Lucas
Chapter 23
Petrus Canisius Bible, 1…

Read in

Smith–Van Dyck Arabic Bible (فان دايك)Brezhoneg (Breton Gospels, 1827)Judson Burmese Bible (1840)Chamorro: Gospels, Acts and PsalmsChinese Union Version, punctuated (Simplified)Chinese Union Version, punctuated (Traditional)Coptic New TestamentCoptic New Testament (Bohairic)Kralice Bible (1613)Testamenta Marra (Dieri New Testament)Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)Asang Khongca Bible (Eastern Khumi Chin, 2019)Berean Standard BibleDouay-Rheims Bible, American Edition (1899)King James Version with ApocryphaWorld English BibleLondona Biblio (Esperanto, 1910)Louis Segond 1910Lutherbibel 1912Greek New Testament, word by word (STEPBible TAGNT)Greek New Testament: 1904 Patriarchal Text (Byzantine)Greek New Testament: Byzantine Text (Robinson–Pierpont 2018)Greek New Testament: Textus ReceptusSBL Greek New TestamentBaibala Hemolele (Hawaiian Bible, 1868 revision)Modern Hebrew BibleDiodati Bibbia 1885Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Korean Bible, 1910 (한국어 성경)Bible Mutal (Kosraean)Clementine Vulgate, 1598Baibal Olcim (Matupi Chin)Meriam Mir GospelsOld Persian Version (ترجمه قدیم)Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)Cornilescu Bible (1924), Cyrillic scriptSynodal Translation (Синодальный перевод)Daničić–Karadžić Bible (1868), CyrillicReina-Valera 1909Biblia Takatifu (Swahili): New Testament portionsFreedom Bible (Thai)Tongan Bible, Revised West VersionKulish and Puluj Bible (1905)Vietnamese Bible (1923 translation)
vs Berean Standard Bi…

Compare with

Smith–Van Dyck Arabic Bible (فان دايك)Brezhoneg (Breton Gospels, 1827)Judson Burmese Bible (1840)Chamorro: Gospels, Acts and PsalmsChinese Union Version, punctuated (Simplified)Chinese Union Version, punctuated (Traditional)Coptic New TestamentCoptic New Testament (Bohairic)Kralice Bible (1613)Testamenta Marra (Dieri New Testament)Asang Khongca Bible (Eastern Khumi Chin, 2019)Berean Standard BibleDouay-Rheims Bible, American Edition (1899)King James Version with ApocryphaWorld English BibleLondona Biblio (Esperanto, 1910)Louis Segond 1910Lutherbibel 1912Greek New Testament, word by word (STEPBible TAGNT)Greek New Testament: 1904 Patriarchal Text (Byzantine)Greek New Testament: Byzantine Text (Robinson–Pierpont 2018)Greek New Testament: Textus ReceptusSBL Greek New TestamentBaibala Hemolele (Hawaiian Bible, 1868 revision)Modern Hebrew BibleDiodati Bibbia 1885Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Korean Bible, 1910 (한국어 성경)Bible Mutal (Kosraean)Clementine Vulgate, 1598Baibal Olcim (Matupi Chin)Meriam Mir GospelsOld Persian Version (ترجمه قدیم)Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)Cornilescu Bible (1924), Cyrillic scriptSynodal Translation (Синодальный перевод)Daničić–Karadžić Bible (1868), CyrillicReina-Valera 1909Biblia Takatifu (Swahili): New Testament portionsFreedom Bible (Thai)Tongan Bible, Revised West VersionKulish and Puluj Bible (1905)Vietnamese Bible (1923 translation)Stop comparing
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Berean Standard Bible
1Toen stonden ze allen op, en voerden Hem gezamenlijk naar Pilatus.
1Then the whole council rose and led Jesus away to Pilate.
2Ze begonnen Hem aldus te beschuldigen: We hebben bevonden, dat deze man ons volk verleidt, en verbiedt aan den keizer schatting te betalen, en zich uitgeeft voor Christus, den Koning.
