ارمیا 35
Old Persian Version (ترجمه قدیم)Translation
Old Persian Version (ترجمه قدیم)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1کلامی که از جانب خداوند در ایام یهویاقیم بن یوشیا پادشاه یهودا بر ارمیا نازل شده، گفت:
1Het woord, dat door Jahweh tot Jeremias gericht werd in de dagen van Jojakim, den zoon van Josias en koning van Juda.
2«به خانه رکابیان برو و به ایشان سخن گفته، ایشان را به یکی از حجره های خانه خداوند بیاور و به ایشان شراب بنوشان.»
2Ge moet naar de Rekabieten-familie gaan en een onderhoud met hen hebben; ge moet ze naar de tempel van Jahweh brengen, en hun in een der zalen wijn voorzetten.
3پس یازنیا ابن ارمیا ابن حبصنیا و برادرانش وجمیع پسرانش و تمامی خاندان رکابیان رابرداشتم،
3Ik ging dus Jaäzanja halen, den zoon van Jirmejáhoe, zoon van Chabassinja, met zijn broers en al zijn zonen, en het hele geslacht der Rekabieten,
4و ایشان را به خانه خداوند به حجره پسران حانان بن یجدلیا مرد خدا که به پهلوی حجره سروران و بالای حجره معسیا ابن شلوم، مستحفظ آستانه بود آوردم.
4en bracht ze naar de tempel van Jahweh in de zaal der zonen van Chanan, den zoon van den godsman Jigdaljáhoe, die naast het vertrek der aanvoerders ligt en boven het vertrek van den dorpelwachter Maäsejáhoe, den zoon van Sjalloem.
5و کوزه های پر ازشراب و پیالهها پیش رکابیان نهاده، به ایشان گفتم: «شراب بنوشید.»
5Ik zette de leden van het Rekabieten-geslacht kannen met wijn en bekers voor, en sprak tot hen: Drinkt wijn!
6ایشان گفتند: «شراب نمی نوشیم زیرا که پدرما یوناداب بن رکاب ما را وصیت نموده، گفت که شما و پسران شما ابد شراب ننوشید.
6Maar zij gaven ten antwoord: Wij drinken geen wijn! Want onze vader Jonadab, de zoon van Rekab, heeft het ons verboden, en gezegd: Nooit moogt ge wijn drinken, gij noch uw kinderen;
7و خانه هابنا مکنید و کشت منمایید و تاکستانها غرس مکنید و آنها را نداشته باشید بلکه تمامی روزهای خود را در خیمهها ساکن شوید تا روزهای بسیاربه روی زمینی که شما در آن غریب هستید زنده بمانید.
7gij moogt u ook geen huizen bouwen, geen koren zaaien, geen wijngaarden planten of bezitten; maar altijd moet ge in tenten wonen, opdat ge lang moogt blijven leven op de grond, waar ge rondzwerft.
8و ما به سخن پدر خود یوناداب بن رکاب و بهرچه او به ما امر فرمود اطاعت نموده، درتمامی عمر خود شراب ننوشیدیم، نه ما و نه زنان ما و نه پسران ما و نه دختران ما.
8Wij zijn onzen vader Jehonadab, den zoon van Rekab, gehoorzaam gebleven in alles wat hij ons heeft bevolen: wijzelf, onze vrouwen, onze zonen en dochters drinken ons leven lang geen wijn,
9و خانهها برای سکونت خود بنا نکردیم و تاکستانها و املاک ومزرعهها برای خود نگرفتیم.
9bouwen geen huizen om er in te wonen, en bezitten geen wijngaard, geen akker of bouwland.
10و در خیمه هاساکن شده، اطاعت نمودیم و به آنچه پدر مایوناداب ما را امر فرمود عمل نمودیم.
10Wij zijn in tenten blijven wonen, en houden ons gehoorzaam aan al wat onze vader Jonadab ons heeft voorgeschreven.
11لیکن وقتی که نبوکدرصر پادشاه بابل به زمین برآمدگفتیم: بیایید از ترس لشکر کلدانیان و لشکرارامیان به اورشلیم داخل شویم پس در اورشلیم ساکن شدیم.»
11Alleen toen Nabukodonosor, de koning van Babel, tegen het land was opgetrokken, hebben we tot elkander gezegd: Komt, laten we naar Jerusalem vluchten voor het leger der Chaldeën en Arameërs. En zo wonen we nu in Jerusalem.
