2 พงศาวดาร
Chapter 34
Freedom Bible (Thai)
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

2 พงศาวดาร 34

Freedom Bible (Thai)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1โยสิยาห์​ขึ้น​ครองราชย์​เมื่อ​อายุ 8 ปี และ​ครองราชย์​ใน​เยรูซาเล็ม 31 ปี
1Josias was acht jaar, toen hij koning werd, en hij regeerde een en dertig jaar te Jerusalem.
2เขา​ทำ​สิ่ง​ที่​ถูกต้อง​ใน​สายพระเนตร​ของ​พระยาห์เวห์ ดำเนิน​ตาม​ทาง​ของ​ดาวิดบรรพบุรุษ ไม่​หันเห​ไป​ทางขวา​หรือ​ทางซ้าย
2Hij deed wat goed was in de ogen van Jahweh, en volgde het voorbeeld van zijn vader David, zonder ooit rechts of links daarvan af te wijken.
3ใน​ปี​ที่ 8 แห่งรัชกาล ขณะ​ยัง​เยาว์ เขา​เริ่มแสวงหาพระเจ้าของ​ดาวิดบรรพบุรุษ และ​ใน​ปี​ที่ 12 เริ่มขจัดสถานบูชาบน​ที่​สูง เสาอาเชราห์ รูปเคารพแกะสลัก และ​รูปเคารพหล่อ​ออก​จาก​ยูดาห์​กับ​เยรูซาเล็ม
3In het achtste jaar van zijn regering, dus toen hij nog jong was, begon hij te ijveren voor den God van zijn vader David, en in het twaalfde jaar begon hij Juda en Jerusalem te zuiveren van de offerhoogten, de heilige palen, de schandbeelden en alle andere gegoten beelden.
4คน​ทั้ง​หลายรื้อแท่นบูชา​ของ​บรรดาพระบาอัล​ต่อ​หน้า​เขา เขา​ตัดแท่นเผาเครื่องหอม​ที่​ตั้งสูงเหนือแท่นเหล่า​นั้น ทุบเสาอาเชราห์ รูปเคารพแกะสลัก และ​รูปเคารพหล่อ​จน​ละเอียด​เป็น​ผง แล้ว​โปรยบนหลุมศพ​ของ​ผู้​ที่​เคย​ถวาย​เครื่องบูชา​แก่​รูปเหล่า​นั้น
4Men wierp in zijn tegenwoordigheid de altaren der Báals omver, en de zonnezuilen, die er boven op stonden, haalde men neer; de heilige palen, schandbeelden en andere gegoten beelden sloeg men tot pulver, en liet het stof over de graven strooien van hen, die daaraan hadden geofferd;
5เขา​เผากระดูก​ของ​ปุโรหิตบนแท่นบูชา​ของ​พวกเขา และ​ชำระยูดาห์​กับ​เยรูซาเล็ม​ให้​พ้น​จาก​สิ่งเหล่า​นี้
5de gebeenten der priesters verbrandde men op hun altaren. Zo zuiverde hij Juda en Jerusalem.
6เขา​ทำ​เช่น​นี้​ตาม​เมือง​ของ​มนัสเสห์ เอฟราอิม สิเมโอน ไป​จน​ถึง​นัฟทาลี ตลอดบริเวณซากปรักหักพัง​โดย​รอบ
6Ook in de steden van Manasse, Efraïm en Samaria, en zelfs in Neftali, die rondom in puin lagen,
7เขา​รื้อแท่นบูชา บดเสาอาเชราห์​กับ​รูปเคารพแกะสลัก​เป็น​ผง และ​ตัดแท่นเผาเครื่องหอม​ทุก​แห่งทั่วแผ่นดินอิสราเอล แล้วกลับเยรูซาเล็ม
7wierp hij de altaren omver, sloeg de heilige palen en de schandbeelden tot pulver, en haalde alle zonnezuilen neer in heel het land van Israël. Toen keerde hij naar Jerusalem terug.
