Вторая книга Царств 9
Synodal Translation (Синодальный перевод)Translation
Synodal Translation (Синодальный перевод)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1И сказал Давид: не остался ли еще кто-нибудь из дома Саулова? я оказал бы ему милость ради Ионафана.
1Eens vroeg David: Is er van de familie van Saul nog iemand overgebleven, aan wien ik barmhartigheid zou kunnen bewijzen, omwille van Jonatan?
2В доме Саула был раб, по имени Сива; и позвали его к Давиду, и сказал ему царь: ты ли Сива? И тот сказал: я, раб твой.
2Nu behoorde aan de familie van Saul een knecht, die Siba heette. Deze werd bij David ontboden, en de koning zeide tot hem: Zijt gij Siba? Hij antwoordde: Uw dienaar!
3И сказал царь: нет ли еще кого-нибудь из дома Саулова? я оказал бы ему милость Божию. И сказал Сива царю: есть сын Ионафана, хромой ногами.
3Toen zeide de koning: Is er nog niet iemand van de familie van Saul, aan wien ik Gods barmhartigheid zou kunnen bewijzen? Siba sprak tot den koning: Ja, er is nog een zoon van Jonatan; hij is aan beide benen lam.
4И сказал ему царь: где он? И сказал Сива царю: вот, он в доме Махира, сына Аммиэлова, в Лодеваре.
4Toen vroeg de koning: Waar woont hij? Siba antwoordde den koning: In het huis van Makir, den zoon van Ammiël, in Lo-Debar.
5И послал царь Давид, и взяли его из дома Махира, сына Аммиэлова, из Лодевара.
5Daarop liet David hem uit Lo-Debar, uit het huis van Ammiël, ontbieden.
6И пришел Мемфивосфей, сын Ионафана, сына Саулова, к Давиду, и пал на лице свое, и поклонился царю. И сказал Давид: Мемфивосфей! И сказал тот: вот раб твой.
6Toen Mefibósjet, de zoon van Jonatan, den zoon van Saul, bij David kwam, en hem met een diepe buiging had gehuldigd, sprak David: Mefibósjet! Hij antwoordde: Uw dienaar!
7И сказал ему Давид: не бойся; я окажу тебе милость ради отца твоего Ионафана и возвращу тебе все поля Саула, отца твоего, и ты всегда будешь есть хлеб за моим столом.
7David zeide tot hem: Vrees niet, want ik wil voor u barmhartig zijn omwille van uw vader Jonatan. Ik zal u alle landerijen van uw vader Saul teruggeven, en ge zult geregeld aan mijn tafel eten.
8И поклонился Мемфивосфей и сказал: что такое раб твой, что ты призрел на такого мертвого пса, как я?
8Hij boog zich neer en zeide: Wat is uw dienaar, dat ge u bekommert om een doden hond gelijk ik?
9И призвал царь Сиву, слугу Саула, и сказал ему: все, что принадлежало Саулу и всему дому его, я отдаю сыну господина твоего;
9Daarop liet de koning Siba komen, den knecht van Saul, en zeide tot hem: Al wat aan Saul toebehoort, en aan zijn gehele familie, geef ik aan den zoon van uw heer.
10итак обрабатывай для него землю ты и сыновья твои и рабы твои, и доставляй плоды ее, чтобы у сына господина твоего был хлеб для пропитания; Мемфивосфей же, сын господина твоего, всегда будет есть за моим столом. У Сивы было пятнадцать сыновей и двадцать рабов.
10Met uw kinderen en dienaren moet gij voor hem het land bewerken, en hem de opbrengst afdragen voor het levensonderhoud van het gezin van uw heer. Mefibósjet zelf, de zoon van uw heer, zal geregeld aan mijn tafel eten. Nu had Siba vijftien kinderen en twintig knechten.
11И сказал Сива царю: все, что приказывает господин мой царь рабу своему, исполнит раб твой. Мемфивосфей ел за столом Давида, как один из сыновей царя.
11Siba sprak tot den koning: Alwat mijn heer en koning zijn dienaar beveelt, zal uw dienaar ten uitvoer brengen. Zo at Mefibósjet aan Davids tafel als een van s konings eigen kinderen.
12У Мемфивосфея был малолетний сын, по имени Миха. Все живущие в доме Сивы были рабами Мемфивосфея.
12Mefibósjet had een zoon, die nog jong was, en Mika heette; allen, die in het huis van Siba woonden, waren slaven van Mefibósjet.
13И жил Мемфивосфей в Иерусалиме, ибо он ел всегда за царским столом. Он был хром на обе ноги.
13Zelf bleef Mefibósjet dus te Jerusalem wonen, omdat hij geregeld aan ‘s konings tafel at. Hij was aan beide benen lam.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.