1 Koningen
Chapter 6
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Diodati Bibbia 1885
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Diodati Bibbia 1885
1In het jaar vierhonderd tachtig na de uittocht van de Israëlieten uit Egypte, in het vierde jaar van Salomons regering over Israël, in de maand Ziw, dat is de tweede maand, begon hij de tempel van Jahweh te bouwen.
1ORA, quattrocentottant'anni da che i figliuoli d'Israele furono usciti del paese di Egitto, l'anno quarto del regno di Salomone sopra Israele, nel mese di Ziv, che è il secondo mese, egli cominciò ad edificar la Casa al Signore.
2De tempel, die koning Salomon voor Jahweh bouwde, was zestig el lang, twintig el breed en dertig el hoog.
2E la Casa che il re Salomone edificò al Signore, avea sessanta cubiti di lunghezza, e venti di larghezza, e trenta di altezza.
3De voorhal voor het Heilige van de tempel was twintig el lang, dus even lang als de tempel breed was, en tien el diep in de richting van de lengte van de tempel.
3E vi era un portico davanti alla parte della Casa, che si chiamava il Tempio, il quale avea venti cubiti di lunghezza, al pari della larghezza della Casa; e dieci cubiti di larghezza in fronte della Casa.
4Verder maakte hij in de tempel vensters met tralieramen.
4Fece eziandio alla Casa delle finestre reticolate.
5Rondom het Heilige en het Allerheiligste, tegen de tempelmuur aan, plaatste hij een uitbouw, en maakte daarin cellen in het rond.
5Edificò ancora de' palchi di camere, attenenti al muro della Casa d'ogn'intorno; d'intorno alle mura della Casa, così del luogo detto il Tempio, come del l'altro detto l'Oracolo; avendovi fatto d'ogn'intorno de' contrafforti.
6De onderste verdieping van de uitbouw was vijf el breed, de middelste zes el, en de derde zeven; want men had de muren van de tempel aan de buitenkant langs alle zijden iets laten inspringen, om geen gaten in de tempelmuren te moeten breken.
6La larghezza del palco da basso era di cinque cubiti, e la larghezza di quel di mezzo di sei, e la larghezza del terzo di sette; perciocchè egli fece delle ritratte alla Casa, di fuori; acciocchè que' palchi non entrassero dentro alle mura della Casa.
7Bij het opbouwen van de tempel gebruikte men stenen, die klaar van de groeve kwamen; geen hamer, geen houweel of een ander ijzeren werktuig werd er bij het bouwen in de tempel gehoord.
7Ora, quando la Casa fu edificata, ella fu fabbricata di pietre ch'erano state condotte acconce in perfezione come aveano da essere; talchè nè martello, nè scure, nè alcun altro strumento di ferro, non fu sentito nella Casa, mentre si edificava.
8De ingang van de onderste verdieping van de uitbouw was rechts van de tempel; met een wenteltrap klom men naar de tussenverdieping, en vandaar naar de derde.
8La porta de' contrafforti, ch'erano in mezzo fra que' palchi, era al lato destro della Casa; e per iscale a lumaca si saliva al palco di mezzo, e di quello al terzo.
9Toen de tempel was afgebouwd, bedekte hij hem met ribben en een plafond van cederhout;
9Egli adunque edificò la Casa, e la compiè; e la coperse di soffitti, e di riquadrature di cedro.
10de vijftien el hoge uitbouw, die hij in het rond tegen de tempel had aangebouwd, greep zich eveneens met cederbalken in de tempel vast.
10E fabbricò quei palchi di camere d'intorno a tutta la Casa, dell'altezza di cinque cubiti ciascuno; intavolò eziandio la Casa di legno di cedro.
