Song of Solomon
Chapter 8

Song of Solomon

JPS Tanakh (Jewish Publi…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
JPS Tanakh (Jewish Publication Society, 1917)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Oh that thou wert as my brother, that sucked the breasts of my mother! When I should find thee without, I would kiss thee; yea, and none would despise me.
1Ach waart ge mijn broeder, Gezoogd aan de borst van mijn moeder: Vond ik u buiten, dan kon ik u kussen, En men zou er mij niet om verachten.
2I would lead thee, and bring thee into my mother's house, that thou mightest instruct me; I would cause thee to drink of spiced wine, of the juice of my pomegranate.
2Dan leidde ik u naar het huis van mijn moeder, Naar de kamer van haar, die mij baarde; Dan laafde ik u met geurige wijn, Met de most van granaten.
3His left hand should be under my head, and his right hand should embrace me.
3Maar zijn linker moet rusten onder mijn hoofd Zijn rechter houde mij omstrengeld!
4'I adjure you, O daughters of Jerusalem: Why should ye awaken, or stir up love, until it please?'
4“Ik bezweer u, Jerusalems dochters, Bij de gazellen en de hinden in het veld: Hoe hebt gij de liefde durven wekken en lokken, Voordat het haar lust?”
5Who is this that cometh up from the wilderness, leaning upon her beloved? Under the apple-tree I awakened thee; there thy mother was in travail with thee; there was she in travail and brought thee forth.
5Wie stijgt daar op uit de steppe Op haar beminde geleund? Onder de appelboom heb ik uw liefde gewekt: Daar, waar uw moeder u ontving, U baarde met smarten.
6Set me as a seal upon thy heart, as a seal upon thine arm; for love is strong as death, jealousy is cruel as the grave; the flashes thereof are flashes of fire, a very flame of the LORD.
6Leg mij op uw hart als een zegel, Om uw arm als een band: Want sterk als de dood is de liefde! Onverbiddelijk als het graf is haar gloed, Zij laait op als het flitsende vuur, Haar vlammen zijn vlammen van Jahweh!
7Many waters cannot quench love, neither can the floods drown it; if a man would give all the substance of his house for love, he would utterly be contemned.
7Watergolven missen de kracht, Om de liefde te blussen, En stromen verzwelgen haar niet. Al bood iemand ook al zijn schatten, Zelfs zijn paleis voor de liefde, Smadelijk wees men hem af!
8We have a little sister, and she hath no breasts; what shall we do for our sister in the day when she shall be spoken for?
8Wij hadden een jeugdige zuster, Nog zonder borsten: Wat moesten we met onze zuster doen Wanneer men haar vroeg?
9If she be a wall, we will build upon her a turret of silver; and if she be a door, we will enclose her with boards of cedar.
9Was zij een muur Dan konden we er een zilveren borstweer op bouwen; Was zij een poort, We sloten haar af met een cederbalk.
10I am a wall, and my breasts like the towers thereof; then was I in his eyes as one that found peace.
10Ja, ik wàs een muur, En torens waren mijn borsten: Juist daarom werd ik in zijn ogen Een toegang van vrede!
11Solomon had a vineyard at Baal-hamon; he gave over the vineyard unto keepers; every one for the fruit thereof brought in a thousand pieces of silver.
11Salomon heeft een wijngaard in Báal-Hamon, Hij heeft hem onder de hoede van wachters gesteld; Elk moet voor zijn vruchten Duizend zilveren sikkels betalen.
12My vineyard, which is mine, is before me; thou, O Solomon, shalt have the thousand, and those that keep the fruit thereof two hundred.
12Mijn wijngaard is van mij alleen, En zijn vrucht is voor mij! Die duizend, Salomon, gun ik u, En de wachters tweehonderd.
13Thou that dwellest in the gardens, the companions hearken for thy voice: 'Cause me to hear it.'
13O gij, die in de lusthof toeft: De vrienden luisteren; Laat mij horen uw stem, Uw wensen vernemen.
14Make haste, my beloved, and be thou like to a gazelle or to a young hart upon the mountains of spices.
14Snel, mijn beminde, En doe zoals de gazel, Of het jong van het hert Op de balsembergen!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.