Deuteronomium 12
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Simplified)
1Dit zijn de bepalingen en voorschriften, die gij, zolang gij op aarde leeft, nauwgezet moet volbrengen in het land, dat Jahweh, de God uwer vaderen, u in bezit zal geven.
1「你们存活于世的日子,在耶和华—你们列祖的 神所赐你们为业的地上,要谨守遵行的律例典章乃是这些:
2Gij moet alle plaatsen vernielen, waar de volken, die gij zult verdrijven, hun goden vereren: op de hoge bergen, de heuvels en onder iedere lommerrijke boom.
2你们要将所赶出的国民事奉神的各地方,无论是在高山,在小山,在各青翠树下,都毁坏了;
3Hun altaren moet gij verwoesten, hun wijstenen verbrijzelen, hun heilige bomen in het vuur verbranden, de beelden van hun goden stuk slaan en hun naam van die plaats doen verdwijnen.
3也要拆毁他们的祭坛,打碎他们的柱像,用火焚烧他们的木偶,砍下他们雕刻的神像,并将其名从那地方除灭。
4Zó moogt ge Jahweh, uw God, niet vereren,
4你们不可照他们那样事奉耶和华—你们的 神。
5maar gij moet de plaats bezoeken, die Jahweh, uw God, uit al uw stammen zal uitverkiezen, om zijn Naam daar te vestigen en daar te wonen. Daar zult gij heen gaan,
5但耶和华—你们的 神从你们各支派中选择何处为立他名的居所,你们就当往那里去求问,
6en uw brand- en uw slachtoffers brengen, uw tienden en cijnzen, uw gelofte-offers en vrijwillige gaven, en de eerstelingen van uw runderen en schapen.
6将你们的燔祭、 平安 祭、十分取一之物,和手中的举祭,并还愿祭、甘心祭,以及牛群羊群中头生的,都奉到那里。
7Daar zult gij met uw huisgezin voor het aanschijn van Jahweh, uw God, maaltijd houden en vrolijk zijn over het werk uwer handen, omdat Jahweh, uw God, u heeft gezegend.
7在那里,耶和华—你们 神的面前,你们和你们的家属都可以吃,并且因你手所办的一切事蒙耶和华—你的 神赐福,就都欢乐。
8Gij moogt dus niet langer meer offeren, zoals ieder van ons hier heden naar eigen goeddunken doet.
8我们今日在这里所行的是各人行自己眼中看为正的事,你们将来不可这样行;
9Want tot nu toe hebt ge het rustoord en het erfdeel niet bereikt, dat Jahweh, uw God, u zal geven.
9因为你们还没有到耶和华—你 神所赐你的安息 地 ,所给你的产业。
10Maar wanneer gij over de Jordaan zijt getrokken, en u in het land hebt gevestigd, dat Jahweh u tot erfdeel zal schenken, wanneer Hij u rust heeft verschaft van al uw vijanden in het rond, zodat gij in veiligheid woont,
10但你们过了 约旦河 ,得以住在耶和华—你们 神使你们承受为业之地,又使你们太平,不被四围的一切仇敌扰乱,安然居住。
11dan zult ge naar de plaats, die Jahweh, uw God, zal uitverkiezen, om daar zijn Naam te vestigen, alles brengen, wat ik u heb bevolen: uw brand- en slachtoffers, uw tienden en cijnzen, en al het puik van uw gelofte-offers, die gij aan Jahweh beloofd hebt.
11那时要将我所吩咐你们的燔祭、 平安 祭、十分取一之物,和手中的举祭,并向耶和华许愿献的一切美祭,都奉到耶和华—你们 神所选择要立为他名的居所。
12Dan zult ge vrolijk zijn voor het aanschijn van Jahweh, uw God, gij met uw zonen en dochters, uw knechten en dienstmaagden, en met den leviet, die binnen uw poorten woont, omdat hij geen deel en geen erfbezit onder u heeft.
12你们和儿女、仆婢,并住在你们城里无分无业的 利未 人,都要在耶和华—你们的 神面前欢乐。
13Zorg er dus voor, dat gij uw brandoffers niet opdraagt op iedere willekeurige plaats;
13你要谨慎,不可在你所看中的各处献燔祭。
14maar alleen op de plaats, die Jahweh in een uwer stammen zal uitverkiezen, moogt gij uw brandoffers opdragen, en daar alles doen wat ik u heb bevolen.
14惟独耶和华从你那一支派中所选择的地方,你就要在那里献燔祭,行我一切所吩咐你的。
15Overigens moogt ge slachten en vlees eten, zoveel ge wilt, en van de zegening genieten, die Jahweh, uw God, u binnen al uw poorten zal geven. De onreine zowel als de reine mag daarvan eten, zoals van gazel en van hert.
15「然而,在你各城里都可以照耶和华—你 神所赐你的福分,随心所欲宰牲吃肉;无论洁净人不洁净人都可以吃,就如吃羚羊与鹿一般。
16Het bloed echter moogt ge niet nuttigen, maar gij moet het als water op de aarde uitstorten.
16只是不可吃血,要倒在地上,如同倒水一样。
17Het is niet geoorloofd, binnen uw poorten de tienden van uw koren, van uw most en uw olie te nuttigen, of de eerstelingen van uw runderen en kudde, of iets van uw gelofteoffers, die gij beloofd hebt, of van uw vrijwillige gaven en cijnzen.
