aas ligt, daar zullen zich ook de gieren verzamelen.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.