1 Koningen 6
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Septuagint (Brenton Greek text, with Apocrypha)
1In het jaar vierhonderd tachtig na de uittocht van de Israëlieten uit Egypte, in het vierde jaar van Salomons regering over Israël, in de maand Ziw, dat is de tweede maand, begon hij de tempel van Jahweh te bouwen.
1Καὶ ἐγενήθη ἐν τῷ τεσσαρακοστῷ καὶ τετρακοσιοστῷ ἔτει τῆς ἐξόδου υἱῶν Ἰσραὴλ ἐξ Αἰγύπτου, τῷ ἔτει τῷ τετάρτῳ ἐν μηνὶ τῷ δευτέρῳ βασιλεύοντος τοῦ βασιλέως Σαλωμὼν ἐπὶ τὸν Ἰσραὴλ, καὶ ἐνετείλατο ὁ βασιλεὺς ἵνα ἄρωσι λίθους μεγάλους τιμίους εἰς τὸν θεμέλιον τοῦ οἴκου, καὶ λίθους ἀπελεκήτους. Καὶ ἐπελέκησαν οἱ υἱοὶ Σαλωμὼν, καὶ οἱ υἱοὶ Χιρὰμ, καὶ ἔβαλαν αὐτούς. Ἐν τῷ ἔτει τῷ τετάρτῷ ἐθεμελίωσε τὸν οἶκον Κυρίου ἐν μηνὶ Ζιοῦ, καὶ τῷ δευτέρῳ μηνί. Ἐν ἑνδεκάτῳ ἐνιαυτῷ, ἐν μηνὶ Βαὰλ, οὗτος ὁ μὴν ὁ ὄγδοος, συνετελέσθη ὁ οἶκος εἰς πάντα λόγον αὐτοῦ, καὶ εἰς πᾶσαν διάταξιν αὐτοῦ.
2De tempel, die koning Salomon voor Jahweh bouwde, was zestig el lang, twintig el breed en dertig el hoog.
2Καὶ ὁ οἶκος ὃν ᾠκοδόμησεν ὁ βασιλεὺς τῷ Κυρίῳ, τεσσαράκοντα ἐν πήχει μῆκος αὐτοῦ, καὶ εἴκοσι ἐν πήχει πλάτος αὐτοῦ, καὶ πέντε καὶ εἴκοσι ἐν πήχει τὸ ὕψος αὐτοῦ·
3De voorhal voor het Heilige van de tempel was twintig el lang, dus even lang als de tempel breed was, en tien el diep in de richting van de lengte van de tempel.
3Καὶ τὸ αἰλὰμ κατὰ πρόσωπον τοῦ ναοῦ, εἴκοσι ἐν πήχει μῆκος αὐτοῦ εἰς τὸ πλάτος τοῦ οἴκου, κατὰ πρόσωπον τοῦ οἴκου, καὶ ᾠκοδόμησε τὸν οἶκον, καὶ συνετέλεσεν αὐτόν.
4Verder maakte hij in de tempel vensters met tralieramen.
4Καὶ ἐποίησε τῷ οἴκῳ θυρίδας παρακυπτομένας κρυπτάς.
5Rondom het Heilige en het Allerheiligste, tegen de tempelmuur aan, plaatste hij een uitbouw, en maakte daarin cellen in het rond.
5Καὶ ἔδωκεν ἐπὶ τὸν τοῖχον τοῦ οἴκου μέλαθρα κυκλόθεν τῷ ναῷ καὶ τῷ δαβίρ.
6De onderste verdieping van de uitbouw was vijf el breed, de middelste zes el, en de derde zeven; want men had de muren van de tempel aan de buitenkant langs alle zijden iets laten inspringen, om geen gaten in de tempelmuren te moeten breken.
