เลวีนิติ 13
Freedom Bible (Thai)Translation
Freedom Bible (Thai)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1พระยาห์เวห์ตรัสกับโมเสสและอาโรนว่า
1Jahweh sprak tot Moses en Aäron:
2“ถ้าผิวหนังตามร่างกายของชายคนใดมีรอยบวม สะเก็ด หรือรอยด่างขาว และรอยนั้นกลายเป็นรอยโรคเรื้อนบนผิวหนัง เขาต้องถูกพาไปหาอาโรนปุโรหิต หรือบุตรชายคนหนึ่งของอาโรนซึ่งเป็นปุโรหิต
2Wanneer iemand op zijn huid een roof, uitslag of witte vlek krijgt, die zich op zijn huid tot een melaatse plek ontwikkelt, dan moet hij naar den priester Aäron of naar een van de priesters, zijn zonen, worden gebracht.
3ปุโรหิตต้องตรวจรอยโรคบนผิวหนัง ถ้าขนตรงรอยโรคเปลี่ยนเป็นสีขาว และรอยโรคดูเหมือนลึกกว่าผิวหนังโดยรอบ นั่นคือรอยโรคเรื้อน ปุโรหิตต้องตรวจเขาและประกาศว่าเขาไม่สะอาดตามพิธี
3De priester moet de plek op zijn huid onderzoeken. Is het haar op die plek wit geworden, en ligt die plek opvallend dieper dan de huid, dan is het melaatsheid. Wanneer de priester dit ziet, moet hij hem onrein verklaren.
4แต่ถ้ารอยด่างบนผิวหนังเป็นสีขาว รอยนั้นดูไม่ลึกกว่าผิวหนังโดยรอบ และขนตรงรอยยังไม่เปลี่ยนเป็นสีขาว ปุโรหิตต้องแยกผู้ที่มีรอยโรคนั้นไว้เจ็ดวัน
4Zo het echter een witte vlek op zijn huid is, die niet opvallend dieper ligt dan de huid, en het haar daarop niet wit is geworden, dan moet de priester den lijder zeven dagen lang opsluiten.
5ในวันที่เจ็ด ปุโรหิตต้องตรวจเขา ถ้าปุโรหิตเห็นว่ารอยโรคยังคงเดิมและไม่ลุกลามบนผิวหนัง ปุโรหิตต้องแยกเขาไว้อีกเจ็ดวัน
5Wanneer de priester hem op de zevende dag weer onderzoekt en bemerkt, dat de plek onveranderd is gebleven en zich niet verder over de huid heeft verspreid, dan moet de priester hem opnieuw zeven dagen lang opsluiten.
6ในวันที่เจ็ดครั้งที่สอง ปุโรหิตต้องตรวจเขาอีก ถ้ารอยโรคจางลงและไม่ลุกลามบนผิวหนัง ปุโรหิตต้องประกาศว่าเขาสะอาดตามพิธี รอยนั้นเป็นเพียงสะเก็ด เขาต้องซักเสื้อผ้า แล้วจึงจะสะอาดตามพิธี
6De priester moet hem op de zevende dag nog eens onderzoeken; en ziet hij, dat de plek dof is geworden en zich niet verder over de huid heeft verspreid, dan moet de priester hem rein verklaren; het is enkel maar uitslag. Hij moet zijn kleren wassen, en is dan rein.
7แต่ถ้าสะเก็ดนั้นลุกลามบนผิวหนัง หลังจากเขาไปให้ปุโรหิตตรวจเพื่อการชำระตัวแล้ว เขาต้องไปให้ปุโรหิตตรวจอีกครั้ง
7Maar zo de uitslag zich verder over zijn huid verspreidt, nadat hij zich reeds aan den priester heeft vertoond, om rein te worden verklaard, dan moet hij zich opnieuw door den priester laten onderzoeken.
8ปุโรหิตต้องตรวจเขา ถ้าสะเก็ดลุกลามบนผิวหนัง ปุโรหิตต้องประกาศว่าเขาไม่สะอาดตามพิธี นั่นคือโรคเรื้อน
8Ziet de priester, dat de uitslag zich verder over zijn huid heeft verspreid, dan moet de priester hem onrein verklaren; het is melaatsheid.
9“ถ้าชายคนหนึ่งมีรอยโรคเรื้อน เขาต้องถูกพาไปหาปุโรหิต
9Wanneer iemand een melaatse plek heeft, moet hij naar den priester worden gebracht.
