Exode
Chapter 26
Louis Segond 1910
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Exode 26

Louis Segond 1910
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Tu feras le tabernacle de dix tapis de fin lin retors, et d’étoffes teintes en bleu, en pourpre et en cramoisi; tu y représenteras des chérubins artistement travaillés.
1Daarna moet ge de tabernakel vervaardigen uit tien banen van getwijnd lijnwaad, van violet, purper en karmozijn, met cherubs versierd.
2La longueur d’un tapis sera de vingt-huit coudées, et la largeur d’un tapis sera de quatre coudées; la mesure sera la même pour tous les tapis.
2Iedere baan moet acht en twintig el lang zijn en vier el breed; alle banen moeten dezelfde afmetingen hebben.
3Cinq de ces tapis seront joints ensemble; les cinq autres seront aussi joints ensemble.
3Vijf aan vijf moeten de banen aan elkander worden gehecht.
4Tu feras des lacets bleus au bord du tapis terminant le premier assemblage; et tu feras de même au bord du tapis terminant le second assemblage.
4Dan moet ge violetkleurige lussen maken aan de zoom van de eerste baan van het ene stel en eveneens aan de zoom van de laatste baan van het andere stel.
5Tu mettras cinquante lacets au premier tapis, et tu mettras cinquante lacets au bord du tapis terminant le second assemblage; ces lacets se correspondront les uns aux autres.
5Vijftig lussen moet ge maken aan de baan van het ene stel, en vijftig aan de zoom van de baan van het andere stel; zodat de lussen tegenover elkander komen te zitten.
6Tu feras cinquante agrafes d’or, et tu joindras les tapis l’un à l’autre avec les agrafes. Et le tabernacle formera un tout.
6Dan moet ge vijftig gouden haken vervaardigen, waarmee ge de banen aan elkander moet verbinden, zodat de tabernakel een geheel wordt.
7Tu feras des tapis de poil de chèvre, pour servir de tente sur le tabernacle; tu feras onze de ces tapis.
7Daarna moet gij ook banen van geitenhaar vervaardigen voor een tent over de tabernakel. Elf van zulke banen moet ge maken.
8La longueur d’un tapis sera de trente coudées, et la largeur d’un tapis sera de quatre coudées; la mesure sera la même pour les onze tapis.
8Elke baan moet dertig el lang en vier el breed zijn; alle elf dus van dezelfde afmetingen.
9Tu joindras séparément cinq de ces tapis, et les six autres séparément, et tu redoubleras le sixième tapis sur le devant de la tente.
9Vijf van die banen moet ge afzonderlijk aan elkander hechten, en eveneens de zes andere afzonderlijk; de zesde baan moet ge aan de voorzijde van de tent omslaan.
10Tu mettras cinquante lacets au bord du tapis terminant le premier assemblage, et cinquante lacets au bord du tapis du second assemblage.
10Dan moet ge vijftig lussen maken aan de zoom van de eerste baan van het ene stel, en vijftig lussen aan de zoom van de laatste baan van het andere stel.
11Tu feras cinquante agrafes d’airain, et tu feras entrer les agrafes dans les lacets. Tu assembleras ainsi la tente, qui fera un tout.
11Vervolgens moet ge vijftig bronzen haken maken, en daarmee de lussen vasthechten, om de tent zo samen te voegen, dat ze een geheel wordt.
12Comme il y aura du surplus dans les tapis de la tente, la moitié du tapis de reste retombera sur le derrière du tabernacle;
12Het gedeelte van de tentbanen, dat in de breedte nog overschiet, moet ge voor de helft over de achterkant van de tabernakel laten afhangen;
13la coudée d’une part, et la coudée d’autre part, qui seront de reste sur la longueur des tapis de la tente, retomberont sur les deux côtés du tabernacle, pour le couvrir.
13terwijl de el, die aan weerszijden van de tentbanen in de lengte overblijft, aan beide kanten van de tabernakel moet afhangen, om die te bedekken.
14Tu feras pour la tente une couverture de peaux de béliers teintes en rouge, et une couverture de peaux de dauphins par-dessus.
14Over deze tent moet ge weer een dek maken van roodgeverfde ramsvellen, en daar overheen nog een dekkleed van gelooide huiden.
15Tu feras des planches pour le tabernacle; elles seront de bois d’acacia, placées debout.
15Vervolgens moet ge voor de tabernakel rechtopstaande schotten maken van acaciahout.
16La longueur d’une planche sera de dix coudées, et la largeur d’une planche sera d’une coudée et demie.
16Ieder schot moet tien el hoog en anderhalve el breed zijn.
17Il y aura à chaque planche deux tenons joints l’un à l’autre; tu feras de même pour toutes les planches du tabernacle.
17Onder ieder schot moeten twee pennen recht naast elkander worden aangebracht; zo moet ge met alle schotten van de tabernakel doen.
18Tu feras vingt planches pour le tabernacle, du côté du midi.
