哥林多前書 9
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1我不是自由的嗎?我不是使徒嗎?我不是見過我們的主耶穌嗎?你們不是我在主裏面所做之工嗎?
1Ben ik niet vrij? Ben ik geen Apostel? Heb ik onzen Heer Jesus niet gezien? Zijt gij niet mijn werk in den Heer?
2假若在別人,我不是使徒,在你們,我總是使徒,因為你們在主裏正是我作使徒的印證。
2Zo ik in de opvatting van anderen geen Apostel ben, voor u ben ik het toch zeker wèl; gij zijt zelfs het zegel van mijn apostolaat in den Heer.
3我對那盤問我的人就是這樣分訴:
3Ziedaar mijn antwoord aan hen, die iets op mij hebben aan te merken.
4難道我們沒有權柄 靠福音 吃喝嗎?
4Hebben wij dan geen recht, te eten en te drinken?
5難道我們沒有權柄娶 信主的 姊妹為妻,帶着一同往來,彷彿其餘的使徒和主的弟兄並 磯法 一樣嗎?
5Hebben wij geen recht, een zuster, een vrouw mee te nemen, zoals de overige apostelen, de broeders des Heren en Kefas?
6獨有我與 巴拿巴 沒有權柄不做工嗎?
6Of hebben alleen ik en Bárnabas geen recht, ons van handenarbeid ontslagen te achten?
7有誰當兵自備糧餉呢?有誰栽葡萄園不吃園裏的果子呢?有誰牧養牛羊不吃牛羊的奶呢?
7Wie dient er als soldaat op eigen kosten; wie plant een wijngaard en eet niet van zijn vruchten; of wie weidt een kudde, en voedt zich niet met de melk der kudde?
8我說這話,豈是照人的意見;律法不也是這樣說嗎?
8Spreek ik misschien zó naar menselijke opvatting, of zegt ook de Wet niet hetzelfde?
9就如 摩西 的律法記着說:「牛 在場上 踹穀的時候,不可籠住牠的嘴。」難道上帝所掛念的是牛嗎?
9Inderdaad, in de Wet van Moses staat geschreven: “Een dorsenden os zult ge niet muilkorven.” Is het dan God om de ossen te doen;
10不全是為我們說的嗎?分明是為我們說的。因為耕種的當存着指望去耕種;打場的也當存得 糧 的指望去打場。
10of zegt Hij dit eigenlijk om onzentwil? Ja, om ons werd het geschreven; want de ploeger moet ploegen op hoop, en de dorser moet hopen, zijn deel te ontvangen.
11我們若把屬靈的種子撒在你們中間,就是從你們收割奉養肉身之物,這還算大事嗎?
11Zo we u het geestelijke hebben gezaaid, is het dan zo buitengewoon, als we van u het vleselijke zouden maaien?
12若別人在你們身上有這權柄,何況我們呢? 然而,我們沒有用過這權柄,倒凡事忍受,免得基督的福音被阻隔。
12Wanneer anderen op u rechten kunnen doen gelden, wij niet veel meer? Toch hebben we van dat recht geen gebruik gemaakt, maar van alles afstand gedaan, om het Evangelie van Christus niets in de weg te leggen.
13你們豈不知為聖事勞碌的就吃殿中的物嗎?伺候祭壇的就分領壇上的物嗎?
13Weet gij niet, dat zij die dienst doen in het heiligdom, ook van het heiligdom eten; en dat zij die het altaar bedienen, ook met het altaar opdelen?
14主也是這樣命定,叫傳福音的靠着福音養生。
14Zo heeft eveneens de Heer verordend, dat zij, die het Evangelie verkondigen, ook van het Evangelie zouden leven.
15但這權柄我全沒有用過。我寫這話,並非要你們這樣待我,因為我寧可死也不叫人使我所誇的落了空。
15Welnu, ik voor mij heb van dit alles geen gebruik gemaakt. Ook schrijf ik het niet, om het op mij toe te passen; want liever wil ik sterven, dan me mijn roem laten ontnemen.
16我傳福音原沒有可誇的,因為我是不得已的。若不傳福音,我便有禍了。
16Immers niet het verkondigen zelf van het Evangelie strekt me tot roem. Want dit is mijn plicht. Ja, wee mij, zo ik het Evangelie niet zou verkondigen.
17我若甘心做這事,就有賞賜;若不甘心,責任卻已經託付我了。
17Welnu, wanneer ik iets doe uit vrije beweging, dan heb ik verdienste; maar doe ik het op bevel, dan vervul ik slechts de taak van beheerder.
18既是這樣,我的賞賜是甚麼呢?就是我傳福音的時候叫人不花錢得福音,免得用盡我傳福音的權柄。
18Waarin ligt dus mijn verdienste? Hierin, dat ik bij mijn prediking het Evangelie om niet verkondig, zonder gebruik te maken van mijn recht, dat aan het preken verbonden is.
19我雖是自由的,無人轄管;然而我甘心作了眾人的僕人,為要多得人。
19Ja, ofschoon ik vrij sta tegenover allen, heb ik me toch tot slaaf van allen gemaakt, om er zoveel mogelijk te winnen.
20向 猶太 人,我就作 猶太 人,為要得 猶太 人;向律法以下的人,我雖不在律法以下,還是作律法以下的人,為要得律法以下的人。
20Voor de Joden ben ik als een jood geworden, om Joden te winnen; voor hen, die onder de Wet zijn, als een, die onder de Wet staat, —ook al sta ik niet onder de Wet, —om hen te winnen, die onder de Wet staan.
21向沒有律法的人,我就作沒有律法的人,為要得沒有律法的人;其實我在上帝面前,不是沒有律法;在基督面前,正在律法之下。
21Voor hen, die zonder Wet zijn, als een zonder Wet, —hoewel niet zonder wet van God, maar onder Christus’ wet, om hen te winnen, die zonder Wet zijn.
22向軟弱的人,我就作軟弱的人,為要得軟弱的人。向甚麼樣的人,我就作甚麼樣的人。無論如何,總要救些人。
22Voor de zwakken ben ik zwak geworden, om de zwakken te winnen. Voor allen ben ik van alles geworden, om met alle middelen enigen te redden.
23凡我所行的,都是為福音的緣故,為要與人同得這福音 的好處 。
23Welnu, dit alles doe ik om het Evangelie, om daaraan deel te mogen hebben.
24豈不知在場上賽跑的都跑,但得獎賞的只有一人?你們也當這樣跑,好叫你們得着獎賞。
24Weet gij niet, dat de wedlopers in het renperk wèl allen lopen, maar dat slechts één de prijs behaalt. Loopt dan zó, dat ook gij hem moogt winnen.
25凡較力爭勝的,諸事都有節制,他們不過是要得能壞的冠冕;我們卻是要得不能壞的冠冕。
25En hij, die in het worstelperk optreedt, legt zich een volkomen onthouding op. Zij doen het, om een vergankelijke kroon te ontvangen, wij om een onvergankelijke.
26所以,我奔跑不像無定向的;我鬥拳不像打空氣的。
26En daarom loop ik niet als een, die in den blinde voortholt, en worstel ik niet als een, die in de lucht slaat.
27我是攻克己身,叫身服我,恐怕我傳 福音 給別人,自己反被棄絕了。
27Maar het is mijn eigen lichaam, dat ik beuk en dat ik er onder houd, om na heraut geweest te zijn voor anderen, zelf niet afgewezen te worden.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.