歷代志下 24
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1約阿施 登基的時候年七歲,在 耶路撒冷 作王四十年。他母親名叫 西比亞 ,是 別是巴 人。
1Joasj was zeven jaar oud, toen hij koning werd, en regeerde veertig jaar te Jerusalem. Zijn moeder heette Sibja, en was afkomstig uit Beër-Sjéba.
2祭司 耶何耶大 在世的時候, 約阿施 行耶和華眼中看為正的事。
2Joasj deed wat goed was in de ogen van Jahweh, zolang de priester Jehojada leefde.
3耶何耶大 為他娶了兩個妻,並且生兒養女。
3Jehojada koos twee vrouwen voor hem, en hij werd de vader van zonen en dochters.
4此後, 約阿施 有意重修耶和華的殿,
4Enige tijd later vatte hij het plan op, de tempel van Jahweh te herstellen.
5便召聚眾祭司和 利未 人,吩咐他們說:「你們要往 猶大 各城去,使 以色列 眾人捐納銀子,每年可以修理你們上帝的殿;你們要急速辦理這事。」只是 利未 人不急速辦理。
5Hij riep de priesters en levieten bijeen, en zeide tot hen: Ge moet naar de steden van Juda gaan, en geld bij heel Israël ophalen, om van jaar tot jaar de tempel van uw God te kunnen herstellen. Zet spoed achter het werk. Maar de levieten zetten geen spoed achter het werk.
6王召了大祭司 耶何耶大 來,對他說:「從前耶和華的僕人 摩西 ,為法 櫃 的帳幕與 以色列 會眾所定的捐項,你為何不叫 利未 人 照這例 從 猶大 和 耶路撒冷 帶來 作殿的費用呢 ?」(
6Daarom ontbood de koning den opperpriester Jehojada, en sprak tot hem: Waarom hebt gij er niet voor gezorgd, dat de levieten in Juda en Jerusalem de heffing innen, die Moses, de dienaar van Jahweh, de gemeenschap van Israël heeft opgelegd voor de openbaringstent?
7因為那惡婦 亞她利雅 的眾子曾拆毀上帝的殿,又用耶和華殿中分別為聖的物供奉 巴力 。)
7Dat goddeloze schepsel Ataljáhoe en haar zonen hebben de tempel van God laten onderkomen, en alle wijgeschenken van de tempel van Jahweh voor de Báals gebruikt.
8於是王下令,眾人做了一櫃,放在耶和華殿的門外,
8Toen maakte men op aanwijzing des konings een kist, die buiten de poort van de tempel van Jahweh gezet werd,
9又通告 猶大 和 耶路撒冷 的百姓,要將上帝僕人 摩西 在曠野所吩咐 以色列 人的捐項給耶和華送來。
9en liet men in Juda en Jerusalem bekend maken, dat men voor Jahweh de heffing moest opbrengen, die Moses, de dienaar Gods, in de woestijn aan Israël had voorgeschreven.
10眾首領和百姓都歡歡喜喜地將銀子送來,投入櫃中,直到捐完。
10Alle voornamen en heel het volk kwamen nu tot den laatsten man met vreugde hun gave in de offerkist werpen.
11利未 人見銀子多了,就把櫃抬到王所派的司事面前;王的書記和大祭司的屬員來將櫃倒空,仍放在原處。日日都是這樣,積蓄的銀子甚多。
11Telkens als men de kist bij de levieten bracht, die op last des konings toezicht moesten houden, en dezen zagen, dat er veel geld in was, kwam de kanselier van den koning met een opzichter van den opperpriester, om de kist te ledigen en haar weer op haar plaats te zetten. Dit hadden ze iedere dag te doen, zodat ze veel geld bijeen kregen.
12王與 耶何耶大 將銀子交給耶和華殿裏辦事的人,他們就雇了石匠、木匠重修耶和華的殿,又雇了鐵匠、銅匠修理耶和華的殿。
12De koning en Jehojada gaven het aan de opzichters, die het werk aan de tempel van Jahweh hadden te leiden; en dezen namen steenhouwers en timmerlieden in dienst, om de tempel van Jahweh nog hechter te maken, en smeden en koperslagers, om de tempel van Jahweh te herstellen.
13工人操作,漸漸修成,將上帝殿修造得與從前一樣,而且甚是堅固。
13De arbeiders deden hun werk, en het werk vorderde onder hun handen; zij herstelden de tempel van God in zijn oorspronkelijke toestand, en brachten hem in goede staat.
14工程完了,他們就把其餘的銀子拿到王與 耶何耶大 面前,用以製造耶和華殿供奉所用的器皿和調羹,並金銀的器皿。 耶何耶大 在世的時候,眾人常在耶和華殿裏獻燔祭。
14Toen zij klaar waren, bracht men den koning en Jehojada de gelden, die nog over waren; daarvoor liet hij het gerief voor de tempel van Jahweh vervaardigen, met schalen en andere gouden en zilveren voorwerpen, die nodig waren voor de dienst en de offers. Zolang Jehojada leefde, bracht men voortdurend brandoffers in de tempel van Jahweh.