2And they began to accuse Him, saying, “We found this man subverting our nation, forbidding payment of taxes to Caesar, and proclaiming Himself to be Christ, a King.”
3Pilatus ondervroeg Hem, en zeide: Zijt Gij de Koning der Joden? Hij antwoordde hem: Gij zegt het.
3So Pilate asked Him, “Are You the King of the Jews?” “You have said so,” Jesus replied.
4Nu sprak Pilatus tot de opperpriesters en de menigte: Ik vind geen schuld in dien man.
4Then Pilate said to the chief priests and the crowds, “I find no basis for a charge against this man.”
5Maar ze hielden aan, en zeiden: Hij ruit door zijn leer het volk op in heel Judea, van Galilea af tot hier toe.
5But they kept insisting, “He stirs up the people all over Judea with His teaching. He began in Galilee and has come all the way here.”
6Zodra Pilatus dit hoorde, vroeg hij, of die man een Galileër was.
6When Pilate heard this, he asked if the man was a Galilean.
7En toen hij vernam, dat Hij uit het gebied van Herodes was, zond hij Hem naar Herodes, die in die dagen ook te Jerusalem vertoefde.
7And learning that Jesus was under Herod’s jurisdiction, he sent Him to Herod, who himself was in Jerusalem at that time.
8Herodes was zeer verheugd, toen hij Jesus zag. Want reeds lang had hij verlangd, Hem te zien, om wat hij van Hem had gehoord; bovendien hoopte hij, Hem een of ander wonder te zien verrichten.
8When Herod saw Jesus, he was greatly pleased. He had wanted to see Him for a long time, because he had heard about Him and was hoping to see Him perform a miracle.
9Hij stelde Hem dan vele vragen, maar Jesus gaf hem geen antwoord.
9Herod questioned Jesus at great length, but He gave no answer.
10Ook de opperpriesters en schriftgeleerden waren er bij tegenwoordig, en beschuldigden Hem met grote heftigheid.
10Meanwhile, the chief priests and scribes stood there, vehemently accusing Him.
11Nu ging Herodes met zijn gevolg Hem honen en bespotten; hij stak Hem in een schitterend gewaad, en zond Hem toen naar Pilatus terug.
11And even Herod and his soldiers ridiculed and mocked Him. Dressing Him in a fine robe, they sent Him back to Pilate.
12Die dag werden Herodes en Pilatus met elkander bevriend; vroeger waren ze vijanden geweest.
12That day Herod and Pilate became friends; before this time they had been enemies.
13Nu riep Pilatus de opperpriesters, de oversten en het volk bijeen,
13Then Pilate called together the chief priests, the rulers, and the people,
14en sprak tot hen: Gij hebt dezen man bij me gebracht als een volksopruier; zie, ik heb Hem in uw bijzijn verhoord, en dien man aan niets schuldig bevonden van al wat gij Hem ten laste legt.
14and said to them, “You brought me this man as one who was inciting the people to rebellion. I have examined Him here in your presence and found Him not guilty of your charges against Him.
15Herodes evenmin; want hij heeft Hem naar ons teruggestuurd. Zie, Hij heeft niets bedreven, wat de dood zou verdienen.
15Neither has Herod, for he sent Him back to us. As you can see, He has done nothing deserving of death.
16Ik zal Hem dus vrijlaten, maar Hem eerst laten geselen!
16Therefore I will punish Him and release Him.”
17Nu had hij een verplichting, hun op het feest één gevangene vrij te laten.
no verse 17 in this text
18Maar ze schreeuwden allen tezamen: Weg met Hem, en laat ons Barabbas vrij.
18But they all cried out in unison: “Away with this man! Release Barabbas to us!”
19Deze was om een oproer, dat in de stad was uitgebroken, en om een moord in de gevangenis geworpen.
19(Barabbas had been imprisoned for an insurrection in the city, and for murder.)
20Opnieuw sprak Pilatus hun toe, daar hij Jesus wilde vrijlaten.
