2 Chroniques
Chapter 27
Louis Segond 1910
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

2 Chroniques 27

Louis Segond 1910
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Jotham avait vingt-cinq ans lorsqu’il devint roi, et il régna seize ans à Jérusalem. Sa mère s’appelait Jeruscha, fille de Tsadok.
1Jotam was vijf en twintig jaar, toen hij koning werd, en heeft zestien jaar in Jerusalem geregeerd. Zijn moeder heette Jeroesja, en was de dochter van Sadok.
2Il fit ce qui est droit aux yeux de l’Éternel, entièrement comme avait fait Ozias, son père. Seulement, il n’entra point dans le temple de l’Éternel. Toutefois, le peuple se corrompait encore.
2Hij deed wat goed was in de ogen van Jahweh, juist zoals zijn vader Ozias gedaan had; behalve dan, dat hij het heiligdom van Jahweh niet binnendrong. Maar het volk bleef zich nog altijd slecht gedragen.
3Jotham bâtit la porte supérieure de la maison de l’Éternel, et il fit beaucoup de constructions sur les murs de la colline.
3Hij liet de Hoge Poort van de tempel van Jahweh bouwen, en de muur van de Ofel versterken.
4Il bâtit des villes dans la montagne de Juda, et des châteaux et des tours dans les bois.
4Hij liet verder steden bouwen op het gebergte van Juda, en in de wouden burchten en torens aanleggen.
5Il fut en guerre avec le roi des fils d’Ammon, et il l’emporta sur eux. Les fils d’Ammon lui donnèrent cette année-là cent talents d’argent, dix mille cors de froment, et dix mille d’orge; et ils lui en payèrent autant la seconde année et la troisième.
5Hij voerde oorlog met den koning der Ammonieten, en overwon hen. De Ammonieten moesten hem dat jaar een schatting betalen van honderd talenten zilver, tienduizend kor tarwe en tienduizend kor gerst; dit betaalden de Ammonieten hem ook in de beide volgende jaren.
6Jotham devint puissant, parce qu’il affermit ses voies devant l’Éternel, son Dieu.
6Zo werd Jotam steeds machtiger, omdat hij de paden van Jahweh, zijn God, bleef bewandelen.
7Le reste des actions de Jotham, toutes ses guerres, et tout ce qu’il a fait, cela est écrit dans le livre des rois d’Israël et de Juda.
7De verdere geschiedenis van Jotam, met al zijn oorlogen en ondernemingen, staat opgetekend in het boek van de koningen van Israël en Juda.
8Il avait vingt-cinq ans lorsqu’il devint roi, et il régna seize ans à Jérusalem.
8Hij was vijf en twintig jaar, toen hij koning werd, en heeft zestien jaar in Jerusalem geregeerd.
9Jotham se coucha avec ses pères, et on l’enterra dans la ville de David. Et Achaz, son fils, régna à sa place.
9Toen ging Jotam bij zijn vaderen te ruste; men begroef hem in de Davidstad. Zijn zoon Achaz volgde hem op.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.