ΜΑΛΑΧΙΑΣ
Chapter 3

ΜΑΛΑΧΙΑΣ

Septuagint (Greek Old Te…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

ΜΑΛΑΧΙΑΣ 3

Septuagint (Greek Old Testament), second edition
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1ΙΔΟΥ ἐγὼ ἐξαποστέλλω τὸν ἄγγελόν μου, καὶ ἐπιβλέψεται ὁδὸν πρὸ προσώπου μου, καὶ ἐξαίφνης ἥξει εἰς τὸν ναὸν ἑαυτοῦ Κύριος, ὃν ὑμεῖς ζητεῖτε, καὶ ὁ ἄγγελος τῆς διαθήκης, ὃν ὑμεῖς θέλετε· ἰδοὺ ἔρχεται, λέγει Κύριος παντοκράτωρ.
1Zie, Ik zend mijn gezant voor Mij uit, om voor Mij de weg te bereiden! Dan komt terstond tot zijn tempel de Heer, dien gij zoekt, de Engel van het Verbond, naar wien gij verlangt. Zie, Hij komt, spreekt Jahweh der heirscharen!
2καὶ τίς ὑπομενεῖ ἡμέραν εἰσόδου αὐτοῦ; ἢ τίς ὑποστήσεται ἐν τῇ ὀπτασίᾳ αὐτοῦ; διότι αὐτός εἰσπορεύεται ὡς πῦρ χωνευτηρίου καὶ ὡς ποιὰ πλυνόντων.
2Maar wie kan de dag van zijn komst verdragen; wie houdt het uit, als Hij verschijnt? Want Hij zal zijn als het vuur van den smelter, als het loog van de blekers;
3καὶ καθιεῖται χωνεύων καὶ καθαρίζων ὡς τὸ ἀργύριον καὶ ὡς τὸ χρυσίον· καὶ καθαρίσει τοὺς υἱοὺς Λευὶ καὶ χεεῖ αὐτοὺς ὥσπερ τὸ χρυσίον καὶ τὸ ἀργύριον· καὶ ἔσονται τῷ Κυρίῳ προσάγοντες θυσίαν ἐν δικαιοσύνῃ.
3Hij zet zich neer, om het zilver te smelten en te louteren! Dan zal Hij de zonen van Levi reinigen, hen louteren als goud en zilver. Dan offeren zij Jahweh weer in gerechtigheid,
4καὶ ἀρέσει τῷ Κυρίῳ θυσία Ἰούδα καὶ Ἱερουσαλήμ, καθὼς αἱ ἡμέραι τοῦ αἰῶνος καὶ καθὼς τὰ ἔτη τὰ ἔμπροσθεν.
4en de offerande van Juda en Jerusalem zal Jahweh behagen als in de dagen van ouds, als in vroegere jaren.
5καὶ προσάξω πρὸς ὑμᾶς ἐν κρίσει καὶ ἔσομαι μάρτυς ταχὺς ἐπὶ τὰς φαρμακοὺς καὶ ἐπὶ τὰς μοιχαλίδας καὶ ἐπὶ τοὺς ὀμνύοντας τῷ ὀνόματί μου ἐπὶ ψεύδει καὶ ἐπὶ τοὺς ἀποστεροῦντας μισθὸν μισθωτοῦ καὶ τοὺς καταδυναστεύοντας χήραν καὶ τοὺς κονδυλίζοντας ὀρφανοὺς καὶ τοὺς ἐκκλίνοντας κρίσιν προσηλύτου καὶ τοὺς μὴ φοβουμένους με, λέγει Κύριος παντοκράτωρ.
5Dan zal Ik ook voor u ten oordeel verschijnen, en onmiddellijk als aanklager optreden tegen de tovenaars, echtbrekers en meinedigen, tegen de verdrukkers van werklieden, weduwen en wezen, tegen hen, die den vreemdeling verstoten, en Mij niet vrezen, spreekt Jahweh der heirscharen.
6Διότι ἐγὼ Κύριος ὁ Θεὸς ὑμῶν, καὶ οὐκ ἠλλοίωμαι·
6Waarachtig: Ik, Jahweh, ben niet veranderd; en gij, zonen van Jakob, zijt dezelfden gebleven.
7καὶ ὑμεῖς οἱ υἱοὶ Ἰακὼβ οὐκ ἀπέχεσθε ἀπὸ τῶν ἀδικιῶν τῶν πατέρων ὑμῶν, ἐξεκλίνατε νόμιμά μου καὶ οὐκ ἐφυλάξασθε. ἐπιστρέψατε πρός με, καὶ ἐπιστραφήσομαι πρὸς ὑμᾶς, λέγει Κύριος παντοκράτωρ. καὶ εἴπατε· ἐν τίνι ἐπιστρέψομεν;
7Sinds de dagen van uw vaderen zijt gij afgeweken van mijn geboden en hebt ze niet onderhouden. Bekeert u tot Mij, en Ik keer tot u terug, spreekt Jahweh der heirscharen! Gij vraagt: Waarin moeten wij ons bekeren?
8μήτι πτερνιεῖ ἄνθρωπος Θεόν; διότι ὑμεῖς πτερνίζετέ με. καὶ ἐρεῖτε· ἐν τίνι ἐπτερνίσαμέν σε; ὅτι τὰ ἐπιδέκατα καὶ αἱ ἀπαρχαὶ μεθ᾿ ὑμῶν εἰσι·
8Mag een mens dan God tekort doen, dat gij Mij tekort doet? Ge zegt: Waarin hebben wij U tekort gedaan? In de tienden en eerstelingen?
