ลูกา
Chapter 8
Freedom Bible (Thai)

Read in

Smith–Van Dyck Arabic Bible (فان دايك)Brezhoneg (Breton Gospels, 1827)Judson Burmese Bible (1840)Chamorro: Gospels, Acts and PsalmsChinese Union Version, punctuated (Simplified)Chinese Union Version, punctuated (Traditional)Coptic New TestamentCoptic New Testament (Bohairic)Kralice Bible (1613)Testamenta Marra (Dieri New Testament)Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)Asang Khongca Bible (Eastern Khumi Chin, 2019)Berean Standard BibleDouay-Rheims Bible, American Edition (1899)King James Version with ApocryphaWorld English BibleLondona Biblio (Esperanto, 1910)Louis Segond 1910Lutherbibel 1912Greek New Testament, word by word (STEPBible TAGNT)Greek New Testament: 1904 Patriarchal Text (Byzantine)Greek New Testament: Byzantine Text (Robinson–Pierpont 2018)Greek New Testament: Textus ReceptusSBL Greek New TestamentBaibala Hemolele (Hawaiian Bible, 1868 revision)Modern Hebrew BibleDiodati Bibbia 1885Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Korean Bible, 1910 (한국어 성경)Bible Mutal (Kosraean)Clementine Vulgate, 1598Baibal Olcim (Matupi Chin)Meriam Mir GospelsOld Persian Version (ترجمه قدیم)Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)Cornilescu Bible (1924), Cyrillic scriptSynodal Translation (Синодальный перевод)Daničić–Karadžić Bible (1868), CyrillicReina-Valera 1909Biblia Takatifu (Swahili): New Testament portionsFreedom Bible (Thai)Tongan Bible, Revised West VersionKulish and Puluj Bible (1905)Vietnamese Bible (1923 translation)
vs Petrus Canisius Bi…

Compare with

Smith–Van Dyck Arabic Bible (فان دايك)Brezhoneg (Breton Gospels, 1827)Judson Burmese Bible (1840)Chamorro: Gospels, Acts and PsalmsChinese Union Version, punctuated (Simplified)Chinese Union Version, punctuated (Traditional)Coptic New TestamentCoptic New Testament (Bohairic)Kralice Bible (1613)Testamenta Marra (Dieri New Testament)Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)Asang Khongca Bible (Eastern Khumi Chin, 2019)Berean Standard BibleDouay-Rheims Bible, American Edition (1899)King James Version with ApocryphaWorld English BibleLondona Biblio (Esperanto, 1910)Louis Segond 1910Lutherbibel 1912Greek New Testament, word by word (STEPBible TAGNT)Greek New Testament: 1904 Patriarchal Text (Byzantine)Greek New Testament: Byzantine Text (Robinson–Pierpont 2018)Greek New Testament: Textus ReceptusSBL Greek New TestamentBaibala Hemolele (Hawaiian Bible, 1868 revision)Modern Hebrew BibleDiodati Bibbia 1885Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Korean Bible, 1910 (한국어 성경)Bible Mutal (Kosraean)Clementine Vulgate, 1598Baibal Olcim (Matupi Chin)Meriam Mir GospelsOld Persian Version (ترجمه قدیم)Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)Cornilescu Bible (1924), Cyrillic scriptSynodal Translation (Синодальный перевод)Daničić–Karadžić Bible (1868), CyrillicReina-Valera 1909Biblia Takatifu (Swahili): New Testament portionsTongan Bible, Revised West VersionKulish and Puluj Bible (1905)Vietnamese Bible (1923 translation)Stop comparing
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

ลูกา 8

Freedom Bible (Thai)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1ไม่​นาน​หลัง​จาก​นั้น พระองค์​เดินทาง​ไป​ตาม​เมือง​และ​หมู่บ้าน​ต่าง ๆ ประกาศ​และ​บอก​ข่าวดี​เรื่อง​อาณาจักร​ของ​พระเจ้า คน​ทั้ง​สิบสอง​อยู่​กับ​พระองค์
1Daarna ging Hij rond door steden en dorpen, om te preken en het koninkrijk Gods te verkondigen. Hij was vergezeld van het twaalftal,
2รวม​ทั้ง​หญิง​บาง​คน​ที่​เคย​ได้​รับ​การ​รักษา​จาก​วิญญาณ​ชั่ว​และ​โรค​ต่าง ๆ คือ มารีย์​ที่​เรียก​ว่า​ชาวมักดาลา ซึ่ง​เคย​มี​ปีศาจ​เจ็ด​ตน​ออก​จาก​นาง
2en van enige vrouwen, die van boze geesten en ziekten waren verlost: Maria, Magdalena geheten, uit wie zeven duivels waren uitgegaan.
