เอเสเคียล 47
Freedom Bible (Thai)Translation
Freedom Bible (Thai)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1เขานำข้าพเจ้ากลับมาที่ประตูพระนิเวศ ข้าพเจ้าเห็นน้ำไหลออกจากใต้ธรณีประตูพระนิเวศไปทางตะวันออก เพราะด้านหน้าพระนิเวศหันไปทางตะวันออก น้ำไหลลงมาจากใต้พระนิเวศทางด้านขวา คือทางใต้ของแท่นบูชา
1Toen bracht hij mij terug naar de ingang van de tempel, en daar zag ik van onder de drempel van de tempel water stromen in oostelijke richting; want de voorzijde van de tempel ligt op het oosten. Het water vloeide onder de rechterzijwand van de tempel door, zuidelijk langs het altaar.
2แล้วเขานำข้าพเจ้าออกทางประตูเหนือ พาอ้อมด้านนอกไปยังประตูชั้นนอก คือประตูที่หันไปทางตะวันออก ข้าพเจ้าเห็นน้ำไหลออกทางด้านขวา
2Hij bracht me door de noorderpoort naar buiten, en voerde me buitenom naar de oosterpoort: daar borrelde het water op van de rechterzijwand!
3ชายคนนั้นเดินไปทางตะวันออกโดยถือเชือกวัดอยู่ในมือ เขาวัดได้หนึ่งพันศอก แล้วพาข้าพเจ้าลุยน้ำ ซึ่งลึกถึงข้อเท้า
3De man ging in oostelijke richting verder, met een duimstok in zijn hand; hij mat een afstand af van duizend el, en liet mij door het water waden: het water reikte tot de hiel.
4เขาวัดต่อไปอีกหนึ่งพันศอก แล้วพาข้าพเจ้าลุยน้ำซึ่งลึกถึงเข่า จากนั้นวัดอีกหนึ่งพันศอกและพาข้าพเจ้าลุยน้ำซึ่งลึกถึงเอว
4Weer mat hij een afstand af van duizend el, en liet mij door het water waden: het water reikte tot de knieën. Weer mat hij een afstand af van duizend el, en liet mij door het water waden: het water reikte tot mijn middel.
5ต่อมาเขาวัดอีกหนึ่งพันศอก คราวนี้กลายเป็นแม่น้ำที่ข้าพเจ้าลุยข้ามไม่ได้ เพราะน้ำสูงพอที่จะว่ายได้ เป็นแม่น้ำที่เดินลุยข้ามไม่ได้
5Nog eens mat hij een afstand af van duizend el, nu was het een ondoorwaadbare beek; want het water was zo diep, dat men er in zwemmen kon: een ondoorwaadbare beek.
6เขาถามข้าพเจ้าว่า “มนุษย์เอ๋ย เจ้าเห็นสิ่งนี้หรือไม่?” แล้วเขาพาข้าพเจ้ากลับมายังฝั่งแม่น้ำ
6Hij vroeg mij: Ziet ge dat mensenkind? Toen liet hij mij teruggaan langs de rand van de beek,
7เมื่อข้าพเจ้ากลับมา ก็เห็นต้นไม้มากมายริมแม่น้ำทั้งสองฝั่ง
7en onderweg zag ik aan beide oevers van de beek een zeer groot aantal bomen.
8เขากล่าวกับข้าพเจ้าว่า “น้ำนี้ไหลไปยังเขตตะวันออก ลงไปสู่อาราบาห์ แล้วไหลต่อไปยังทะเล เมื่อน้ำนี้ไหลลงสู่ทะเล น้ำในทะเลก็จะกลับดี
8En hij zeide tot mij: Dit water stroomt naar de oostelijke landstreek, verloopt naar de steppe, en mondt uit in de zee, de zoutwaterzee, waarvan het water drinkbaar wordt.
9ทุกแห่งที่สายน้ำนี้ไหลไป สิ่งมีชีวิตทุกชนิดที่แหวกว่ายเป็นฝูงจะมีชีวิตอยู่ ที่นั่นจะมีปลามากมายมหาศาล เพราะน้ำนี้ไหลไปถึง ทำให้น้ำทะเลกลับดี และทุกสิ่งจะมีชีวิตทุกแห่งที่แม่น้ำไหลไป
9Alle levende wezens, alles wat zich beweegt, zal overal waar de beek komt, kunnen leven. Er zal een overvloed aan vis daarin zijn; want wanneer dit water erin uitmondt, wordt het zeewater drinkbaar, en alles, waar de beek bijkomt, kan leven.
10ชาวประมงจะยืนอยู่ตามฝั่ง ตั้งแต่เอนเกดีไปจนถึงเอนเอกลาอิมจะเป็นที่ตากอวน ปลาจะมีมากมายหลายชนิดเหมือนปลาในทะเลใหญ่
10Dan zullen van En-Gedi tot En-Egláim vissers aan de kant staan; droogplaatsen voor netten zullen aan haar rechteroever liggen; haar visstand zal even overvloedig zijn als in de grote zee.
11แต่บึงและหนองน้ำจะไม่กลับดี จะปล่อยไว้ให้เป็นแหล่งเกลือ
11Maar het water van haar poelen en wadden wordt niet drinkbaar; dat is voor zoutwinning bestemd.