6Ἡ πλευρὰ ἡ ὑποκάτω πέντε πήχεων ἐν πήχει τὸ πλάτος αὐτῆς, καὶ τὸ μέσον ἓξ, καὶ ἡ τρίτη ἑπτὰ ἐν πήχει τὸ πλάτος αὐτῆς· ὅτι διάστημα ἔδωκε τῷ οἴκῳ κυκλόθεν ἔξωθεν τοῦ οἴκου, ὅπως μὴ ἐπιλαμβάνωνται τῶν τοίχων τοῦ οἴκου.
7Bij het opbouwen van de tempel gebruikte men stenen, die klaar van de groeve kwamen; geen hamer, geen houweel of een ander ijzeren werktuig werd er bij het bouwen in de tempel gehoord.
7Καὶ ὁ οἴκος ἐν τῷ οἰκοδομεῖσθαι αὐτὸν λίθοις ἀκροτομοις ἀργοῖς ᾠκοδομήθη· καὶ σφύρα καὶ πέλεκυς καὶ πᾶν σκεῦος σιδηροῦν οὐκ ἠκούσθη ἐν τῷ οἴκῳ ἐν τῷ οἰκοδομεῖσθαι αὐτόν.
8De ingang van de onderste verdieping van de uitbouw was rechts van de tempel; met een wenteltrap klom men naar de tussenverdieping, en vandaar naar de derde.
8Καὶ ὁ πυλὼν τῆς πλευρᾶς τῆς ὑποκάτωθεν ὑπὸ τὴν ὠμίαν τοῦ οἴκου τὴν δεξιὰν, καὶ ἑλικτὴ ἀνάβασις εἰς τὸ μέσον, καὶ ἐκ τῆς μέσης ἐπὶ τὸ τριόροφα.
9Toen de tempel was afgebouwd, bedekte hij hem met ribben en een plafond van cederhout;
9Καὶ ᾠκοδόμησε τὸν οἶκον καὶ συνετέλεσεν αὐτόν· καὶ ἐκοιλοστάθμησε τὸν οἶκον κέδροις.
10de vijftien el hoge uitbouw, die hij in het rond tegen de tempel had aangebouwd, greep zich eveneens met cederbalken in de tempel vast.
10Καὶ ᾠκοδόμησε τοὺς ἐνδέσμους, διʼ ὅλου τοῦ οἴκου πέντε ἐν πήχει τὸ ὕψος αὐτοῦ, καὶ συνέσχε τὸν σύνδεσμον ἐν ξύλοις κεδρίνοις.
11Toen sprak Jahweh tot Salomon:
no verse 11 in this text
12Wanneer gij volgens mijn wetten handelt, mijn voorschriften en geboden onderhoudt en uw leven daarnaar inricht, dan zal Ik jegens u het woord gestand doen, dat Ik tot uw vader David gesproken heb over de tempel, die gij hebt gebouwd:
no verse 12 in this text
13Te midden van Israëls kinderen zal Ik wonen, en Israël, mijn volk, niet verlaten!
no verse 13 in this text
14Toen Salomon de bouw van de tempel voltooid had,
no verse 14 in this text
15bekleedde hij de binnenwanden, van de grond tot de balken van het plafond, met een betimmering van cederhout; de vloer van de tempel bedekte hij met cypressenhout.
15Καὶ ᾠκοδόμησε τοὺς τοίχους τοῦ οἴκου ἔσωθεν διὰ ξύλων κεδρίνων ἀπὸ τοῦ ἐδάφους τοῦ οἴκου καὶ ἕως τῶν τοίχων καὶ ἕως τῶν δοκῶν· ἐκοιλοστάθμησε συνεχόμενα ξύλοις ἔσωθεν· καὶ περιέσχε τὸ ἔσω τοῦ οἴκου ἐν πλευραῖς πευκίναις.
16Het achterste gedeelte van de tempel, ter grootte van twintig el, schoot hij af met een wand van cederhout, van de vloer tot de balken van het plafond. Dit werd het Allerheiligste.
