Четвертая книга Царств

Old Testament

New Testament

Chapter 6

Четвертая книга Царств

Synodal Translation (Син…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Четвертая книга Царств 6

Synodal Translation (Синодальный перевод)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1И сказали сыны пророков Елисею: вот, место, где мы живем при тебе, тесно для нас;
1Eens zeiden de profetenzonen tot Eliseus: Zie eens; de ruimte, die wij met u bewonen, is te bekrompen voor ons.
2пойдем к Иордану и возьмем оттуда каждый по одному бревну и сделаем себе там место для жительства. Он сказал: пойдите.
2Laat ons daarom naar de Jordaan gaan, en er ieder een balk halen, dan kunnen we daar een woning bouwen. Hij antwoordde: Goed.
3И сказал один: сделай милость, пойди и ты с рабами твоими. И сказал он: пойду.
3Maar een van hen zeide: Doe uw dienaren een genoegen, en ga met ons mee. Hij antwoordde: Goed, ik ga mee.
4И пошел с ними, и пришли к Иордану и стали рубить деревья.
4Hij ging dus mee; en aan de Jordaan gekomen, begonnen ze bomen te vellen.
5И когда один валил бревно, топор его упал в воду. И закричал он и сказал: ах, господин мой! а он взят был на подержание!
5Maar terwijl er een met een bijl sloeg, vloog het ijzeren blad in het water. Hij riep: Ach heer; en het is nog wel een geleende.
6И сказал человек Божий: где он упал? Он указал ему место. И отрубил он кусок дерева и бросил туда, и всплыл топор.
6De godsman vroeg: Waar is het gevallen? En de man wees de plaats aan. Toen sneed Eliseus een stuk hout af, wierp het erheen, en deed het ijzer boven drijven.
7И сказал он: возьми себе. Он протянул руку свою и взял его.
7Nu sprak hij: Haal het er uit. En de ander stak zijn hand uit en greep het.
8Царь Сирийский пошел войною на Израильтян, и советовался со слугами своими, говоря: в таком-то и в таком-то месте я расположу свой стан.
8Toen de koning van Aram met Israël in oorlog was, sprak hij bij een beraadslaging tot zijn bevelvoerders: Daar en daar moet gij u in een hinderlaag leggen.
9И посылал человек Божий к царю Израильскому сказать: берегись проходить сим местом, ибо там Сирияне залегли.
9Maar de godsman liet den koning van Israël berichten: Wees op uw hoede, dat gij die plaats niet voorbij trekt; want daar liggen de Arameën in hinderlaag.
10И посылал царь Израильский на то место, о котором говорил ему человек Божий и предостерегал его; и сберег себя там не раз и не два.
10En de koning van Israël zond een waarschuwing naar de plaats, die de godsman genoemd had, en men was op zijn hoede. Daar dit herhaaldelijk gebeurde,
11И встревожилось сердце царя Сирийского по сему случаю, и призвал он рабов своих и сказал им: скажите мне, кто из наших в сношении с царем Израильским?
11werd de koning van Aram er woedend over. Hij riep zijn bevelvoerders bijeen, en zeide hun: Kunt gij me dan niet zeggen, wie ons aan den koning van Israël verraadt?
12И сказал один из слуг его: никто, господин мой царь; а Елисей пророк, который у Израиля, пересказывает царю Израильскому и те слова, которые ты говоришь в спальной комнате твоей.
12Maar een van hen gaf ten antwoord: Er is geen verraad, mijn heer en koning; maar de profeet Eliseus in Israël bericht aan den koning van Israël zelfs wat gij in uw slaapkamer zegt.
13И сказал он: пойдите, узнайте, где он; я пошлю и возьму его. И донесли ему и сказали: вот, он в Дофаиме.
13Toen beval de koning: Trekt er op uit, om te weten te komen, waar hij is; dan zal ik hem gevangen doen nemen. En toen hem gemeld werd, dat de profeet zich te Dotan bevond,
14И послал туда коней и колесницы и много войска. И пришли ночью и окружили город.
14zond hij er een machtig leger met paarden en strijdwagens op af, dat ‘s nachts aankwam en de stad omsingelde.
15Поутру служитель человека Божия встал и вышел; и вот, войско вокруг города, и кони и колесницы. И сказал ему слуга его: увы! господин мой, что нам делать?
15Toen de dienaar van den godsman de volgende morgen opstond en naar buiten ging, zag hij, dat er een leger met paarden en strijdwagens om de stad lag. En hij riep tot Eliseüs: Ach heer, wat moeten we nu beginnen?
16И сказал он: не бойся, потому что тех, которые с нами, больше, нежели тех, которые с ними.
16Maar deze antwoordde: Wees niet bang; want de onzen zijn talrijker dan zij.
17И молился Елисей, и говорил: Господи! открой ему глаза, чтоб он увидел. И открыл Господь глаза слуге, и он увидел, и вот, вся гора наполнена конями и колесницами огненными кругом Елисея.
17En hij bad: Jahweh, open zijn ogen, opdat hij kan zien. En Jahweh opende de ogen van den dienaar, en hij zag het gebergte, dat Eliseus omringde, vol vurige paarden en strijdwagens.
18Когда пошли к нему Сирияне, Елисей помолился Господу и сказал: порази их слепотою. И Он поразил их слепотою по слову Елисея.
18Nu kwamen de Arameën op Eliseus af. Maar hij bad tot Jahweh: Sla dit volk met blindheid! En op het gebed van Eliseus werd het met blindheid geslagen.