8ใน​ปี​ที่ 18 แห่งรัชกาล เมื่อ​ชำระแผ่นดิน​กับ​พระวิหาร​แล้ว เขา​ส่ง​ชาฟาน​บุตร​อาซาลิยาห์ มา​อาเสยาห์ผู้ว่าการ​เมือง และ​โยอาห์​บุตร​โยอาหาสผู้บันทึกเหตุการณ์ ไป​ซ่อมพระวิหาร​ของ​พระยาห์เวห์พระเจ้าของ​เขา
8In het achttiende jaar van zijn regering, toen hij het land en de tempel gezuiverd had, gaf hij Sjafan, den zoon van Asalj hoe, en den stadsoverste Maäsejáhoe en den kanselier Joach, den zoon van Joachaz, de opdracht, de tempel te herstellen van Jahweh, zijn God.
9พวกเขา​ไป​หาฮิลคียาห์ปุโรหิตใหญ่​และ​มอบเงิน​ที่​ประชาชน​นำ​มา​พระวิหาร​ของ​พระเจ้า ชาวเลวีผู้เฝ้าธรณีประตูเก็บเงิน​นี้​มา​จาก​ชาว​มนัสเสห์ เอฟราอิม ผู้​ที่​เหลือ​อยู่​ทั้งหมด​ของ​อิสราเอล ชาว​ยูดาห์ เบนยามิน และ​ชาว​เยรูซาเล็ม
9Zij kwamen bij den hogepriester Chilki-jáhoe en overhandigden hem het geld, dat in het Godshuis was opgehaald, en dat de levietische dorpelwachters bij Manasse en Efraïm, bij heel de overgebleven bevolking van Israël, en bij heel Juda en Benjamin en de burgers van Jerusalem hadden ingezameld.
10พวกเขา​มอบเงิน​ให้​ผู้คุมงานพระวิหาร​ของ​พระยาห์เวห์ และ​ผู้คุมงาน​ก็​นำ​ไป​ให้​คน​งานซ่อมแซมพระวิหาร
10Zij stelden het aan de opzichters der werklieden ter hand, die het toezicht hadden in de tempel van Jahweh.
11คน​งานจ่ายเงิน​ให้​ช่างไม้​กับ​ช่างก่อสร้างซื้อหิน​ที่​ตัดแต่ง​แล้ว ไม้สำหรับโครงยึด และ​คานสำหรับอาคาร​ที่​กษัตริย์​ยูดาห์เคยทำลาย
11Dezen betaalden het uit aan de werklieden, die in de tempel van Jahweh met de vernieuwing en herstellingswerkzaamheden waren belast: aan timmerlieden en metselaars; bovendien moesten zij er gehouwen stenen voor kopen, en hout zowel voor de binten, als voor de zoldering der vertrekken, die de koningen van Juda verwaarloosd hadden.
12คน​เหล่า​นั้น​ทำงานอย่างซื่อสัตย์ ผู้ควบคุมงาน​คือ​ยาหัท​กับ​โอบาดีห์ชาวเลวีเชื้อสายเมรารี และ​เศคาริยาห์​กับ​เมชุลลามเชื้อสายโคฮาท ยัง​มี​ชาวเลวี​คน​อื่น ๆ ที่​ชำนาญเครื่องดนตรี​ด้วย
12Deze mannen vervulden hun taak op goed vertrouwen; ze stonden onder het voortdurende toezicht van de levieten Jáchat en Obadjáhoe uit het geslacht Merari, en van Zekarja en Mesjoellam uit het geslacht Kehat.
13พวกเขา​ดูแล​คน​ขน​ของ​และ​ควบคุม​คน​ทำงาน​ทุก​ประเภท ใน​หมู่ชาวเลวี​ยัง​มี​ผู้จดบันทึก เจ้าหน้าที่ และ​คน​เฝ้าประตู
13Alle levieten, die muziekinstrumenten konden bespelen, hadden het toezicht over de lastdragers, en leidden ook alle andere arbeiders bij hun verschillende werkzaamheden; weer andere levieten waren schrijvers, beambten en poortwachters.