11Toen sprak Jahweh tot Salomon:
11E la parola del Signore fu indirizzata a Salomone, dicendo:
12Wanneer gij volgens mijn wetten handelt, mijn voorschriften en geboden onderhoudt en uw leven daarnaar inricht, dan zal Ik jegens u het woord gestand doen, dat Ik tot uw vader David gesproken heb over de tempel, die gij hebt gebouwd:
12Quant'è a questa Casa che tu edifichi, se tu cammini ne' miei statuti, e metti in opera le mie leggi, ed osservi tutti i miei comandamenti, per camminare in essi; io atterrò fermamente inverso te la mia parola, che io ho detta a Davide, tuo padre;
13Te midden van Israëls kinderen zal Ik wonen, en Israël, mijn volk, niet verlaten!
13ed abiterò in mezzo de' figliuoli d'Israele, e non abbandonerò il mio popolo Israele.
14Toen Salomon de bouw van de tempel voltooid had,
14Salomone adunque edificò la Casa, e la compiè.
15bekleedde hij de binnenwanden, van de grond tot de balken van het plafond, met een betimmering van cederhout; de vloer van de tempel bedekte hij met cypressenhout.
15Or egli intavolò le mura della Casa di dentro d'assi di cedro; egli coperse il di dentro di legno, dal suolo della Casa fino al sommo delle pareti, e al coperto; e coperse il suolo della Casa d'assi di abete.
16Het achterste gedeelte van de tempel, ter grootte van twintig el, schoot hij af met een wand van cederhout, van de vloer tot de balken van het plafond. Dit werd het Allerheiligste.
16Egli intavolò eziandio d'assi di cedro venti cubiti verso il fondo della Casa, dal suolo fino al sommo delle pareti; e fabbricò quello spazio indentro per l'Oracolo, pel Luogo santissimo.
17Zo bleef er nog veertig el van de tempel over; dit was het Heilige, dat zich voor het Allerheiligste bevond.
17E la Casa, cioè il Tempio anteriore, era di quaranta cubiti.
18Het cederhout binnen in de tempel was versierd met snijwerk van kolokwinten en bloemslingers. Alles wat men er zag was cederhout; nergens was er een steen te zien.
18E il legno di cedro, ch'era dentro la Casa, era intagliato di coloquintide, e di fiori aperti; ogni cosa era di cedro, non si vedeva alcuna pietra.
19Het Allerheiligste achter in de tempel richtte hij in, om er de verbondsark van Jahweh te plaatsen;
19Dispose eziandio l'Oracolo, dentro della Casa, del fondo, per mettervi l'Arca del Patto del Sigore.
20het was twintig el lang, twintig el breed en twintig el hoog, en met zuiver goud bekleed. Voor het Allerheiligste plaatste hij een altaar van cederhout; dit werd eveneens met goud bekleed.
20E le facciate dell'Oracolo erano di venti cubiti di lunghezza, e di venti di larghezza, e di venti di altezza, ed egli lo coperse d'oro finissimo; e coperse di cedro l'Altare.
21Ook de binnenkant van het Heilige bekleedde hij met zuiver goud, en behing het met gouden bloemslingers.
21E Salomone coperse la casa di dentro, d'oro finissimo, e fece davanti all'Oracolo delle serrature d'oro; e coperse quello d'oro.
22Zo bekleedde hij heel de tempel tot zelfs het kleinste onderdeel met goud; ook het altaar bij het Allerheiligste.
22Così coperse d'oro interamente tutta la Casa. Coperse eziandio d'oro tutto l'Altare ch' era presso all'Oracolo.
23Verder maakte hij in het Allerheiligste twee cherubs van olijfhout.
23E fece due Cherubini di legno di ulivo, dentro all'Oracolo, de' quali ciascuno era alto dieci cubiti.
24De ene vleugel van den cherub was vijf el breed, en vijf el was ook zijn andere vleugel; tezamen dus tien el van het ene einde van zijn vleugels tot aan het andere.
24E l'una delle ale dell'uno de' Cherubini era lunga cinque cubiti, e l'altra altrettanto; dall'estremità d'una delle ale di esso, fino all'estremità dell'altra, vi erano dieci cubiti.
