Jeremia
Chapter 30
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Chinese Union Vers…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Simplified)
1Het woord, dat door Jahweh tot Jeremias werd gericht:
1耶和华的话临到 耶利米 说:
2Zo spreekt Jahweh, Israëls God! Schrijf alle woorden, die Ik tot u ga spreken, op in een boek.
2「耶和华— 以色列 的 神如此说:你将我对你说过的一切话都写在书上。
3Want zie, de dagen zullen komen, is de godsspraak van Jahweh, dat Ik een einde zal maken aan de ballingschap van Israël en Juda, mijn volk, zegt Jahweh; dat Ik ze terugbreng naar het land, dat Ik hun vaderen heb geschonken, en dat ze het in bezit zullen nemen.
3耶和华说:日子将到,我要使我的百姓 以色列 和 犹大 被掳的人归回;我也要使他们回到我所赐给他们列祖之地,他们就得这地为业。这是耶和华说的。」
4Dit zijn de woorden, die Jahweh over Israël en Juda heeft gesproken:
4以下是耶和华论到 以色列 和 犹大 所说的话:
5Zo spreekt Jahweh! Een angstgeschrei wordt gehoord, Benauwende schrik!
5耶和华如此说:我们听见声音, 是战抖惧怕而不平安的声音。
6Vraagt en ziet, Of mannen soms baren? Waarom dan zie ik iederen man Met de handen op de heupen als een barende vrouw? Waarom zijn alle gezichten vertrokken, Doodsbleek geworden?
6你们且访问看看, 男人有产难吗? 我怎么看见人人用手掐腰, 像产难的妇人, 脸面都变青了呢?
7Wee, hoe geweldig die dag; Zo is er geen ander! Een angsttijd voor Jakob: Maar hij zal er uit worden gered!
7哀哉!那日为大, 无日可比; 这是 雅各 遭难的时候, 但他必被救出来。
8Op die dag: spreekt Jahweh der heirscharen, Breek Ik het juk van hun nek, En scheur hun banden vaneen. Niet langer zullen vreemden ze knechten;
8万军之耶和华说:「到那日,我必从你颈项上折断仇敌的轭,扭开他的绳索;外邦人不得再使你作他们的奴仆。
9Maar Jahweh zullen ze dienen, hun God, En David, hun koning, dien Ik hun zal verwekken.
9你们却要事奉耶和华—你们的 神和我为你们所要兴起的王 大卫 。」
10Jakob, mijn dienaar, wees niet bang, Spreekt Jahweh; Israël, ge behoeft niet te vrezen; Want Ik ga u verlossen uit verre gewesten, Uw kroost uit het land hunner ballingschap! Jakob keert terug, en vindt weer zijn rust, Onbekommerd, door niemand verschrikt.
10故此,耶和华说: 我的仆人 雅各 啊,不要惧怕; 以色列 啊,不要惊惶; 因我要从远方拯救你, 从被掳到之地拯救你的后裔; 雅各 必回来得享平靖安逸, 无人使他害怕。
11Want Ik ben met u, om u te redden, spreekt Jahweh! Ja, Ik ga alle volken vernielen, Waaronder Ik u heb verstrooid. Maar u zal Ik nimmer vernielen, Ik tuchtig u enkel, zoals ge verdient;
11因我与你同在,要拯救你, 也要将所赶散你到的那些国灭绝净尽, 却不将你灭绝净尽,倒要从宽惩治你, 万不能不罚你。 这是耶和华说的。
12Neen, Ik laat u niet ongestraft! Zo spreekt Jahweh: Uw plaag is ontzettend, En schrijnend uw wonde;
12耶和华如此说: 你的损伤无法医治; 你的伤痕极其重大。
13Niemand wil uw zweren verbinden, Geneesmiddelen helpen u niet.
13无人为你分诉, 使你的伤痕得以缠裹; 你没有医治的良药。
14Al uw minnaars zijn u vergeten, En bekommeren zich niet meer om u. Want Ik heb u als een vijand onbarmhartig geslagen, Om uw grote schuld, en uw talloze zonden.
14你所亲爱的都忘记你, 不来探问你。 我因你的罪孽甚大,罪恶众多, 曾用仇敌加的伤害伤害你, 用残忍者的惩治惩治你。
15Wat krijt ge dan zo om uw wonden, En uw ontzettende plaag? Om uw grote schuld, en uw talloze zonden Heb Ik u dit berokkend!
15你为何因损伤哀号呢? 你的痛苦无法医治。 我因你的罪孽甚大,罪恶众多, 曾将这些加在你身上。
16Waarachtig, die u verslinden, Worden allen verslonden; En al uw verdrukkers Zullen in ballingschap gaan; Uw plunderaars worden geplunderd, Uw rovers zal Ik beroven!
16故此,凡吞吃你的必被吞吃; 你的敌人个个都被掳去; 掳掠你的必成为掳物; 抢夺你的必成为掠物。
17Dan sluit Ik uw wonde, En genees uw kwalen, Is de godsspraak van Jahweh; Omdat men u Verstoteling noemt: Dit is Sion, om wien zich niemand bekommert! Zo spreekt Jahweh!
17耶和华说:我必使你痊愈, 医好你的伤痕, 都因人称你为被赶散的, 说 :这是 锡安 ,无人来探问的!
18Zie, Ik maak de tenten van Jakob gelukkig, En ontferm Mij over zijn stulpen; De stad wordt herbouwd op haar heuvel, De burcht troont weer op zijn oude plaats;,
18耶和华如此说: 我必使 雅各 被掳去的帐棚归回, 也必顾惜他的住处。 城必建造在原旧的山冈; 宫殿也照旧有人居住。
19Er stijgen jubelzangen uit op, En vrolijke kreten. Ik vermeerder ze weer: zij verminderen niet; Ik herstel ze in ere: men veracht ze niet meer;
19必有感谢和欢乐的声音从其中发出, 我要使他们增多,不致减少; 使他们尊荣,不致卑微。
20Zijn zonen zullen weer worden als vroeger, Zijn gemeente zal voor mijn aangezicht staan; Al zijn verdrukkers zal Ik bestraffen, Hij wordt weer sterker dan zij!
20他们的儿女要如往日; 他们的会众坚立在我面前; 凡欺压他们的,我必刑罚他。
21Zijn vorst staat uit zijn midden op; Ik laat hem komen: hij mag Mij naderen; Wie anders zou zijn leven wagen, Om Mij te naderen, spreekt Jahweh!
21他们的君王必是属乎他们的; 掌权的必从他们中间而出。 我要使他就近我, 他也要亲近我; 不然,谁有胆量亲近我呢? 这是耶和华说的。
22Zo zult gij mijn volk, En Ik zal uw God zijn!
22你们要作我的子民, 我要作你们的 神。
23Zie, de storm van Jahweh komt, De gramschap barst los als een wervelwind, Op het hoofd van de bozen stort zij zich uit.
23看哪,耶和华的忿怒 好像暴风已经发出; 是扫灭的暴风, 必转到恶人的头上。
24De toorn van Jahweh legt zich niet neer, Eer Hij zijn plannen heeft ten uitvoer gebracht: Ten leste zult ge het zelf ondervinden!
24耶和华的烈怒必不转消, 直到他心中所拟定的成就了; 末后的日子你们要明白。

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.