Книга Судей Израилевых 16
Synodal Translation (Синодальный перевод)Translation
Synodal Translation (Синодальный перевод)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Пришел однажды Самсон в Газу и, увидев там блудницу, вошел к ней.
1Eens ging Samson naar Gaza. Daar zag hij een deerne, en ging bij haar in.
2Жителям Газы сказали: Самсон пришел сюда. И ходили они кругом, и подстерегали его всю ночь в воротах города, и таились всю ночь, говоря: до света утреннего подождем, и убьем его.
2Men vertelde het aan de inwoners van Gaza: Samson is hier gekomen! De hele nacht slopen ze rond, en bleven bij de stadspoort op hem loeren. Doch zolang het nacht was, wilden ze hem niets doen; want ze dachten: We moeten wachten, tot het morgen wordt; dan doden we hem!
3А Самсон спал до полуночи; в полночь же встав, схватил двери городских ворот с обоими косяками, поднял их вместе с запором, положил на плечи свои и отнес их на вершину горы, которая на пути к Хеврону, и положил их там.
3Samson bleef tot middernacht slapen; toen stond hij op in het holst van de nacht, greep de deuren van de stadspoort met haar twee stijlen vast, rukte ze los met grendel en al, legde ze op zijn schouders, en droeg ze naar de top van de berg, die tegenover Hebron lag.
4После того полюбил он одну женщину, жившую на долине Сорек; имя ей Далида.
4Hierna werd hij verliefd op een vrouw, die Delila heette, en in het dal van Sjorek woonde.
5К ней пришли владельцы Филистимские и говорят ей: уговори его, и выведай, в чем великая сила его и как нам одолеть его, чтобы связать его и усмирить его; а мы дадим тебе за то каждый тысячу сто сиклей серебра.
5De filistijnse vorsten gingen naar haar toe, en zeiden haar: Praat eens met hem, om te weten te komen, waarin zijn grote kracht is gelegen, en hoe wij hem moeten overmeesteren en binden, om hem te bedwingen; dan geven we u ieder elfhonderd zilveren sikkels.
6И сказала Далида Самсону: скажи мне, в чем великая сила твоя и чем связать тебя, чтобы усмирить тебя?
6Delila zei dus tot Samson: Vertel me nu eens, waarin uw grote kracht is gelegen, en hoe men u zou moeten binden, om u in bedwang te houden.
7Самсон сказал ей: если свяжут меня семью сырыми тетивами, которые не засушены, то я сделаюсь бессилен и буду как и прочие люди.
7Samson antwoordde haar: Als men mij bindt met zeven nieuwe, nog niet gedroogde touwen, dan ben ik mijn kracht kwijt, en word een gewoon mens.
8И принесли ей владельцы Филистимские семь сырых тетив, которые не засохли, и она связала его ими.
8Nu bezorgden de filistijnse vorsten haar zeven nieuwe, nog niet gedroogde touwen. Ze bond hem daarmee vast,
9Между тем один скрытно сидел у нее в спальне. И сказала ему: Самсон! Филистимляне идут на тебя. Он разорвал тетивы, как разрывают нитку из пакли, когда пережжет ее огонь. И не узнана сила его.
9toen er zich enigen bij haar in de kamer hadden verborgen. Nu riep ze hem toe: Samson, daar komen de Filistijnen! Maar hij rukte de touwen stuk, zoals een vlasdraad breekt, als hij het vuur maar ruikt. En zijn kracht bleef een geheim.
10И сказала Далида Самсону: вот, ты обманул меня и говорил мне ложь; скажи же теперь мне, чем связать тебя?
10Nu zei Delila tot Samson: Ge hebt me bedrogen, en maar wat leugens verteld; zeg me nu eens eerlijk, hoe ge gebonden moet worden.
11Он сказал ей: если свяжут меня новыми веревками, которые не были в деле, то я сделаюсь бессилен и буду, как прочие люди.
11Hij antwoordde: Als men mij met nieuwe, nog ongebruikte koorden vastbindt, dan ben ik mijn kracht kwijt en word een gewoon mens.
12Далида взяла новые веревки и связала его и сказала ему: Самсон! Филистимляне идут на тебя. Между тем один скрытно сидел в спальне. И сорвал он их с рук своих, как нитки.
