อิสยาห์ 36
Freedom Bible (Thai)Translation
Freedom Bible (Thai)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1ในปีที่สิบสี่ของกษัตริย์เฮเซคียาห์ เซนนาเคอริบกษัตริย์แห่งอัสซีเรียโจมตีเมืองป้อมทั้งหมดของยูดาห์และยึดได้
1In het veertiende regeringsjaar van Ezekias trok Sinacherib, de koning van Assjoer, tegen alle versterkte steden van Juda op, en maakte zich er van meester.
2กษัตริย์แห่งอัสซีเรียส่งขุนนางรับชาเคห์พร้อมทัพใหญ่มาจากลาคีชถึงเยรูซาเล็ม เพื่อพบกษัตริย์เฮเซคียาห์ เขายืนข้างท่อน้ำจากสระบน ตรงถนนไปลานช่างซักผ้า
2En van Lakisj uit zond de assyrische koning zijn opperbevelhebber met een sterke krijgsmacht naar Jerusalem tegen koning Ezekias. Toen de opperbevelhebber zich bij het kanaal van de Bovenvijver had opgesteld op de weg van het Blekersveld,
3เอลียาคิมบุตรฮิลคียาห์ผู้ดูแลวัง เชบนาอาลักษณ์ และโยอาห์บุตรอาสาฟผู้จดบันทึก ออกมาพบเขา
3ging de hofmaarschalk Eljakim, de zoon van Chilki-jáhoe, naar hem toe, vergezeld van den schrijver Sjebna en van den kanselier Joach, den zoon van Asaf.
4รับชาเคห์บอกพวกเขาว่า “จงบอกเฮเซคียาห์ว่า ‘มหากษัตริย์ กษัตริย์แห่งอัสซีเรีย กล่าวดังนี้ว่า “ความมั่นใจที่เจ้าวางใจอยู่นี้คืออะไร?
4De opperbevelhebber zeide tot hen: Gaat Ezekias berichten. Dit zegt de Opperkoning, de koning van Assjoer: Waar haalt ge toch uw vertrouwen vandaan?
5เราว่าคำแนะนำและกำลังรบของเจ้าเป็นเพียงคำพูดไร้ค่า เจ้าวางใจใครจึงกบฏต่อเรา?
5Denkt ge misschien, dat woorden alleen al krijgsbeleid en krijgsmacht zijn? Op wien vertrouwt ge dan wel, om u tegen mij te verzetten?
6ดูเถิด เจ้าวางใจไม้เท้าอ้อช้ำ คืออียิปต์ หากใครพิง มันจะทิ่มแทงมือเขา ฟาโรห์กษัตริย์แห่งอียิปต์เป็นอย่างนั้นต่อทุกคนที่วางใจ
6Zie, ge vertrouwt op Egypte, die geknakte rietstok, die iemand de hand doorboort en wondt, als hij er op steunt; ja, dat is Farao, de egyptische koning, voor iedereen die op hem vertrouwt.
7แต่ถ้าบอกเราว่า ‘พวกเราวางใจพระยาห์เวห์ พระเจ้าของพวกเรา’ พระองค์ไม่ใช่หรือที่เฮเซคียาห์รื้อสถานบูชาบนที่สูงและแท่นบูชา แล้วบอกยูดาห์และเยรูซาเล็มว่า ‘พวกเจ้าต้องนมัสการหน้าแท่นนี้’?”
7Misschien zult ge zeggen: Wij vertrouwen op Jahweh, onzen God! Maar heeft Ezekias dan zijn offerhoogten en altaren niet laten verwijderen, en tot Juda en Jerusalem gezegd: Voor dit altaar alleen moet gij u neerwerpen.
8ดังนั้น ลองทำข้อตกลงกับเจ้านายของข้าพเจ้า กษัตริย์แห่งอัสซีเรีย ข้าพเจ้าจะให้ม้าสองพันตัว ถ้าพวกท่านหาคนขี่ได้
8Welnu, ga eens een weddenschap aan met den koning van Assjoer, mijn meester: Ik zal u tweeduizend paarden geven; maar ik wed, dat gij er niet eens ruiters voor hebt.
9แล้วจะขับไล่นายกองสักคนในหมู่ผู้รับใช้ชั้นต่ำสุดของเจ้านายของข้าพเจ้าได้อย่างไร ทั้งยังพึ่งอียิปต์เรื่องรถศึกและพลม้า?
9En wanneer ge dit al den geringsten bevelhebber en dienaar van mijn meester moet weigeren, hoe kunt ge dan nog voor wagens en ruiters op Egypte vertrouwen!
10ข้าพเจ้าขึ้นมาทำลายแผ่นดินนี้โดยไม่มีพระยาห์เวห์หรือ? พระยาห์เวห์บอกข้าพเจ้าว่า “จงขึ้นไปทำลายแผ่นดินนี้”’”
10En ben ik soms, zonder dat Jahweh het wil, tegen dit land opgetrokken, om het te verwoesten? Neen, Jahweh heeft mij gezegd: Trek op naar dit land, en verwoest het!