16Καὶ ᾠκοδόμησε τοὺς εἴκοσι πήχεις ἀπʼ ἄκρου τοῦ τοίχου τὸ πλευρὸν τὸ ἓν ἀπὸ τοῦ ἐδάφους ἕως τῶν δοκῶν· καὶ ἐποίησεν ἐκ τοῦ δαβὶρ εἰς τὸ ἁγιον τῶν ἁγίων.
17Zo bleef er nog veertig el van de tempel over; dit was het Heilige, dat zich voor het Allerheiligste bevond.
17Καὶ τεσσαράκοντα πήχεων ἦν ὁ ναὸς κατὰ πρόσωπον τοῦ δαβὶρ ἐν μέσῳ τοῦ οἴκου ἔσωθεν,
18Het cederhout binnen in de tempel was versierd met snijwerk van kolokwinten en bloemslingers. Alles wat men er zag was cederhout; nergens was er een steen te zien.
no verse 18 in this text
19Het Allerheiligste achter in de tempel richtte hij in, om er de verbondsark van Jahweh te plaatsen;
19δοῦναι ἐκεῖ τὴν κιβωτὸν διαθήκης Κυρίου.
20het was twintig el lang, twintig el breed en twintig el hoog, en met zuiver goud bekleed. Voor het Allerheiligste plaatste hij een altaar van cederhout; dit werd eveneens met goud bekleed.
20Εἴκοσι πήχεις μῆκος, καὶ εἴκοσι πήχεις πλάτος, καὶ εἴκοσι πήχεις τὸ ὕψος αὐτοῦ· Καὶ περιέσχεν αὐτὸ χρυσίῳ συγκεκλεισμένῳ· καὶ ἐποίησε θυσιαστήριον
21Ook de binnenkant van het Heilige bekleedde hij met zuiver goud, en behing het met gouden bloemslingers.
21κατὰ πρόσωπον τοῦ δαβὶρ, καὶ περιέσχεν αὐτὸ χρυσίῳ.
22Zo bekleedde hij heel de tempel tot zelfs het kleinste onderdeel met goud; ook het altaar bij het Allerheiligste.
22Καὶ ὅλον τὸν οἶκον περιέσχε χρυσίῳ, ἕως συντελείας παντὸς τοῦ οἴκου.
23Verder maakte hij in het Allerheiligste twee cherubs van olijfhout.
23Καὶ ἐποίησεν ἐν τῷ δαβὶρ δύο χερουβὶμ δέκα πήχεων μέγεθος ἐσταθμωμένον·
24De ene vleugel van den cherub was vijf el breed, en vijf el was ook zijn andere vleugel; tezamen dus tien el van het ene einde van zijn vleugels tot aan het andere.
24Καὶ πέντε πήχεων πτερύγιον τοῦ χερουβὶμ τοῦ ἑνὸς, καὶ πέντε πήχεων πτερύγιον αὐτοῦ τὸ δεύτερον, ἐν πήχει δέκα ἀπὸ μέρους πτερυγίου αὐτοῦ εἰς μέρος πτερυγίου αὐτοῦ.
25Ook die van de andere cherub waren tien el; want beide cherubs hadden dezelfde maat en dezelfde gestalte.
25Οὕτως τῷ χερουβὶμ τῷ δευτέρῳ, ἐν μέτρῳ ἑνὶ συντέλεια μία ἀμφοτέροις.
26De ene cherub was tien el hoog; ook de andere cherub was tien el hoog.
26Καὶ τὸ ὕψος τοῦ χερουβὶμ τοῦ ἑνὸς δέκα ἐν πήχει· καὶ οὕτω τῷ χερουβὶμ τῷ δευτέρῳ.
27Deze cherubs met uitgespreide vleugels plaatste hij achter in de tempel. Eén vleugel van de ene cherub raakte de ene muur, en één vleugel van de tweede cherub raakte de andere muur; hun andere vleugels raakten elkaar midden in de tempel.
