ΜΑΚΚΑΒΑΙΩΝ Βʹ 14
Septuagint (Brenton Greek text, with Apocrypha)Original language
Septuagint (Brenton Greek text, with Apocrypha)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Μετὰ δὲ τριετῆ χρόνον προσέπεσε τοῖς περὶ τὸν Ἰούδαν, Δημήτριον τὸν τοῦ Σελεύκου διὰ τοῦ κατὰ Τρίπολιν λιμένος εἰσπλεύσαντα μετὰ πλήθους ἰσχυροῦ καὶ στόλου,
1Drie jaar later vernam de aanhang van Judas, dat Demétrius, de zoon van Seleúkus, met een sterk leger en een grote vloot de haven van Tripolis was uitgevaren,
2κεκρατηκέναι τῆς χώρας, ἐπανελόμενον Ἀντίοχον καὶ τὸν τούτου ἐπίτροπον Λυσίαν.
2zich van het land had meester gemaakt, en Antiochus met diens voogd Lúsias uit de weg had geruimd.
3Ἄλκιμος δέ τις προγενόμενος ἀρχιερεὺς, ἑκουσίως δὲ μεμολυμμένος ἐν τοῖς τῆς ἐπιμιξίας χρόνοις, συννοήσας ὅτι καθʼ ὁντιναοῦν τρόπον οὐκ ἔστιν αὐτῷ σωτηρία, οὐδὲ πρὸς ἅγιον θυσιαστήριον ἔτι πρόσοδος,
3Er was toen een zekere Alkimus, die vroeger hogepriester was geweest, maar ten tijde der vijandelijkheden uit eigen beweging was afgevallen. Daar hij inzag, dat hij met geen mogelijkheid meer iets kon bereiken en geen toegang zou krijgen tot het heilige altaar,
4ἧκε πρὸς τὸν βασιλέα Δημήτριον πρώτῳ καὶ πεντηκοστῷ καὶ ἑκατοστῷ ἔτει, προσάγων αὐτῷ στέφανον χρυσοῦν καὶ φοίνικα, πρὸς δὲ τούτοις τῶν νομιζομένων θαλλῶν τοῦ ἱεροῦ· καὶ τὴν ἡμέραν ἐκείνην ἡσυχίαν ἔσχε.
4ging hij in het jaar 15 naar koning Demétrius, en bracht hem een gouden krans met een palmtak, en verder nog de gebruikelijke olijftakken uit de tempel. Overigens hield hij zich die dag nog rustig.
5Καιρὸν δὲ λαβὼν τῆς ἰδίας ἀνοίας συνεργὸν, προσκληθεὶς εἰς συνέδριον ὑπὸ τοῦ Δημητρίου, καὶ ἐπερωτηθεὶς ἐν τίνι διαθέσει καὶ βουλῇ καθεστήκασιν οἱ Ἰουδαῖοι, πρὸς ταῦτα ἔφη,
5Maar hij nam de eerste de beste gelegenheid te baat, om zijn schandelijk plan ten uitvoer te brengen. Want toen Demétrius hem eens op een raadsvergadering liet komen en hem naar de stemming en de plannen der Joden vroeg, gaf hij ten antwoord:
6οἱ λεγόμενοι τῶν Ἰουδαίων Ἀσιδαῖοι, ὧν ἀφηγεῖται Ἰούδας ὁ Μακκαβαῖος, πολεμοτροφοῦσι καὶ στασιάζουσιν, οὐκ ἐῶντες τὴν βασιλείαν εὐσταθείας τυχεῖν.
6De Joden, die chasidéen worden genoemd, en die ander leiding staan van Judas, den Makkabeër, maken telkens oorlog en oproer, en laten het rijk niet tot rust komen.
7Ὅθεν ἀφελόμενος τὴν προγονικὴν δόξαν, λέγω δὴ τὴν ἀρχιερωσύνην, δεῦρο νῦν ἐλήλυθα.
