ΩΣΗΕ 13
Septuagint (Greek Old Testament), second editionOriginal language
Septuagint (Greek Old Testament), second edition
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1ΚΑΤΑ τὸν λόγον Ἐφραὶμ δικαιώματα ἔλαβεν αὐτὸς ἐν τῷ Ἰσραὴλ καὶ ἔθετο αὐτὰ τῇ Βάαλ καὶ ἀπέθανε.
1Zolang Efraïm sprak naar mijn wet, was hij in Israël een vorst; Maar toen hij zich aan Báal bezondigde, zonk hij omlaag.
2καὶ νῦν προσέθεντο τοῦ ἁμαρτάνειν ἔτι, καὶ ἐποίησαν ἑαυτοῖς χώνευμα ἐκ τοῦ ἀργυρίου αὐτῶν κατ᾿ εἰκόνα εἰδώλων, ἔργα τεκτόνων συντετελεσμένα αὐτοῖς· αὐτοὶ λέγουσι· θύσατε ἀνθρώπους, μόσχοι γὰρ ἐκλελοίπασι.
2En nu hebben ze nog zwaarder gezondigd, Zich een beeld van hun zilver gemaakt. En dat maaksel van den werkman, Heel en al timmermanswerk; Dat noemen ze goden, en brengen het offers, En mensen gaan kalveren kussen!
3διὰ τοῦτο ἔσονται ὡς νεφέλη πρωϊνὴ καὶ ὡς δρόσος ὀρθρινὴ πορευομένη, ὥσπερ χνοῦς ἀποφυσώμενος ἀφ᾿ ἅλωνος καὶ ὡς ἀτμὶς ἀπό δακρύων.
3Daarom zullen ze zijn als een morgenwolk, Vergankelijk als de ochtenddauw; Als kaf, dat van de dorsvloer dwarrelt, Als rook uit de schoorsteen.
4ἐγὼ δὲ Κύριος ὁ Θεός σου ὁ στερεῶν τὸν οὐρανὸν καὶ κτίζων γῆν, οὗ αἱ χεῖρες ἔκτισαν πᾶσαν τὴν στρατιὰν τοῦ οὐρανοῦ, καὶ οὐ παρέδειξά σοι αὐτὰ τοῦ πορεύεσθαι ὀπίσω αὐτῶν· καὶ ἐγὼ ἀνήγαγόν σε ἐκ γῆς Αἰγύπτου, καὶ Θεὸν πλὴν ἐμοῦ οὐ γνώσῃ, καὶ σῴζων οὐκ ἔστι πάρεξ ἐμοῦ.
4Want Ik ben Jahweh, uw God, Van Egypteland af; Geen God buiten Mij zult ge kennen, Niemand dan Ik kan u redden!
5ἐγὼ ἐποίμανόν σε ἐν τῇ ἐρήμῳ, ἐν γῇ ἀοικήτῳ
5Ik weidde u in de woestijn, In het dorre land lag hun veld;
6κατὰ τὰς νομὰς αὐτῶν. καὶ ἐνεπλήσθησαν εἰς πλησμονὴν καὶ ὑψώθησαν αἱ καρδίαι αὐτῶν· ἕνεκα τούτου ἐπελάθοντό μου.
6Maar toen ze waren verzadigd, werd hun hart overmoedig, Zo vergaten ze Mij!
7καὶ ἔσομαι αὐτοῖς ὡς πανθὴρ καὶ ὡς πάρδαλις κατὰ τὴν ὁδὸν Ἀσσυρίων·
7Daarom word Ik voor hen als een leeuw, Lig als een panter langs de weg op de loer;
8ἀπαντήσομαι αὐτοῖς ὡς ἄρκος ἀπορουμένη καὶ διαρρήξω συγκλεισμὸν καρδίας αὐτῶν, καὶ καταφάγονται αὐτοὺς ἐκεῖ σκύμνοι δρυμοῦ, θηρία ἀγροῦ διασπάσει αὐτούς.
8Ik overval ze als een beer, van zijn jongen beroofd, En rijt hen de borstkas vaneen. Dan zal Ik ze als een jonge leeuw verslinden, Als wilde beesten verscheuren;
9τῇ διαφθορᾷ σου, Ἰσραήλ, τίς βοηθήσει;
9Israël, Ik zal u vernielen: Wie zal u tegen Mij helpen?
10ποῦ ὁ βασιλεύς σου οὗτος; καὶ διασωσάτω σε ἐν πάσαις ταῖς πόλεσί σου· κρινάτω σε ὃν εἶπας· δός μοι βασιλέα καὶ ἄρχοντα.
10Waar blijft dan uw koning, Die u in alle steden kan helpen; Waar zijn uw rechters, van wie ge gezegd hebt: Geef mij een koning en vorsten!
11καὶ ἔδωκά σοι βασιλέα ἐν ὀργῇ μου καὶ ἔσχον ἐν τῷ θυμῷ μου
11In mijn toorn heb Ik u een koning gegeven, In mijn woede neem Ik hem terug:
12συστροφὴν ἀδικίας. Ἐφραίμ, ἐγκεκρυμμένη ἡ ἁμαρτία αὐτοῦ·
12Wèl opgestapeld is Efraïms schuld, Goed opgeborgen zijn zonde!
13ὠδῖνες ὡς τικτούσης ἥξουσιν αὐτῷ. οὗτος ὁ υἱός σου ὁ φρόνιμος, διότι οὐ μὴ ὑποστῇ ἐν συντριβῇ τέκνων.
13Wel gaan hem de barensweeën vooraf, Maar hij is een onverstandig wicht, Dat te bestemder tijd niet verschijnt, Om geboren te worden.
14ἐκ χειρὸς ᾅδου ρύσομαι καὶ ἐκ θανάτου λυτρώσομαι αὐτούς, ποῦ ἡ δίκη σου, θάνατε; ποῦ τὸ κέντρον σου, ᾅδη; παράκλησις κέκρυπται ἀπὸ ὀφθαλμῶν μου,
14Zou Ik hem bevrijden uit de klauw van het graf, Van de dood hem verlossen? Dood, waar blijft toch uw pest, Graf, waar blijft uw verrotting? Neen, de ontferming is aan mijn ogen onttrokken:
15διότι οὗτος ἀνὰ μέσον ἀδελφῶν διαστελεῖ· ἐπάξει καύσωνα ἄνεμον Κύριος ἐκ τῆς ἐρήμου ἐπ᾿ αὐτόν, καὶ ἀναξηρανεῖ τὰς φλέβας αὐτοῦ, ἐξερημώσει τὰς πηγὰς αὐτοῦ· αὐτὸς καταξηρανεῖ τὴν γῆν αὐτοῦ καὶ πάντα τὰ σκεύη τὰ ἐπιθυμητὰ αὐτοῦ.
15Al tiert hij tussen het oevergras; De oostenwind komt, De storm van Jahweh steekt op uit de steppe! Die zal zijn wel verstoppen, Zijn bron doen verdrogen, Plunderen de schat Van heel zijn kostbaar bezit.
no verse 16 in this text
16Samaria zal worden verwoest, Omdat het zijn God heeft getart; Door het zwaard zullen ze vallen, hun kinderen verpletterd, Hun zwangere vrouwen worden opengescheurd.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.