27Καὶ ἀμφότερα χερουβὶμ ἐν μέσῳ τοῦ οἴκου τοῦ ἐσωτάτου· καὶ διεπέτασε τὰς πτέρυγας αὐτῶν, καὶ ἥπτετο πτέρυξ μία τοῦ τοίχου, καὶ πτέρυξ χερουβὶμ τοῦ δευτέρου ἥπτετο τοῦ τοίχου τοῦ δευτέρου· καὶ αἱ πτέρυγες αὐτῶν ἐν μέσῳ τοῦ οἴκου ἥπτοντο πτέρυξ πτέρυγος.
28Ook de cherubs bekleedde hij met goud.
28Καὶ περιέσχε τὰ χερουβὶμ χρυσίῳ.
29In al de muren in het rond, zowel van de binnenvertrekken als van de tempelvoorhal, liet hij cherubs, palmbomen en bloemslingers snijden.
29Πάντας τοὺς τοίχους τοῦ οἴκου κύκλῳ ἐγκολαπτὰ ἔγραψε γραφίδι χερουβὶμ, καὶ φοίνικας τῷ ἐσωτέρῳ καὶ τῷ ἐξωτέρῳ.
30Zelfs de vloer van de tempel in de binnenvertrekken en de voorhal bekleedde hij met goud.
30Καὶ τὸ ἔδαφος τοῦ οἴκου περιέσχε χρυσίῳ τοῦ ἐσωτάτου καὶ τοῦ ἐξωτάτου.
31Aan de ingang van het Allerheiligste maakte hij deuren van olijfhout: het deurkozijn daarvan vormde een vijfhoek.
31Καὶ τῷ θυρώματι τοῦ δαβὶρ ἐποίησε θύρας ξύλων ἀρκευθίνων, στοαὶ τετραπλῶς,
32Op de beide deuren van olijfhout sneed hij cherubs, palmbomen en bloemslingers, die hij met goud bekleedde; ook de cherubs en de palmbomen werden met goud bekleed.
no verse 32 in this text
33Aan de ingang van het Heilige maakte hij een rechthoekig deurkozijn van olijfhout
no verse 33 in this text
34met twee deuren van cypressenhout, die elk twee toeslaande vleugels hadden;
34ἐν ἀμφοτέραις ταῖς θύραις ξύλα πεύκινα· δύο πτυχαὶ ἡ θύρα ἡ μία καὶ στροφεῖς αὐτῶν, καὶ δύο πτυχαὶ ἡ θύρα ἡ δευτέρα στρεφόμενα ἐγκεκολαμμένα χερουβὶμ,
35hij sneed er cherubs, palmbomen en bloemslingers in, en belegde dit beeldhouwwerk met dun geslagen goud.
35καὶ φοίνικες, καὶ διαπεπετασμένα πέταλα, καὶ περιεχόμενα χρυσίῳ καταγομένῳ ἐπὶ τὴν ἐκτύπωσιν.
36Ook bouwde hij de ringmuur van het binnenvoorhof: drie lagen gehouwen steen met één laag balken van cederhout.
36Καὶ ᾠκοδόμησε τὴν αὐλὴν τὴν ἐσωτάτην· τρεῖς στίχους ἀπελεκήτων, καὶ στίχος κατειργασμένης κέδρου κυκλόθεν· καὶ ᾠκοδόμησε τὸ καταπέτασμα τῆς αὐλῆς τοῦ αἰλὰμ τοῦ οἴκου τοῦ κατὰ πρόσωπον τοῦ ναοῦ.
37In het vierde jaar, in de maand Ziw, werden de grondslagen van de tempel van Jahweh gelegd,
no verse 37 in this text
38en in het elfde jaar, in de maand Boel, dat is de achtste maand, was de tempel met al zijn bijgebouwen en geheel zijn inrichting voltooid. Zeven jaren had hij er dus aan gebouwd.
no verse 38 in this text
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.