Ezechiel 41
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Diodati Bibbia 1885
1Hij leidde mij binnen in het Heilige, en mat de deurposten op; ze waren aan weerskanten zes el diep.
1POI egli mi menò nel Tempio, e misurò gli stipiti, ed erano di sei cubiti di larghezza di qua, e di sei cubiti di larghezza di là; quanta era la larghezza del tabernacolo.
2De breedte van de deur bedroeg tien el, juist zoals die van de tent; de zijvlakken waren aan weerskanten vijf el. Hij mat de diepte op van het Heilige: die bedroeg veertig el, en de breedte: twintig el.
2E la larghezza della porta era di sei cubiti, e le spalle della porta erano di cinque cubiti di qua, e di cinque cubiti di là. Poi egli misurò la lunghezza del Tempio, ed era di quaranta cubiti; e la larghezza, ed era di venti cubiti.
3Daarna betrad hij het Inwendige, en mat de deurpost op, die twee el diep was. De deur was zes el breed, en de zijvlakken waren aan weerskanten zeven el.
3Poi entrò nella parte interiore, e misurò lo stipite della porta, ed era di due cubiti; e poi la porta, ed era di sei cubiti; ed oltre alla larghezza della porta, vi erano sette cubiti.
4Hij nam de diepte op, die twintig el bedroeg; ook de breedte bedroeg twintig el. Het lag tegen het Heilige aan; en hij verklaarde mij: dit is het Allerheiligste.
4Poi misurò la lunghezza di questa parte interiore, ed era di venti cubiti; e la larghezza, ed era di venti cubiti, in faccia al Tempio. Poi egli disse: Questo è il Luogo santissimo.
5Toen nam hij de dikte op van de wand van de tempel: die bedroeg zes el. Aan drie kanten van de tempel was er een uitbouw van vier el breedte.
5Poi egli misurò il muro della casa, ed era di sei cubiti; e la larghezza di ciascuna pila, ed era di quattro cubiti, d'ogn'intorno della casa.
6Hier lagen de cellen in drie rijen van dertig cellen boven elkaar; voor de cellen waren aan alle kanten inkortingen gemaakt in de wand van de tempel, waarop de binten konden rusten; zo behoefde men voor de steunpunten geen gaten te breken in de wand van de tempel.
6E queste pile, accozzando una pila con l'altra, erano di trentatrè piedi; e vi erano delle ritratte nelle pareti di dentro delle pile d'ogn'intorno, per servir di sostegni alle travi , e acciocchè le travi non si attenessero al muro della casa.
7Naar gelang men een verdieping hoger steeg, werden de cellen breder en ruimer; want naar boven toe was de wand van de tempel aan alle zijden van de tempel geleidelijk ingekort; daarom werd de uitbouw naar boven toe breder. Van de begane grond af kon men langs de middelste verdieping de bovenverdieping bereiken.
7Or vi era in quelle pile uno spazio, per lo quale si saliva sopra al giro; perciocchè si saliva per una scala a lumaca nella casa d'ogn'intorno; e perciò vi era quello spazio nella casa fino in cima; e così dal solaio da basso si saliva al sommo, per quel di mezzo.
8Aan alle kanten van de tempel zag ik als fundament van de cellen een verhoging van een volle roede, dus zes el ongeveer.
8E riguardando l'altezza della casa d'ogn'intorno, io vidi che le fondamenta delle pile erano d'una canna intiera, cioè , di sei gran cubiti.
9De dikte van de buitenwand der cellen was vijf el. Er was een plein tussen de cellen van de tempel en het zalengebouw;
9La larghezza del muro, ch'era alle pile in fuori, era di cinque cubiti; come anche ciò ch'era stato lasciato di vuoto fra le pile della casa.
10het had een breedte van twintig el aan drie zijden van de tempel.
10Or fra le camere vi era uno spazio di venti cubiti di larghezza, d'ogn'intorno della casa.
11In de uitbouw was een deur naar het plein: één deur aan de noordkant en één deur aan de zuidkant. De verhoging, die op het plein uitkwam, was aan alle kanten vijf el breed.
11E vi era una porta in ciascuna pila, per entrare in quello spazio ch'era stato lasciato vuoto; una porta, dico, verso il Settentrione, ed un' altra porta verso il Mezzodì; e la larghezza dello spazio, lasciato vuoto era di cinque cubiti d'ogni intorno.
12Het bijgebouw, dat aan de overzijde van het plein aan de westkant lag, was zeventig el diep; de muur van het bijgebouw was aan alle kanten vijf el dik, de lengte bedroeg negentig el.