9καὶ ἀποβλέποντες ὑμεῖς ἀποβλέπετε, καὶ ἐμὲ ὑμεῖς πτερνίζετε· τὸ ἔτος συνετελέσθη.
9Met vervloeking zijt ge geslagen, heel het volk, en toch blijft ge Mij tekort doen!
10καὶ εἰσηνέγκατε πάντα τὰ ἐκφόρια εἰς τοὺς θησαυρούς, καὶ ἔσται ἡ διαρπαγὴ αὐτοῦ ἐν τῷ οἴκῳ αὐτοῦ. ἐπιστρέψατε δὴ ἐν τούτῳ, λέγει Κύριος παντοκράτωρ, ἐὰν μὴ ἀνοίξω ὑμῖν τοὺς καταρράκτας τοῦ οὐρανοῦ καὶ ἐκχεῶ τὴν εὐλογίαν μου ὑμῖν ἕως τοῦ ἱκανωθῆναι.
10Brengt de tienden van alles naar de schuren, opdat er voorraad zij voor mijn huis; dan kunt gij eens de proef met Mij nemen, spreekt Jahweh der heirscharen, of Ik de sluizen des hemels niet voor u open, en geen zegen in overvloed over u uitstort.
11καὶ διαστελῶ ὑμῖν εἰς βρῶσιν καὶ οὐ μὴ διαφθείρω ὑμῶν τὸν καρπὸν τῆς γῆς, καὶ οὐ μὴ ἀσθενήσῃ ὑμῶν ἡ ἄμπελος ἡ ἐν τῷ ἀγρῷ, λέγει Κύριος παντοκράτωρ.
11Ik zal voor u de knaagbek verjagen, en hij zal de vrucht van uw akker niet vernielen; de wijnstok op het veld zal u zijn vrucht niet onthouden, spreekt Jahweh der heirscharen.
12καὶ μακαριοῦσιν ὑμᾶς πάντα τὰ ἔθνη, διότι ἔσεσθε ὑμεῖς γῆ θελητή, λέγει Κύριος παντοκράτωρ.
12Dan zullen alle volken u gelukkig prijzen; want dan zijt gij een lustoord, spreekt Jahweh der heirscharen!
13Ἐβαρύνατε ἐπ᾿ ἐμὲ τοὺς λόγους ὑμῶν, λέγει Κύριος, καὶ εἴπατε· ἐν τίνι κατελαλήσαμεν κατὰ σοῦ;
13Uw taal ergert mij, spreekt Jahweh! Ge vraagt: Wat hebben wij dan tegen U onder elkander gezegd?
14εἴπατε· μάταιος ὁ δουλεύων Θεῷ, καὶ τί πλέον ὅτι ἐφυλάξαμεν τὰ φυλάγματα αὐτοῦ καὶ διότι ἐπορεύθημεν ἱκέται πρὸ προσώπου Κυρίου παντοκράτορος;
14Ge hebt gezegd: Verloren moeite, God te dienen; wat hebben wij er mee gewonnen, zijn gebod te onderhouden, en in rouwgewaad voor Jahweh der heirscharen te gaan?
15καὶ νῦν ἡμεῖς μακαρίζομεν ἀλλοτρίους, καὶ ἀνοικοδομοῦνται πάντες ποιοῦντες ἄνομα καὶ ἀντέστησαν τῷ Θεῷ καὶ ἐσώθησαν.
15Neen, we prijzen de opstandigen gelukkig: die kwaad doen, gaat het goed; die God durven tarten, blijven ongemoeid.
16ταῦτα κατελάλησαν οἱ φοβούμενοι τὸν Κύριον, ἕκαστος πρὸς τὸν πλησίον αὐτοῦ· καὶ προσέσχε Κύριος καὶ εἰσήκουσε καὶ ἔγραψε βιβλίον μνημοσύνου ἐνώπιον αὐτοῦ τοῖς φοβουμένοις τὸν Κύριον καὶ εὐλαβουμένοις τὸ ὄνομα αὐτοῦ.
16Maar zo spreken zij, die Jahweh vrezen, onder elkander. Jahweh heeft er acht op geslagen, en het gehoord. Er ligt voor zijn aan- schijn een gedenkboek, geschreven ten gunste van hen, die Jahweh vrezen en zijn Naam in gedachtenis houden.
17καὶ ἔσονταί μοι, λέγει Κύριος παντοκράτωρ, εἰς ἡμέραν, ἣν ἐγὼ ποιῶ εἰς περιποίησιν, καὶ αἱρετιῶ αὐτοὺς ὃν τρόπον αἱρετίζει ἄνθρωπος τὸν υἱὸν αὐτοῦ τὸν δουλεύοντα αὐτῷ.
17Zij zullen mijn eigendom zijn. spreekt Jahweh der heirscharen, op de dag, dat Ik handelend optreed: Ik zal Mij hunner ontfermen, zoals een mens zich ontfermt over den zoon, die hem dient.
18καὶ ἐπιστραφήσεσθε καὶ ὄψεσθε ἀναμέσον δικαίου καὶ ἀναμέσον ἀνόμου καὶ ἀναμέσον τοῦ δουλεύοντος Θεῷ καὶ τοῦ μὴ δουλεύοντος.
18Dan zult ge van inzicht veranderen, en het verschil zien tussen rechtvaardigen en goddelozen, tussen hem, die God dient, en hem die Hem niet dient.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.