קֹהֶלֶת

New Testament

מתיוסנט מארקהבְּשׂוֹרָה הַקְּדוֹשָׁה עַל־פִּי לוּקָסג'וןמַעֲשֵׂי הַשְּׁלִיחִיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הָרוֹמִיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הָרִאשׁוֹנָה אֶל־הַקּוֹרִנְתִּיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הָשֵּׁנִית אֶל־הַקּוֹרִנְתִּיִיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הַגָּלָטִיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הָאֶפְסִיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הַפִּילִפִּיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הַקּוֹלַסִּים1 סלוניס2 סלוניס1 טימותי2 טימותיאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס אֶל־טִיטוֹסאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס אֶל־פִּילֵימוֹןאִגֶּרֶת אֶל־הָעִבְרִיםאִגֶּרֶת יַעֲקֹבהָאִגֶּרֶת הָרִאשׁוֹנָה לְפֶטְרוֹס הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הַשֵּׁנִית לְפֶטְרוֹס הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הָרִאשׁוֹנָה לְיוֹחָנָן הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הַשֵּׁנִית לְיוֹחָנָן הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הַשְּׁלִישִׁית לְיוֹחָנָן הַשָּׁלִיחַאִגֶּרֶת יְהוּדָהחזוֹן יוֹחָנָן
Chapter 5

קֹהֶלֶת

Modern Hebrew Bible
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

קֹהֶלֶת 5

Modern Hebrew Bible
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1שמר רגליך כאשר תלך אל בית האלהים וקרוב לשמע מתת הכסילים זבח כי אינם יודעים לעשות רע׃
1Let op uw wandel, Als ge opgaat naar Gods huis. Want wie daarheen gaat, om te luisteren, Doet beter dan de dwazen, die wel offeren, Maar niet weten, wanneer zij kwaad doen.
2אל תבהל על פיך ולבך אל ימהר להוציא דבר לפני האלהים כי האלהים בשמים ואתה על הארץ על כן יהיו דבריך מעטים׃
2Wees niet gauw met uw mond, En laat uw hart geen overijlde woorden uiten voor God; Want God is in de hemel, gij hier op aarde. Wees dus spaarzaam met uw woorden;
3כי בא החלום ברב ענין וקול כסיל ברב דברים׃
3Want zoals dromen uit veel beslommeringen ontstaan, Zo komt er van veel spreken onverstandige taal.
4כאשר תדר נדר לאלהים אל תאחר לשלמו כי אין חפץ בכסילים את אשר תדר שלם׃
4Wanneer gij aan God iets belooft, Stel dan de vervulling niet uit; Want lichtzinnigen behagen Hem niet. Volbreng dus wat gij belooft;
5טוב אשר לא תדר משתדור ולא תשלם׃
5Beter is het niet te beloven, Dan uw belofte niet te volbrengen.
6אל תתן את פיך לחטיא את בשרך ואל תאמר לפני המלאך כי שגגה היא למה יקצף האלהים על קולך וחבל את מעשה ידיך׃
6Laat uw mond geen schuld op u werpen, Door voor Gods afgezant te zeggen: Het was onbewust. Waarom zou God om uw woord in toorn ontsteken, En het werk uwer handen vernielen?
7כי ברב חלמות והבלים ודברים הרבה כי את האלהים ירא׃
7Want zoals er in veel dromen dwaasheid schuilt, Zo ook in veelheid van woorden. Vrees daarentegen God.
8אם עשק רש וגזל משפט וצדק תראה במדינה אל תתמה על החפץ כי גבה מעל גבה שמר וגבהים עליהם׃
8Wanneer de arme verdrukt wordt, En recht en wet worden verkracht: Zo ge dat ziet in het land, Verwonder u hierover dan niet. Want de ene beambte helpt den ander, En de hogere helpt hen beiden;
9ויתרון ארץ בכל היא מלך לשדה נעבד׃
9Het enige voordeel, dat het land eruit trekt, Is, dat de koning door zijn land wordt gediend.
10אהב כסף לא ישבע כסף ומי אהב בהמון לא תבואה גם זה הבל׃
10Wie het geld bemint, heeft nooit genoeg; En wie aan rijkdom hangt, heeft er geen voordeel van: Ook dit is ijdelheid.
11ברבות הטובה רבו אוכליה ומה כשרון לבעליה כי אם ראית עיניו׃
11Waar rijkdom is, zijn vele klaplopers; De bezitter zelf heeft er geen genot van Dan wat lust van de ogen.
12מתוקה שנת העבד אם מעט ואם הרבה יאכל והשבע לעשיר איננו מניח לו לישון׃
12Zoet is de rust van den werkman, Of hij weinig of veel te eten heeft; Maar de overvloed van den rijke Stoort hem nog in de slaap.
13יש רעה חולה ראיתי תחת השמש עשר שמור לבעליו לרעתו׃
13Een droevig kwaad zag ik onder de zon: Rijkdom door den bezitter bewaard tot eigen ongeluk.
14ואבד העשר ההוא בענין רע והוליד בן ואין בידו מאומה׃
14Die rijkdom gaat verloren door tegenspoed; En de kinderen, die hij verwekte, bezitten niets meer.
15כאשר יצא מבטן אמו ערום ישוב ללכת כשבא ומאומה לא ישא בעמלו שילך בידו׃
15Zoals hij voortkwam uit de schoot van zijn moeder, Zo gaat hij heen, naakt als hij kwam; Niets neemt hij mee van zijn zwoegen:
16וגם זה רעה חולה כל עמת שבא כן ילך ומה יתרון לו שיעמל לרוח׃
16Ook dit is een droevig kwaad. Juist zoals men komt, gaat men heen. Wat voor nut heeft het dan, dat men zich aftobt voor wind?
17גם כל ימיו בחשך יאכל וכעס הרבה וחליו וקצף׃
17Enkel dat men zijn dagen in duisternis doorbrengt, In veel kommer, verdriet en ontstemming.
18הנה אשר ראיתי אני טוב אשר יפה לאכול ולשתות ולראות טובה בכל עמלו שיעמל תחת השמש מספר ימי חיו אשר נתן לו האלהים כי הוא חלקו׃
18Zie, zo leerde ik begrijpen, Dat het goed is te eten en te drinken, En te genieten van het werk, Waarmee men zich aftobt onder de zon, Al de levensdagen, die God iemand geeft: Want dit komt hem toe.
19גם כל האדם אשר נתן לו האלהים עשר ונכסים והשליטו לאכל ממנו ולשאת את חלקו ולשמח בעמלו זה מתת אלהים היא׃
19Geeft God iemand rijkdom en schatten, Stelt Hij hem in staat ervan te gebruiken, Zijn deel ervan te nemen, van zijn arbeid te genieten: Dan is ook dit een gave Gods.
20כי לא הרבה יזכר את ימי חייו כי האלהים מענה בשמחת לבו׃
20Dan denkt hij niet veel aan de kortheid des levens, Omdat God zijn hart met vreugde vervult.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.