14เมื่อ​พวกเขา​นำ​เงิน​ที่​ถวาย​พระวิหาร​ของ​พระยาห์เวห์​ออก​มา ฮิลคียาห์ปุโรหิตพบหนังสือกฎหมาย​ของ​พระยาห์เวห์​ซึ่ง​ทรง​ให้​ผ่านโมเสส
14Toen zij nu het geld, dat in de tempel was opgehaald, eruit wilden nemen, vond de priester Chilkijáhoe het wetboek van Jahweh, van Moses afkomstig.
15ฮิลคียาห์บอกชาฟานผู้จดบันทึก​ว่า “ข้าพบหนังสือกฎหมาย​ใน​พระวิหาร​ของ​พระยาห์เวห์” แล้ว​มอบหนังสือ​ให้​ชาฟาน
15Chilkijáhoe deelde het den geheimschrijver Sjafan mee en zeide:Ik heb in de tempel van Jahweh het wetboek van Jahweh gevonden. En Chilkijáhoe reikte het boek aan Sjafan over.
16ชาฟาน​นำ​หนังสือ​ไป​ถวาย​กษัตริย์​พร้อมรายงาน​ว่า “คนรับใช้​ของ​พระองค์​กำลัง​ทำ​ทุก​อย่าง​ที่​ได้​รับมอบหมาย
16Sjafan nam het boek naar den koning mee, en bracht het volgende verslag uit: Alles wat uw dienaren opgedragen is, hebben ze uitgevoerd.
17พวกเขา​เอาเงินทั้งหมด​ใน​พระวิหาร​ของ​พระยาห์เวห์​ออก​มา​และ​มอบ​ให้​ผู้ควบคุมงาน​กับ​คน​งาน​แล้ว”
17Zij hebben het geld, dat zich in de tempel van Jahweh bevond, te voorschijn gehaald, en het aan de opzichters der werklieden overhandigd.
18ชาฟานผู้จดบันทึกทูล​กษัตริย์​อีก​ว่า “ฮิลคียาห์ปุโรหิตมอบหนังสือ​ให้​ข้าพระบาทเล่มหนึ่ง” แล้ว​เขา​อ่าน​ถวาย​กษัตริย์
18Tegelijkertijd deelde de geheimschrijver Sjafan den koning mede: Chilki-jáhoe, de priester, heeft mij een boek gegeven. En Sjafan las het den koning voor.
19เมื่อ​กษัตริย์​ได้​ฟังถ้อยคำ​ใน​กฎหมาย ก็​ฉีกเสื้อผ้า​ของ​ตน
19Toen de koning hoorde, wat er in het boek der wet stond geschreven, scheurde hij zijn klederen.
20กษัตริย์​สั่งฮิลคียาห์ อาหิคัม​บุตร​ชาฟาน อับโดน​บุตร​มี​คาห์ ชาฟานผู้จดบันทึก และ​อาสายาห์​คนรับใช้​ของ​กษัตริย์​ว่า
20En aanstonds gaf hij aan Chilki-jáhoe, aan Achikam, den zoon van Sjafan, aan Abdon, den zoon van Mika, en aan den geheimschrijver Sjafan en den hofbeambte Asaja de opdracht:
21“จง​ไป​ทูล​ถาม​พระยาห์เวห์​เพื่อ​เรา และ​เพื่อ​คน​ที่​เหลือ​อยู่​ใน​อิสราเอล​กับ​ยูดาห์ เรื่องถ้อยคำ​ใน​หนังสือ​ที่​พบ เพราะ​พระพิโรธ​ของ​พระยาห์เวห์​ที่​เท​ลง​บนเรารุนแรงนัก บรรพบุรุษ​ของ​เรา​ไม่​รักษาพระดำรัส​ของ​พระองค์ ไม่​ทำ​ตาม​ทุก​สิ่ง​ที่​เขียน​ใน​หนังสือ​นี้”
21Gaat voor mij en het volk, dat in Israël en Juda is overgebleven, Jahweh raadplegen over de inhoud van dit teruggevonden boek; want Jahweh moet wel in hevige toorn tegen ons zijn ontstoken, omdat noch wij, noch onze vaderen geluisterd hebben naar de bevelen van Jahweh, en zich niet hebben gestoord aan al, wat er in dit boek geschreven staat.
