2 Kronieken
Chapter 32
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Louis Segond 1910
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Louis Segond 1910
1Na deze blijken van trouw rukte Sinacherib, de koning van Assjoer op, en drong in Juda binnen; hij sloeg het beleg om de vestingen, en eiste dat ze zich zouden overgeven.
1Après ces choses et ces actes de fidélité, parut Sanchérib, roi d’Assyrie, qui pénétra en Juda, et assiégea les villes fortes, dans l’intention de s’en emparer.
2Toen Ezekias bemerkte, dat Sinacherib aanstalten maakte, om Jerusalem aan te vallen,
2Ézéchias, voyant que Sanchérib était venu et qu’il se proposait d’attaquer Jérusalem,
3besloot hij in overleg met zijn voormannen en legeroversten, het water af te sluiten van de bronnen buiten de stad. Toen ze hem hun medewerking hadden toegezegd,
3tint conseil avec ses chefs et ses hommes vaillants, afin de boucher les sources d’eau qui étaient hors de la ville; et ils furent de son avis.
4kwam een talrijke menigte bijeen, en verstopte alle bronnen met de beek, die midden door het land stroomt. Want men zeide: Als de koning van Assjoer hierheen komt, behoeft hij toch geen overvloed van water te vinden?
4Une foule de gens se rassemblèrent, et ils bouchèrent toutes les sources et le ruisseau qui coule au milieu de la contrée. Pourquoi, disaient-ils, les rois d’Assyrie trouveraient-ils à leur arrivée des eaux en abondance?
5Zelf ging hij vastberaden aan het werk; hij herstelde de muur overal waar hij scheuren vertoonde, bouwde er torens op, legde buiten de muur nog een andere aan, versterkte het Millo van de Davidsstad, en liet een grote voorraad werpspiesen en schilden vervaardigen.
5Ézéchias prit courage; il reconstruisit la muraille qui était en ruine et l’éleva jusqu’aux tours, bâtit un autre mur en dehors, fortifia Millo dans la cité de David, et prépara une quantité d’armes et de boucliers.
6Daarna stelde hij krijgsoversten aan over het volk, liet het bij zich komen op het plein van de stadspoort en hield op vriendelijke toon de volgende toespraak:
6Il donna des chefs militaires au peuple, et les réunit auprès de lui sur la place de la porte de la ville. S’adressant à leur cœur, il dit:
7Weest moedig en dapper; weest niet bang en laat u niet afschrikken door den koning van Assjoer en heel het leger, dat met hem optrekt. Want wij hebben een Sterker Hulp dan hij!
7Fortifiez-vous et ayez du courage! Ne craignez point et ne soyez point effrayés devant le roi d’Assyrie et devant toute la multitude qui est avec lui; car avec nous il y a plus qu’avec lui.
8Met hem is enkel een arm van vlees; maar met ons is Jahweh, onze God, die ons helpt en onze oorlogen voert. En de moed van het volk leefde op door de woorden van Ezekias, den koning van Juda.
8Avec lui est un bras de chair, et avec nous l’Éternel, notre Dieu, qui nous aidera et qui combattra pour nous. Le peuple eut confiance dans les paroles d’Ézéchias, roi de Juda.
9Hierop zond koning Sinacherib van Assjoer, die zelf met zijn gehele krijgsmacht voor Lakisj stond, enige gezanten naar Jerusalem tot koning Ezekias van Juda en tot alle Judeërs in Jerusalem, en liet hun zeggen:
9Après cela, Sanchérib, roi d’Assyrie, envoya ses serviteurs à Jérusalem, pendant qu’il était devant Lakis avec toutes ses forces; il les envoya vers Ézéchias, roi de Juda, et vers tous ceux de Juda qui étaient à Jérusalem, pour leur dire:
10Zo spreekt Sinacherib, de koning van Assjoer! Waar vertrouwt ge eigenlijk op, dat ge belegerd in Jerusalem blijft zitten?
10Ainsi parle Sanchérib, roi d’Assyrie: Sur quoi repose votre confiance, pour que vous restiez à Jérusalem dans la détresse?
11Ezekias is een bedrieger; hij zal u nog dood laten hongeren en dorsten met zijn praatjes van: “Jahweh onze God zal ons verlossen uit de macht van den koning van Assjoer.”
11Ézéchias ne vous abuse-t-il pas pour vous livrer à la mort par la famine et par la soif, quand il dit: L’Éternel, notre Dieu, nous sauvera de la main du roi d’Assyrie?