7Dit is de reden, dat ik van mijn erfelijke waardigheid, ik bedoel het hogepriesterschap, werd beroofd, en dat ik nu hier ben gekomen,
8Πρῶτον μὲν ὑπὲρ τῶν ἀνηκόντων τῷ βασιλεῖ γνησίως φρονῶν, δεύτερον δὲ καὶ τῶν ἰδίων πολιτῶν στοχαζόμενος· τῇ μὲν γὰρ τῶν προειρημένων ἀλογιστίᾳ τὸ σύμπαν ἡμῶν γένος οὐ μικρῶς ἀκληρεῖ.
8vooreerst uit oprechte bezorgdheid voor de rechten van den koning, maar vervolgens ook in het belang van mijn eigen landgenoten. Want door het domme drijven van genoemde mannen lijdt ons gehele volk ontzaglijke schade.
9Ἕκαστα δὲ τούτων ἐπεγνωκὼς σὺ βασιλεῦ, καὶ τῆς χώρας καὶ τοῦ περιϊσταμένου γένους ἡμῶν προνοήθητι, καθʼ ἣν ἔχεις πρὸς ἅπαντας εὐαπάντητον φιλανθρωπίαν.
9Koning, het is dus gewenst, dat gij u over dit alles nauwkeurig laat inlichten, en dan voor ons land en ons verdrukt volk maatregelen treft, die ingegeven zijn door de welwillendheid, die gij allen bewijst.
10Ἄχρι γὰρ Ἰούδας περίεστιν, ἀδύνατον εἰρήνης τυχεῖν τὰ πράγματα.
10Want zolang Judas nog leeft, komt de staat nooit tot rust.
11Τοιούτων δὲ ῥηθέντων ὑπὸ τούτου, θᾶττον οἱ λοιποὶ φίλοι δυσμενῶς ἔχοντες τὰ πρὸς τὸν Ἰούδαν προσεπύρωσαν τὸν Δημήτριον.
11Na deze woorden hitsten de andere gunstelingen, die Judas vijandig gezind waren, Demétrius nog meer op.
12Προσκαλεσάμενος δὲ εὐθέως Νικάνορα τὸν γενόμενον ἐλεφαντάρχην, καὶ στρατηγὸν ἀναδείξας τῆς Ἰουδαίας, ἐξαπέστειλε,
12En onmiddellijk ontbood hij Nikánor, den vroegeren hoofdman over de olifanten, en stelde hem aan tot bevelhebber over Judea. Hij liet hem vertrekken,
13δοὺς ἐντολὰς, αὐτὸν μὲν τὸν Ἰούδαν ἐπανελέσθαι, τοὺς δὲ σὺν αὐτῷ σκορπίσαι, καταστῆσαι δὲ Ἄλκιμον ἀρχιερέα τοῦ μεγίστου ἱεροῦ.
13en gaf hem de schriftelijke opdracht mee, Judas te doden, zijn aanhang uit elkaar te jagen en Alkimus aan te stellen tot hogepriester van de verheven tempel.
14Τὰ δὲ ἐκ τῆς Ἰουδαίας πεφυγαδευκότα τὸν Ἰούδαν ἔθνη συνέμισγον ἀγεληδὸν τῷ Νικάνορι, τὰς τῶν Ἰουδαίων ἀτυχίας καὶ συμφορὰς, ἰδίας εὐημερίας δοκοῦντες ἔσεσθαι.
14Met hele groepen sloten zich nu bij Nikánor al de heidenen aan, die voor Judas uit Judea waren weggevlucht, en die nu hoopten, dat de tegenslag en het ongeluk der Joden hun eigen geluk zouden worden.
15Ἀκούσαντες δὲ τὴν τοῦ Νικάνορος ἔφοδον καὶ τὴν ἐπίθεσιν τῶν ἐθνῶν, καταπασάμενοι γῆν ἐλιτάνευον τὸν ἄχρι αἰῶνος συστήσαντα τὸν ἑαυτοῦ λαὸν, ἀεὶ δὲ μετʼ ἐπιφανείας ἀντιλαμβανόμενον τῆς ἑαυτοῦ μερίδος.
15Bij het bericht van Nikánors opmars en van de vijandige houding der heidenen, bestrooiden de Joden zich met stof, en richtten zich smekend tot Hem, die zijn volk voor eeuwig had bevestigd, en die altijd zichtbaar zijn erfdeel beschermt.