3โยอันนา ภรรยา​ของ​คูซา ผู้ดูแล​กิจการ​ของ​เฮโรด สุสันนา และ​หญิง​อีก​หลาย​คน ซึ่ง​คอย​ปรนนิบัติ​พวกเขา ด้วย​ทรัพย์สิน​ของ​ตน
3Johanna, de vrouw van Choesa, den hofmeester van Herodes. Susanna en vele anderen, die hun met haar vermogen ten dienste stonden.
4เมื่อ​ฝูงชน​กลุ่ม​ใหญ่​มา​รวมตัว​กัน และ​ผู้คน​จาก​ทุก​เมือง​กำลัง​มา​หา​พระองค์ พระองค์​จึง​เล่า​อุปมา​ว่า
4Toen er eens een grote menigte bijeen was, daar men uit alle steden naar Hem was toegestroomd, sprak Hij in een gelijkenis:
5“คน​หว่าน​คน​หนึ่ง​ออก​ไป​หว่าน​เมล็ด ขณะ​ที่​เขา​หว่าน เมล็ด​บางส่วน​ตก​ริม​ทาง ถูก​เหยียบย่ำ และ​นก​ใน​ท้องฟ้า​กิน​เสีย
5De zaaier ging uit, om zijn zaad te zaaien. En onder het zaaien viel een gedeelte langs de weg; het werd vertrapt, en de vogels uit de lucht pikten het op.
6บางส่วน​ตก​บน​หิน เมื่อ​งอก​ขึ้น​ก็​เหี่ยว​แห้ง เพราะ​ไม่​มี​ความชื้น
6Een ander gedeelte viel op de rots: even kwam het op, maar verdorde, omdat het geen vocht had.
7บางส่วน​ตก​ท่ามกลาง​ต้นหนาม ต้นหนาม​ก็​งอก​ขึ้น​พร้อม​กัน​และ​รัด​มัน​ไว้
7Een ander gedeelte viel tussen de doornen; en de doornen schoten mede op, en verstikten het.
8บางส่วน​ตก​บน​ดินดี งอก​ขึ้น และ​เกิดผล​ร้อยเท่า” เมื่อ​กล่าว​เช่นนี้​แล้ว พระองค์​ร้อง​ว่า “ใคร​มี​หู​ที่​จะ​ฟัง ก็​จง​ฟัง!”
8Een ander gedeelte viel op de goede aarde; het schoot op, en droeg honderdvoudige vrucht. Na deze woorden riep Hij uit: Wie oren heeft om te horen, hij hore.
9สาวก​ของ​พระองค์​ถาม​ว่า “อุปมา​นี้​หมายความ​ว่า​อย่างไร?”
9Zijn leerlingen vroegen Hem naar de zin der gelijkenis.
10พระองค์​กล่าว​ว่า “พวกคุณ​ได้​รับ​ความรู้​เรื่อง​ความลับ​ของ​อาณาจักร​ของ​พระเจ้า แต่​สำหรับ​คน​อื่น​จะ​กล่าว​เป็น​อุปมา เพื่อ​ว่า ‘เมื่อ​มอง พวกเขา​จะ​ไม่​เห็น และ​เมื่อ​ฟัง พวกเขา​จะ​ไม่​เข้าใจ’
10Hij sprak: U is het gegeven, de geheimen te kennen van het koninkrijk Gods, maar tot de overigen wordt in parabels gesproken; opdat ze zouden zien en niet inzien, zouden horen en niet verstaan.
11“อุปมา​นี้​หมายถึง​ดังนี้ เมล็ด​คือ​พระวจนะ​ของ​พระเจ้า
11Dit is de zin der gelijkenis: Het zaad is Gods woord.
12เมล็ด​ที่​อยู่​ริม​ทาง หมายถึง​คน​ที่​ได้ยิน แล้ว​มาร​ก็​มา​เอา​พระวจนะ​ไป​จาก​ใจ​ของ​พวกเขา เพื่อ​ไม่​ให้​พวกเขา​เชื่อ​และ​ได้​รับ​ความรอด
12Het zaad langs de weg zijn zij, die het woord wel horen; maar dan komt de duivel en neemt het weg uit hun hart, opdat ze niet zouden geloven en worden gered.