11เอลียาคิม เชบนา และโยอาห์บอกรับชาเคห์ว่า “โปรดพูดภาษาอาราเมอิกกับผู้รับใช้ของท่าน เพราะพวกเราเข้าใจ อย่าพูดภาษายิวกับพวกเราให้คนบนกำแพงได้ยิน”
11Eljakim, Sjebna en Joach zeiden tot den opperbevelhebber: Spreek maar aramees met uw dienaars; wij verstaan dat wel. Maar spreek geen joods tegen ons; want dan verstaat het volk op de muur het ook.
12แต่รับชาเคห์ตอบว่า “เจ้านายของข้าพเจ้าส่งมาพูดคำเหล่านี้กับเจ้านายของพวกท่านและพวกท่านเท่านั้นหรือ ไม่ได้ส่งมาพูดกับคนบนกำแพง ผู้ที่จะกินมูลและดื่มปัสสาวะของตนพร้อมพวกท่านหรือ?”
12Maar de opperbevelhebber gaf hun ten antwoord: Heeft mijn meester mij soms met deze boodschap alleen tot u en uw koning gezonden, of ook tot die mannen daar op de muur, die hun eigen drek met u zitten te eten, en die hun eigen water drinken?
13รับชาเคห์ยืนขึ้นร้องเสียงดังเป็นภาษายิวว่า “จงฟังคำมหากษัตริย์ กษัตริย์แห่งอัสซีเรีย!
13Daarop kwam de opperbevelhebber nog dichter bij, en riep hardop in het joods: Hoort het woord van den Opperkoning van Assjoer!
14กษัตริย์กล่าวว่า ‘อย่าให้เฮเซคียาห์หลอกพวกเจ้า เขาช่วยพวกเจ้าไม่ได้
14Dit zegt de koning: Laat Ezekias u niet bedriegen; want hij kan u niet redden.
15อย่าให้เฮเซคียาห์ทำให้พวกเจ้าวางใจพระยาห์เวห์ว่า “พระยาห์เวห์จะช่วยพวกเราแน่นอน เมืองนี้จะไม่ตกในมือกษัตริย์แห่งอัสซีเรีย”’
15En laat Ezekias u ook niet op Jahweh doen rekenen, en zeggen: Jahweh zal ons zeker verlossen; deze stad zal niet in de handen van den koning van Assjoer vallen!
16อย่าฟังเฮเซคียาห์ เพราะกษัตริย์แห่งอัสซีเรียกล่าวว่า ‘จงตกลงสงบศึกกับเรา ออกมาหาเรา แต่ละคนจะได้กินจากเถาองุ่นและต้นมะเดื่อของตน ดื่มน้ำจากบ่อของตน
16Luistert niet naar Ezekias; want dit zegt de koning van Assjoer: Sluit vrede met mij, en geeft u over; dan zal iedereen de vrucht van zijn wijnstok en vijgeboom eten, en het water drinken uit zijn put,
17จนกว่าเราจะมาพาพวกเจ้าไปแผ่นดินเหมือนของเจ้า แผ่นดินแห่งข้าวและเหล้าองุ่นใหม่ แห่งขนมปังและสวนองุ่น
17totdat ik u kom medenemen naar een land, dat op het uwe gelijkt: een land van koren en wijn, een land van brood en wijnbergen.
18ระวังอย่าให้เฮเซคียาห์ชักจูงว่า “พระยาห์เวห์จะช่วยพวกเรา” เทพเจ้าของชาติใดเคยช่วยแผ่นดินตนจากมือกษัตริย์แห่งอัสซีเรีย?
18Neen, laat Ezekias u niet misleiden, en zeggen: Jahweh zal ons verlossen! Hebben soms de goden van de andere volken hun land uit de macht van den assyrischen koning verlost?
19เทพเจ้าแห่งฮามัทและอารปัดอยู่ไหน? เทพเจ้าแห่งเสฟารวาอิมอยู่ไหน? พวกมันช่วยสะมาเรียจากมือเราได้หรือ?
19Waar zijn de goden van Chamat en Arpad, waar de goden van Sefarwáim en van het land van Samaria? Hebben zij Samaria uit mijn hand kunnen redden?
20ในเทพเจ้าของแผ่นดินเหล่านี้ มีผู้ใดช่วยแผ่นดินตนจากมือเราได้ แล้วพระยาห์เวห์จะช่วยเยรูซาเล็มจากมือเราได้หรือ?’”
20Wie is er onder al de goden dier landen, die zijn gebied uit mijn macht heeft verlost? Zou Jahweh dan Jerusalem uit mijn hand kunnen redden!
21แต่พวกเขานิ่ง ไม่ตอบอะไร เพราะกษัตริย์สั่งว่า “อย่าตอบเขา”
21Men zweeg, en antwoordde hem met geen woord; want de koning had bevel gegeven: Ge moet hem niets terugzeggen.
22เอลียาคิมบุตรฮิลคียาห์ผู้ดูแลวัง เชบนาอาลักษณ์ และโยอาห์บุตรอาสาฟผู้จดบันทึก มาหาเฮเซคียาห์ในสภาพเสื้อผ้าฉีกขาด แล้วรายงานคำของรับชาเคห์
22Maar de hofmaarschalk Eljakim, de zoon van Chilki-jáhoe, en Sjebna de schrijver, en de kanselier Joach, de zoon van Asaf, scheurden hun kleren, en ging naar Ezekias terug, om hem de woorden van den opperbevelhebber over te brengen.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.