19И сказал им Елисей: это не та дорога и не тот город; идите за мною, и я провожу вас к тому человеку, которого вы ищете. И привел их в Самарию.
19Toen sprak Eliseus tot hen: Dit is de weg niet, en de stad evenmin! Volgt mij maar, dan breng ik u bij den man, dien gij zoekt. Maar hij bracht ze naar Samaria.
20Когда они пришли в Самарию, Елисей сказал: Господи! открой глаза им, чтобы они видели. И открыл Господь глаза их, и увидели, что они в средине Самарии.
20Zodra zij in Samaria waren aangekomen, sprak Eliseus: Jahweh, open hun de ogen, opdat zij zien. En Jahweh opende hun de ogen, en nu zagen ze, dat ze in Samaria waren.
21И сказал царь Израильский Елисею, увидев их: не избить ли их, отец мой?
21Toen de koning van Israël ze zag, vroeg hij Eliseus: Vader, zal ik ze neerslaan?
22И сказал он: не убивай. Разве мечом твоим и луком твоим ты пленил их, чтобы убивать их? Предложи им хлеба и воды; пусть едят и пьют, и пойдут к государю своему.
22Maar hij antwoordde: Neen; die ge met zwaard en boog gevangen hebt genomen, kunt ge neerslaan. Maar dezen moet ge spijs en drank verschaffen; dan kunnen ze eten en drinken en daarna teruggaan naar hun heer.
23И приготовил им большой обед, и они ели и пили. И отпустил их, и пошли к государю своему. И не ходили более те полчища Сирийские в землю Израилеву.
23Hij bereidde hun dus een grote maaltijd; en nadat ze gegeten en gedronken hadden, liet hij ze naar hun heer vertrekken. Ze gingen naar hun heer, en sinds die tijd drongen er geen aramese benden meer in het gebied van Israël.
24После того собрал Венадад, царь Сирийский, все войско свое и выступил, и осадил Самарию.
24Enige tijd later riep koning Ben-Hadad van Aram heel zijn leger bijeen, trok tegen Samaria op, en sloot het in.
25И был большой голод в Самарии, когда они осадили ее, так что ослиная голова продавалась по восьмидесяти сиклей серебра, и четвертая часть каба голубиного помета - по пяти сиклей серебра.
25En het beleg duurde zo lang, dat er in Samaria een grote hongersnood ontstond, en een ezelskop tachtig zilverlingen, een kwart maatje schillen1 vijf zilverlingen kostte.
26Однажды царь Израильский проходил по стене, и женщина с воплем говорила ему: помоги, господин мой царь.
26Toen nu de koning eens op de muur voorbijging, riep een vrouw hem smekend toe: Heer en koning, help toch!
27И сказал он: если не поможет тебе Господь, из чего я помогу тебе? с гумна ли, с точила ли?
27Hij antwoordde: Als Jahweh u niet helpt, hoe zal ik het dan kunnen? Soms met iets van de dorsvloer of perskuip2?
28И сказал ей царь: что тебе? И сказала она: эта женщина говорила мне: “отдай своего сына, съедим его сегодня, а сына моего съедим завтра”.
28De koning vroeg verder: Wat hebt ge eigenlijk? Zij antwoordde: Deze vrouw hier heeft tot mij gezegd: “Geef uw zoon, om hem vandaag op te eten; dan eten we morgen den mijne op.”
29И сварили мы моего сына, и съели его. И я сказала ей на другой день: “отдай же твоего сына, и съедим его”. Но она спрятала своего сына.
29Zo hebben we dus mijn zoon gekookt en gegeten; maar toen ik haar de volgende dag zei, haar zoon te geven, om hem op te eten, had ze hem verborgen.
30Царь, выслушав слова женщины, разодрал одежды свои; и проходил он по стене, и народ видел, что вретище на самом теле его.
30Toen de koning de vrouw dit hoorde vertellen, scheurde hij zijn klederen, en daar hij op de muur liep, zag het volk, dat hij onder zijn kleed op het blote lijf een boetekleed droeg.
31И сказал: пусть то и то сделает мне Бог, и еще более сделает, если останется голова Елисея, сына Сафатова, на нем сегодня.
31En hij riep uit: Zo moge Jahweh mij doen en nog erger3, als het hoofd van Eliseus, den zoon van Sjafat, morgen nog op zijn romp staat4.
32Елисей же сидел в своем доме, и старцы сидели у него. И послал царь человека от себя. Прежде нежели пришел посланный к нему, он сказал старцам: видите ли, что этот сын убийцы послал снять с меня голову? Смотрите, когда придет посланный, затворите дверь и прижмите его дверью. А вот и топот ног господина его за ним!
32Terwijl de koning iemand voor zich uitzond, zat Eliseus in zijn woning met enigen van de oudsten om zich heen. Maar eer die bode Eliseus bereikt had, sprak deze tot de oudsten: Ziet ge; dat moordenaarskind heeft er iemand op uitgestuurd, om mij het hoofd af te slaan! Pas op; sla de deur dicht, als die bode wil binnenkomen, en duw hem met de deur naar buiten. Maar hoor ik daar niet de voetstappen van zijn meester achter hem aan?
33Еще говорил он с ними, и вот посланный приходит к нему, и сказал: вот какое бедствие от Господа! чего мне впредь ждать от Господа?
33En terwijl hij nog sprak, kwam de koning al naar hem toe en riep: Zie, zo groot is het onheil, dat Jahweh ons heeft berokkend! Wat zou ik nog langer op Jahweh hopen?

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.