12Heeft die Ezekias soms niet zijn offerhoogten en altaren laten verwijderen, en niet tot Juda en Jerusalem gezegd: “Voor één altaar moet gij u neerbuigen en daarop offeren?”
12N’est-ce pas lui, Ézéchias, qui a fait disparaître les hauts lieux et les autels de l’Éternel, et qui a donné cet ordre à Juda et à Jérusalem: Vous vous prosternerez devant un seul autel, et vous y offrirez les parfums?
13Weet gij dan niet, wat ik en mijn vaderen gedaan hebben met alle andere volken der aarde? Hebben soms de goden van de andere volken der aarde hun land uit mijn macht kunnen redden?
13Ne savez-vous pas ce que nous avons fait, moi et mes pères, à tous les peuples des autres pays? Les dieux des nations de ces pays ont-ils pu délivrer leurs pays de ma main?
14Wie van de goden dezer volken, die door mijn vaderen werden geteisterd, heeft zijn volk uit mijn macht kunnen redden? Zou dan uw God u uit mijn macht kunnen redden?
14Parmi tous les dieux de ces nations que mes pères ont exterminées, quel est celui qui a pu délivrer son peuple de ma main, pour que votre Dieu puisse vous délivrer de ma main?
15Neen, laat Ezekias u niet bedriegen en u niet op een dwaalspoor brengen. Gelooft hem niet! Want als geen enkele andere god van geen enkel volk of koninkrijk zijn volk uit mijn macht of uit de macht mijner vaderen heeft kunnen redden, dan zal zeker úw God u niet uit mijn macht kunnen redden!
15Qu’Ézéchias ne vous séduise donc point et qu’il ne vous abuse point ainsi; ne vous fiez pas à lui! Car aucun dieu d’aucune nation ni d’aucun royaume n’a pu délivrer son peuple de ma main et de la main de mes pères: combien moins votre Dieu vous délivrera-t-il de ma main?
16Zo bleven zijn gezanten tegen Jahweh, den Heer, en zijn dienaar Ezekias schimpen.
16Les serviteurs de Sanchérib parlèrent encore contre l’Éternel Dieu, et contre Ézéchias, son serviteur.
17Ook schreef hij een brief, waarin hij Jahweh hoonde, Israëls God, en waarin hij schimpte: Evenmin als de goden van de andere volken der aarde hun volk hebben kunnen redden uit mijn macht, evenmin zal de God van Ezekias zijn volk uit mijn macht kunnen redden.
17Et il envoya une lettre insultante pour l’Éternel, le Dieu d’Israël, en s’exprimant ainsi contre lui: De même que les dieux des nations des autres pays n’ont pu délivrer leur peuple de ma main, de même le Dieu d’Ézéchias ne délivrera pas son peuple de ma main.
18En hardop riepen zij het ook in het joods tot het volk van Jerusalem op de muur, om het schrik aan te jagen en wankelmoedig te maken, en zo de stad te veroveren.
18Les serviteurs de Sanchérib crièrent à haute voix en langue judaïque, afin de jeter l’effroi et l’épouvante parmi le peuple de Jérusalem qui était sur la muraille, et de pouvoir ainsi s’emparer de la ville.
19Zij beschimpten den God van Jerusalem op dezelfde wijze als de goden van de andere volkeren der aarde, die het maaksel zijn van mensenhanden.
19Ils parlèrent du Dieu de Jérusalem comme des dieux des peuples de la terre, ouvrages de mains d’homme.
20Maar toen koning Ezekias en de profeet Isaias, de zoon van Amos, deswege begonnen te bidden en tot de hemel te schreien,
20Le roi Ézéchias et le prophète Ésaïe, fils d’Amots, se mirent à prier à ce sujet, et ils crièrent au ciel.
21zond Jahweh een engel, die alle strijders, bevelhebbers en voormannen in het kamp van den koning van Assjoer verdelgde, zodat hij met beschaamde kaken naar zijn land moest terugkeren, en daar door zijn eigen kinderen met het zwaard werd doodgestoken, terwijl hij de tempel van zijn god binnentrad.
21Alors l’Éternel envoya un ange, qui extermina dans le camp du roi d’Assyrie tous les vaillants hommes, les princes et les chefs. Et le roi confus retourna dans son pays. Il entra dans la maison de son dieu, et là ceux qui étaient sortis de ses entrailles le firent tomber par l’épée.
22Zo verloste Jahweh Ezekias en de bewoners van Jerusalem uit de macht van Sinacherib, den koning van Assjoer, en uit de macht van alle anderen, en schonk Hij hun rust naar alle kanten.
