Prediker 4
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Modern Hebrew Bible
1Dan weer beschouwde ik alle verdrukkingen, Die er onder de zon voorkomen: Ik zag de tranen der verdrukten, en niemand gaf troost; De onderdrukkers pleegden geweld, en niemand bood hulp.
1ושבתי אני ואראה את כל העשקים אשר נעשים תחת השמש והנה דמעת העשקים ואין להם מנחם ומיד עשקיהם כח ואין להם מנחם׃
2Daarom prees ik de doden gelukkig, reeds lang ontslapen, Boven hen, die nog in leven zijn;
2ושבח אני את המתים שכבר מתו מן החיים אשר המה חיים עדנה׃
3En gelukkiger nog dan hen beiden Degenen, die nog niet hebben bestaan. Want zij zagen nog niet het boze gedoe, Dat er plaats heeft onder de zon.
3וטוב משניהם את אשר עדן לא היה אשר לא ראה את המעשה הרע אשר נעשה תחת השמש׃
4Verder zag ik van alle moeite en inspanning, Dat ze worden aangewend uit naijver jegens elkander; Ook dat is ijdelheid en jagen naar wind.
4וראיתי אני את כל עמל ואת כל כשרון המעשה כי היא קנאת איש מרעהו גם זה הבל ורעות רוח׃
5Wel is het een dwaas, die de hand in de schoot legt En zijn eigen vlees verteert;
5הכסיל חבק את ידיו ואכל את בשרו׃
6Maar toch is een handvol rust meer waard, Dan beide handen vol tobben en jagen naar wind.
6טוב מלא כף נחת ממלא חפנים עמל ורעות רוח׃
7Nog zag ik een andere dwaasheid onder de zon:
7ושבתי אני ואראה הבל תחת השמש׃
8Al staat iemand geheel alleen, En heeft hij geen kinderen of verwanten. Toch komt er aan zijn zwoegen geen einde, En zijn oog heeft nooit rijkdom genoeg. Voor wien dan sloof ik mij uit, En ontzeg ik mij alle genot? Ook dit is dwaas en een ellendig bestaan.
8יש אחד ואין שני גם בן ואח אין לו ואין קץ לכל עמלו גם עיניו לא תשבע עשר ולמי אני עמל ומחסר את נפשי מטובה גם זה הבל וענין רע הוא׃
9Met tweeën is beter dan alleen; Dat geeft beiden een groot voordeel bij het werk.
9טובים השנים מן האחד אשר יש להם שכר טוב בעמלם׃
10Want als de één komt te vallen, Helpt de ander hem op. Maar wee den eenling, als hij valt; Want hij heeft geen makker, die hem opbeurt.
10כי אם יפלו האחד יקים את חברו ואילו האחד שיפול ואין שני להקימו׃
11Zo ook, slapen er twee bij elkander. Dan hebben beiden het warm. Maar hoe krijgt de eenling het warm?
11גם אם ישכבו שנים וחם להם ולאחד איך יחם׃
12En wanneer men den één overvalt, Bieden zij samen weerstand: Een drievoudig snoer breekt niet licht.
12ואם יתקפו האחד השנים יעמדו נגדו והחוט המשלש לא במהרה ינתק׃
13Beter een verstandige jongeman, al is hij ook arm. Dan een oude en onverstandige koning, Die niet meer naar raad weet te luisteren:
13טוב ילד מסכן וחכם ממלך זקן וכסיל אשר לא ידע להזהר עוד׃
14Al komt de eerste uit de gevangenis op de troon, En is hij arm geboren in zijn eigen rijk.
14כי מבית הסורים יצא למלך כי גם במלכותו נולד רש׃
15Ik zag, hoe alle levenden, Die er rondliepen onder de zon, De zijde kozen van den eerste, den jonge, Die de plaats wilde innemen van den ander;
15ראיתי את כל החיים המהלכים תחת השמש עם הילד השני אשר יעמד תחתיו׃
16Ontelbaar was de menigte, Die zich bij hem aansloot. Toch zal het nageslacht geen vreugd aan hem beleven; Ook dat is ijdel en jagen naar wind.
16אין קץ לכל העם לכל אשר היה לפניהם גם האחרונים לא ישמחו בו כי גם זה הבל ורעיון רוח׃
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.