12Delila nam nieuwe koorden, bond hem er mee vast, en riep hem toe: Samson, daar komen de Filistijnen! Ook nu hadden zich enigen in de kamer verborgen. Maar hij trok de koorden als een draad van zijn arm.
13И сказала Далида Самсону: все ты обманываешь меня и говоришь мне ложь; скажи мне, чем бы связать тебя? Он сказал ей: если ты воткешь семь кос головы моей в ткань и прибьешь ее гвоздем к ткальной колоде, то я буду бессилен, как и прочие люди.
13Weer zei Delila tot Samson: Tot nog toe hebt ge me maar wat om de tuin geleid en voorgelogen; nu moet ge me eindelijk eens vertellen, hoe men u binden moet. Hij antwoordde haar: Als ge de zeven tressen van mijn hoofdhaar met een weeflat in elkaar vlecht, en ze met een scheerkam vaststeekt, ben ik mijn kracht kwijt en word een gewoon mens.
14И усыпила его Далида на коленях своих. И когда он уснул, взяла Далида семь кос головы его, и прикрепила их к колоде, и сказала ему: Филистимляне идут на тебя, Самсон! Он пробудился от сна своего и выдернул ткальную колоду вместе с тканью; и не узнана сила его.
14Ze liet hem dus inslapen, vlocht de zeven tressen van zijn hoofdhaar met een weeflat in elkaar, en stak ze met een scheerkam vast. Toen riep ze hem toe: Samson, daar komen de Filistijnen! Hij werd wakker, en rukte scheerkam en wee flat los.
15И сказала ему Далида: как же ты говоришь: “люблю тебя”, а сердце твое не со мною? вот, ты трижды обманул меня, и не сказал мне, в чем великая сила твоя.
15Nu zeide ze hem: Hoe kunt ge zeggen, dat ge mij liefhebt, terwijl ge geen hart voor mij hebt; ge hebt me nu al drie maal bedrogen, en niet willen vertellen, waardoor uw kracht zo groot is.
16И как она словами своими тяготила его всякий день и мучила его, то душе его тяжело стало до смерти.
16Toen ze nu met haar gevlei dag aan dag bij hem bleef aandringen en zeuren, zodat het hem dodelijk begon te vervelen,
17И он открыл ей все сердце свое, и сказал ей: бритва не касалась головы моей, ибо я назорей Божий от чрева матери моей; если же остричь меня, то отступит от меня сила моя; я сделаюсь слаб и буду, как прочие люди.
17vertelde hij haar alles openhartig, en zei haar: Geen scheermes heeft ooit mijn hoofd aangeraakt, want ik ben een Godgewijde van de moederschoot af; als men mij scheert, dan ben ik mijn kracht kwijt, dan ben ik machteloos en een gewoon mens.
18Далида, видя, что он открыл ей все сердце свое, послала и звала владельцев Филистимских, сказав им: идите теперь; он открыл мне все сердце свое. И пришли к ней владельцы Филистимские и принесли серебро в руках своих.
18Nu begreep Delila, dat hij haar alles openhartig verteld had. Ze liet de filistijnse vorsten ontbieden met de boodschap: Ditmaal moet ge komen, want hij heeft me alles openhartig verteld. De filistijnse vorsten kwamen dus naar haar toe, en brachten het geld mee.
19И усыпила его Далида на коленях своих, и призвала человека, и велела ему остричь семь кос головы его. И начал он ослабевать, и отступила от него сила его.
19Ze liet hem op haar knieën inslapen, en riep iemand, die hem de zeven vlechten van zijn hoofdhaar afschoor. Zo kreeg ze hem klein, en was hij zijn kracht kwijt.
20Она сказала: Филистимляне идут на тебя, Самсон! Он пробудился от сна своего, и сказал: пойду, как и прежде, и освобожусь. А не знал, что Господь отступил от него.
20Nu riep ze: Samson, daar komen de Filistijnen! Hij werd wakker en dacht: Ik zal mij er wel uit redden, evenals de vorige keren, en ze wel van mij afhouden! Hij wist niet, dat Jahweh hem had verlaten.
