2 Thessalonians 2
King James Version with ApocryphaTranslation
King James Version with Apocrypha
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Now we beseech you, brethren, by the coming of our Lord Jesus Christ, and by our gathering together unto him,
1Broeders, met betrekking tot de wederkomst van onzen Heer Jesus Christus en onze vereniging met Hem, verzoeken we u,
2That ye be not soon shaken in mind, or be troubled, neither by spirit, nor by word, nor by letter as from us, as that the day of Christ is at hand.
2niet zo gemakkelijk uw bezinning te verliezen, en u niet van streek te laten brengen door een geestesuiting, door een woord of door een brief, die van ons heet te komen: alsof de Dag des Heren aanstaande is.
3Let no man deceive you by any means: for that day shall not come , except there come a falling away first, and that man of sin be revealed, the son of perdition;
3Laat niemand u misleiden, hoe dan ook. Want voordat de afval heeft plaats gehad, en de Man der goddeloosheid is verschenen, het kind der verdoeming,
4Who opposeth and exalteth himself above all that is called God, or that is worshipped; so that he as God sitteth in the temple of God, shewing himself that he is God.
4de tegenstander die zich verheft tegen al wat God of heilig heet, zodat hij zich neerzet in Gods tempel en zich aanstelt als God…komt de Dag des Heren niet.
5Remember ye not, that, when I was yet with you, I told you these things?
5Herinnert gij u niet, dat ik u dit gezegd heb, toen ik nog bij u was?
6And now ye know what withholdeth that he might be revealed in his time.
6En nu weet gij, wat hem tegenhoudt, zodat hij eerst te zijner tijd zich openbaren zal.
7For the mystery of iniquity doth already work: only he who now letteth will let , until he be taken out of the way.
7Zeker, het mysterie der ongerechtigheid is reeds aan het werk; maar er is er nog een, die het tegenhoudt. Eerst als deze verdwenen zal zijn,
8And then shall that Wicked be revealed, whom the Lord shall consume with the spirit of his mouth, and shall destroy with the brightness of his coming:
8dan zal de Goddeloze verschijnen, dien de Heer Jesus zal vernietigen door de adem van zijn mond, en verlammen door de glans van zijn komst;
9Even him , whose coming is after the working of Satan with all power and signs and lying wonders,
9zijn verschijning zal geschieden als een werk van den Satan, met allerlei valse kracht, tekenen en wonderen,
10And with all deceivableness of unrighteousness in them that perish; because they received not the love of the truth, that they might be saved.
10en met allerlei misdadige misleiding voor hen, die ten verderve gaan, omdat ze de liefde voor de waarheid niet hebben aangekweekt tot hun redding.
11And for this cause God shall send them strong delusion, that they should believe a lie:
11En daarom zendt God hun een kracht ter misleiding, waardoor ze de leugen geloven;
12That they all might be damned who believed not the truth, but had pleasure in unrighteousness.
12opdat allen zouden veroordeeld worden, die de waarheid niet hebben geloofd, maar behagen hadden in de ongerechtigheid.
13But we are bound to give thanks alway to God for you, brethren beloved of the Lord, because God hath from the beginning chosen you to salvation through sanctification of the Spirit and belief of the truth:
13Maar wij, wij moeten God altijd danken voor u, broeders, geliefd door den Heer, omdat God van de aanvang af door heiliging des Geestes en geloof aan de waarheid u ter zaligheid heeft uitverkoren,
14Whereunto he called you by our gospel, to the obtaining of the glory of our Lord Jesus Christ.
14en ook door ons Evangelie u heeft geroepen, om de heerlijkheid te verwerven van Jesus Christus onzen Heer.
15Therefore, brethren, stand fast, and hold the traditions which ye have been taught, whether by word, or our epistle.
15Daarom broeders, staat pal, en houdt vast aan de overleveringen, die gij geleerd hebt door ons woord of ons schrijven.
16Now our Lord Jesus Christ himself, and God, even our Father, which hath loved us, and hath given us everlasting consolation and good hope through grace,
16Onze Heer Jesus Christus zelf en God onze Vader, die ons heeft liefgehad, en door zijn genade eeuwige troost en goede hoop heeft geschonken,
17Comfort your hearts, and stablish you in every good word and work.
17Hij trooste uw harten en make ze sterk in ieder goed werk en goed woord.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.