Amos
Chapter 8
Petrus Canisius Bible, 1…
vs King James Version…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
King James Version with Apocrypha
1Nog dit liet Jahweh mij schouwen. Zie, daar stond een korf met rijpe vruchten.
1Thus hath the Lord GOD shewed unto me: and behold a basket of summer fruit.
2Hij sprak: Wat ziet ge, Amos? Ik gaf ten antwoord: Een korf met rijpe vruchten. Toen sprak Jahweh tot mij: Het eind is gekomen voor Israëls huis; Ik zal het niet langer meer sparen.
2And he said, Amos, what seest thou? And I said, A basket of summer fruit. Then said the LORD unto me, The end is come upon my people of Israel; I will not again pass by them any more.
3De hengsels van de tempel zullen knersen op die dag: is de godsspraak van Jahweh! Ontelbaar zullen de lijken zijn; overal zal stilte heersen!
3And the songs of the temple shall be howlings in that day, saith the Lord GOD : there shall be many dead bodies in every place; they shall cast them forth with silence.
4Hoort dit, gij die den arme vertrapt, Eenvoudige lieden verdrukt;
4¶ Hear this, O ye that swallow up the needy, even to make the poor of the land to fail,
5Die zegt: Wanneer is de nieuwe maan voorbij, Dat we weer koren kunnen verkopen, De sabbat, dat wij de graanschuur openen! Die de maat verkleint, de sikkel verzwaart, De weegschaal vervalst.
5Saying, When will the new moon be gone, that we may sell corn? and the sabbath, that we may set forth wheat, making the ephah small, and the shekel great, and falsifying the balances by deceit?
6Die de zwakken om een geldschuld koopt, Den arme om een paar schoenen, En zelfs de afval van koren verkwanselt.
6That we may buy the poor for silver, and the needy for a pair of shoes; yea , and sell the refuse of the wheat?
7Bij Jakobs Glorie heeft Jahweh gezworen: In eeuwigheid zal Ik geen hunner werken vergeten!
7The LORD hath sworn by the excellency of Jacob, Surely I will never forget any of their works.
8Of zou het land daarvan niet rillen, En wie erop wonen, geen rouw bedrijven; Zou het niet overal als de Nijl in de hoogte rijzen, Wegvallen en zinken als de stroom van Egypte?
8Shall not the land tremble for this, and every one mourn that dwelleth therein? and it shall rise up wholly as a flood; and it shall be cast out and drowned, as by the flood of Egypt.
9Op die dag zal het gebeuren, Is de godsspraak van Jahweh: Dat Ik de zon doe ondergaan op de middag, En de aarde verduister op klaarlichte dag!
9And it shall come to pass in that day, saith the Lord GOD , that I will cause the sun to go down at noon, and I will darken the earth in the clear day:
10Uw feesten zal Ik in rouw verkeren, Al uw zangen in klagen; Op alle lenden leg Ik een zak, Op alle hoofden een kale kruin. Ik zal rouw verwekken als voor een enigen zoon, En het einde zal zijn als een bittere dag!
10And I will turn your feasts into mourning, and all your songs into lamentation; and I will bring up sackcloth upon all loins, and baldness upon every head; and I will make it as the mourning of an only son , and the end thereof as a bitter day.
11Zie, de dagen gaan komen, Is de godsspraak van Jahweh, Dat Ik over dit land een honger zal brengen: Geen honger naar brood, Geen dorst naar water, Maar om het woord van Jahweh te horen!
11¶ Behold, the days come, saith the Lord GOD , that I will send a famine in the land, not a famine of bread, nor a thirst for water, but of hearing the words of the LORD :
12Dan zal men zwerven van zee tot zee, Doolt men rond van het noorden naar het oosten, Om het woord van Jahweh te horen; Maar men zal het niet vinden!
12And they shall wander from sea to sea, and from the north even to the east, they shall run to and fro to seek the word of the LORD , and shall not find it .
13Dan zullen de schone maagden, De jonge mannen bezwijken van dorst.
13In that day shall the fair virgins and young men faint for thirst.
14En zij, die bij de zonde van Samaria zweren, Of zeggen: Dan, bij het leven van uw God; Bersabe, zo waar uw schutspatroon leeft: Ze zullen vallen, nooit staan ze meer op!
14They that swear by the sin of Samaria, and say, Thy god, O Dan, liveth; and, The manner of Beer-sheba liveth; even they shall fall, and never rise up again.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.