Евангелие от Матфея 7
Synodal Translation (Синодальный перевод)Translation
Synodal Translation (Синодальный перевод)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Не судите, да не судимы будете,
1Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt.
2ибо каким судом судите, таким будете судимы; и какою мерою мерите, такою и вам будут мерить.
2Want met het oordeel, dat gij velt, zult gij geoordeeld worden; en met de maat, waarmee gij meet, zal men ook meten voor u.
3И что ты смотришь на сучок в глазе брата твоего, а бревна в твоем глазе не чувствуешь?
3Waarom ziet ge de splinter in het oog van uw broeder, en de balk in uw eigen oog ziet ge niet?
4Или как скажешь брату твоему: “дай, я выну сучок из глаза твоего”, а вот, в твоем глазе бревно?
4Of waarom zegt ge tot uw broeder: laat mij de splinter uit uw oog trekken; en zie, de balk zit in uw eigen oog?
5Лицемер! вынь прежде бревно из твоего глаза и тогда увидишь, как вынуть сучок из глаза брата твоего.
5Huichelaar, trek eerst de balk uit uw eigen oog; dan zult ge zien, hoe ge de splinter uit het oog van uw broeder moet trekken.
6Не давайте святыни псам и не бросайте жемчуга вашего перед свиньями, чтобы они не попрали его ногами своими и, обратившись, не растерзали вас.
6Geeft het heilige niet aan de honden, en werpt uw paarlen niet voor de zwijnen, opdat zij ze niet met de poten vertrappen, zich omkeren, en u gaan verscheuren.
7Просите, и дано будет вам; ищите, и найдете; стучите, и отворят вам;
7Vraagt en men zal u geven; zoekt en ge zult vinden; klopt en men zal u opendoen.
8ибо всякий просящий получает, и ищущий находит, и стучащему отворят.
8Want wie vraagt, ontvangt; wie zoekt, vindt, en wie klopt, hem doet men open.
9Есть ли между вами такой человек, который, когда сын его попросит у него хлеба, подал бы ему камень?
9Of wie is er onder u, die aan zijn zoon een steen zal geven, als hij om brood vraagt,
10и когда попросит рыбы, подал бы ему змею?
10of een slang, als hij om vis vraagt?
11Итак если вы, будучи злы, умеете даяния благие давать детям вашим, тем более Отец ваш Небесный даст блага просящим у Него.
11Als gij dus, zondige mensen, aan uw kinderen goede gaven weet te schenken, hoeveel te meer zal dan uw Vader, die in de hemelen is, het goede geven aan wie het Hem vragen.
12Итак во всем, как хотите, чтобы с вами поступали люди, так поступайте и вы с ними, ибо в этом закон и пророки.
12Al wat gij dus wilt, dat de mensen u doen, doet het ook hun; want dat is de Wet en de Profeten.
13Входите тесными вратами, потому что широки врата и пространен путь, ведущие в погибель, и многие идут ими;
13Gaat binnen door de enge poort; want wijd is de poort en breed is de weg, die ten verderve leidt; en velen zijn er, die daardoor naar binnen gaan.
14потому что тесны врата и узок путь, ведущие в жизнь, и немногие находят их.
14Hoe eng is de poort en hoe smal is de weg, die ten leven voert; en weinigen zijn er, die hem vinden.
15Берегитесь лжепророков, которые приходят к вам в овечьей одежде, а внутри суть волки хищные.
15Wacht u voor de valse profeten, die tot u komen in schaapskleren, maar inwendig roofgierige wolven zijn.
16По плодам их узнаете их. Собирают ли с терновника виноград или с репейника смоквы?
16Aan hun vruchten zult gij ze kennen. Plukt men wel druiven van doornen, of vijgen van distels?
17Так всякое дерево доброе приносит и плоды добрые, а худое дерево приносит и плоды худые.
17Zo draagt iedere goede boom ook goede vruchten; maar een slechte boom draagt slechte vruchten.
18Не может дерево доброе приносить плоды худые, ни дерево худое приносить плоды добрые.
18Een goede boom kan geen slechte vruchten dragen, en een slechte boom geen goede vruchten.
19Всякое дерево, не приносящее плода доброго, срубают и бросают в огонь.
19Iedere boom, die geen goede vruchten draagt, zal omgehouwen worden en in het vuur geworpen.
20Итак по плодам их узнаете их.
20Aan hun vruchten dus zult gij ze kennen.
21Не всякий, говорящий Мне: “Господи! Господи!”, войдет в Царство Небесное, но исполняющий волю Отца Моего Небесного.
21Niet iedereen, die tot Mij zegt: Heer, Heer! zal binnengaan in het rijk der hemelen; maar wel wie de wil van mijn Vader volbrengt, die in de hemelen is.
22Многие скажут Мне в тот день: Господи! Господи! не от Твоего ли имени мы пророчествовали? и не Твоим ли именем бесов изгоняли? и не Твоим ли именем многие чудеса творили?
22Velen zullen op die dag tot Mij zeggen: Heer, Heer, hebben we niet in uw Naam voorzeggingen gedaan, in uw Naam duivels uitgedreven, in uw Naam veel wonderen verricht?
23И тогда объявлю им: Я никогда не знал вас; отойдите от Меня, делающие беззаконие.
23En dan zal Ik hun openlijk zeggen: Nooit heb Ik u gekend; gaat weg van Mij, gij die ongerechtigheid doet.
24Итак всякого, кто слушает слова Мои сии и исполняет их, уподоблю мужу благоразумному, который построил дом свой на камне;
24Een ieder dus, die deze woorden van Mij hoort, en ze in beoefening brengt, zal gelijk zijn aan een wijzen man, die zijn huis bouwde op een rots.
25и пошел дождь, и разлились реки, и подули ветры, и устремились на дом тот, и он не упал, потому что основан был на камне.
25En de regen viel neer, en de waterstromen kwamen af, en de winden gierden en stortten zich op dat huis; doch het zakte niet in, want het was gegrond op de rots.
26А всякий, кто слушает сии слова Мои и не исполняет их, уподобится человеку безрассудному, который построил дом свой на песке;
26Maar wie deze woorden van Mij hoort, doch ze niet in beoefening brengt, zal gelijk zijn aan een dwazen man, die zijn huis bouwde op het zand.
27и пошел дождь, и разлились реки, и подули ветры, и налегли на дом тот и он упал, и было падение его великое.
27En de regen viel neer, en de waterstromen kwamen af, en de winden gierden en stortten zich op dat huis; het zakte in, en zijn val was geweldig.
28И когда Иисус окончил слова сии, народ дивился учению Его,
28Toen Jesus deze toespraak geëindigd had, stonden de scharen verbaasd over zijn leer.
29ибо Он учил их, как власть имеющий, а не как книжники и фарисеи.
29Want Hij leerde hen als een die gezag heeft, en niet zoals hun schriftgeleerden.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.