13เมล็ด​บน​หิน หมายถึง​คน​ที่​เมื่อ​ได้ยิน​พระวจนะ ก็​รับ​ไว้​ด้วย​ความยินดี แต่​คน​เหล่านี้​ไม่​มี​ราก พวกเขา​เชื่อ​อยู่​ชั่ว​ระยะ​หนึ่ง และ​ใน​เวลา​ที่​ถูก​ทดลอง ก็​ถอยห่าง​ไป
13Het zaad op de rots zijn zij, die het woord met vreugde aanvaarden, zodra ze het horen, maar die geen wortel hebben geschoten; een tijd lang geloven ze wel, maar in de tijd der beproeving vallen ze af.
14เมล็ด​ที่​ตก​ท่ามกลาง​ต้นหนาม หมายถึง​คน​ที่​ได้ยิน แต่​เมื่อ​ดำเนิน​ชีวิต​ต่อ​ไป พวกเขา​ถูก​ความกังวล ความร่ำรวย และ​ความสุข​เพลิดเพลิน​ของ​ชีวิต​รัด​ไว้ ผล​จึง​ไม่​เจริญ​จน​เต็มที่
14Het zaad, dat tussen de doornen valt, zijn zij, die wel hebben geluisterd, maar die gaandeweg door de zorgen, de rijkdom en de genoegens van het leven zich laten verstikken en nooit tot rijpheid komen.
15ส่วน​เมล็ด​ใน​ดินดี หมายถึง​คน​ที่​ได้ยิน​พระวจนะ​ด้วย​ใจ​ที่​ซื่อตรง​และ​ดี ยึด​พระวจนะ​ไว้​มั่น และ​เกิดผล​ด้วย​ความอดทน
15Maar het zaad, dat in de goede aarde valt, zijn zij, die met een goed en edel hart het woord vernemen, het aanvaarden, en het vrucht doen dragen door te volharden.
16“ไม่​มี​ใคร​จุด​ตะเกียง​แล้ว​เอา​ภาชนะ​ครอบ หรือ​วาง​ไว้​ใต้​เตียง แต่​เขา​จะ​วาง​ไว้​บน​เชิงตะเกียง เพื่อ​คน​ที่​เข้า​มา​จะ​เห็น​แสงสว่าง
16Niemand steekt een lamp aan, en verbergt ze onder een bak, of zet ze onder een bed; maar hij plaatst ze op de kandelaar, opdat wie binnenkomt, het licht kan zien.
17เพราะ​ไม่​มี​สิ่ง​ใด​ที่​ซ่อน​ไว้​แล้ว​จะ​ไม่​ถูก​เปิดเผย และ​ไม่​มี​สิ่ง​ลับ​ใด​ที่​จะ​ไม่​เป็น​ที่​รู้​และ​ปรากฏ​ออก​มา
17Want niets is verborgen, of het zal worden geopenbaard; en niets is geheim, of het wordt bekend en het komt aan het licht.
18เพราะ​ฉะนั้น จง​ระวัง​ว่า​พวกคุณ​ฟัง​อย่างไร เพราะ​คน​ที่​มี จะ​ได้​รับ​เพิ่ม ส่วน​คน​ที่​ไม่​มี แม้​สิ่ง​ที่​เขา​คิด​ว่า​ตน​มี ก็​จะ​ถูก​เอา​ไป​จาก​เขา”
18Let er dus op, hoe gij luistert. Want wie heeft, hem zal gegeven worden; en wie niet heeft, hem zal ook nog ontnomen worden, wat hij meent te bezitten.
19มารดา​และ​พี่น้อง​ของ​พระองค์​มา​หา​พระองค์ แต่​เข้า​ไป​ใกล้​พระองค์​ไม่ได้​เพราะ​ฝูงชน
19Nu kwamen zijn moeder en broeders naar Hem toe, maar door de menigte konden ze Hem niet bereiken.
20มี​คน​บอก​พระองค์​ว่า “มารดา​และ​พี่น้อง​ของ​ท่าน​ยืน​อยู่​ข้างนอก อยาก​พบ​ท่าน”
20Men boodschapte Hem: Uw moeder en broeders staan buiten en willen U zien.
