کارهای رسولان 27
Old Persian Version (ترجمه قدیم)Translation
Old Persian Version (ترجمه قدیم)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1چون مقرر شد که به ایطالیا برویم، پولس و چند زندانی دیگر را به یوزباشی از سپاه اغسطس که یولیوس نام داشت، سپردند.
1Toen tot onze afvaart naar Italië besloten was, werd Paulus met enige andere gevangenen aan een honderdman van de keizerlijke legerafdeling toevertrouwd; zijn naam was Július.
2و به کشتی ادرامیتینی که عازم بنادرآسیا بود، سوار شده، کوچ کردیم و ارسترخس ازاهل مکادونیه از تسالونیکی همراه ما بود.
2We gingen aan boord van een adramutteens schip, dat de kustplaatsen van Azië zou aandoen; en we lichtten het anker, toen ook de Macedóniër Aristarchus van Tessalonika zich bij ons had gevoegd.
3روزدیگر به صیدون فرود آمدیم و یولیوس با پولس ملاطفت نموده، او را اجازت داد که نزد دوستان خود رفته، از ایشان نوازش یابد.
3De volgende dag gingen we te Sidon aan land, en Július, die Paulus heel welwillend bejegende, stond hem toe, zijn vrienden te bezoeken, en zich door hen te laten verzorgen.
4و از آنجا روانه شده، زیر قپرس گذشتیم زیرا که باد مخالف بود.
4Toen we vandaar vertrokken waren, zeilden we langs Cyprus heen, omdat de wind ons tegen was.
5و از دریای کنار قیلیقیه و پمفلیه گذشته، به میرای لیکیه رسیدیم
5We staken de zee langs Cilicië en Pamfúlië over, en kwamen te Mura in Lúkië aan.
6در آنجا یوزباشی کشتی اسکندریه را یافت که به ایطالیا میرفت و ما را برآن سوار کرد.
6Hier vond de honderdman een alexandrijns schip, dat naar Italië zeilde, en waarop hij ons overbracht.
7و چند روز به آهستگی رفته، به قنیدس به مشقت رسیدیم و چون باد مخالف مامی بود، در زیر کریت نزدیک سلمونی راندیم،
7Na veel dagen langzaam varen kwamen we met moeite op de hoogte van Knidus; en daar de wind ongunstig bleef, stevenden we langs Kreta heen ter hoogte van Salmone,
8وبه دشواری از آنجا گذشته، به موضعی که به بنادرحسنه مسمی و قریب به شهر لسائیه است رسیدیم.
8zeilden met moeite langs de kusten, en kwamen aan een plaats, Goede Havens genaamd, in de nabijheid van de stad Lasea.
9و چون زمان منقضی شد و در این وقت سفردریا خطرناک بود، زیرا که ایام روزه گذشته بود،
9Daar er intussen veel tijd was verlopen, en de scheepvaart reeds onveilig werd, nu ook de vastentijd al voorbij was, waarschuwde Paulus hen,
10پولس ایشان را نصیحت کرده، گفت: «ای مردمان، میبینم که در این سفر ضرر و خسران بسیار پیدا خواهد شد، نه فقط بار و کشتی را بلکه جانهای ما را نیز.»
10en sprak: Mannen, ik voorzie, dat de vaart zal geschieden met gevaar en grote schade, niet alleen voor de lading en het schip, maar ook voor ons leven.
11ولی یوزباشی ناخدا وصاحب کشتی را بیشتر از قول پولس اعتنا نمود.
11Maar de honderdman had meer vertrouwen op den stuurman en den schipper, dan op het zeggen van Paulus.
12و چون آن بندر نیکو نبود که زمستان را در آن بسر برند، اکثر چنان مصلحت دانستند که از آنجا نقل کنند تا اگر ممکن شود خود را به فینیکسس رسانیده، زمستان را در آنجا بسر برند که آن بندری است از کریت مواجه مغرب جنوبی ومغرب شمالی.
12En daar de haven ook niet goed was gelegen, om er te overwinteren, vonden de meesten het beter, van daar weg te varen, om zo mogelijk Fenix te bereiken, een haven van Kreta, die naar het zuid- en noordwesten uitziet, en daar te overwinteren.
13و چون نسیم جنوبی وزیدن گرفت، گمان بردند که به مقصد خویش رسیدند. پس لنگر برداشتیم و از کناره کریت گذشتیم.
13Toen er nu een zachte zuidenwind opstak, meenden ze hun plan te kunnen volbrengen; ze lichtten het anker, en zeilden de kust van Kreta langs.