22Ainsi l’Éternel sauva Ézéchias et les habitants de Jérusalem de la main de Sanchérib, roi d’Assyrie, et de la main de tous, et il les protégea contre ceux qui les entouraient.
23En velen brachten geschenken aan Jahweh in Jerusalem en kostbaarheden aan koning Ezekias van Juda, die voortaan bij alle volken in hoog aanzien stond.
23Beaucoup de gens apportèrent dans Jérusalem des offrandes à l’Éternel, et de riches présents à Ézéchias, roi de Juda, qui depuis lors fut élevé aux yeux de toutes les nations.
24In die dagen werd Ezekias dodelijk ziek. Hij bad tot Jahweh, en Hij verhoorde hem, en gaf hem een wonderteken.
24En ce temps-là, Ézéchias fut malade à la mort. Il fit une prière à l’Éternel; et l’Éternel lui adressa la parole, et lui accorda un prodige.
25Ezekias toonde zich echter niet dankbaar voor de bewezen weldaad; integendeel, hij werd hoogmoedig. Daarom zou er een strafgericht over hem, over geheel Juda en Jerusalem zijn gekomen.
25Mais Ézéchias ne répondit point au bienfait qu’il avait reçu, car son cœur s’éleva; et la colère de l’Éternel fut sur lui, sur Juda et sur Jérusalem.
26Maar Ezekias verootmoedigde zich na zijn overmoed, en de bewoners van Jerusalem met hem. Daarom werd het strafgericht van Jahweh niet reeds tijdens het leven van Ezekias aan hen voltrokken.
26Alors Ézéchias, du sein de son orgueil, s’humilia avec les habitants de Jérusalem, et la colère de l’Éternel ne vint pas sur eux pendant la vie d’Ézéchias.
27Daar Ezekias grote rijkdom en luister bezat, richtte hij schatkamers in voor het zilver en goud, de edelstenen en reukwerken, de schilden en allerlei andere kostbare voorwerpen;
27Ézéchias eut beaucoup de richesses et de gloire. Il se fit des trésors d’argent, d’or, de pierres précieuses, d’aromates, de boucliers et de tous les objets qu’on peut désirer;
28opslagplaatsen voor de opbrengst van het koren, de most en de olie; stallen voor allerlei soorten vee, en kooien voor de schapen.
28des magasins pour les produits en blé, en moût et en huile, des crèches pour toute espèce de bétail, et des étables pour les troupeaux.
29Hij vormde grote kudden schapen en runderen; want God had hem zeer veel bezittingen geschonken.
29Il se bâtit des villes, et il eut en abondance des troupeaux de menu et de gros bétail; car Dieu lui avait donné des biens considérables.
30Deze Ezekias heeft ook de bovengrondse uitmonding van het Gichon-water afgesloten, en het water onder de grond door westwaarts naar de Davidstad geleid. Hij was voorspoedig in alles wat hij ondernam.
30Ce fut aussi lui, Ézéchias, qui boucha l’issue supérieure des eaux de Guihon, et les conduisit en bas vers l’occident de la cité de David. Ézéchias réussit dans toutes ses entreprises.
31Zelfs in het geval van de tolken van Babels vorsten, die tot hem gezonden waren, om inlichtingen in te winnen omtrent het wonderteken, dat in zijn land was gebeurd, heeft God hem enkel verlaten, om hem te beproeven en zijn hart te doorgronden.
31Cependant, lorsque les chefs de Babylone envoyèrent des messagers auprès de lui pour s’informer du prodige qui avait eu lieu dans le pays, Dieu l’abandonna pour l’éprouver, afin de connaître tout ce qui était dans son cœur.
32De verdere geschiedenis van Ezekias en zijn vroom bestuur staan beschreven in het visioen van den profeet Isaias, den zoon van Amos, en in het boek van de koningen van Juda en Israël.
32Le reste des actions d’Ézéchias, et ses œuvres de piété, cela est écrit dans la vision du prophète Ésaïe, fils d’Amots, dans le livre des rois de Juda et d’Israël.
33Ezekias ging bij zijn vaderen te ruste; men begroef hem op de helling naar de graven van de zonen van David, en heel Juda en alle bewoners van Jerusalem bewezen hem bij zijn dood de laatste eer. Zijn zoon Manasses volgde hem op.
33Ézéchias se coucha avec ses pères, et on l’enterra dans le lieu le plus élevé des sépulcres des fils de David; tout Juda et les habitants de Jérusalem lui rendirent honneur à sa mort. Et Manassé, son fils, régna à sa place.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.