21แต่​พระองค์​ตอบ​พวกเขา​ว่า “มารดา​และ​พี่น้อง​ของ​เรา คือ​คน​เหล่านี้​ที่​ฟัง​พระวจนะ​ของ​พระเจ้า​และ​ทำ​ตาม”
21Maar Hij gaf ten antwoord: Mijn moeder en broeders zijn zij, die het woord Gods horen, en er naar handelen.
22วัน​หนึ่ง พระองค์​ลง​เรือ​พร้อม​กับ​สาวก และ​กล่าว​กับ​พวกเขา​ว่า “พวกเรา​ข้าม​ไป​อีก​ฝั่ง​ของ​ทะเลสาบ​กัน​เถิด” พวกเขา​จึง​ออก​เรือ
22Op zekere dag ging Hij met zijn leerlingen in een boot, en zeide tot hen: Laten we oversteken naar de andere kant van het meer. Ze staken van wal;
23ขณะ​ที่​กำลัง​แล่น​เรือ พระองค์​หลับ​ไป แล้ว​เกิด​พายุลม​แรง​พัด​ลง​มา​บน​ทะเลสาบ น้ำ​ทะลัก​เข้า​เรือ​จน​เรือ​ตก​อยู่​ใน​อันตราย
23en onder de vaart sliep Hij in. Maar een hevige storm brak los op het meer: ze kregen water binnen en liepen gevaar.
24พวกเขา​เข้า​มา​ปลุก​พระองค์​และ​พูด​ว่า “อาจารย์ อาจารย์ พวกเรา​กำลัง​จะ​ตาย!” พระองค์​ตื่น​ขึ้น และ​ตำหนิ​ลม​กับ​คลื่น​ที่​กำลัง​โหม​กระหน่ำ แล้ว​มัน​ก็​สงบ​ลง และ​เกิด​ความ​สงบนิ่ง
24Ze gingen naar Hem toe, wekten Hem en zeiden: Meester, Meester, we vergaan. Toen stond Hij op, en gebood aan de wind en de golven; ze bedaarden, en het werd stil.
25พระองค์​กล่าว​กับ​พวกเขา​ว่า “ความเชื่อ​ของ​พวกคุณ​อยู่​ที่​ไหน?” พวกเขา​ทั้ง​กลัว​และ​ประหลาดใจ จึง​พูด​กัน​ว่า “คน​นี้​เป็น​ใคร​กัน ถึง​กับ​สั่ง​ลม​และ​น้ำ และ​มัน​ก็​เชื่อฟัง​เขา?”
25Maar tot hen zeide Hij: Waar is uw geloof? Met angstige verbazing zeiden ze tot elkander: Wie is Hij toch, dat Hij zelfs de winden gebiedt en het water, en dat ze Hem gehoorzamen?
26แล้ว​พวกเขา​แล่น​เรือ​มา​ถึง​ดินแดน​ของ​ชาว​กาดารา ซึ่ง​อยู่​ตรงข้าม​แคว้น​กาลิลี
26Ze legden aan in het land der Gerasenen, dat tegenover Galilea ligt.
27เมื่อ​พระเยซู​ขึ้น​ฝั่ง มี​ชาย​คน​หนึ่ง​จาก​เมือง​นั้น ซึ่ง​มี​ปีศาจ​อยู่​ใน​ตัว​มา​นาน​แล้ว มา​พบ​พระองค์ เขา​ไม่​สวม​เสื้อผ้า และ​ไม่​ได้​อยู่​ใน​บ้าน แต่​อยู่​ตาม​อุโมงค์ฝังศพ
27Zodra Hij aan wal was gestapt, kwam Hem uit de stad een man tegemoet, die door duivels was bezeten. Sinds lang droeg hij geen kleren meer, en verbleef niet in huis, maar in de grafspelonken.
28เมื่อ​เห็น​พระเยซู เขา​ก็​ร้อง​เสียงดัง ทรุด​ตัว​ลง​ต่อหน้า​พระองค์ และ​ตะโกน​ว่า “พระเยซู พระบุตร​ของ​พระเจ้า​องค์ผู้สูงสุด ท่าน​มา​ยุ่ง​อะไร​กับ​ข้า? ข้า​ขอร้อง อย่า​ทรมาน​ข้า​เลย!”