25Ook die van de andere cherub waren tien el; want beide cherubs hadden dezelfde maat en dezelfde gestalte.
25L' altro Cherubino era parimente di dieci cubiti; amendue i Cherubini erano di una stessa misura e scultura.
26De ene cherub was tien el hoog; ook de andere cherub was tien el hoog.
26L'altezza d'uno de' Cherubini era di dieci cubiti, e parimente l'altezza dell'altro.
27Deze cherubs met uitgespreide vleugels plaatste hij achter in de tempel. Eén vleugel van de ene cherub raakte de ene muur, en één vleugel van de tweede cherub raakte de andere muur; hun andere vleugels raakten elkaar midden in de tempel.
27Ed egli mise i Cherubini nel mezzo della parte interiore della Casa; e quelli spandevano le loro ale di Cherubini; talchè l'ala dell'uno toccava l'una delle pareti, e l'ala dell'altro l'altra; e le loro ale, ch'erano verso il mezzo della Casa, si toccavano l'una l'altra.
28Ook de cherubs bekleedde hij met goud.
28E coperse d'oro i Cherubini.
29In al de muren in het rond, zowel van de binnenvertrekken als van de tempelvoorhal, liet hij cherubs, palmbomen en bloemslingers snijden.
29E fece intagliare attorno attorno, in tutte le pareti della Casa, delle figure di rilievo, di Cherubini, e di palme, e di fiori aperti, di dentro, e di fuori.
30Zelfs de vloer van de tempel in de binnenvertrekken en de voorhal bekleedde hij met goud.
30Coperse eziandio d'oro il suolo della Casa, di dentro e di fuori.
31Aan de ingang van het Allerheiligste maakte hij deuren van olijfhout: het deurkozijn daarvan vormde een vijfhoek.
31Ed all'entrata dell'Oracolo fece delle reggi di legno di ulivo; il limitare e gli stipiti erano di una quinta parte.
32Op de beide deuren van olijfhout sneed hij cherubs, palmbomen en bloemslingers, die hij met goud bekleedde; ook de cherubs en de palmbomen werden met goud bekleed.
32E sopra quelle due reggi di legno di ulivo, fece intagliare delle figure di Cherubini, e di palme, e di fiori aperti, e li coperse d'oro; e distese l'oro sopra i Cherubini, e sopra le palme.
33Aan de ingang van het Heilige maakte hij een rechthoekig deurkozijn van olijfhout
33Fece ancora all'entrata del Tempio degli stipiti di legno di ulivo, d'una quarta parte;
34met twee deuren van cypressenhout, die elk twee toeslaande vleugels hadden;
34e due reggi di legno di abete, ciascuna delle quali si ripiegava in due.
35hij sneed er cherubs, palmbomen en bloemslingers in, en belegde dit beeldhouwwerk met dun geslagen goud.
35E vi fece intagliare de' Cherubini, e delle palme, e de' fiori aperti, e li coperse d'oro apposto sottilmente sopra gl'intagli.
36Ook bouwde hij de ringmuur van het binnenvoorhof: drie lagen gehouwen steen met één laag balken van cederhout.
36Edificò eziandio il cortile di dentro, a tre ordini di pietre pulite, ed un ordine di travatura di cedro.
37In het vierde jaar, in de maand Ziw, werden de grondslagen van de tempel van Jahweh gelegd,
37L'anno quarto, nel mese di Ziv, furono posti i fondamenti della Casa del Signore;
38en in het elfde jaar, in de maand Boel, dat is de achtste maand, was de tempel met al zijn bijgebouwen en geheel zijn inrichting voltooid. Zeven jaren had hij er dus aan gebouwd.
38e l'anno undecimo, nel mese di Bul, che è l'ottavo mese, la Casa fu compiuta, secondo tutto il suo disegno ed i suoi ordini. Così Salomone mise sett'anni ad edificarla.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.