تثنیه 31
Old Persian Version (ترجمه قدیم)Translation
Old Persian Version (ترجمه قدیم)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1و موسی رفته، این سخنان را به تمامی اسرائیل بیان کرد،
1Toen Moses zijn rede tot heel Israël had beëindigd,
2و به ایشان گفت: «من امروز صد و بیست ساله هستم و دیگر طاقت خروج و دخول ندارم، و خداوند به من گفته است که از این اردن عبور نخواهی کرد.
2vervolgde hij tot hen: Ik ben nu honderd twintig jaar oud; ik heb geen kracht meer, om op te trekken en terug te keren, en Jahweh heeft mij gezegd: “Gij zult de Jordaan niet oversteken”.
3یهوه خدای تو، خود به حضور تو عبور خواهد کرد، و او این امتها را از حضور تو هلاک خواهد ساخت، تا آنهارا به تصرف آوری، و یوشع نیز پیش روی توعبور خواهد نمود چنانکه خداوند گفته است.
3Maar Jahweh, uw God, zal voor u uit naar de overkant gaan, en deze volken voor u vernietigen, zodat gij ze zult onderwerpen. Josuë zal aan uw spits naar de overkant trekken, zoals Jahweh gezegd heeft,
4وخداوند چنانکه به سیحون و عوج، دو پادشاه اموریان، که هلاک ساخت و به زمین ایشان عمل نمود به اینها نیز رفتار خواهد کرد.
4en Jahweh zal met hen handelen, zoals Hij met Sichon en Og, de koningen der Amorieten, die Hij heeft verdelgd, en met hun land heeft gedaan.
5پس چون خداوند ایشان را بهدست شما تسلیم کند شما باایشان موافق تمامی حکمی که به شما امرفرمودم، رفتار نمایید.
5Jahweh zal ze aan u overleveren, en gij moet met hen handelen, juist zoals ik het u heb bevolen!
6قوی و دلیر باشید و ازایشان ترسان و هراسان مباشید، زیرا یهوه، خدایت، خود با تو میرود و تو را وا نخواهدگذاشت و ترک نخواهد نمود.»
6Weest moedig en dapper, vreest ze niet en weest niet bang! Want Jahweh, uw God, trekt zelf met u mee; Hij zal u zijn hulp niet onthouden, noch u verlaten.
7و موسی یوشع را خوانده، در نظر تمامی اسرائیل به او گفت: «قوی و دلیر باش زیرا که توبا این قوم به زمینی که خداوند برای پدران ایشان قسم خورد که به ایشان بدهد داخل خواهی شد، و تو آن را برای ایشان تقسیم خواهی نمود.
7Toen riep Moses Josuë, en zei hem in tegenwoordigheid van heel Israël: Wees moedig en dapper; want gij zult dit volk het land binnenleiden, dat Jahweh onder ede hun vaderen beloofd heeft hun te geven; en het onder hen verdelen.
8و خداوند خود پیش روی تومی رود او با تو خواهد بود و تو را وانخواهدگذاشت و ترک نخواهد نمود پس ترسان وهراسان مباش.»
8Jahweh zal zelf voor u uitgaan; Hij zal u bijstaan, en u zijn hulp niet onthouden, noch u verlaten. Vrees dus niet en wees niet kleinmoedig!
9و موسی این تورات را نوشته، آن را به بنی لاوی کهنه که تابوت عهد خداوند رابرمی داشتند و به جمیع مشایخ اسرائیل سپرد.
9Daarna schreef Moses deze Wet op, en gaf ze aan de priesters, de zonen van Levi, die de verbondsark van Jahweh droegen, en aan alle oudsten van Israël.
10و موسی ایشان را امر فرموده، گفت: «که درآخر هر هفت سال، در وقت معین سال انفکاک درعید خیمهها،
10En Moses gebood hun: Om de zeven jaren, op de vastgestelde tijd in het jaar van kwijtschelding, op het loofhuttenfeest,
11چون جمیع اسرائیل بیایند تا به حضور یهوه خدای تو در مکانی که او برگزیندحاضر شوند، آنگاه این تورات را پیش جمیع اسرائیل در سمع ایشان بخوان.
11wanneer heel Israël voor het aanschijn van Jahweh, uw God, verschijnt op de plaats, die Hij zal uitverkiezen, moet gij deze Wet in tegenwoordigheid en ten aanhoren van heel Israël voorlezen.