12E l'edificio, che era allato al corpo del Tempio dall'un lato, e dall'altro , traendo verso l'Occidente, avea settanta cubiti nella sua larghezza; e il muro dell'edificio avea cinque cubiti di larghezza d'ogn'intorno; e novanta cubiti di lunghezza.
13Hij mat de tempel op: de diepte bedroeg honderd el; ook de diepte van het plein met het bijgebouw en zijn muren bedroeg honderd el;
13Poi egli misurò la casa, ed era di lunghezza di cento cubiti; il corpo del Tempio, l'edificio, e i suoi muri, tutto insieme era di lunghezza di cento cubiti.
14de voorzijde van de tempel met het plein naar het oosten was honderd el breed.
14E la piazza davanti alla casa, ed al corpo del Tempio, dall'Oriente, era di cento cubiti.
15Ook mat hij de breedte op van het gebouw, dat achter de tempel, maar met zijn gevel aan het plein lag; met zijn muren aan weerszijden bedroeg de breedte honderd el. Het Heilige, het Inwendige en de voorhal, die op de binnen-voorhof uitkwam,
15Poi egli misurò la lunghezza dell'edificio ch'era dirimpetto al corpo del Tempio, nella parte di dietro di esso, co' suoi portici di qua, e di là; ed era di cento cubiti. Così egli misurò il Tempio di dentro, e le pilastrate del cortile;
16waren betimmerd, en schuin toelopende vensters lieten aan alle kanten licht toe in de drie ruimten. Aan alle kanten was er een houtbetimmering, van de grond tot de vensters. De vensters waren met tapijten bedekt; ook voor de toegang naar het Inwendige hing aan de buitenkant een tapijt.
16gli stipiti, e le finestre fatte a cancelli, e i portici d'intorno, da' lor tre lati , opposti a' palchi del Tempio, i quali erano coperti di legname d'ogn'intorno. Or il terrazzo arrivava fino alle finestre, e le finestre erano coperte,
17Op de gehele wand waren aan alle kanten, van binnen en van buiten,
17dal disopra della porta fino alla casa, di dentro e di fuori, e in somma per tutto il muro d'intorno, di dentro, e di fuori, a misure uguali .
18cherubs en palmen aangebracht: tussen twee cherubs één palm. De cherubs hadden twee gezichten:
18E vi era un lavoro di Cherubini, e di palme; ed una palme era fra un Cherubino e l'altro; e ciascun Cherubino avea due facce.
19een mensengezicht, gekeerd naar de palm aan de ene kant, en een leeuwenkop, gekeerd naar de palm aan de andere kant. Ze waren aangebracht rondom de gehele tempel.
19E la faccia dell'uomo era volta verso una palma, da un lato; e la faccia del leoncello era volta verso un' altra palma, dall'altro lato. Questo lavoro era per tutta la casa attorno attorno.
20Van de grond af tot op deurhoogte waren op de wand de cherubs en de palmen aangebracht.
20Da terra fin di sopra alla porta, vi erano de' Cherubini, e delle palme lavorate. E tali erano le pareti del Tempio.
21De deurposten van het heiligdom vormden een vierkant. Vóór het Heilige stond iets,
21Gli stipiti, e il limitar della porta del Tempio, erano quadri; e la faccia del santuario era del medesimo aspetto che quella del Tempio .
22dat op een houten altaar geleek. Het was drie el hoog en twee el lang; het had hoornen, en de voetstukken en wanden ervan waren van hout. Hij sprak tot mij: Dit is de tafel, die vóór Jahweh’s aangezicht staat.
22L'altare era di legno, di tre cubiti d'altezza, e di due cubiti di lunghezza; ed avea i suoi cantoni; e la sua tavola, e i suoi lati erano di legno. E quell'uomo mi disse: Quest'è la mensa, che è davanti al Signore.
23Het Heilige had twee deuren;
23Or il Tempio, e il santuario, aveano due reggi agli usci loro.
24elke deur had twee draaibare deurvleugels, twee aan de éne en twee aan de andere deur;
24E quelle due reggi erano di due pezzi, che si ripiegavano; e così ciascuna regge era di due pezzi.
25op de deuren van het Heilige waren cherubs en palmen aangebracht, juist zoals op de wanden.
25E sopra gli usci del Tempio vi era un lavoro di Cherubini, e di palme, simile al lavoro delle pareti; e vi era una travatura di legno nella facciata del portico di fuori.
26Voor de voorhal was aan de buitenzijde een houten luifel; en schuin toelopende vensters en palmen bevonden zich aan weerszijden van de deurposten van de voorhal. Ook de cellen van het tempelhuis hadden een luifel.
26Vi erano eziandio delle finestre fatte a cancelli, e delle palme di qua, e di là, alle spalle del portico, come alle pile della casa ed alle travature.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.