28Toen hij Jesus zag, viel hij gillend voor Hem neer, en schreeuwde het uit: Wat hebt Gij met ons te maken. Jesus, Zoon van den allerhoogsten God? Ik bid U, mij niet te gaan kwellen.
29เพราะ​พระเยซู​กำลัง​สั่ง​วิญญาณ​ที่​ไม่​บริสุทธิ์​ให้​ออก​จาก​ชาย​คน​นั้น วิญญาณ​นั้น​เคย​เข้ายึด​เขา​หลาย​ครั้ง เขา​ถูก​คุมตัว​ไว้ และ​ถูก​ล่าม​ด้วย​โซ่​กับ​ตรวน แต่​เขา​ก็​หัก​เครื่องพันธนาการ และ​ปีศาจ​ขับ​เขา​ไป​ใน​ถิ่นทุรกันดาร
29Want Hij had den onreinen geest geboden, den man te verlaten. Reeds dikwijls toch had hij zich van hem meester gemaakt. Dan had men hem met ketens en voetboeien gebonden, om hem vast te houden; maar hij had de boeien stuk gebroken, en was door den duivel naar eenzame plaatsen gejaagd.
30พระเยซู​ถาม​เขา​ว่า “ท่าน​ชื่อ​อะไร?” เขา​ตอบ​ว่า “เลกิโอน” เพราะ​มี​ปีศาจ​จำนวน​มาก​เข้า​ไป​ใน​ตัว​เขา
30Jesus vroeg hem: Hoe is uw naam? Hij zei: Legioen. Want vele duivels waren in hem gevaren.
31พวก​มัน​วิงวอน​พระองค์​ไม่​ให้​สั่ง​พวก​มัน​ลง​ไป​ใน​เหวลึก
31Ze verzochten Hem dringend, hun niet te gelasten, naar de afgrond te gaan.
32ที่​นั่น​มี​ฝูง​หมู​จำนวน​มาก​กำลัง​หากิน​อยู่​บน​ภูเขา พวก​ปีศาจ​จึง​วิงวอน​พระองค์​ให้​อนุญาต​พวก​มัน​เข้า​ไป​ใน​หมู​เหล่านั้น พระองค์​ก็​อนุญาต
32Nu liep daar op de berg een grote troep zwijnen te grazen. Ze verzochten Hem, hun toe te staan, in die zwijnen te varen. Hij stond het hun toe.
33พวก​ปีศาจ​ออก​จาก​ชาย​คน​นั้น และ​เข้า​ไป​ใน​หมู ฝูง​หมู​ก็​วิ่ง​พรวด​ลง​ตาม​ทางลาด​ชัน​สู่​ทะเลสาบ และ​จมน้ำ​ตาย
33Toen gingen de duivels uit van den mens, en wierpen zich op de zwijnen; en de troep plofte van de steilte in het meer, en verdronk.
34เมื่อ​คน​เลี้ยง​หมู​เห็น​สิ่ง​ที่​เกิด​ขึ้น ก็​หนี​ไป​บอก​เรื่อง​นี้​ใน​เมือง​และ​ตาม​ชนบท
34Toen de drijvers zagen, wat er gebeurde, vluchtten ze heen, en vertelden het in stad en land.
35ผู้คน​จึง​ออก​มา​ดู​สิ่ง​ที่​เกิด​ขึ้น พวกเขา​มา​หา​พระเยซู และ​พบ​ชาย​ที่​พวก​ปีศาจ​ออก​จาก​ตัว​แล้ว นั่ง​อยู่​ที่​เท้า​ของ​พระเยซู สวม​เสื้อผ้า และ​มี​สติ​เป็น​ปกติ พวกเขา​ก็​กลัว
35Men kwam dus zien, wat er gebeurd was. Toen ze nu bij Jesus kwamen, en den man, uit wien de duivels waren uitgegaan, gekleed en goed bij verstand aan Jesus’ voeten vonden zitten, werden ze bang.
36คน​ที่​เห็น​เหตุการณ์​เล่า​ให้​พวกเขา​ฟัง​ว่า ชาย​ที่​เคย​ถูก​ปีศาจ​สิง​ได้​หายดี​อย่างไร
36Nu verhaalden nog de ooggetuigen, hoe de bezetene was verlost.