12قوم را از مردان و زنان و اطفال و غریبانی که در دروازه های توباشند جمع کن تا بشنوند، و تعلیم یافته، از یهوه خدای شما بترسند و به عمل نمودن جمیع سخنان این تورات هوشیار باشند.
12Dan moet ge het volk, mannen, vrouwen, en kinderen met de vreemden, die binnen uw poorten zijn, bijeenroepen, opdat zij het horen en Jahweh, uw God, leren vrezen, en ieder woord van deze Wet zorgvuldig volbrengen.
13و تا پسران ایشان که ندانستهاند، بشنوند، و تعلیم یابند، تامادامی که شما بر زمینی که برای تصرفش از اردن عبور میکنید زنده باشید، از یهوه خدای شمابترسند.»
13Zelfs hun kinderen, die nog geen begrip hebben, moeten toehoren, en Jahweh, uw God, leren vrezen, zo lang gij leeft in het land, dat gij aan de overkant van de Jordaan in bezit gaat nemen.
14و خداوند به موسی گفت: «اینک ایام مردن تو نزدیک است، یوشع را طلب نما و در خیمه اجتماع حاضر شوید تا او را وصیت نمایم.» پس موسی و یوشع رفته، در خیمه اجتماع حاضرشدند.
14Nu sprak Jahweh tot Moses: Zie, de dag van uw dood is nabij. Roep Josuë en gaat samen de openbaringstent binnen; dan zal Ik hem in zijn ambt aanstellen. Moses en Josuë gingen dus de openbaringstent binnen.
15و خداوند در ستون ابر در خیمه ظاهرشد و ستون ابر، بر در خیمه ایستاد.
15En Jahweh verscheen in de tent in een wolkkolom, die aan de ingang van de tent bleef staan.
16و خداوند به موسی گفت: «اینک با پدران خود میخوابی و این قوم برخاسته، درپی خدایان بیگانه زمینی که ایشان به آنجا در میان آنها میروند، زنا خواهند کرد و مرا ترک کرده، عهدی را که با ایشان بستم خواهند شکست.
16Daarna sprak Jahweh tot Moses: Zie, wanneer gij bij uw vaderen zult rusten, zal dit volk in opstand komen en de vreemde goden nalopen van het land, waarheen het nu optrekt; het zal Mij verlaten, en mijn Verbond verbreken, dat Ik met hen heb gesloten.
17ودر آن روز، خشم من بر ایشان مشتعل شده، ایشان را ترک خواهم نمود، و روی خود را از ایشان پنهان کرده، تلف خواهند شد، و بدیها و تنگیهای بسیار به ایشان خواهد رسید، به حدی که در آن روز خواهند گفت: «آیا این بدیها به ما نرسید ازاین جهت که خدای ما در میان ما نیست؟»
17Dan zal mijn toorn tegen hen ontbranden; en Ik zal hen verlaten en mijn aanschijn voor hen verbergen, zodat zij tot een aas zullen worden, en talloze rampen en noden hen treffen. Op die dag zal het zeggen: Omdat mijn God niet in mijn midden vertoeft, word ik door die rampen getroffen.
18و بهسبب تمامی بدی که کردهاند که به سوی خدایان غیر برگشتهاند من در آن روز البته روی خود راپنهان خواهم کرد.
18Maar op die dag zal Ik mijn aanschijn verborgen houden, om al het kwaad, dat het heeft bedreven, door zich tot vreemde goden te wenden.
19پس الان این سرود را برای خود بنویسید و تو آن را به بنیاسرائیل تعلیم داده، آن را در دهان ایشان بگذار تا این سرود برای من بر بنیاسرائیل شاهد باشد.
19Nu dan, schrijf het volgende lied voor hen op, leer het Israëls zonen en leg het hun in de mond, opdat dit lied voor Mij tegen Israëls kinderen zal kunnen getuigen.
20زیرا چون ایشان را به زمینی که برای پدران ایشان قسم خورده بودم که به شیر و شهد جاری است، درآورده باشم، و چون ایشان خورده، و سیر شده، و فربه گشته باشند، آنگاه ایشان به سوی خدایان غیر برگشته، آنها را عبادت خواهند نمود، و مرااهانت کرده، عهد مرا خواهند شکست.