22ฮิลคียาห์​กับ​คน​ที่​กษัตริย์​สั่ง​จึง​ไป​หาฮุลดาห์ผู้เผยพระวจนะหญิง นาง​เป็น​ภรรยา​ของ​ชัลลูมผู้ดูแลเครื่องแต่งกาย ชัลลูม​เป็น​บุตร​โทคหัท หลานหัสราห์ นาง​อาศัย​อยู่​ใน​เขต​ที่​สอง​ของ​เยรูซาเล็ม พวกเขา​เล่าเรื่องทั้งหมด​ให้​นาง​ฟัง
22Daarom ging Chilki-jáhoe met al degenen, die de koning aangewezen had, naar de profetes Choelda, de vrouw van den magazijnmeester Sjalloem, den zoon van Tokhat, zoon van Chasra, die in de voorstad van Jerusalem woonde, om de zaak met haar te bespreken.
23นาง​ตอบ​ว่า “พระยาห์เวห์พระเจ้าแห่งอิสราเอลตรัส​ว่า ‘จงบอก​คน​ที่​ส่ง​พวก​เจ้า​มา​หาเรา​ว่า
23En zij zeide tot hen: Zo spreekt Jahweh, Israëls God! Zegt aan den man, die u tot Mij heeft gezonden:
24พระยาห์เวห์ตรัส​ว่า “เรา​จะ​นำ​ภัย​มา​สู่สถาน​ที่​นี้​และ​ชาว​เมือง ตาม​คำสาปแช่ง​ทุก​ข้อ​ใน​หนังสือ​ที่​พวกเขา​อ่าน​ต่อ​หน้า​กษัตริย์​ยูดาห์
24Zo spreekt Jahweh! Ik ga onheil brengen over deze plaats en haar bewoners:alwat in het boek staat geschreven, dat men den koning van Juda heeft voorgelezen.
25เพราะ​พวกเขา​ทอดทิ้งเรา เผาเครื่องหอม​ให้​เทพเจ้าอื่น และ​ทำให้เรากริ้ว​ด้วย​สิ่ง​ที่​พวกเขา​สร้าง​ขึ้น พระพิโรธ​ของ​เรา​จึง​เท​ลง​บนสถาน​ที่​นี้​และ​จะ​ไม่​ดับ”’
25Omdat zij Mij hebben verlaten en voor andere goden hebben geofferd, om Mij met maaksel van hun handen te tergen, daarom zal mijn toorn tegen deze plaats ontvlammen en niet meer worden gedoofd.
26ส่วน​กษัตริย์​ยูดาห์​ที่​ส่ง​พวก​เจ้า​มา​ทูล​ถาม​พระยาห์เวห์ จงบอก​ว่า ‘พระยาห์เวห์พระเจ้าแห่งอิสราเอลตรัส​ถึง​เรื่อง​ที่​ท่านได้ยิน​ว่า
26Maar aan den koning van Juda, die u gestuurd heeft, om Jahweh te raadplegen, kunt ge dit zeggen: Zo spreekt Jahweh, Israëls God!
27“เมื่อ​ท่านได้ยินถ้อยคำ​ของ​พระเจ้า​ที่​กล่าว​โทษสถาน​ที่​นี้​กับ​ชาว​เมือง ท่าน​ก็​มี​ใจอ่อนน้อม​และ​ถ่อมตน​ต่อ​พระองค์ ทั้ง​ถ่อมตน​ต่อ​เรา ฉีกเสื้อผ้า​และ​ร้องไห้​ต่อ​หน้าเรา เรา​จึง​ฟังท่าน​ด้วย” พระยาห์เวห์ตรัส
27Omdat bij het horen der bedreigingen uw hart werd ontsteld; omdat gij u voor God vernederd hebt, toen gij vernaamt, wat Hij tegen deze plaats en haar bewoners gezegd had; omdat gij u voor Mij vernederd hebt, uw kleren gescheurd en voor mijn aanschijn geweend hebt: daarom heb Ik u verhoord, is de godsspraak van Jahweh!