37ประชาชน​ทั้งหมด​จาก​บริเวณ​โดยรอบ​ดินแดน​ของ​ชาว​กาดารา​ขอ​ให้​พระองค์​ไป​จาก​พวกเขา เพราะ​พวกเขา​หวาดกลัว​อย่าง​ยิ่ง พระองค์​จึง​ลง​เรือ​และ​กลับ​ไป
37Toen verzocht Hem de hele bevolking van het gebied der Gerasenen, om van hen heen te gaan; want een ontzettende vrees greep hen aan. Nu ging Hij weer in de boot, om terug te keren;
38แต่​ชาย​ที่​พวก​ปีศาจ​ออก​จาก​ตัว​แล้ว​วิงวอน​ขอ​ไป​กับ​พระองค์ แต่​พระเยซู​ให้​เขา​กลับ​ไป โดย​กล่าว​ว่า
38en de man, uit wien de duivels waren uitgegaan, vroeg Hem verlof, om bij Hem te blijven. Maar Hij zond hem heen, en zeide:
39“จง​กลับ​ไป​บ้าน​ของ​ท่าน และ​เล่า​ว่า​พระเจ้า​ได้​ทำ​สิ่ง​ยิ่งใหญ่​อะไร​ให้​ท่าน​บ้าง” เขา​จึง​ไป และ​ประกาศ​ทั่ว​ทั้ง​เมือง​ว่า​พระเยซู​ได้​ทำ​สิ่ง​ยิ่งใหญ่​อะไร​ให้​เขา​บ้าง
39Ga naar huis, en verhaal al wat God u gedaan heeft. Hij ging heen, en vertelde heel de stad door, wat Jesus hem had gedaan.
40เมื่อ​พระเยซู​กลับ​มา ฝูงชน​ก็​ต้อนรับ​พระองค์ เพราะ​ทุกคน​กำลัง​รอ​พระองค์​อยู่
40Bij Jesus’ terugkeer kwam Hem de schare begroeten; ze stonden allen op Hem te wachten.
41มี​ชาย​คน​หนึ่ง​ชื่อ​ไยรัส​มา เขา​เป็น​หัวหน้า​ธรรมศาลา เขา​ทรุด​ลง​ที่​เท้า​ของ​พระเยซู และ​วิงวอน​ให้​พระองค์​มา​ที่​บ้าน​ของ​เขา
41En zie, daar naderde een man, Jaïrus genaamd, die overste van de synagoge was. Hij viel voor Jesus’ voeten neer, en verzocht Hem, mee naar zijn huis te komen,
42เพราะ​เขา​มี​บุตรสาว​คนเดียว อายุ​ประมาณ​สิบสอง​ปี และ​นาง​กำลัง​จะ​ตาย ขณะ​ที่​พระองค์​กำลัง​ไป ฝูงชน​ก็​เบียดเสียด​พระองค์
42omdat hij een enige dochter had, ongeveer twaalf jaren oud, die op sterven lag. Terwijl Hij er heenging, drong de menigte tegen Hem op.
43มี​หญิง​คน​หนึ่ง​ซึ่ง​มี​อาการ​เลือดออก​เรื้อรัง​มา​สิบสอง​ปี นาง​ใช้​ทรัพย์สิน​ทั้งหมด​กับ​หมอ แต่​ไม่​มี​ใคร​รักษา​นาง​ให้​หาย​ได้
43Nu was daar een vrouw, die twaalf jaar lang aan bloedvloeiing leed, en heel haar vermogen aan geneesheren had uitgegeven, maar door niemand genezen kon worden.
44นาง​เข้า​มา​ข้างหลัง​พระองค์ และ​แตะ​ชายเสื้อ ของ​พระองค์ ทันใดนั้น เลือด​ที่​ไหล​ก็​หยุด
44Ze trad achter Hem aan, en raakte de zoom van zijn kleed aan; aanstonds hield haar bloedvloeiing op.
45พระเยซู​ถาม​ว่า “ใคร​แตะ​เรา?” เมื่อ​ทุกคน​ปฏิเสธ เปโตร​กับ​คน​ที่​อยู่​กับ​เขา​กล่าว​ว่า “อาจารย์ ฝูงชน​กำลัง​เบียด​และ​ชน​ท่าน แล้ว​ท่าน​ยัง​ถาม​ว่า ‘ใคร​แตะ​เรา?’ ”
45Jesus sprak: Wie heeft Mij aangeraakt? Allen ontkenden het, en Petrus zeide:Meester, de menigte omringt U, en dringt op U aan.