17你的五谷、新酒,和油的十分之一,或是牛群羊群中头生的,或是你许愿献的,甘心献的,或是手中的举祭,都不可在你城里吃。
18Maar deze moet gij eten voor het aanschijn van Jahweh, uw God, op de plaats, die Jahweh, uw God, zal uitverkiezen: gij met uw zoon en uw dochter, uw knecht en uw dienstmaagd, en met den leviet, die zich binnen uw poorten bevindt; daar moet gij vrolijk zijn voor het aanschijn van Jahweh, uw God, om al het werk uwer handen.
18但要在耶和华—你的 神面前吃,在耶和华—你 神所要选择的地方,你和儿女、仆婢,并住在你城里的 利未 人,都可以吃;也要因你手所办的,在耶和华—你 神面前欢乐。
19Zorg er dan voor den leviet niet te vergeten, zolang gij leeft in uw land.
19你要谨慎,在你所住的地方永不可丢弃 利未 人。
20Wanneer dus Jahweh, uw God, uw gebied heeft uitgebreid, zoals Hij u heeft beloofd, en gij zegt: “Ik wil vlees eten”, omdat ge er zin in hebt, dan moogt ge vlees eten zoveel ge wilt.
20「耶和华—你的 神照他所应许扩张你境界的时候,你心里想要吃肉,说:『我要吃肉』,就可以随心所欲地吃肉。
21En zo de plaats, die Jahweh, uw God, zal uitverkiezen, om er zijn Naam te vestigen, te ver van u is verwijderd, dan moogt gij van uw runderen en uw kudde, die Jahweh u heeft gegeven, slachten zoals ik u heb toegestaan, en er binnen uw poorten van eten zoveel ge wilt.
21耶和华—你 神所选择要立他名的地方若离你太远,就可以照我所吩咐的,将耶和华赐给你的牛羊取些宰了,可以随心所欲在你城里吃。
22Ge moogt er van eten, zoals men eet van gazel en van hert; de onreine zowel als de reine mag ervan eten.
22你吃那肉,要像吃羚羊与鹿一般;无论洁净人不洁净人都可以吃。
23Doch zorg er voor, geen bloed te nuttigen; want het bloed is het leven, en het leven moogt ge niet met het vlees eten.
23只是你要心意坚定,不可吃血,因为血是生命;不可将血与肉同吃。
24Ge moogt het niet nuttigen, maar ge moet het als water op de aarde uitstorten;
24不可吃血,要倒在地上,如同倒水一样。
25ge moogt het niet nuttigen, opdat het u en uw kinderen na u goed moge gaan, daar gij doet wat recht is in de ogen van Jahweh.
25不可吃血。这样,你行耶和华眼中看为正的事,你和你的子孙就可以得福。
26Maar de heilige gaven, die uw eigendom zijn, en uw gelofte-offers moet ge naar de plaats brengen, die Jahweh zal uitverkiezen.
26只是你分别为圣的物和你的还愿祭要奉到耶和华所选择的地方去。
27Bij uw brandoffers moet gij het vlees en het bloed ten offer brengen op het altaar van Jahweh, uw God; maar bij uw slachtoffers moet het bloed op het altaar van Jahweh, uw God, worden uitgegoten, en het vlees door u worden gegeten.
27你的燔祭,连肉带血,都要献在耶和华—你 神的坛上。 平安 祭的血要倒在耶和华—你 神的坛上; 平安 祭的肉,你自己可以吃。
28Onderhoud gehoorzaam al wat ik u heb geboden, opdat het u en uw zonen na u voor altijd goed moge gaan, daar gij doet wat goed en recht is in de ogen van Jahweh, uw God.
28你要谨守听从我所吩咐的一切话,行耶和华—你 神眼中看为善,看为正的事。这样,你和你的子孙就可以永远享福。」
29En wanneer Jahweh, uw God, de volken, die ge gaat verdrijven, voor u zal hebben uitgeroeid, en gij die volken zult hebben verjaagd en u in hun land hebt gevestigd,
29「耶和华—你 神将你要去赶出的国民从你面前剪除,你得了他们的地居住,
30zorg er dan voor, dat gij u, nadat ze voor uw ogen verdelgd zijn, niet door hun voorbeeld laat verleiden en gij u niet tot hun goden wendt, en zegt: Hoe hebben deze volken hun goden gediend? Zo doe ik het ook!
30那时就要谨慎,不可在他们除灭之后随从他们 的恶 俗,陷入网罗,也不可访问他们的神说:『这些国民怎样事奉他们的神,我也要照样行。』
31Neen, zo moogt ge Jahweh, uw God, niet vereren. Want al wat Jahweh verafschuwt en haat, hebben zij voor hun goden bedreven; zelfs hun zonen en dochters hebben zij voor hun goden in het vuur verbrand.
31你不可向耶和华—你的 神这样行,因为他们向他们的神行了耶和华所憎嫌所恨恶的一切事,甚至将自己的儿女用火焚烧,献与他们的神。
32Gij echter moet nauwgezet onderhouden al wat ik u geboden heb, zonder er iets aan toe te voegen of af te nemen.
32凡我所吩咐的,你们都要谨守遵行,不可加添,也不可删减。
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.