16Προστάξαντος δὲ τοῦ ἡγουμένου, ἐκεῖθεν εὐθέως ἀνέζευξαν, καὶ συμμίσγουσιν αὐτοῖς ἐπὶ κώμην Δεσσαού.
16Op bevel van hun aanvoerder trokken zij in allerijl op, en stietten bij het dorp Dessaoe op den vijand.
17Σίμων δὲ ὁ ἀδελφὸς Ἰούδα συμβεβληκῶς ἦν τῷ Νικάνορι, βραχέως δὲ διὰ τὴν αἰφνίδιον τῶν ἀντιπάλων ἀφασίαν ἐπταικώς.
17Sjimon, de broer van Judas, raakte met Nikánor slaags, maar werd door het plotseling verschijnen van den vijand min of meer aan het wankelen gebracht.
18Ὅμως δὲ ἀκούων ὁ Νικάνωρ ἣν εἶχον οἱ περὶ τὸν Ἰούδαν ἀνδραγαθίαν, καὶ ἐν τοῖς ὑπὲρ τῆς πατρίδος ἀγῶσιν εὐψυχίαν, ἐπευλαβεῖτο τὴν κρίσιν διʼ αἱμάτων ποιήσασθαι·
18Toch waagde Nikánor het niet, het pleit met een bloedbad te beslechten, daar hij gehoord had, hoe groot de moed was van Judas' mannen, en hoe onverschrokken zij voor hun vaderland vochten.
19Διόπερ ἔπεμψε Ποσιδώνιον καὶ Θεόδοτον καὶ Ματταθίαν, δοῦναι καὶ λαβεῖν δεξιάς.
19Daarom vaardigde hij Posidónius, Teodótus en Mattatias af, om vredesvoorstellen in te dienen en in ontvangst te nemen.
20Πλείονος δὲ γενομένης περὶ τούτων ἐπισκέψεως, καὶ τοῦ ἡγεμόνος τοῖς πλήθεσιν ἀνακοινωσαμένου, καὶ φανείσης ὁμοψήφου γνώμης, ἐπένευσαν ταῖς συνθήκαις.
20Na vrij langdurige besprekingen stelde de veldheer zijn soldaten op de hoogte van de toestand, waarna de overeenkomst met algemene stemmen werd goedgekeurd.
21Ἐτάξαντο δὲ ἡμέραν ἐν ᾗ κατʼ ἰδίαν ἥξουσιν εἰς τὸ αὐτό· καὶ προῆλθε, καὶ παρʼ ἑκάστου διαφόρους ἔθεσαν δίφρους.
21Zij bepaalden een dag, waarop zij elkaar onder vier ogen zouden treffen. Van beide partijen reed een strijdwagen voor, en er waren zetels klaar gezet.
22Διέταξεν Ἰούδας ἐνόπλους ἑτοίμους ἐν τοῖς ἐπικαίροις τόποις, μήποτε ἐκ τῶν πολεμίων αἰφνιδίως κακουργία γένηται· τὴν ἁρμόζουσαν ἐποιήσαντο κοινολογίαν.
22Intussen had Judas op verschillende belangrijke punten gewapende soldaten geplaatst voor het geval dat de vijand onverwachts verraad mocht plegen. De onderhandelingen verliepen echter ongestoord.
23Διέτριβεν δὲ ὁ Νικάνωρ ἐν Ἱεροσολύμοις, καὶ ἔπραττεν οὐθὲν ἄτοπον· τοὺς δὲ συναχθέντας ἀγελαίους ὄχλους ἀπέλυσε.
23Daarna bracht Nikánor een bezoek aan Jerusalem, waar hij niets afkeurenswaardigs deed; hij dankte zelfs de legers af, die zich met hele groepen bij hem hadden aangesloten.
24Καὶ εἶχε τὸν Ἰούδαν διαπαντὸς ἐν προσώπῳ, ψυχικῶς τῷ ἀνδρὶ προσεκέκλιτο.
24Voortdurend zocht hij het gezelschap van Judas, daar hij zich met hart en ziel tot hem voelde aangetrokken.