46แต่​พระเยซู​กล่าว​ว่า “มี​คน​แตะ​เรา เพราะ​เรา​รู้สึก​ว่า​พลัง​ได้​ออก​จาก​เรา”
46Maar Jesus sprak: Iemand heeft Mij aangeraakt; want Ik heb een kracht van Mij voelen uitgaan.
47เมื่อ​หญิง​นั้น​เห็น​ว่า​ตน​ซ่อน​ตัว​ไม่​ได้ ก็​เข้ามา​ด้วย​ตัวสั่น​เท​า และ​ทรุด​ลง​ต่อหน้า​พระองค์ นาง​บอก​ต่อหน้า​ประชาชน​ทั้งหมด​ว่า​เหตุใด​จึง​แตะ​พระองค์ และ​นาง​หาย​ทันที​อย่างไร
47Toen de vrouw zag, dat ze ontdekt was, trad ze bevend vooruit, viel Hem te voet, en verhaalde voor heel het volk, waarom ze Hem had aangeraakt, en hoe ze aanstonds was genezen.
48พระองค์​กล่าว​กับ​นาง​ว่า “ลูกเอ๋ย จง​ชื่นใจ​เถิด ความเชื่อ​ของ​ท่าน​ทำ​ให้​ท่าน​หายดี​แล้ว จง​ไป​อย่าง​สงบ”
48Maar Hij zei haar: Dochter, uw geloof heeft u gered; ga in vrede.
49ขณะ​ที่​พระองค์​ยัง​กล่าว​อยู่ มี​คน​จาก​บ้าน​ของ​หัวหน้า​ธรรมศาลา​มา และ​บอก​เขา​ว่า “ลูกสาว​ของ​ท่าน​ตาย​แล้ว อย่า​รบกวน​อาจารย์​อีก​เลย”
49Terwijl Hij nog sprak, kwam er iemand van den overste der synagoge, en zeide Hem: Uw dochter is gestorven; val den Meester niet langer lastig.
50แต่​เมื่อ​พระเยซู​ได้ยิน ก็​ตอบ​เขา​ว่า “อย่า​กลัว เพียง​เชื่อ​เท่านั้น แล้ว​นาง​จะ​หายดี”
50Jesus hoorde het, en sprak tot hen: Vrees niet, maar geloof; en ze zal worden gered.
51เมื่อ​พระองค์​มา​ถึง​บ้าน ก็​ไม่​อนุญาต​ให้​ใคร​เข้า​ไป​ด้วย นอกจาก​เปโตร ยอห์น ยากอบ บิดา​ของ​เด็ก และ​มารดา​ของ​นาง
51Bij het huis gekomen, liet Hij niemand met Zich binnengaan dan Petrus, Johannes en Jakobus met den vader en de moeder van het meisje.
52ทุกคน​กำลัง​ร้องไห้​และ​คร่ำครวญ​ถึง​นาง แต่​พระองค์​กล่าว​ว่า “อย่า​ร้องไห้ นาง​ไม่​ได้​ตาย แต่​กำลัง​หลับ​อยู่”
52Allen weenden er, en jammerden over haar. Maar Hij sprak: Weent niet; ze is niet dood, maar ze slaapt.
53พวกเขา​หัวเราะเยาะ​พระองค์ เพราะ​รู้​ว่า​นาง​ตาย​แล้ว
53Men lachte Hem uit, overtuigd, dat ze dood was.
54แต่​พระองค์​ให้​ทุกคน​ออก​ไป แล้ว​จับ​มือ​นาง และ​เรียก​ว่า “เด็กเอ๋ย จง​ลุก​ขึ้น!”
54Hij vatte haar bij de hand, en riep: Meisje, sta op!
55วิญญาณ​ของ​นาง​ก็​กลับ​มา และ​นาง​ลุก​ขึ้น​ทันที พระองค์​สั่ง​ให้​เอา​อาหาร​มา​ให้​นาง​กิน
55En haar geest keerde weer, en ogenblikkelijk stond ze op; en Hij gelastte, dat men haar te eten zou geven.
56บิดามารดา​ของ​นาง​ต่าง​ประหลาดใจ แต่​พระองค์​กำชับ​พวกเขา​ไม่​ให้​บอก​ใคร​ถึง​สิ่ง​ที่​เกิด​ขึ้น
56Haar ouders waren buiten zichzelf van verbazing; maar Hij verbood hun, het gebeurde aan iemand te vertellen.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.