12پس کلام خداوند بر ارمیا نازل شده، گفت:
12Toen werd het woord van Jahweh tot Jeremias gericht:
13«یهوه صبایوت خدای اسرائیل چنین میگوید: برو و به مردان یهودا و ساکنان اورشلیم بگو که خداوند میگوید: آیا تادیب نمی پذیرید وبه کلام من گوش نمی گیرید؟
13Zo spreekt Jahweh der heirscharen, Israëls God! Ga, en spreek tot de mannen van Juda en de bewoners van Jerusalem: Zult gij u dan nimmer laten gezeggen, en naar mijn woorden luisteren, is de godsspraak van Jahweh?
14سخنان یوناداب بن رکاب که به پسران خود وصیت نمود که شراب ننوشید استوار گردیده است و تا امروز شراب نمی نوشند و وصیت پدر خود را اطاعت مینمایند، اما من به شما سخن گفتم و صبح زودبرخاسته، تکلم نمودم و مرا اطاعت نکردید.
14De voorschriften van Jehonadab, den zoon van Rekab, die zijn zonen verboden heeft wijn te drinken, zijn trouw onderhouden; ze hebben geen wijn gedronken tot de dag van vandaag, maar zijn gehoorzaam gebleven aan het gebod van hun vader. En Ik ben tot u blijven spreken van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat, maar gij hebt niet naar Mij willen luisteren.
15وبندگان خود انبیا را نزد شما فرستادم و صبح زودبرخاسته، ایشان را ارسال نموده، گفتم هر کدام ازراه بد خود بازگشت نمایید و اعمال خود رااصلاح کنید و خدایان غیر را پیروی منمایید وآنها را عبادت مکنید تا در زمینی که به شما و به پدران شما دادهام ساکن شوید. اما شما گوش نگرفتید و مرا اطاعت ننمودید.
15Ik heb u al mijn profeten, mijn dienaars, gezonden, en u voortdurend laten vermanen: Bekeert u toch allen van uw boze wandel, verbetert toch uw gedrag, loopt geen vreemde goden na om die te vereren; dan zult ge op de grond blijven wonen, die Ik u en uw vaderen heb geschonken. Maar ge hebt niet willen horen, naar Mij niet geluisterd.
16پس چونکه پسران یوناداب بن رکاب وصیت پدر خویش راکه به ایشان فرموده است اطاعت مینمایند و این قوم مرا اطاعت نمی کنند،
16Waarachtig, de zonen van Jehonadab, den zoon van Rekab, hebben het gebod in ere gehouden, dat hun vader hun had gegeven; maar dit volk heeft niet naar Mij willen luisteren!
17بنابراین یهوه خدای صبایوت خدای اسرائیل چنین میگوید: اینک من بر یهودا و بر جمیع سکنه اورشلیم تمامی آن بلا را که درباره ایشان گفتهام وارد خواهم آوردزیرا که به ایشان سخن گفتم و نشنیدند و ایشان راخواندم و اجابت ننمودند.»
17Daarom spreekt Jahweh der heirscharen, Israëls God! Zie, Ik zal over Juda en alle bewoners van Jerusalem alle rampen brengen, waarmee Ik ze heb bedreigd, omdat ze niet geluisterd hebben, toen Ik tot hen sprak, geen antwoord hebben gegeven, toen Ik ze riep!
18و ارمیا به خاندان رکابیان گفت: «یهوه صبایوت خدای اسرائیل چنین میگوید: چونکه شما وصیت پدر خود یوناداب را اطاعت نمودیدو جمیع اوامر او را نگاه داشته، بهرآنچه او به شماامر فرمود عمل نمودید،
18Maar tot het Rekabieten-geslacht sprak Jeremias: Zo spreekt Jahweh der heirscharen, Israëls God! Omdat ge geluisterd hebt naar het voorschrift van Jehonadab, uw vader, al zijn geboden hebt opgevolgd en alles volbracht hebt wat hij u heeft bevolen:
19بنابراین یهوه صبایوت خدای اسرائیل چنین میگوید: ازیوناداب بن رکاب کسیکه دایم به حضور من بایستد کم نخواهد شد.»
19Daarom spreekt Jahweh der heirscharen, Israëls God! Nooit zal het Jehonadab, den zoon van Rekab, aan een man ontbreken, die voor mijn aangezicht staat: in eeuwigheid niet!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.