25Παρεκάλεσεν αὐτὸν γῆμαι καὶ παιδοποιήσασθαι· ἐγάμησεν, εὐστάθησεν, ἐκοινώνησε βίου.
25Ook gaf hij hem de raad, te trouwen en een gezin te stichten. Hij trouwde dan ook, was gelukkig en genoot van zijn leven.
26Ὁ δὲ Ἄλκιμος συνιδὼν τὴν πρὸς ἀλλήλους εὔνοιαν καὶ τὰς γενομένας συνθήκας, ἀναλαβὼν, ἧκε πρὸς τὸν Δημήτριον, καὶ ἔλεγε τὸν Νικάνορα ἀλλότρια φρονεῖν τῶν πραγμάτων· τὸν γὰρ ἐπίβουλον τῆς βασιλείας Ἰούδαν διάδοχον ἀναδέδειχεν ἑαυτοῦ.
26Maar toen Alkimus deze wederzijdse vriendschap bemerkte, verschafte hij zich een afschrift van de afgesloten verdragen, ging er mee naar Demétrius, en beschuldigde Nikánor van hoogverraad, omdat hij den rijksvijand Judas als zijn opvolger zou hebben aangewezen.
27Ὁ δὲ βασιλεὺς ἔκθυμος γενόμενος, καὶ ταῖς τοῦ παμπονήρου ἐρεθισθεὶς διαβολαῖς, ἔγραψε Νικάνορι φάσκων, ὑπὲρ μὲν τῶν συνθηκῶν βαρέως φέρειν, κελεύων δὲ τὸν Μακκαβαῖον δέσμιον ἐξαποστέλλειν ταχέως εἰς Ἀντιόχειαν.
27De koning was woedend, en opgehitst door de lasterpraatjes van den schurk, schreef hij Nikánor, dat de verdragen zijn goedkeuring niet hadden, en dat hij hem beval, den Makkabeër zo snel mogelijk geboeid naar Antiochië te zenden.
28Προσπεσόντων δὲ τούτων τῷ Νικάνορι, συνεκέχυτο καὶ δυσφόρως ἔφερεν, εἰ τὰ διεσταλμένα ἀθετήσει μηδὲν τʼ ἀνδρὸς ἠδικηκότος.
28Dit bericht bracht Nikánor in de grootste verwarring. Want van de ene kant viel het hem zwaar, het verdrag te schenden, daar de ander geen onrecht gepleegd had;
29Ἐπεὶ δὲ τῷ βασιλεῖ ἀντιπράττειν οὐκ ἦν, εὔκαιρον ἐτήρει στρατηγήματι τοῦτʼ ἐπιτελέσαι.
29maar van de andere kant was het niet mogelijk, zich tegen den koning te verzetten. Hij wachtte dus een geschikte gelegenheid af, om de opdracht langs een omweg uit te voeren.
30Ὁ δὲ Μακκαβαῖος αὐστηρότερον διεξάγοντα συνιδὼν τὸν Νικάνορα πρὸς αὐτὸν, καὶ τὴν εἰθισμένην ἀπάντησιν ἀγριωτέραν ἐσχηκότα, νοήσας οὐκ ἀπὸ τοῦ βελτίστου τὴν αὐστηρίαν εἶναι, συστρέψας οὐκ ὀλίγους τῶν περὶ ἑαυτὸν, συνεκρύπτετο τὸν Νικάνορα.
30Intussen had Judas bemerkt, dat Nikánor hem minder vriendelijk was gaan behandelen, en bij de regelmatige samenkomsten tamelijk terughoudend was geworden. Hij besloot er uit, dat deze onvriendelijkheid niets goeds kon voorspellen. Daarom verzamelde hij een flink aantal soldaten om zich heen, en hield zich voor Nikánor schuil.
31Συγγνοὺς δὲ ὁ ἕτερος ὅτι γενναίως ὑπὸ τοῦ ἀνδρὸς ἐστρατήγηται, παραγενόμενος ἐπὶ τὸ μέγιστον καὶ ἅγιον ἱερὸν, τῶν ἱερέων τὰς καθηκούσας θυσίας προσαγόντων, ἐκέλευσε παραδιδόναι τὸν ἄνδρα.