10ปุโรหิตต้องตรวจเขา ถ้ามีรอยบวมสีขาวบนผิวหนัง ขนตรงบริเวณนั้นเปลี่ยนเป็นสีขาว และมีเนื้อสดอยู่ในรอยบวม
10Ziet de priester, dat er op de huid een witte roof zit, het haar daarop wit is geworden, en er wild vlees in die roof groeit,
11นั่นคือโรคเรื้อนเรื้อรังบนผิวหนังของเขา ปุโรหิตต้องประกาศว่าเขาไม่สะอาดตามพิธี ไม่ต้องแยกเขาไว้ เพราะเขาไม่สะอาดตามพิธีอยู่แล้ว
11dan is het een verouderde melaatsheid op de huid. De priester moet hem onrein verklaren zonder hem eerst nog op te sluiten; want hij is onrein.
12“ถ้าโรคเรื้อนลุกลามไปทั่วผิวหนังและปกคลุมผิวหนังของผู้มีรอยโรคตั้งแต่ศีรษะจรดเท้า เท่าที่ปุโรหิตมองเห็น
12Wanneer de melaatsheid op zijn huid openbarst, en de melaatsheid heel de huid van den lijder van het hoofd tot de voeten bedekt, zover de priester kan nagaan,
13ปุโรหิตต้องตรวจเขา ถ้าโรคเรื้อนปกคลุมเนื้อของเขาทั้งหมด ปุโรหิตต้องประกาศว่าเขาสะอาดจากรอยโรคนั้น เพราะทั้งหมดเปลี่ยนเป็นสีขาว เขาจึงสะอาดตามพิธี
13en ziet de priester, dat de melaatsheid heel zijn lichaam bedekt, dan moet hij den lijder rein verklaren, als hij geheel wit is geworden; hij is rein.
14แต่เมื่อใดที่มีเนื้อสดปรากฏขึ้น เขาจะไม่สะอาดตามพิธี
14Maar als zich wild vlees bij hem vertoont, is hij onrein.
15ปุโรหิตต้องตรวจเนื้อสดนั้นและประกาศว่าเขาไม่สะอาดตามพิธี เนื้อสดนั้นไม่สะอาดตามพิธี นั่นคือโรคเรื้อน
15Heeft dus de priester het wilde vlees bemerkt, dan moet hij hem onrein verklaren; het wilde vlees is onrein; het is melaatsheid.
16แต่ถ้าเนื้อสดนั้นกลับเปลี่ยนเป็นสีขาว เขาต้องไปหาปุโรหิต
16Wanneer echter het wilde vlees weer verdwijnt en hij wit wordt, dan moet hij naar den priester gaan.
17ปุโรหิตต้องตรวจเขา ถ้ารอยโรคเปลี่ยนเป็นสีขาว ปุโรหิตต้องประกาศว่าเขาสะอาดจากรอยโรคนั้น เขาสะอาดตามพิธี
17Ziet nu de priester, dat die plek wit is geworden, dan moet hij den lijder rein verklaren; hij is rein.
18“ถ้าผิวหนังของคนคนหนึ่งเคยเป็นฝีและฝีนั้นหายแล้ว
18Wanneer iemand een zweer op zijn huid heeft, die wel is genezen,
19แต่ตรงบริเวณที่เคยเป็นฝีมีรอยบวมสีขาวหรือรอยด่างสีขาวอมแดง เขาต้องนำรอยนั้นไปให้ปุโรหิตตรวจ
19maar op wier plaats een witte roof of lichtrode vlek is ontstaan, dan moet hij zich aan den priester vertonen.
20ปุโรหิตต้องตรวจ ถ้ารอยนั้นดูเหมือนลึกกว่าผิวหนังโดยรอบ และขนตรงรอยเปลี่ยนเป็นสีขาว ปุโรหิตต้องประกาศว่าเขาไม่สะอาดตามพิธี นั่นคือรอยโรคเรื้อนที่ปะทุขึ้นตรงบริเวณฝี
20Bemerkt de priester, dat deze vlek opvallend dieper ligt dan de huid, en dat het haar daarop wit is, dan moet de priester hem voor onrein verklaren; het is melaatsheid, die in de zweer is uitgebroken.
