Kaudial
Chapter 5
Kadede Kap (Pohnpeian Ne…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1O i kilaner nan lim pali maun, en me kotidi pon mol o, puk eu, intinidier lole o liki o kateneki pena men katen iju.
1Toen zag ik in de rechterhand van Die op de troon is gezeten, een boek van binnen en buiten beschreven, met zeven zegels verzegeld.
2O i kilan tounlan kelail amen, pepeidokki nil laud: Ij me kon on pak pajan puk o, o lapwada a men katen kan?
2Ook zag ik een machtigen engel, die uitriep met geweldige stem: Wie is waardig, te openen het boek en te verbreken zijn zegels?
3A jota amen, me mi nanlan de nin jappa, de pan jappa, me kak on pak pajan puk, o udial i.
3Maar niemand in de hemel, op de aarde of onder de aarde was bij machte, het boek te openen, of er een blik in te slaan.
4Ari, i ap janejan kaualap, aki jota amen, me diarokadar, me kon on, en pak pajan puk o, de udial i.
4En ik weende bitter, omdat niemand werd waardig bevonden, het boek te openen of er een blik in te slaan.
5O amen ren me lapalap akan majani on ia: Koe der janejan! Kilan, Laien, me udan kainok en Iuda, tapin Dawid, me pwaidar ni a peipei, pwen kon on, pak pajan puk o, o lapwa jan men katen iju.
5Maar één van de Oudsten sprak tot mij: Ween niet; zie, de Leeuw uit Juda’s stam, de Wortel van David heeft overwonnen; Hij zal dus het boek en zijn zeven zegels openen!
6O i kilan nan waron en mol o nan pun en man pamen o nan pun en lapalap akan Jippul amen u due kamekamelar, me oje iju o por en maj a iju mia, iei Nen en Kot iju me pakadaralan dol en jappa karoj.
6En ik zag midden tussen de troon met de vier Dieren en tussen de Oudsten, een Lam staan, alsof het geslacht was. Het had zeven horens en zeven ogen; dit zijn de zeven Geesten Gods, die over de ganse aarde worden gevonden.
7A kotido, ap kotiki jan puk o ni lim a maun en me kaipokedi pon mol o.
7Het Lam kwam naderbij, en ontving het boek uit de rechterhand van Hem, die op de troon was gezeten.
8A ni a kotin aleer puk o, man maur pamen, o lapalap riek pamen poridi on mon Jippul o. Amen amen re irail kolekol a arp o dal kold, me dir en potik en ijij, iei kapakap en jaraui kan.
8En toen het Lam het boek had ontvangen, wierpen de vier Dieren en de vier en twintig Oudsten zich neer voor het Lam, elk met een citer en gouden schalen vol reukwerk; en dit zijn de gebeden der heiligen.
9Irail kauleki kaul kap pot indinda: Ir me kotin kon on, kotikida puk o, o lapwada a men katen ko, pwe komui kamatalar o neti ki on Kot nt’ omui jan ni kainok karoj, o lokaia karoj, o men liki karoj, o wei karoj.
9En ze zongen een nieuw lied, en ze zeiden: Waardig zijt Gij, het boek te ontvangen, En zijn zegels te breken. Want Gij zijt geslacht geworden, Hebt met uw Bloed voor God gekocht: Uit alle stammen en talen, Uit alle volken en naties.
10O kotin wia kin irail la wei eu on atail Kot, pwen jamero kan, o re pan nanmarki nin jappa.
10Gij hebt ze gemaakt voor onzen God Tot koningschap en priesters, En heersen zullen ze over de aarde.
11O i kilaner o i roner nil en tounlan toto impan mol o, o man maur ko, o lapalap oko; irail me nederenie nen nen o kid kid,
11En terwijl ik toezag, hoorde ik de stem van vele engelen, rondom de troon, rondom de Dieren en Oudsten; hun getal was tienduizend maal tienduizend en duizendmaal duizenden. En ze riepen met machtige stem:
12Irail indinda ni nil laud: Jippul o me kamekamelar, me kon on aineki manaman, o kapwa, o orpit, o kel, o kaka, o linan, o pai kan.
12Waardig is het Lam dat geslacht is, Macht te ontvangen, rijkdom en wijsheid, Kracht, ere, glorie en lof!
13Ir karujia nanlan, o jappa, o pan jappa, o pon madau, o aude pan arail karoj, i roner me re indinda: Me kotidi pon mol o, o lippul en kapinanla, o kakala, o kalinanada o manaman kokolata.
13En ieder schepsel in de hemel, op de aarde en onder de aarde, op de zee en al wat daarin is, hoorde ik roepen: Hem die zetelt op de troon En aan het Lam: Zij lof en eer en glorie, En kracht in de eeuwen der eeuwen!
14Man maur pamen majani: Amen, O lapalap akan poridi on poni i.
14En de vier Dieren riepen: Amen! En de Oudsten vielen aanbiddend neer.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.