20Want Ik zal hen in het land brengen, dat Ik aan hun vaderen onder ede beloofd heb hun te geven, een land, dat druipt van melk en honing; maar wanneer het zich zat heeft gegeten en vet is geworden, zal het zich tot vreemde goden wenden, om die te dienen, doch Mij verachten en mijn Verbond verbreken.
21و چون بدیها و تنگیهای بسیار بر ایشان عارض شده باشد، آنگاه این سرود مثل شاهد پیش روی ایشان شهادت خواهد داد، زیرا که از دهان ذریت ایشان فراموش نخواهد شد، زیرا خیالات ایشان را نیزکه امروز دارند میدانم، قبل از آن که ایشان را به زمینی که درباره آن قسم خوردم، درآورم.»
21Wanneer dan talloze rampen en noden hen treffen, zal dit lied tegen hen getuigen. Daarom mag het niet worden vergeten, niet verdwijnen uit de mond van uw kroost. Want Ik ken hun gedachten, die zij zelfs heden al koesteren, nog eer Ik ze in het land heb gebracht, dat Ik aan hun vaderen onder ede beloofd heb!
22پس موسی این سرود را در همان روز نوشته، به بنیاسرائیل تعلیم داد.
22Nog op diezelfde dag schreef Moses dit lied, om het aan Israëls kinderen te leren.
23و یوشع بن نون را وصیت نموده، گفت: «قوی و دلیر باش زیرا که تو بنیاسرائیل را به زمینی که برای ایشان قسم خوردم داخل خواهی ساخت، و من با تو خواهم بود.»
23Toen stelde Hij Josuë aan, den zoon van Noen, en sprak: Wees dapper en moedig; want gij zult de kinderen Israëls het land binnenleiden, dat Ik hun onder ede beloofd heb, en Ik zal u bijstaan.
24و واقع شد که چون موسی نوشتن کلمات این تورات را در کتاب، تمام به انجام رسانید،
24En toen Moses de woorden van dit lied ten einde toe te boek had gesteld,
25موسی به لاویانی که تابوت عهد خداوند رابرمی داشتند وصیت کرده، گفت:
25gaf hij aan de levieten, die de verbondsark van Jahweh droegen, het bevel:
26«این کتاب تورات را بگیرید و آن را در پهلوی تابوت عهدیهوه، خدای خود، بگذارید تا در آنجا برای شماشاهد باشد.
26Neemt dit boek met het lied, en legt het naast de verbondsark van Jahweh, uw God, om daar tegen u te getuigen.
27زیرا که من تمرد و گردن کشی شمارا میدانم، اینک امروز که من هنوز با شما زنده هستم بر خداوند فتنه انگیختهاید، پس چند مرتبه زیاده بعد از وفات من.
27Want ik ken uw weerspannigheid en hardnekkigheid. Zie, terwijl ik nog levend bij u vertoefde, zijt gij al tegen Jahweh weerspannig geweest; wat zal het dan wezen na mijn dood.
28جمیع مشایخ اسباط وسروران خود را نزد من جمع کنید تا این سخنان رادر گوش ایشان بگویم، و آسمان و زمین را برایشان شاهد بگیرم.
28Ontbiedt dus de oudsten van uw stammen en uw leiders bij mij; ik wil hun deze woorden verkonden, en hemel en aarde tegen hen tot getuigen nemen.
29زیرا میدانم که بعد ازوفات من خویشتن را بالکل فاسد گردانیده، ازطریقی که به شما امر فرمودم خواهید برگشت، ودر روزهای آخر بدی بر شما عارض خواهد شد، زیرا که آنچه در نظر خداوند بد است خواهیدکرد، و از اعمال دست خود، خشم خداوند را به هیجان خواهید آورد.»
29Want ik weet, dat gij na mijn dood zwaar zult zondigen, en de weg zult verlaten, die ik u heb voorgeschreven, en dat u later onheil zal treffen, omdat gij kwaad zult doen in de ogen van Jahweh, en Hem zult tarten door het maaksel uwer handen.
30پس موسی کلمات این سرود را در گوش تمامی جماعت اسرائیل تمام گفت: سرود موسی ای آسمان گوش بگیر تا بگویم.
30Toen zong Moses ten aanhoren van heel de gemeente van Israël dit lied ten einde toe:
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.