21แต่ถ้าปุโรหิตตรวจแล้วพบว่าไม่มีขนสีขาวในรอยนั้น รอยไม่ลึกกว่าผิวหนังโดยรอบ และสีจางลง ปุโรหิตต้องแยกเขาไว้เจ็ดวัน
21Maar wanneer de priester ziet, dat er geen witte haren op zitten, dat ze niet dieper ligt dan de huid en dof is, dan moet de priester hem zeven dagen opsluiten.
22ถ้ารอยนั้นลุกลามบนผิวหนัง ปุโรหิตต้องประกาศว่าเขาไม่สะอาดตามพิธี นั่นคือรอยโรค
22Indien de plek zich verder over de huid verspreidt, dan moet de priester hem onrein verklaren; het is melaatsheid.
23แต่ถ้ารอยด่างยังอยู่ที่เดิมและไม่ลุกลาม รอยนั้นเป็นแผลเป็นจากฝี ปุโรหิตต้องประกาศว่าเขาสะอาดตามพิธี
23Zo de plek onveranderd is gebleven, en zich niet verder heeft verspreid, dan is het een litteken van de zweer; de priester moet hem dan rein verklaren.
24“หรือถ้าผิวหนังของคนคนหนึ่งมีแผลไฟไหม้ และเนื้อสดตรงแผลไหม้กลายเป็นรอยด่างสีขาวอมแดงหรือสีขาว
24Of wanneer iemand op zijn huid een brandwonde heeft, en er vormt zich in die brandwonde een lichtrode of witte vlek,
25ปุโรหิตต้องตรวจ ถ้าขนตรงรอยด่างเปลี่ยนเป็นสีขาว และรอยนั้นดูเหมือนลึกกว่าผิวหนังโดยรอบ นั่นคือโรคเรื้อนที่ปะทุขึ้นในแผลไหม้ ปุโรหิตต้องประกาศว่าเขาไม่สะอาดตามพิธี นั่นคือรอยโรคเรื้อน
25dan moet de priester ze onderzoeken; en is op die vlek het haar wit geworden, ligt ze opvallend dieper dan de huid, dan is in die wond melaatsheid uitgebroken; de priester moet hem onrein verklaren; het is melaatsheid.
26แต่ถ้าปุโรหิตตรวจแล้วพบว่าไม่มีขนสีขาวในรอยด่าง รอยนั้นไม่ลึกกว่าผิวหนังโดยรอบ และสีจางลง ปุโรหิตต้องแยกเขาไว้เจ็ดวัน
26Maar zo de priester bemerkt, dat zich op die vlek geen wit haar bevindt, dat ze niet dieper ligt dan de huid en dof is, dan moet de priester hem zeven dagen lang opsluiten.
27ในวันที่เจ็ด ปุโรหิตต้องตรวจเขา ถ้ารอยนั้นลุกลามบนผิวหนัง ปุโรหิตต้องประกาศว่าเขาไม่สะอาดตามพิธี นั่นคือรอยโรคเรื้อน
27Op de zevende dag moet de priester hem onderzoeken. Zo de plek zich over de huid heeft verspreid, moet de priester hem onrein verklaren; het is melaatsheid.
28แต่ถ้ารอยด่างยังอยู่ที่เดิม ไม่ลุกลามบนผิวหนัง และสีจางลง นั่นคือรอยบวมจากแผลไหม้ ปุโรหิตต้องประกาศว่าเขาสะอาดตามพิธี เพราะเป็นเพียงแผลเป็นจากแผลไหม้
28Maar zo de witte vlek onveranderd is gebleven, zich niet verder over de huid heeft verspreid en dof is geworden, dan is het een roof van de brandwonde; de priester moet hem dan rein verklaren, want het is het litteken van de brandwonde.
29“ถ้าชายหรือหญิงมีรอยโรคที่ศีรษะหรือบริเวณเครา
29Wanneer een man of een vrouw een plek heeft op het hoofd of in de baard,
30ปุโรหิตต้องตรวจรอยโรคนั้น ถ้ารอยดูเหมือนลึกกว่าผิวหนังโดยรอบ และมีขนสีเหลืองบางอยู่ในรอย ปุโรหิตต้องประกาศว่าผู้นั้นไม่สะอาดตามพิธี นั่นคือโรคคัน ซึ่งเป็นโรคเรื้อนที่ศีรษะหรือบริเวณเครา
30dan moet de priester die plek onderzoeken. Ligt deze opvallend dieper dan de huid en is het haar daarop geel en dun, dan moet de priester hem onrein verklaren; het is een kwaadaardige uitslag, melaatsheid van hoofd of baard.
