Exodus 26
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Diodati Bibbia 1885
1Daarna moet ge de tabernakel vervaardigen uit tien banen van getwijnd lijnwaad, van violet, purper en karmozijn, met cherubs versierd.
1FA' ancora il Padiglione, di dieci teli di fin lino ritorto, di violato, di porpora, e di scarlatto; e fa' que' teli lavorati a cherubini di lavoro di disegno.
2Iedere baan moet acht en twintig el lang zijn en vier el breed; alle banen moeten dezelfde afmetingen hebben.
2Sia la lunghezza d'un telo di ventotto cubiti, e la larghezza di quattro cubiti; sieno tutti que' teli di una stessa misura.
3Vijf aan vijf moeten de banen aan elkander worden gehecht.
3Sieno cinque teli accoppiati l'uno con l'altro, e cinque altri teli parimente accoppiati l'uno con l'altro.
4Dan moet ge violetkleurige lussen maken aan de zoom van de eerste baan van het ene stel en eveneens aan de zoom van de laatste baan van het andere stel.
4E fa' de' lacciuoli di violato all'orlo dell'uno de' teli, che sarà all'estremità dell'uno degli accoppiamenti; fa' il simigliante ancora nell'orlo del telo estremo nel secondo accoppiamento.
5Vijftig lussen moet ge maken aan de baan van het ene stel, en vijftig aan de zoom van de baan van het andere stel; zodat de lussen tegenover elkander komen te zitten.
5Fa' cinquanta lacciuoli nell'uno di que' teli, e parimente cinquanta lacciuoli all'estremità del telo che sarà al secondo accoppiamento; sieno i lacciuoli dirincontro l'uno all'altro.
6Dan moet ge vijftig gouden haken vervaardigen, waarmee ge de banen aan elkander moet verbinden, zodat de tabernakel een geheel wordt.
6Fa' ancora cinquanta graffi d'oro, e accoppia que' teli, l'uno con l'altro con que' graffi; e così sia il Padiglione giunto in uno.
7Daarna moet gij ook banen van geitenhaar vervaardigen voor een tent over de tabernakel. Elf van zulke banen moet ge maken.
7Fa', oltre a ciò, sopra il Padiglione una Tenda a teli di pel di capra; fai undici di que' teli.
8Elke baan moet dertig el lang en vier el breed zijn; alle elf dus van dezelfde afmetingen.
8Sia la lunghezza di un telo di trenta cubiti, e la larghezza di quattro cubiti; sieno gli undici teli di una stessa misura.
9Vijf van die banen moet ge afzonderlijk aan elkander hechten, en eveneens de zes andere afzonderlijk; de zesde baan moet ge aan de voorzijde van de tent omslaan.
9E accoppia cinque di que' teli da parte, e sei da parte; e raddoppia il sesto telo in su la parte anteriore del Tabernacolo.
10Dan moet ge vijftig lussen maken aan de zoom van de eerste baan van het ene stel, en vijftig lussen aan de zoom van de laatste baan van het andere stel.
10E fa' cinquanta lacciuoli all'orlo dell'un de' teli, che sarà l'estremo del primo accoppiamento; e parimente cinquanta lacciuoli all'orlo del telo estremo del secondo accoppiamento.
11Vervolgens moet ge vijftig bronzen haken maken, en daarmee de lussen vasthechten, om de tent zo samen te voegen, dat ze een geheel wordt.
11Fa' ancora cinquanta graffi di rame, e metti i graffi dentro i lacciuoli; e assembra insieme la Tenda, acciocchè sia giunta in uno.
12Het gedeelte van de tentbanen, dat in de breedte nog overschiet, moet ge voor de helft over de achterkant van de tabernakel laten afhangen;
12E quel soverchio che avanzerà ne' teli della Tenda, cioè: quel mezzo telo che sarà di soverchio, soprabbondi nella parte di dietro del Tabernacolo.
13terwijl de el, die aan weerszijden van de tentbanen in de lengte overblijft, aan beide kanten van de tabernakel moet afhangen, om die te bedekken.
13E il cubito di qua, e il cubito di là, che sarà di soverchio nella lunghezza de' teli della Tenda, soprabbondi ne' lati del Tabernacolo, di qua e di là, per coprirlo.
14Over deze tent moet ge weer een dek maken van roodgeverfde ramsvellen, en daar overheen nog een dekkleed van gelooide huiden.
14Fa' ancora alla Tenda una coverta di pelli di montone, tinte in rosso; e un' altra coverta di pelli di tasso, disopra.
15Vervolgens moet ge voor de tabernakel rechtopstaande schotten maken van acaciahout.
15Fa', oltre a ciò, delle assi per lo Tabernacolo; falle di legno di Sittim, per metterle ritte.
16Ieder schot moet tien el hoog en anderhalve el breed zijn.
16Sia la lunghezza di ciascuna asse di dieci cubiti, e la larghezza di un cubito e mezzo.
17Onder ieder schot moeten twee pennen recht naast elkander worden aangebracht; zo moet ge met alle schotten van de tabernakel doen.
17Abbia ciascuna asse due cardini da incastrare un pezzo nell'altro; fa' così a tutte le assi del Tabernacolo.