31Toen deze begreep, dat hij door het besliste optreden van Judas was overtroefd, begaf hij zich naar de hoogheilige tempel juist op het ogenblik, dat de priesters de voorgeschreven offers brachten, en eiste van hen, dat zij den man zouden uitleveren.
32Τῶν δὲ μεθʼ ὅρκων φασκόντων μὴ γινώσκειν ποῦ ποτʼ ἐστὶν ὁ ζητούμενος,
32Zij verklaarden echter onder ede, dat zij niet wisten, waar de bedoelde zich ophield.
33προτείνας τὴν δεξιὰν εἰς τὸν νεὼν, ταῦτα ὤμοσεν, ἐὰν μὴ δέσμιόν μοι τὸν Ἰούδαν παραδῶτε, τόνδε τοῦ Θεοῦ σηκὸν εἰς πεδίον ποιήσω, καὶ τὸ θυσιαστήριον κατασκάφω, καὶ ἱερὸν ἐνταῦθα τῷ Διονύσῳ ἐπιφανὲς ἀναστήσω.
33Daarop stak hij zijn rechterhand dreigend tegen de tempel uit en zwoer: Als gij mij Judas niet geboeid uitlevert, zal ik dit gebouw met de grond gelijk maken, het offeraltaar vernielen en op dezelfde plaats een prachtige tempel voor Dionúsus bouwen.
34Τοσαῦτα δὲ εἰπὼν ἀπῆλθεν· οἱ δὲ ἱερεῖς προτείναντες τὰς χεῖρας εἰς τὸν οὐρανὸν, ἐπεκαλοῦντο τὸν διαπαντὸς ὑπέρμαχον τοῦ ἔθνους ἡμῶν, ταῦτα λέγοντες,
34Na deze bedreiging trok hij af. Toen hieven de priesters de handen ten hemel, en smeekten Hem, die altijd strijdt voor ons volk; ze zeiden:
35σὺ, Κύριε, τῶν ὅλων ἀπροσδεὴς ὑπάρχων, εὐδόκησας ναὸν τῆς σῆς κατασκηνώσεως ἐν ἡμῖν γενέσθαι.
35Heer, Gij hebt van niemand iets nodig, en toch hebt Gij een tempel gewild, om onder ons te wonen.
36Καὶ νῦν, ἅγιε παντὸς ἁγιασμοῦ Κύριε διατήρησον εἰς αἰῶνα ἀμίαντον τόνδε τὸν προσφάτως κεκαθαρισμένον οἶκον.
36Heilige Heer, Bron van alle heiligheid, bewaar dus dit huis, dat nog pas is gereinigd, steeds voor ontering.
37Ῥαζὶς δέ τις τῶν ἀπὸ Ἱεροσολύμων πρεσβυτέρων, ἐμηνύθη τῷ Νικάνορι, ἀνὴρ φιλοπολίτης καὶ σφόδρα καλῶς ἀκούων, καὶ κατὰ τὴν εὔνοιαν πατὴρ τῶν Ἰουδαίων προσαγορευόμενος.
37Daarop werd een van de oudsten uit Jerusalem, Rages genaamd, bij Nikánor aangeklaagd. Hij was een man, die zijn medeburgers liefhad, zeer gunstig bekend stond, en om zijn goedhartigheid “Vader der Joden” werd genoemd.
38Ἦν γὰρ ἐν τοῖς ἔμπροσθεν χρόνοις τῆς ἀμιξίας κρίσιν εἰσενηνεγμένος Ἰουδαϊσμοῦ, καὶ σῶμα καὶ ψυχὴν ὑπὲρ τοῦ Ἰουδαϊσμοῦ παραβεβλημένος μετὰ πάσης ἐκτενίας.
38Reeds onder de vroegste vijandelijkheden had hij de zaak van het jodendom verdedigd, en vol vuur lijf en leven voor de joodse godsdienst op het spel gezet.