31แต่ถ้าปุโรหิตตรวจรอยโรคคันแล้วเห็นว่ารอยนั้นไม่ลึกกว่าผิวหนังโดยรอบ และไม่มีขนสีดำอยู่ในรอย ปุโรหิตต้องแยกผู้ที่มีรอยโรคคันนั้นไว้เจ็ดวัน
31Maar wanneer de priester bemerkt, dat de plek, door de uitslag aangetast, niet opvallend dieper ligt dan de huid, maar er toch ook geen zwart haar op zit, dan moet de priester den lijder aan de uitslag zeven dagen lang opsluiten.
32ในวันที่เจ็ด ปุโรหิตต้องตรวจรอยโรค ถ้าโรคคันไม่ลุกลาม ไม่มีขนสีเหลืองอยู่ในรอย และรอยโรคคันดูไม่ลึกกว่าผิวหนังโดยรอบ
32Op de zevende dag moet hij de aangetaste plek opnieuw onderzoeken. Heeft de uitslag zich niet uitgebreid, is er geen geel haar op gekomen, en ligt de uitslag niet opvallend dieper dan de huid,
33ให้ผู้นั้นโกนผมหรือขนออก แต่ห้ามโกนบริเวณรอยโรคคัน แล้วปุโรหิตต้องแยกผู้ที่มีรอยโรคคันนั้นไว้อีกเจ็ดวัน
33dan moet de lijder aan uitslag zich scheren, behalve op de plek van de uitslag, en de priester moet hem nogmaals zeven dagen opsluiten.
34ในวันที่เจ็ด ปุโรหิตต้องตรวจรอยโรคคัน ถ้ารอยนั้นไม่ลุกลามบนผิวหนังและดูไม่ลึกกว่าผิวหนังโดยรอบ ปุโรหิตต้องประกาศว่าผู้นั้นสะอาดตามพิธี ผู้นั้นต้องซักเสื้อผ้า แล้วจึงจะสะอาดตามพิธี
34Op de zevende dag moet de priester de uitslag opnieuw onderzoeken. Heeft de uitslag zich niet verder over de huid verspreid en ligt hij niet opvallend dieper dan de huid, dan moet de priester hem rein verklaren. Hij moet zijn kleren wassen, en is rein.
35แต่ถ้าโรคคันลุกลามบนผิวหนังหลังจากผู้นั้นได้รับการประกาศว่าสะอาดตามพิธีแล้ว
35Maar zo de uitslag zich verder over de huid heeft verspreid, nadat hij zich reeds aan den priester heeft vertoond, om rein te worden verklaard,
36ปุโรหิตต้องตรวจเขา ถ้าโรคคันลุกลามบนผิวหนัง ปุโรหิตไม่ต้องตรวจหาขนสีเหลืองอีก ผู้นั้นไม่สะอาดตามพิธี
36en bemerkt de priester, dat de uitslag zich werkelijk verder over de huid heeft verspreid, dan behoeft de priester niet verder te zoeken naar het gele haar; hij is onrein.
37แต่ถ้าปุโรหิตเห็นว่าโรคคันหยุดลุกลามและมีขนสีดำงอกขึ้นในรอย แสดงว่าโรคคันหายแล้ว ผู้นั้นสะอาดตามพิธี ปุโรหิตต้องประกาศว่าเขาสะอาดตามพิธี
37Wanneer echter de uitslag onveranderd is gebleven en er zwart haar op groeit, dan is de uitslag genezen; hij is rein, en de priester moet hem rein verklaren.
38“ถ้าชายหรือหญิงมีรอยด่างบนผิวหนังตามร่างกาย เป็นรอยด่างสีขาว
38Wanneer een man of een vrouw witte vlekken op hun huid hebben,
39ปุโรหิตต้องตรวจ ถ้ารอยด่างบนผิวหนังเป็นสีขาวหม่น นั่นเป็นผื่นที่ไม่เป็นอันตรายซึ่งเกิดขึ้นบนผิวหนัง ผู้นั้นสะอาดตามพิธี
39dan moet de priester ze onderzoeken. Zijn die vlekken op hun huid dofwit, dan is het slechts een goedaardige uitslag, die op de huid is uitgebroken; ze zijn rein.
40“ถ้าผมของชายคนหนึ่งร่วงจากศีรษะ เขาเป็นคนศีรษะล้าน แต่ยังสะอาดตามพิธี
40Wanneer iemand de haren op zijn hoofd verliest, dan is hij alleen maar een kaalhoofd; hij is rein.