12ตามสองฝั่งแม่น้ำจะมีต้นไม้ทุกชนิดที่กินเป็นอาหารได้ ใบจะไม่เหี่ยวและผลจะไม่ขาด ทุกเดือนจะออกผลใหม่ เพราะน้ำที่หล่อเลี้ยงไหลออกมาจากสถานบริสุทธิ์ ผลใช้เป็นอาหาร และใบใช้สำหรับรักษาโรค”
12Langs de beek zullen aan weerszijden van haar oever allerlei vruchtbomen groeien, wier bladeren niet verwelken en wier vrucht niet opraakt. Elk seizoen dragen ze weer nieuwe vruchten; want het water, dat hen drenkt, stroomt uit het heiligdom. Hun vruchten zullen eetbaar zijn, hun bladeren zullen geneeskracht hebben.
13พระผู้เป็นเจ้า พระยาห์เวห์ตรัสดังนี้ “ต่อไปนี้เป็นเขตแดนที่พวกเจ้าจะใช้แบ่งแผ่นดินเป็นมรดกให้แก่อิสราเอลสิบสองเผ่า โยเซฟจะได้รับสองส่วน
13Dit zegt Jahweh, de Heer: Zo zal de grens lopen, waarbinnen ge het land aan de twaalf stammen van Israël in erfbezit moet toewijzen, en waarvan Josef twee delen ontvangt.
14พวกเจ้าจะได้รับมรดกเท่าๆ กัน เพราะเราปฏิญาณว่าจะมอบแผ่นดินนี้แก่บรรพบุรุษของพวกเจ้า ดังนั้นแผ่นดินนี้จะตกเป็นมรดกของพวกเจ้า
14Ieder van u zal een even groot deel bezitten van het land, dat Ik aan uw vaderen onder ede beloofd heb, en dat u als erfbezit werd toegewezen.
15“เขตแดนของแผ่นดินมีดังนี้ “ด้านเหนือ เริ่มจากทะเลใหญ่ไปตามทางเฮทโลน ถึงทางเข้าเศดัด
15Zo loopt de grens van het land. Aan de noordkant: van de grote zee af langs Chetlon in de richting van Chamat;
16ผ่านฮามัท เบโรธาห์ และศิบราอิม ซึ่งอยู่ระหว่างเขตแดนดามัสกัสกับเขตแดนฮามัท ไปถึงฮาเซอร์ฮัททิโคนซึ่งอยู่ติดเขตแดนเฮาราน
16dan over Sedad, Berota en Sibráim, dat tussen het grondgebied van Damascus en dat van Chamat ligt; dan tot Chaser-Enon, dat tot het gebied van de Hauran behoort;
17เขตแดนจากทะเลไปถึงฮาซาร์เอนอนที่เขตแดนดามัสกัส และด้านเหนือขึ้นไปเป็นเขตแดนฮามัท นี่คือด้านเหนือ
17zodat de grens loopt van de zee tot Chaser-Enon, en het grondgebied van Damascus en dat van Chamat er noordelijk van ligt. Dit is de noordkant.
18“ด้านตะวันออก อยู่ระหว่างเฮาราน ดามัสกัส กิเลอาด และแผ่นดินอิสราเอล ให้แม่น้ำจอร์แดนเป็นเขตแดน จากเขตแดนเหนือไปถึงทะเลตะวันออก จงวัดตามแนวนี้ นี่คือด้านตะวันออก
18Aan de oostkant: van Chaser-Enon, tussen de Hauran en Damascus, vormt de Jordaan de grens tussen Gilad en het land Israël tot de oostelijke zee, tot Tamar. Dit is de oostkant.
19“ด้านใต้ เริ่มจากทามาร์ไปถึงน้ำแห่งเมรีโบทคาเดช ต่อไปยังลำธารจนถึงทะเลใหญ่ นี่คือด้านใต้
19Aan de kant van de Négeb, ten zuiden: van Tamar tot het water van Meribat-Kadesj, langs de beek naar de grote zee. Dit is de kant van de Négeb, ten zuiden.
20“ด้านตะวันตกคือทะเลใหญ่ จากเขตแดนใต้ขึ้นไปจนถึงจุดตรงข้ามทางเข้าฮามัท นี่คือด้านตะวันตก
20Aan de westkant vormt de grote zee de grens tot het punt, van waaruit men Chamat bereikt.
21“พวกเจ้าจงแบ่งแผ่นดินนี้กันตามเผ่าต่างๆ ของอิสราเอล
21Dit land moet ge volgens de stammen van Israël onder elkaar verdelen.
22จงจับสลากแบ่งเป็นมรดกแก่พวกเจ้าและแก่คนต่างถิ่นที่อาศัยอยู่ท่ามกลางพวกเจ้าและมีลูกหลานอยู่ในหมู่พวกเจ้า จงถือว่าพวกเขาเหมือนคนอิสราเอลโดยกำเนิด พวกเขาจะได้รับมรดกร่วมกับพวกเจ้าท่ามกลางเผ่าต่างๆ ของอิสราเอล
22Ge moet het als bezit toewijzen aan u zelf, en aan de vreemdelingen die onder u verblijven en die kinderen onder u verwekt hebben. Ge moet ze beschouwen als geboren Israëlieten, en ze zullen onder Israëls stammen een erfdeel toegewezen krijgen;
23คนต่างถิ่นอาศัยอยู่ในเขตเผ่าใด ก็จงมอบมรดกให้เขาในเขตเผ่านั้น” พระผู้เป็นเจ้า พระยาห์เวห์ตรัสดังนี้
23ge moet hun een erfdeel geven in de stam, waarin de vreemdeling woont, zegt Jahweh, de Heer.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.