18Voor de zuidkant van de tabernakel moet ge twintig schotten maken,
19Tu mettras quarante bases d’argent sous les vingt planches, deux bases sous chaque planche pour ses deux tenons.
19en onder die twintig schotten veertig zilveren voetstukken; zodat er zich telkens twee onder ieder schot bevinden voor de beide pennen.
20Tu feras vingt planches pour le second côté du tabernacle, le côté du nord,
20Voor de andere wand van de tabernakel, dus aan de noordkant, eveneens twintig schotten
21et leurs quarante bases d’argent, deux bases sous chaque planche.
21met hun veertig zilveren voetstukken, telkens twee onder ieder schot.
22Tu feras six planches pour le fond du tabernacle, du côté de l’occident.
22Voor de achterkant van de tabernakel, dus in het westen, moet ge zes schotten maken.
23Tu feras deux planches pour les angles du tabernacle, dans le fond;
23Daarenboven moet ge voor de beide hoeken van de achterwand van de tabernakel twee schotten vervaardigen,
24elles seront doubles depuis le bas, et bien liées à leur sommet par un anneau; il en sera de même pour toutes les deux, placées aux deux angles.
24die van onderen in elkaar grijpen, en evenzo van boven bij de eerste kram; ze moeten zó zijn, omdat zij beiden de hoekstukken vormen.
25Il y aura ainsi huit planches, avec leurs bases d’argent, soit seize bases, deux bases sous chaque planche.
25Er moeten dus acht schotten zijn met hun zestien zilveren voetstukken, telkens twee voetstukken onder ieder schot.
26Tu feras cinq barres de bois d’acacia pour les planches de l’un des côtés du tabernacle,
26Ge moet ook bindlatten maken van acaciahout, vijf voor de schotten van de ene zijwand van de tabernakel,
27cinq barres pour les planches du second côté du tabernacle, et cinq barres pour les planches du côté du tabernacle formant le fond vers l’occident.
27vijf voor de schotten van de andere zijwand van de tabernakel, en ook vijf voor de schotten aan de achterwand van de tabernakel in het westen.
28La barre du milieu traversera les planches d’une extrémité à l’autre.
28De middelste bindlat moet midden over de schotten lopen van het ene einde tot het andere.
29Tu couvriras d’or les planches, et tu feras d’or leurs anneaux qui recevront les barres, et tu couvriras d’or les barres.
29De schotten moet ge met goud bekleden; de krammen, waarin de bindlatten rusten van goud vervaardigen; de bindlatten zelf weer met goud overtrekken.
30Tu dresseras le tabernacle d’après le modèle qui t’est montré sur la montagne.
30Zo zult ge de tabernakel oprichten naar het model, dat u op de berg is getoond.
31Tu feras un voile bleu, pourpre et cramoisi, et de fin lin retors; il sera artistement travaillé, et l’on y représentera des chérubins.
31Ge moet ook een voorhangsel maken van violet, purper, karmozijn en getwijnd lijnwaad met cherubs versierd.
32Tu le mettras sur quatre colonnes d’acacia, couvertes d’or; ces colonnes auront des crochets d’or, et poseront sur quatre bases d’argent.
32Hang dat met gouden ringen aan vier met goud beslagen palen van acaciahout, die op vier zilveren voetstukken staan.
33Tu mettras le voile au-dessous des agrafes, et c’est là, en dedans du voile, que tu feras entrer l’arche du témoignage; le voile vous servira de séparation entre le lieu saint et le lieu très saint.
33Het voorhangsel moet ge aan de haken der palen ophangen. Breng dan de ark des Verbonds binnen het voorhangsel, zodat het voorhangsel een scheiding vormt tussen het heilige en het heilige der heiligen,
34Tu mettras le propitiatoire sur l’arche du témoignage dans le lieu très saint.
34en leg het verzoendeksel op de ark des Verbonds in het heilige der heiligen.
35Tu mettras la table en dehors du voile, et le chandelier en face de la table, au côté méridional du tabernacle; et tu mettras la table au côté septentrional.
35Maar de tafel moet ge aan de buitenkant van het voorhangsel plaatsen; de kandelaar tegenover de tafel aan de rechterzijde van de tabernakel en de tafel aan de linkerzijde.
36Tu feras pour l’entrée de la tente un rideau bleu, pourpre et cramoisi, et de fin lin retors; ce sera un ouvrage de broderie.
36Maak ten slotte voor de ingang van de Tent een tapijt van violet, purper, karmozijn en getwijnd lijnwaad met fijn borduurwerk versierd.
37Tu feras pour le rideau cinq colonnes d’acacia, et tu les couvriras d’or; elles auront des crochets d’or, et tu fondras pour elles cinq bases d’airain.
37Voor dat tapijt moet ge vijf palen maken van acaciahout met goud beslagen; ook de ringen moeten van goud zijn. Ge moet er vijf bronzen voetstukken voor gieten.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.