28“เรา​จะ​ให้​ท่าน​จาก​ไป​อยู่​กับ​บรรพบุรุษ และ​ถูกฝัง​ใน​หลุมศพอย่างสงบ ท่าน​จะ​ไม่​เห็น​ภัยทั้งหมด​ที่​เรา​จะ​นำ​มา​สู่สถาน​ที่​นี้​กับ​ชาว​เมือง”’” พวกเขา​นำ​คำ​ตอบ​นี้​ไป​ทูล​กษัตริย์
28Ik zal u tot uw vaderen verzamelen, en gij zult in vrede bijgezet worden in uw graf; want uw ogen zullen niets van al het onheil aanschouwen, dat Ik over deze plaats en haar bewoners ga brengen. Toen zij dit antwoord aan den koning hadden mede gedeeld,
29กษัตริย์​จึง​เรียกผู้อาวุโสทั้งหมด​ของ​ยูดาห์​และ​เยรูซาเล็ม​มา​รวมกัน
29liet hij al de oudsten van Juda en Jerusalem bij zich ontbieden.
30กษัตริย์​เสด็จ​ไป​พระวิหาร​ของ​พระยาห์เวห์พร้อม​ชาว​ยูดาห์​และ​เยรูซาเล็มทั้งหมด ทั้ง​ปุโรหิต ชาวเลวี และ​ประชาชน​ทุก​ชนชั้น แล้ว​อ่านถ้อยคำทั้งหมด​ใน​หนังสือพันธสัญญา​ที่​พบ​ใน​พระวิหาร​ให้​ทุก​คน​ฟัง
30En nadat de koning met al de mannen van Juda en al de bewoners van Jerusalem, met de priesters en de levieten, en met al het volk, armen en rijken, naar de tempel van Jahweh was opgegaan, las hij hun heel het verbondsboek voor, dat in de tempel van Jahweh was teruggevonden.
31กษัตริย์​ประทับยืน​ใน​ที่​ของ​พระองค์​และ​ทำ​พันธสัญญา​ต่อ​พระยาห์เวห์​ว่า​จะ​ติดตาม​พระองค์ รักษาพระบัญญัติ ข้อเตือนใจ และ​ข้อกำหนด​ด้วย​สุดใจ​และ​สุดชีวิต และ​ทำ​ตาม​ถ้อยคำแห่งพันธสัญญา​ที่​เขียนไว้​ใน​หนังสือ​นี้
31Daarna ging de koning op een verhevenheid staan, en vernieuwde het verbond voor het aanschijn van Jahweh. Voortaan zouden zij Jahweh dienen, en met hart en ziel zijn geboden, instellingen en wetten onderhouden, en het verbond, dat in dit boek stond geschreven, gestand doen.
32พระองค์​ให้​ทุก​คนในเยรูซาเล็ม​และ​เบนยามินร่วมยืนรับพันธสัญญา ชาว​เยรูซาเล็ม​ก็​ทำ​ตาม​พันธสัญญา​กับ​พระเจ้าของ​บรรพบุรุษ
32En hij liet allen, die in Jerusalem en Benjamin aanwezig waren, tot dit verbond toetreden. En de bewoners van Jerusalem handelden overeenkomstig het verbond van God, den God hunner vaderen.
33โยสิยาห์ขจัดสิ่งน่ารังเกียจทั้งหมด​ออก​จาก​ทุก​ดินแดน​ของ​ชาว​อิสราเอล และ​ให้​ทุก​คน​ที่​อยู่​ใน​อิสราเอลรับใช้พระยาห์เวห์พระเจ้าของ​ตน ตลอดรัชกาล​พวกเขา​ไม่​ละทิ้งการติดตามพระยาห์เวห์พระเจ้าของ​บรรพบุรุษ
33Josias liet alle gruwelen verwijderen uit alle landstreken, die aan de Israëlieten behoorden, en verplichtte allen, die in Israël woonden, om Jahweh te dienen, hun God. En zolang hij leefde, weken ze niet af van Jahweh, den God hunner vaderen.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.