41ถ้าผมร่วงจากด้านหน้าของศีรษะ เขามีหน้าผากล้าน แต่ยังสะอาดตามพิธี
41Verliest hij zijn haren van voren, dan heeft hij alleen maar een kaal voorhoofd; hij is rein.
42แต่ถ้ามีรอยโรคสีขาวอมแดงบนบริเวณศีรษะล้านหรือหน้าผากล้าน นั่นคือโรคเรื้อนที่ปะทุขึ้นบนบริเวณนั้น
42Maar zo hij op zijn kaal voor(-) of achterhoofd een vaalrode plek heeft, dan is dat melaatsheid, die op zijn kaal voor(-) of achterhoofd is uitgebroken.
43ปุโรหิตต้องตรวจเขา ถ้าปุโรหิตเห็นว่ารอยบวมของรอยโรคนั้นมีสีขาวอมแดงบนบริเวณศีรษะล้านหรือหน้าผากล้าน คล้ายรอยโรคเรื้อนบนผิวหนังตามร่างกาย
43De priester moet hem onderzoeken. Is de roof van die plek op zijn kaal voor(-) of achterhoofd lichtrood, en ziet ze er uit als de melaatsheid van de huid,
44ชายคนนั้นเป็นโรคเรื้อนและไม่สะอาดตามพิธี ปุโรหิตต้องประกาศว่าเขาไม่สะอาดตามพิธีอย่างแน่นอน เพราะรอยโรคอยู่ที่ศีรษะ
44dan is hij melaats; hij is onrein. De priester moet hem onrein verklaren; hij heeft melaatsheid op zijn hoofd.
45“ผู้ที่เป็นโรคเรื้อนและมีรอยโรคนั้นต้องสวมเสื้อผ้าที่ฉีกขาด ปล่อยผมบนศีรษะให้ยุ่ง ปิดริมฝีปากบน และร้องว่า ‘ไม่สะอาดตามพิธี! ไม่สะอาดตามพิธี!’
45Wie door melaatsheid is getroffen, moet met gescheurde kleren gaan, het hoofd onbedekt, zijn bovenlip omwonden, en hij moet roepen: Onrein, onrein!
46ตลอดเวลาที่เขายังมีรอยโรค เขาจะไม่สะอาดตามพิธี เขาไม่สะอาดตามพิธี ต้องอยู่ตามลำพัง และที่พักของเขาต้องอยู่นอกค่าย
46Zo lang hij melaats blijft, is hij volslagen onrein: hij moet afgezonderd wonen, en buiten de legerplaats verblijven.
47“ส่วนเสื้อผ้าที่มีรอยโรคคล้ายโรคเรื้อน ไม่ว่าจะเป็นเสื้อผ้าขนแกะหรือผ้าลินิน
47Wanneer de melaatsheid zich op een wollen of linnen kledingstuk vertoont,
48ไม่ว่าจะเกิดที่ด้ายยืนหรือด้ายพุ่ง ของผ้าลินินหรือขนแกะ หรือเกิดที่หนังหรือสิ่งใด ๆ ที่ทำจากหนัง
48op geweven of geknoopte stof van linnen of wol, op leer of op een of ander ding van leer:
49ถ้ารอยโรคมีสีเขียวหรือสีแดงบนเสื้อผ้า หนัง ด้ายยืน ด้ายพุ่ง หรือสิ่งใด ๆ ที่ทำจากหนัง นั่นเป็นรอยโรคคล้ายโรคเรื้อน และต้องนำไปให้ปุโรหิตตรวจ
49en die plek op dat kleed of dat leer, op die geweven of geknoopte stof of op een of ander ding van leer, is groen(-) of roodachtig, dan is die plek melaats, en moet aan den priester worden getoond.
50ปุโรหิตต้องตรวจรอยโรคและแยกสิ่งที่มีรอยโรคนั้นไว้เจ็ดวัน
50De priester moet die plek onderzoeken, en het besmette zeven dagen lang wegsluiten.
51ในวันที่เจ็ด ปุโรหิตต้องตรวจรอยโรค ถ้ารอยลุกลามในเสื้อผ้า ด้ายยืน ด้ายพุ่ง หนัง หรือสิ่งใด ๆ ที่ทำจากหนังไม่ว่าจะใช้ทำอะไร รอยนั้นเป็นราที่กัดกิน สิ่งนั้นไม่สะอาดตามพิธี
51Op de zevende dag moet hij de plek opnieuw onderzoeken. Heeft deze plek zich op het kledingstuk, op de geweven of geknoopte stof, op het leer of op een of ander ding van leer verder verspreid, dan is het kwaadaardige melaatsheid; het besmette is onrein.