18Voor de zuidkant van de tabernakel moet ge twintig schotten maken,
18Fa' adunque le assi per lo Tabernacolo; venti assi dal lato Australe, verso il Mezzodì.
19en onder die twintig schotten veertig zilveren voetstukken; zodat er zich telkens twee onder ieder schot bevinden voor de beide pennen.
19E fa' quaranta piedistalli di argento per metter sotto quelle venti assi; due piedistalli sotto ciascuna asse, per li suoi due cardini.
20Voor de andere wand van de tabernakel, dus aan de noordkant, eveneens twintig schotten
20E venti assi per l'altro lato del Tabernacolo, verso Aquilone;
21met hun veertig zilveren voetstukken, telkens twee onder ieder schot.
21co' lor quaranta piedistalli di argento, due piedistalli sotto ciascuna asse.
22Voor de achterkant van de tabernakel, dus in het westen, moet ge zes schotten maken.
22E per lo fondo del Tabernacolo, verso Occidente, fa' sei assi.
23Daarenboven moet ge voor de beide hoeken van de achterwand van de tabernakel twee schotten vervaardigen,
23Fa' ancora due assi per li cantoni del Tabernacolo, nel fondo.
24die van onderen in elkaar grijpen, en evenzo van boven bij de eerste kram; ze moeten zó zijn, omdat zij beiden de hoekstukken vormen.
24E sieno quelle a due facce fin da basso; e tutte sieno ben commesse insieme al capo di queste assi con un anello; sieno quelle due assi, che saranno per li due cantoni, fatte di una medesima maniera.
25Er moeten dus acht schotten zijn met hun zestien zilveren voetstukken, telkens twee voetstukken onder ieder schot.
25Sienvi adunque otto assi, co' lor piedistalli di argento, in numero di sedici piedistalli; due piedistalli sotto ciascuna asse.
26Ge moet ook bindlatten maken van acaciahout, vijf voor de schotten van de ene zijwand van de tabernakel,
26Fai ancora cinque sbarre di legno di Sittim, per le assi dell'uno de' lati del Tabernacolo.
27vijf voor de schotten van de andere zijwand van de tabernakel, en ook vijf voor de schotten aan de achterwand van de tabernakel in het westen.
27Parimente cinque sbarre per le assi dell'altro lato del Tabernacolo; e cinque sbarre per le assi del lato del fondo del Tabernacolo, verso Occidente.
28De middelste bindlat moet midden over de schotten lopen van het ene einde tot het andere.
28E la sbarra di mezzo sia nel mezzo delle assi, e traversi da un capo all'altro.
29De schotten moet ge met goud bekleden; de krammen, waarin de bindlatten rusten van goud vervaardigen; de bindlatten zelf weer met goud overtrekken.
29E copri d'oro le assi, e fa' d'oro i loro anelli, da mettervi dentro le sbarre; copri ancora d'oro le sbarre.
30Zo zult ge de tabernakel oprichten naar het model, dat u op de berg is getoond.
30Poi rizza il Tabernacolo secondo il modello di esso, che ti è stato mostrato nel monte.
31Ge moet ook een voorhangsel maken van violet, purper, karmozijn en getwijnd lijnwaad met cherubs versierd.
31Fa' ancora una Cortina di violato, e di porpora, e di scarlatto, e di fin lino ritorto; facciasi di lavoro di disegno a Cherubini.
32Hang dat met gouden ringen aan vier met goud beslagen palen van acaciahout, die op vier zilveren voetstukken staan.
32E appendila a quattro colonne di legno di Sittim, coperte d'oro, co' lor capitelli d'oro; e quelle sieno poste sopra quattro piedistalli di argento.
33Het voorhangsel moet ge aan de haken der palen ophangen. Breng dan de ark des Verbonds binnen het voorhangsel, zodat het voorhangsel een scheiding vormt tussen het heilige en het heilige der heiligen,
33E metti la Cortina sotto i graffi; e porta là, dentro della Cortina, l'Arca della Testimonianza; e facciavi quella Cortina separazione fra il luogo Santo e il Santissimo.
34en leg het verzoendeksel op de ark des Verbonds in het heilige der heiligen.
34E metti il Coperchio sopra l'Arca della Testimonianza, nel luogo Santissimo.
35Maar de tafel moet ge aan de buitenkant van het voorhangsel plaatsen; de kandelaar tegenover de tafel aan de rechterzijde van de tabernakel en de tafel aan de linkerzijde.
35E metti la Tavola di fuori della Cortina, dal lato Settentrionale; e il Candelliere, dirimpetto alla Tavola, dal lato Australe del Tabernacolo.
36Maak ten slotte voor de ingang van de Tent een tapijt van violet, purper, karmozijn en getwijnd lijnwaad met fijn borduurwerk versierd.
36Fa' eziandio, per l'entrata del Tabernacolo, un tappeto di violato, e di porpora, e di scarlatto, e di fin lino ritorto, di lavoro di ricamatore.
37Voor dat tapijt moet ge vijf palen maken van acaciahout met goud beslagen; ook de ringen moeten van goud zijn. Ge moet er vijf bronzen voetstukken voor gieten.
37E fai cinque colonne di legno di Sittim, per appendervi quel tappeto, e copri le colonne d'oro, e sieno i lor capitelli d'oro; e fondi loro cinque piedistalli di rame.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.