14لیکن چیزی نگذشت که بادی شدید که آن رااورکلیدون مینامند از بالای آن زدن گرفت.
14Maar al heel spoedig sloeg over het eiland een hevige stormwind neer, die Eurákulon wordt genoemd.
15درساعت کشتی ربوده شده، رو به سوی باد نتوانست نهاد. پس آن را از دست داده، بیاختیار رانده شدیم.
15Met geweld werd het vaartuig meegesleurd, en kon geen koers meer houden we gaven het op, en lieten ons drijven.
16پس در زیر جزیرهای که کلودی نام داشت، دوان دوان رفتیم و به دشواری زورق را درقبض خود آوردیم.
16Onder beschutting van een klein eiland, Klauda genaamd, slaagden we er met moeite in, de sloep meester te worden,
17و آن را برداشته و معونات را استعمال نموده، کمر کشتی را بستند و چون ترسیدند که به ریگزار سیرتس فرو روند، حبال کشتی را فرو کشیدند و همچنان رانده شدند.
17en op te halen; men legde de noodkabels aan, en sloeg ze om het schip uit vrees op de Surtis te stoten, haalde men het takelwerk neer, en zwalkte zó hulpeloos rond.
18وچون طوفان بر ما غلبه مینمود، روز دیگر، بارکشتی را بیرون انداختند.
18Geweldig bleef de storm ons beuken. De volgende dag wierp men de lading in zee,
19و روز سوم بهدستهای خود آلات کشتی را به دریا انداختیم.
19en de derde dag uit eigen beweging ook het scheepstuig overboord.
20و چون روزهای بسیار آفتاب و ستارگان راندیدند و طوفانی شدید بر ما میافتاد، دیگر هیچ امید نجات برای ما نماند.
20Meerdere dagen was er zon noch sterren te zien; en zo hevig woedde de storm, dat ons alle hoop op redding ontzonk.
21و بعد از گرسنگی بسیار، پولس در میان ایشان ایستاده، گفت: «ای مردمان، نخست میبایست سخن مرا پذیرفته، از کریت نقل نکرده باشید تا این ضرر و خسران را نبینید.
21Toen men reeds lang niet meer had gegeten, ging Paulus in hun midden staan, en sprak: Mannen, men had naar mij moeten luisteren, en niet van Kreta moeten vertrekken, en dit gevaar en deze schade moeten voorkomen.
22اکنون نیزشما را نصیحت میکنم که خاطرجمع باشید زیراکه هیچ ضرری بهجان یکی از شما نخواهد رسیدمگر به کشتی.
22Maar nu raad ik u aan, goede moed te houden; niemand van u zal het leven verliezen, alleen het schip gaat verloren.
23زیرا که دوش، فرشته آن خدایی که از آن او هستم و خدمت او را میکنم، به من ظاهر شده،
23Want deze nacht verscheen mij een engel van den God, wien ik toebehoor en dien ik aanbid,
24گفت: “ای پولس ترسان مباش زیراباید تو در حضور قیصر حاضر شوی. و اینک خدا همه همسفران تو را به تو بخشیده است.”
24en hij sprak tot mij: “Vrees niet, Paulus; ge moet voor Caesar verschijnen; daarom behoudt God om u allen, die met u op het schip zijn”.
25پسای مردمان خوشحال باشید زیرا ایمان دارم که به همانطور که به من گفت، واقع خواهدشد.
25Mannen, houdt dus goede moed; want dit vertrouwen heb ik op God, dat het gebeuren zal, zoals mij gezegd is.
26لیکن باید در جزیرهای بیفتیم.»
26Maar we moeten schipbreuk lijden, ergens op een eiland.
27و چون شب چهاردهم شد و هنوز دردریای ادریا به هر سو رانده میشدیم، در نصف شب ملاحان گمان بردند که خشکی نزدیک است.
27In de veertiende nacht, dat we rondzwalkten in de Adriatische Zee, meende het scheepsvolk tegen middernacht te bespeuren, dat men land begon te naderen.
28پس پیمایش کرده، بیست قامت یافتند. وقدری پیشتر رفته، باز پیمایش کرده، پانزده قامت یافتند.
28Ze wierpen het dieplood uit, en peilden twintig vademen; wat verder wierpen ze het opnieuw, en peilden er vijftien.
29و چون ترسیدند که به صخرهها بیفتیم، از پشت کشتی چهار لنگر انداخته، تمنا میکردندکه روز شود.