52เขาต้องเผาเสื้อผ้า ด้ายยืนหรือด้ายพุ่งที่เป็นขนแกะหรือผ้าลินิน หรือสิ่งใด ๆ ที่ทำจากหนังซึ่งมีรอยโรคนั้น เพราะเป็นราที่กัดกิน ต้องเผาสิ่งนั้นด้วยไฟ
52Hij moet het kleed, de geweven of geknoopte stof van wol of linnen, of het een of ander ding van leer, waarop de plek zit, verbranden. Want het is kwaadaardige melaatsheid; het ding moet in het vuur worden verbrand.
53“แต่ถ้าปุโรหิตตรวจแล้วเห็นว่ารอยโรคไม่ลุกลามในเสื้อผ้า ด้ายยืน ด้ายพุ่ง หรือสิ่งใด ๆ ที่ทำจากหนัง
53Maar zo de priester bemerkt, dat de plek zich op het kleed, de geweven of geknoopte stof, of op een of ander ding van leer niet verder heeft uitgebreid,
54ปุโรหิตต้องสั่งให้ซักสิ่งที่มีรอยโรคนั้น แล้วแยกไว้อีกเจ็ดวัน
54dan moet de priester bevelen, het ding, waarop de plek zit, te wassen en het opnieuw zeven dagen lang wegsluiten.
55หลังจากซักแล้ว ปุโรหิตต้องตรวจรอยโรค ถ้าสีของรอยไม่เปลี่ยนและรอยไม่ลุกลาม สิ่งนั้นก็ยังไม่สะอาดตามพิธี ต้องเผาด้วยไฟ เพราะเป็นราที่กัดกินเนื้อวัสดุ ไม่ว่าจะอยู่ด้านในหรือด้านนอก
55Ziet de priester, dat de plek na de wassing van het besmette ding, niet is veranderd, dan is het onrein; ook al heeft die plek zich niet uitgebreid. Ge moet het verbranden; het is een voortkankerende melaatsheid aan de achter(-) of voorkant.
56แต่ถ้าปุโรหิตตรวจแล้วเห็นว่ารอยโรคจางลงหลังจากซัก เขาต้องฉีกส่วนที่มีรอยนั้นออกจากเสื้อผ้า หนัง ด้ายยืน หรือด้ายพุ่ง
56Ziet de priester, dat de besmette plek na de wassing dof is geworden, dan moet hij ze van het kleed, van het leer of van de geweven of geknoopte stof afscheuren.
57ถ้ารอยนั้นปรากฏขึ้นอีกในเสื้อผ้า ด้ายยืน ด้ายพุ่ง หรือสิ่งใด ๆ ที่ทำจากหนัง แสดงว่ารอยกำลังลุกลาม พวกเจ้าต้องเผาสิ่งที่มีรอยนั้นด้วยไฟ
57Verschijnt ze opnieuw op het kleed, op de geweven of geknoopte stof, of op een of ander leren ding, dan is het uitbarstende melaatsheid. Gij moet het ding, waarop de plek zit, verbranden.
58ส่วนเสื้อผ้า ด้ายยืน ด้ายพุ่ง หรือสิ่งใด ๆ ที่ทำจากหนังซึ่งพวกเจ้าซักแล้ว ถ้ารอยโรคหายไปจากสิ่งนั้น ต้องซักอีกเป็นครั้งที่สอง แล้วสิ่งนั้นจะสะอาดตามพิธี”
58Maar het kleed, de geweven of geknoopte stof of het een of ander ding van leer, waaruit de plek na wassing is verdwenen, moet opnieuw worden gewassen; dan is het rein.
59นี่คือกฎเรื่องรอยราในเสื้อผ้าขนแกะหรือผ้าลินิน ไม่ว่าจะอยู่ที่ด้ายยืน ด้ายพุ่ง หรือสิ่งใด ๆ ที่ทำจากหนัง เพื่อประกาศว่าสิ่งนั้นสะอาดตามพิธีหรือไม่สะอาดตามพิธี
59Dit is de wet op de melaatsheid van een wollen of linnen kleed, van geweven of geknoopte stof of van een of ander ding van leer. Ze dient om iets rein of onrein te verklaren.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.