2 Kronieken 3
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Asang Khongca Bible (Eastern Khumi Chin, 2019)
1Toen begon Salomon met de bouw van de tempel van Jahweh in Jerusalem, op de berg Moria, waar Jahweh aan zijn vader David verschenen was, en waar David de dorsvloer van Ornan, den Jeboesiet, daartoe in orde had gemaakt.
1To pacoengah Solomon mah ampa David khaeah, Angraeng amtueng paehaih ahmuen, Jerusalem ih Moriah mae nuiah, Angraeng ih im to sak amtong; Jebus kami Ornan cang atithaih ahmuen ah ni David mah im sak hanah paroep.
2Hij begon met de bouw op de tweede dag van de tweede maand, in het vierde jaar van zijn regering.
2Solomon siangpahrang ah ohhaih saning palito haih, khrah hnet, ni hnetto naah im to sak amtong.
3De volgende afmetingen legde Salomon aan de bouw van het Godshuis ten grondslag: de lengte, berekend naar ellen van de oude afmeting, bedroeg zestig el, de breedte twintig, en de hoogte honderd twintig el.
3Sithaw im sak hanah Solomon khaeah thuih pae ih lok baktih toengah, kasawk dong quitarukto oh moe, dong pumphaeto kawk.
4De voorhal, voor het Heilige, was twintig el lang, dus even lang als de tempel breed was; hij bekleedde hem van binnen met zuiver goud.
4Im akunhaih ahma loe, im kawkhaih hoiah anghmong; dong pumphaeto sawk moe, dong cumvai, pumphaeto sang; athung bang loe kaciim suitui hoiah pazut.
5De grote ruimte liet hij met cypressenhout beschieten, dat met zuiver goud was bekleed, waarop slingers waren aangebracht.
5Imphu to hmaica thing hoiah a sak moe, a nuiah suitui to pazut; khet kamcuk ah a nuiah ungsikung hoi zet ih sumquinawk to soi o.
6Ook werd de grote ruimte met kostbare stenen versierd. Het goud was afkomstig van Párwaim.
6Im kranghoih thai hanah atho kana thlung hoiah a sak; sui loe Parvaim ih sui to patoh o.
7Ook de balken, drempels, muren en deuren van dit gebouw liet hij met goud beleggen en op zijn wanden cherubs snijden.
7Im palaengnawk, tungnawk, tapangnawk, thoknawk to suitui hoiah pazut moe, tapang nuiah cherubim krang to a soi.
8Vervolgens liet hij de ruimte van het Allerheiligste inrichten. De lengte, langs de korte zijde van het gebouw, bedroeg twintig el, en de diepte eveneens twintig el. Het werd met zuiver goud overtrokken tot een gewicht van zeshonderd talenten.
8Kaciim Koek ahmuen loe im kawkhaih hoi kanghmong ah a sak; dong pumphaeto sawk moe, dong pumphaeto kawk; to ahmuen to suitui kaciim talent cumvai tarukto hoiah a pazut.
9Alleen al voor de nagels gebruikte hij vijftig sikkels goud; want de koppen werden met goud overtrokken.
9Sumdik kazit loe sui shekel quipangato oh. Ranuih imkhaannawk doeh sui hoiah pazut.
10In de ruimte van het Allerheiligste werden twee cherubs geplaatst van olijfhout, dat met goud overtrokken was.
10Kaciim koek imthung ah cherubim hnetto ih krang to a sak moe, suitui hoiah pazut.
11De vleugels der cherubs hadden een gezamenlijke lengte van twintig el. De ene, vijf el lange vleugel van den enen cherub raakte de wand van het gebouw; de andere, vijf el lange vleugel raakte de vleugel van den anderen cherub.
11Cherubimnawk ih pakhraeh loe dong pumphaeto sawk; pakhraeh maeto loe dong pangato sawk moe, im tapang to phak; kalah maeto ih pakhraeh doeh dong pangato sawk moe, kalah cherub maeto ih pakhraeh to phak.
12De ene, vijf el lange vleugel van den anderen cherub raakte eveneens de wand van het gebouw; de andere, vijf el lange vleugel raakte de vleugel van den eersten cherub.
12To baktih toengah kalah cherub maeto ih pakhraeh doeh dong pangato sawk moe, im tapang to phak; kalah pakhraeh maeto doeh dong pangato sawk moe, kalah cherub ih pakhraeh hoiah angbet.
13De vleugels van die cherubs hadden dus een vlucht van twintig el. De cherubs stonden recht overeind, met hun gelaat naar het Heilige gekeerd.
13Hae cherubimnawk loe athung bangah anghae o moe, angmacae khok hoiah angdoet o, pakhraeh payangh o naah, dong pumphaeto sawk.
14Ook liet hij een voorhangsel vervaardigen van purper en violet, karmozijn en byssus, waarin cherubs waren geweven.
14Kahni kam-iing, kahni kamling hup, kahni kathim hoi puu ngan kahninawk to a sak moe, a nuiah cherubim ih krangnawk to takaek.
15Vóór het gebouw liet hij twee zuilen plaatsen van vijf en dertig el hoogte, met een kapiteel van vijf el op de top.
15Dong quithum, pangato kasawk, tung hnetto doeh a sak moe, im hma ah a tlingh; tung nui khukhaih loe dong pangato sawk.
16Hij liet er slingers als kransen voor maken, die op de top der zuilen werden aangebracht, en honderd granaatappels, die aan de slingers werden opgehangen.
16Thuih ih lok baktih toengah, qui to zet moe, tung nuiah a suek; Pomegranat thaih cumvaito sak moe, qui pongah a bangh.
17De zuilen liet hij aan de voorkant van het Heilige opstellen: een aan de rechter- en een aan de linkerkant. De ene noemde hij Jakin, de andere Bóaz.
17Im hma ah tungnawk to banqoi bantang a tlingh; bantang bang ih tung to Jachin, tiah ahmin sak moe, banqoi bang ih tung to Boaz, tiah ahmin sak.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.