20Wanting to release Jesus, Pilate addressed them again,
21Maar ze schreeuwden er tegen in: Kruisig Hem, kruisig Hem!
21but they kept shouting, “Crucify Him! Crucify Him!”
22Ten derden male zei hij hun: Wat kwaad heeft Hij dan gedaan? Ik heb in Hem geen doodschuld gevonden; ik zal Hem dus vrijlaten, maar Hem eerst laten geselen!
22A third time he said to them, “What evil has this man done? I have found in Him no offense worthy of death. So after I punish Him, I will release Him.”
23Maar luid gillend hielden ze aan, en eisten, dat Hij gekruisigd zou worden; en hun kreten wonnen het pleit.
23But they were insistent, demanding with loud voices for Jesus to be crucified. And their clamor prevailed.
24Pilatus besliste, dat hun eis zou worden ingewilligd.
24So Pilate sentenced that their demand be met.
25Hij liet op hun verzoek den man vrij, die om oproer en moord in de gevangenis was geworpen; maar Jesus leverde hij aan hun willekeur over.
25As they had requested, he released the one imprisoned for insurrection and murder, and handed Jesus over to their will.
26En terwijl ze Hem wegvoerden, hielden ze zekeren Simon van Cyrene aan, die juist van het veld kwam, en legden hem het kruis op, om het Jesus achterna te dragen.
26As the soldiers led Him away, they seized Simon of Cyrene on his way in from the country, and put the cross on him to carry behind Jesus.
27Een grote volksmenigte volgde Hem; ook een menigte vrouwen, die zich op de borst sloegen en over Hem weenden.
27A great number of people followed Him, including women who kept mourning and wailing for Him.
28Maar Jesus keerde Zich om, en sprak tot haar: Dochters van Jerusalem, weent niet over Mij, maar weent over uzelf en over uw kinderen.
28But Jesus turned to them and said, “Daughters of Jerusalem, do not weep for Me, but weep for yourselves and for your children.
29Want zie, er komen dagen, waarop men zal zeggen: “Zalig de onvruchtbaren; de schoot die niet heeft gebaard, en de borsten die niet hebben gevoed.”
29Look, the days are coming when people will say, ‘Blessed are the barren women, the wombs that never bore, and breasts that never nursed!’
30Dan zal men tot de bergen gaan zeggen: “Valt op ons neer”; en tot de heuvelen: “Bedekt ons”.
30At that time ‘they will say to the mountains, “Fall on us!” and to the hills, “Cover us!”’
31Want als men zó met het groene hout handelt, wat zal er dan met het dorre geschieden?
31For if men do these things while the tree is green, what will happen when it is dry?”
32Nog twee anderen, twee misdadigers, werden weggeleid, om tegelijk met Hem de doodstraf te ondergaan.
32Two others, who were criminals, were also led away to be executed with Jesus.
33Toen ze op de plaats waren gekomen, die Kalvárië wordt genoemd, sloegen ze Hem aan het kruis; zo ook de misdadigers, één aan zijn rechterhand, één aan de linker.
33When they came to the place called The Skull, they crucified Him there, along with the criminals, one on His right and the other on His left.
34En Jesus zeide: Vader, vergeef het hun; want ze weten niet, wat ze doen. En ze verdeelden zijn klederen bij het lot.
34Then Jesus said, “Father, forgive them, for they do not know what they are doing.” And they divided up His garments by casting lots.
35Het volk stond toe te zien; maar de oversten beschimpten Hem, en zeiden: Anderen heeft Hij gered, laat Hij nu Zichzelf eens redden, zo Hij de uitverkoren Christus van God is.
35The people stood watching, and the rulers sneered at Him, saying, “He saved others; let Him save Himself if He is the Christ of God, the Chosen One.”
36Ook de soldaten bespotten Hem; ze kwamen Hem azijn aanbieden,
36The soldiers also mocked Him and came up to offer Him sour wine.
37en zeiden: Zo Gij de Koning der Joden zijt, red dan Uzelf.
37“If You are the King of the Jews,” they said, “save Yourself!”
