יְשַׁעְיָהוּ 48
Modern Hebrew BibleTranslation
Modern Hebrew Bible
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1שמעו זאת בית יעקב הנקראים בשם ישראל וממי יהודה יצאו הנשבעים בשם יהוה ובאלהי ישראל יזכירו לא באמת ולא בצדקה׃
1Huis van Jakob, wil dit horen: Die de naam van Israël dragen, en uit Juda ontsproten; Die bij de Naam van Jahweh zweren, Den God van Israël belijden, maar zonder waarheid en deugd;
2כי מעיר הקדש נקראו ועל אלהי ישראל נסמכו יהוה צבאות שמו׃
2Toch noemen zij zich naar de heilige stad, Steunen op Israëls God: Jahweh der heirscharen is zijn Naam!
3הראשנות מאז הגדתי ומפי יצאו ואשמיעם פתאם עשיתי ותבאנה׃
3Wat thans gebeurd is, heb Ik vroeger voorspeld; Uit mijn mond ging het uit, Ik heb het verkondigd: Plotseling voerde Ik het uit, en het kwam!
4מדעתי כי קשה אתה וגיד ברזל ערפך ומצחך נחושה׃
4Want Ik wist, dat gij halsstarrig waart, Uw nek een ijzeren stang, Uw voorhoofd van koper.
5ואגיד לך מאז בטרם תבוא השמעתיך פן תאמר עצבי עשם ופסלי ונסכי צום׃
5Ik had het u tevoren verkondigd; En eer het gebeurde, het u laten horen; Opdat ge niet zeggen zoudt: Mijn afgod heeft het gedaan, Mijn beeld en gietsel heeft het bevolen! Gij hebt dat alles gehoord en gezien:
6שמעת חזה כלה ואתם הלוא תגידו השמעתיך חדשות מעתה ונצרות ולא ידעתם׃
6Moet ge het zelf niet bekennen? Maar van nu af ga Ik u nieuwe dingen verkonden, Geheimen, die ge niet kent;
7עתה נבראו ולא מאז ולפני יום ולא שמעתם פן תאמר הנה ידעתין׃
7Nu eerst zijn ze geschapen, niet vroeger, Vóór deze dag hadt gij er nooit van gehoord; Opdat ge niet zegt: Zie, dat wist ik al lang.
8גם לא שמעת גם לא ידעת גם מאז לא פתחה אזנך כי ידעתי בגוד תבגוד ופשע מבטן קרא לך׃
8Neen, ge hebt er niets van gehoord of geweten, Voorheen was uw oor niet geopend; Want Ik wist, dat gij trouweloos waart, Een afvallige heet van de moederschoot af.
9למען שמי אאריך אפי ותהלתי אחטם לך לבלתי הכריתך׃
9Ik bleef lankmoedig alleen terwille van mijn Naam, Terwille van mijn glorie spaarde ik u, en vernielde u niet!
10הנה צרפתיך ולא בכסף בחרתיך בכור עני׃
10Maar thans heb Ik u gereinigd, niet om zilver te krijgen, En u gelouterd in de smeltkroes van jammer!
11למעני למעני אעשה כי איך יחל וכבודי לאחר לא אתן׃
11Ik heb het gedaan om Mijnentwil, Terwille ook van mijn Naam; Want hoe mocht die worden ontwijd: Mijn glorie geef Ik geen ander!
12שמע אלי יעקב וישראל מקראי אני הוא אני ראשון אף אני אחרון׃
12Jakob, och, luister naar Mij, Israël, dien Ik heb geroepen: Ik ben de Eerste, Ik ben de Laatste;
13אף ידי יסדה ארץ וימיני טפחה שמים קרא אני אליהם יעמדו יחדו׃
13Mijn hand was het ook, die de aarde heeft gegrond; Mijn rechterhand heeft de hemel gespannen, Ik riep ze: Daar stonden ze allen!
14הקבצו כלכם ושמעו מי בהם הגיד את אלה יהוה אהבו יעשה חפצו בבבל וזרעו כשדים׃
14Verzamelt u allen, en hoort: Wie heeft onder u dit voorspeld? De geliefde van Jahweh gaat zijn wil volbrengen Over Babel en het ras der Chaldeën!
15אני אני דברתי אף קראתיו הביאתיו והצליח דרכו׃
15Ik heb het gezegd, Ik heb hem geroepen, Ik heb hem doen komen, en zijn plannen doen slagen!
16קרבו אלי שמעו זאת לא מראש בסתר דברתי מעת היותה שם אני ועתה אדני יהוה שלחני ורוחו׃
16Nadert tot Mij, En wilt hiernaar horen: Van de aanvang af heb Ik niet in ‘t verborgen gesproken, En nu ‘t gaat gebeuren, ben Ik er bij; Thans zend Ik hem, Ik Jahweh de Heer, Thans zend Ik hem met zijn geest!
17כה אמר יהוה גאלך קדוש ישראל אני יהוה אלהיך מלמדך להועיל מדריכך בדרך תלך׃
17Zo spreekt Jahweh, Uw Verlosser, Israëls Heilige: Ik ben Jahweh, uw God, Die u leert tot uw heil; Die u leidt op de weg, die gij bewandelen moet:
18לוא הקשבת למצותי ויהי כנהר שלומך וצדקתך כגלי הים׃
18Ach, neemt toch mijn geboden ter harte! Dan zal uw vrede zijn als een stroom, Uw heil als de golven der zee;
19ויהי כחול זרעך וצאצאי מעיך כמעתיו לא יכרת ולא ישמד שמו מלפני׃
19Uw zaad als het zand, Uw kroost als zijn korrels; Nooit wordt dan uitgeroeid noch verdelgd Uw naam voor mijn aanschijn!
20צאו מבבל ברחו מכשדים בקול רנה הגידו השמיעו זאת הוציאוה עד קצה הארץ אמרו גאל יהוה עבדו יעקב׃
20Trekt weg uit Babel, Ontvlucht de Chaldeën! Verkondigt het met het gejubel, En maakt het bekend, Draagt het uit tot het einde der aarde: Zegt: Jahweh heeft Jakob, zijn dienaar, verlost!
21ולא צמאו בחרבות הוליכם מים מצור הזיל למו ויבקע צור ויזבו מים׃
21Neen, zij lijden geen dorst, Die Hij door de steppe laat trekken! Hij laat water voor hen uit de rotsen stromen, Splijt de rotsen vaneen, en de wateren vloeien!
22אין שלום אמר יהוה לרשעים׃
22Maar geen vrede voor de goddelozen, Spreekt Jahweh!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.