29Uit vrees, dat we ergens op klippen zouden stoten, wierpen ze van de achtersteven vier ankers uit, en wachtten in spanning de dageraad af.
30اما چون ملاحان قصد داشتند که از کشتی فرار کنند و زورق را به دریا انداختند به بهانهای که لنگرها را از پیش کشتی بکشند،
30Maar toen het scheepsvolk van het schip wilde vluchten, en de sloep in zee liet onder voorwendsel, ook van de voorsteven ankers te willen uitbrengen,
31پولس یوزباشی و سپاهیان را گفت: «اگر اینهادر کشتی نمانند، نجات شما ممکن نباشد.»
31zei Paulus tot den honderdman en tot de soldaten: Als zij niet op het schip blijven, dan is er voor u geen redding.
32آنگاه سپاهیان ریسمانهای زورق را بریده، گذاشتند که بیفتد.
32Toen kapten de soldaten de touwen van de sloep, en lieten haar in zee vallen.
33چون روز نزدیک شد، پولس از همه خواهش نمود که چیزی بخورند. پس گفت: «امروز روز چهاردهم است که انتظار کشیده وچیزی نخورده، گرسنه ماندهاید.
33Tegen het aanbreken van de dag spoorde Paulus allen aan, iets te gebruiken, en sprak: Het is vandaag de veertiende dag, dat gij in gespannen verwachting zit, zonder te eten of iets te gebruiken.
34پس استدعای من این است که غذا بخورید که عافیت برای شما خواهد بود، زیرا که مویی از سر هیچیک از شما نخواهد افتاد.»
34Daarom raad ik u aan, wat voedsel te nemen; want dat is nodig voor uw behoud. Neen, geen haar van uw hoofd zal verloren gaan, van niemand van u.
35این بگفت و درحضور همه نان گرفته، خدا را شکر گفت و پاره کرده، خوردن گرفت.
35Toen hij dit had gezegd, nam hij brood, dankte God in het bijzijn van allen, brak het, en begon te eten.
36پس همه قویدل گشته نیز غذا خوردند.
36Nu schepten allen moed, en ook zij begonnen te eten.
37و جمله نفوس در کشتی دویست و هفتاد و شش بودیم.
37Allen tezamen waren ze met twee honderd zes en zeventig mensen aan boord.
38چون از غذاسیر شدند، گندم را به دریا ریخته، کشتی را سبک کردند.
38Nadat ze waren verzadigd, wierpen ze de voorraad in zee, om het schip te ontlasten.
39اما چون روز، روشن شد، زمین را نشناختند؛ لیکن خلیجی دیدند که شاطیای داشت. پس رای زدند که اگر ممکن شود، کشتی را بر آن برانند.
39Toen het dag was geworden, herkenden ze het land wel niet, maar bespeurden ze toch een bocht met een strand, en besloten, zo mogelijk daar het schip te doen stranden.
40و بند لنگرها را بریده، آنها را دردریا گذاشتند و بندهای سکان را باز کرده، وبادبان را برای باد گشاده، راه ساحل را پیش گرفتند.
40Ze kapten de ankers, en wierpen die in zee; tegelijk maakten ze de banden der stuurriemen los, hesen de fok voor de wind, en hielden aan op het strand.
41اما کشتی را درمجمع بحرین به پایاب رانده، مقدم آن فرو شده، بیحرکت ماند ولی موخرش از لطمه امواج درهم شکست.
41Maar ze stieten op een landtong, en leden er schipbreuk; de voorsteven raakte vast en bleef onbeweeglijk, doch de achtersteven sloeg door de branding uiteen.
42آنگاه سپاهیان قصد قتل زندانیان کردند که مبادا کسی شنا کرده، بگریزد.
42Nu wilden de soldaten de gevangenen doden, opdat er niemand zou wegzwemmen en ontsnappen.
43لیکن یوزباشی چون خواست پولس را برهاند، ایشان را از این اراده بازداشت و فرمود تا هرکه شناوری داند، نخست خویشتن را به دریا انداخته به ساحل رساند.
43Maar de honderdman, die Paulus wilde redden, belette hun plan. Hij beval, dat allen, die konden zwemmen, het eerst overboord zouden springen, en aan land zouden trachten te komen;
44وبعضی بر تختها و بعضی بر چیزهای کشتی وهمچنین همه به سلامتی به خشکی رسیدند.
44na hen de overigen op planken en op de wrakken van het schip. En zó kwamen allen behouden aan land.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.