38En boven zijn hoofd stond als opschrift: Dit is de Koning der Joden.
38Above Him was posted an inscription: THIS IS THE KING OF THE JEWS.
39Ook één der gekruisigde misdadigers begon Hem te honen, en zeide: Zijt Gij de Christus niet? Red Uzelf dan en ons!
39One of the criminals who hung there heaped abuse on Him. “Are You not the Christ?” he said. “Save Yourself and us!”
40Maar de ander strafte hem af, en gaf hem ten antwoord: Vreest ge God nòg niet, nu ge toch dezelfde straf ondergaat?
40But the other one rebuked him, saying, “Do you not even fear God, since you are under the same judgment?
41En wij te recht, wij krijgen ons verdiende loon; maar Hij heeft niets verkeerds gedaan.
41We are punished justly, for we are receiving what our actions deserve. But this man has done nothing wrong.”
42Toen zeide hij: Jesus gedenk mijner, wanneer Gij in uw rijk zijt gekomen.
42Then he said, “Jesus, remember me when You come into Your kingdom!”
43En Jesus sprak tot hem: Voorwaar, Ik zeg u: heden zult ge met Mij zijn in het paradijs.
43And Jesus said to him, “Truly I tell you, today you will be with Me in Paradise.”
44Het was nu reeds het zesde uur ongeveer, en tot het negende toe werd het donker over heel het land;
44It was now about the sixth hour, and darkness came over all the land until the ninth hour.
45want de zon werd verduisterd. Ook scheurde het voorhangsel van de tempel middendoor.
45The sun was darkened, and the veil of the temple was torn down the middle.
46Toen riep Jesus met luider stem: Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest. Na deze woorden gaf Hij de geest.
46Then Jesus called out in a loud voice, “Father, into Your hands I commit My Spirit.” And when He had said this, He breathed His last.
47Toen nu de honderdman zag wat er gebeurd was, verheerlijkte hij God, en zeide: Waarachtig, deze man was een rechtvaardige.
47When the centurion saw what had happened, he gave glory to God, saying, “Surely this was a righteous man.”
48En heel de menigte, die voor dit schouwspel was saamgestroomd, en het gebeurde aanschouwd had, sloeg zich op de borst, en ging heen.
48And when all the people who had gathered for this spectacle saw what had happened, they returned home beating their breasts.
49Maar al zijn bekenden, met de vrouwen, die Hem van Galilea af waren gevolgd, stonden van verre toe te zien.
49But all those who knew Jesus, including the women who had followed Him from Galilee, stood at a distance watching these things.
50Nu was er een man, Josef genaamd, die lid was van de Raad; maar hij was een braaf en rechtschapen man,
50Now there was a Council member named Joseph, a good and righteous man,
51die aan hun plannen en drijven geen deel had genomen. Hij was van Arimatea, een joodse stad, en verwachtte ook zelf het koninkrijk Gods.
51who had not consented to their decision or action. He was from the Judean town of Arimathea, and was waiting for the kingdom of God.
52Hij ging naar Pilatus, om het lichaam van Jesus te vragen.
52He went to Pilate to ask for the body of Jesus.
53Hij nam het af, wikkelde het in lijnwaad, en legde het in een graf, dat in de rots was uitgehouwen, en waarin nog nooit iemand was neergelegd.
53Then he took it down, wrapped it in a linen cloth, and placed it in a tomb cut into the rock, where no one had yet been laid.
54Het was vrijdag, en de sabbat brak aan.
54It was Preparation Day, and the Sabbath was beginning.
55De vrouwen, die met hem uit Galilea waren gekomen, gingen mee, en zagen het graf, en hoe zijn lichaam er in werd gelegd.
55The women who had come with Jesus from Galilee followed, and they saw the tomb and how His body was placed.
56Daarna gingen ze heen, en maakten specerijen en balsem gereed; maar op de sabbat hielden ze de voorgeschreven rustdag.
56Then they returned to prepare spices and perfumes. And they rested on the Sabbath, according to the commandment.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.