21Филистимляне взяли его и выкололи ему глаза, привели его в Газу и оковали его двумя медными цепями, и он молол в доме узников.
21Maar de Filistijnen grepen hem vast, staken hem de ogen uit, en voerden hem naar Gaza. Ze sloegen hem in dubbele ketens van koper, en lieten hem in de gevangenis de molen draaien.
22Между тем волосы на голове его начали расти, где они были острижены.
22Intussen begon zijn hoofdhaar, dat was afgeschoren, weer aan te groeien.
23Владельцы Филистимские собрались, чтобы принести великую жертву Дагону, богу своему, и повеселиться, и сказали: бог наш предал Самсона, врага нашего, в руки наши.
23Eens kwamen de filistijnse vorsten bijeen, om vol vreugde een groot offerfeest ter ere van hun god Dagon te vieren. Ze zeiden: Onze god heeft onzen vijand Samson in onze handen geleverd.
24Также и народ, видя его, прославлял бога своего, говоря: бог наш предал в руки наши врага нашего и опустошителя земли нашей, который побил многих из нас.
24Toen het volk hem zag, loofde het zijn god en riep uit: Onze god heeft onzen vijand, die ons land verwoestte en er velen vermoordde, in onze handen geleverd.
25И когда развеселилось сердце их, сказали: позовите Самсона из дома темничного, пусть он позабавит нас. И призвали Самсона из дома узников, и он забавлял их, и заушали его и поставили его между столбами.
25En vrolijk geworden zeiden ze: Roept Samson, om voor ons op te treden. Ze lieten Samson uit de gevangenis halen, om voor hen op te treden, en men plaatste hem tussen de zuilen.
26И сказал Самсон отроку, который водил его за руку: подведи меня, чтобы ощупать мне столбы, на которых утвержден дом, и прислониться к ним. Отрок так и сделал.
26Maar Samson zei tot den knecht, die hem bij de hand hield: Laat me wat rusten en de zuilen vasthouden, waarop de tempel steunt; dan kan ik er tegen leunen.
27Дом же был полон мужчин и женщин; там были все владельцы Филистимские, и на кровле было до трех тысяч мужчин и женщин, смотревших на забавляющего их Самсона.
27De tempel nu was vol mannen en vrouwen; alle filistijnse vorsten waren er bijeen, en op het dak zaten drie duizend mannen en vrouwen, om naar het optreden van Samson te kijken.
28И воззвал Самсон к Господу и сказал: Господи Боже! вспомни меня и укрепи меня только теперь, о Боже! чтобы мне в один раз отмстить Филистимлянам за два глаза мои.
28Nu riep Samson Jahweh aan, en sprak: Jahweh, mijn Heer; wees mijner indachtig, o God! Geef me nog voor deze éne keer kracht, om mijn beide ogen op de Filistijnen te wreken.
29И сдвинул Самсон с места два средних столба, на которых утвержден был дом, упершись в них, в один правою рукою своею, а в другой левою.
29En Samson greep de beide steunpilaren, die in het midden van de tempel stonden, zodat hij met zijn rechterhand de ene en met zijn linker de andere raakte,
30И сказал Самсон: умри, душа моя, с Филистимлянами! И уперся всею силою, и обрушился дом на владельцев и на весь народ, бывший в нем. И было умерших, которых умертвил Самсон при смерти своей, более, нежели сколько умертвил он в жизни своей.
30en riep: Ik wil sterven met de Filistijnen! Toen rekte hij zich krachtig uit, en de tempel stortte ineen op de vorsten en op al het volk, dat erin was. Zo doodde hij er bij zijn sterven nog meer, dan hij er bij zijn leven gedood had.
31И пришли братья его и весь дом отца его, и взяли его, и пошли и похоронили его между Цорою и Естаолом, во гробе Маноя, отца его. Он был судьею Израиля двадцать лет. После Самсона восстал Емегар, сын Енана, и убил из иноплеменников шестьсот человек, кроме скота. И он спас Израиля.
31En zijn broeders en heel zijn familie kwamen af, namen hem op, en voerden hem mee; ze begroeven hem tussen Sora en Esjtaol, in het graf van zijn vader Manóach. Twintig jaar was hij over Israël rechter geweest.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.