39Βουλόμενος δὲ Νικάνωρ πρόδηλον ποιῆσαι ἣν εἶχε πρὸς τοὺς Ἰουδαίους δυσμένειαν, ἀπέστειλε στρατιώτας ὑπὲρ τοὺς πεντακοσίους συλλαβεῖν αὐτόν.
39Maar juist daarom zond Nikánor, die een openlijk bewijs wilde leveren van zijn haat tegen de Joden, meer dan vijfhonderd soldaten, om hem gevangen te nemen.
40Ἔδοξε γὰρ, ἐκεῖνον συλλαβὼν, τούτοις ἐργάσασθαι συμφοράν,
40Want hij was overtuigd, dat deze aanhouding voor de Joden een zware slag zou betekenen.
41Τῶν δὲ πληθῶν μελλόντων τὸν πύργον καταλαβέσθαι, καὶ τὴν αὐλαίαν θύραν βιαζομένων, καὶ κελευόντων πῦρ προσάγειν καὶ τὰς θύρας ὑφάπτειν, περικατάληπτος γενόμενος ὑπέθηκεν ἑαυτῷ ξίφος,
41Maar toen de troepen zich van zijn verschanste woning dreigden meester te maken, en reeds de hoofdpoort met geweld openbraken, en vuur lieten halen, om de deuren te verbranden, doorstak hij zich met zijn zwaard, nu hij zich aan alle kanten zag ingesloten.
42εὐγενῶς θέλων ἀποθανεῖν, ἤπερ τοῖς ἀλιτηρίοις ὑποχείριος γενέσθαι, καὶ τῆς ἰδίας εὐγενείας ἀναξίως ὑβρισθῆναι.
42Hij wilde liever een eervolle dood sterven, dan in de handen van schurken vallen, die hem zouden mishandelen op een wijze, die zijn hoge afkomst onwaardig was.
43Τῇ δὲ πληγῇ μὴ κατευθικτήσας διὰ τὴν τοῦ ἀγῶνος σπουδὴν, καὶ τῶν ὄχλων εἴσω τῶν θυρωμάτων εἰσβαλόντων, ἀναδραμὼν γενναίως ἐπὶ τὸ τεῖχος, κατεκρήμνισεν ἑαυτὸν ἀνδρείως εἰς τοὺς ὄχλους.
43Doch daar de stoot, tengevolge van opwinding en haast, minder goed was gelukt, en de troep reeds door de deuren binnendrong, klom hij moedig op de muur, en wierp zich onverschrokken naar beneden, boven op de troepen.
44Τῶν δὲ ταχέως ἀναποδισάντων, γενομένου διαστήματος ἦλθε κατὰ μέσον τὸν κενεῶνα.
44Deze weken echter snel achteruit, zodat er een open ruimte ontstond, waar hij midden op terecht kwam.
45Ἔτι δὲ ἔμπνους ὑπάρχων καὶ πεπυρωμένος τοῖς θυμοῖς, ἐξαναστὰς φερομένων κρουνηδὸν τῶν αἱμάτων, καὶ δυσχερῶν ὄντων τῶν τραυμάτων, δρόμῳ τοὺς ὄχλους διελθὼν, καὶ στὰς ἐπί τινος πέτρας ἀποῤῥωγάδος,
45Maar hij leefde nog, en ofschoon het bloed bij stromen uit zijn smartelijke wonden vloeide, sprong hij ziedend van toorn overeind, rende door de troepen heen, klom op een steile rots,
46παντελῶς ἔξαιμος ἤδη γενόμενος, προβαλὼν τὰ ἔντερα, καὶ λαβὼν ἑκατέραις ταῖς χερσὶν, ἐνέσεισε τοῖς ὄχλοις· καὶ ἐπικαλεσάμενος τὸν δεσπόζοντα τῆς ζωῆς καὶ τοῦ πνεύματος, ταῦτα αὐτῷ πάλιν ἀποδοῦναι, τόνδε τὸν τρόπον μετήλλαξεν.
46en reeds geheel en al leeggebloed, rukte hij zich nog de ingewanden uit het lijf, en wierp ze met beide handen boven op de troepen. En nadat hij den Heer over ziel en leven nog had gesmeekt, dat Hij ze hem terug zou geven, gaf hij de geest.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.