15耶何耶大 年紀老邁,日子滿足而死。死的時候年一百三十歲,
15Maar Jehojada werd oud en hoogbejaard en stierf. Bij zijn dood was hij honderd dertig jaar.
16葬在 大衛城 列王的墳墓裏;因為他在 以色列 人中行善,又事奉上帝,修理上帝的殿。
16Men begroef hem in de Davidstad bij de koningen, omdat hij zich voor Israël en voor God en zijn tempel zo verdienstelijk had gemaakt.
17耶何耶大 死後, 猶大 的眾首領來朝拜王;王就聽從他們。
17Na de dood van Jehojada kwamen echter de voormannen van Juda zich voor den koning neerbuigen. De koning luisterde naar hen,
18他們離棄耶和華-他們列祖上帝的殿,去事奉 亞舍拉 和偶像;因他們這罪,就有忿怒臨到 猶大 和 耶路撒冷 。
18en men begon de tempel van Jahweh, den God hunner vaderen, te verwaarlozen, en de heilige palen en de afgodsbeelden te vereren. Om deze misdaad kwam er een strafgericht over Juda en Jerusalem.
19但上帝仍遣先知到他們那裏,引導他們歸向耶和華。這先知警戒他們,他們卻不肯聽。
19En Jahweh zond profeten tot hen, om ze tot Zich terug te brengen; dezen waarschuwden hen, maar ze luisterden niet.
20那時,上帝的靈感動祭司 耶何耶大 的兒子 撒迦利亞 ,他就站在上面對民說:「上帝如此說:你們為何干犯耶和華的誡命,以致不得亨通呢?因為你們離棄耶和華,所以他也離棄你們。」
20Toen kwam de geest Gods over Zekarja, den zoon van den priester Jehojada. Hij ging voor het volk staan, en zeide tot hen: Zo spreekt God! Waarom overtreedt gij de geboden van Jahweh en vertrapt gij uw eigen geluk? Want nu gij Jahweh verlaat, verlaat Hij ook u!
21眾民同心謀害 撒迦利亞 ,就照王的吩咐,在耶和華殿的院內用石頭打死他。
21Maar zij spanden tegen hem samen, en stenigden hem op bevel des konings in de voorhof van de tempel van Jahweh.
22這樣, 約阿施 王不想念 撒迦利亞 的父親 耶何耶大 向自己所施的恩,殺了他的兒子。 撒迦利亞 臨死的時候說:「願耶和華鑒察伸冤!」
22Zo weinig dacht de koning aan al het goede, dat zijn vader Jehojada voor hem gedaan had, dat hij zijn zoon liet vermoorden. Stervend riep deze uit: Jahweh ziet het, en zal het wreken!
23滿了一年, 亞蘭 的軍兵上來攻擊 約阿施 ,來到 猶大 和 耶路撒冷 ,殺了民中的眾首領,將所掠的財貨送到 大馬士革 王那裏。
23Bij de jaarwisseling trok het leger van Aram tegen hem op. Zij drongen J uda en J erusalem binnen, brachten alle leiders van het volk om het leven, en zonden al hun buit naar den koning van Damascus.
24亞蘭 的軍兵雖來了一小隊,耶和華卻將大隊的軍兵交在他們手裏,是因 猶大 人離棄耶和華-他們列祖的上帝,所以藉 亞蘭 人懲罰 約阿施 。
24Want ofschoon het leger van Aram slechts uit een gering aantal manschappen bestond, leverde Jahweh het zeer talrijke leger van Juda aan hen over, omdat ze Jahweh hadden verlaten, den God hunner vaderen. Ook aan Joasj voltrokken zij hun strafgericht.
25亞蘭 人離開 約阿施 的時候,他患重病;臣僕背叛他,要報祭司 耶何耶大 兒子流血之仇,殺他在床上,葬他在 大衛城 ,只是不葬在列王的墳墓裏。
25Toen zij van hem waren weggetrokken, en hem onder hevige pijnen hadden achtergelaten, spanden zijn hovelingen samen, om het bloed van den zoon van den priester Jehojada te wreken, en vermoordden hem op zijn bed. Zo stierf hij. Men begroef hem in de Davidstad, maar niet in de graven der koningen.
26背叛他的是 亞捫 婦人 示米押 的兒子 撒拔 和 摩押 婦人 示米利 的兒子 約薩拔 。
26Dit zijn de mannen, die tegen hem hebben samengespannen: Zabad, de zoon van Sjimat den Ammoniet, en Jehozabad, de zoon van Sjimrit den Moabiet.
27至於他的眾子和他所受的警戒,並他重修上帝殿的事,都寫在列王的傳上。他兒子 亞瑪謝 接續他作王。
27Over zijn zonen, de grootte van de schatting die hij moest opbrengen en het herbouwen van de tempel van God staat geschreven in het Leerboek van het boek der koningen. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Amas-jáhoe.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.