Titus
Chapter 3

Titus

Douay-Rheims Bible, Amer…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Douay-Rheims Bible, American Edition (1899)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Admonish them to be subject to princes and powers, to obey at a word, to be ready to every good work.
1Druk hun op het hart, dat ze aan machthebbers en overheden onderdanig moeten zijn, gehoorzaam en bereid tot ieder goed werk;
2To speak evil of no man, not to be litigious, but gentle: shewing all mildness towards all men.
2dat ze niemand moeten lasteren, niet strijdlustig, maar inschikkelijk zijn, en zich heel zachtmoedig moeten tonen voor alle mensen.
3For we ourselves also were some time unwise, incredulous, erring, slaves to divers desires and pleasures, living in malice and envy, hateful, and hating one another.
3Want ook wij zijn vroeger onverstandig geweest, ongehoorzaam, verdwaald, slaaf van allerlei begeerten en lusten, voortlevend in boosheid en afgunst, zelf hatelijk en elkander hatend.
4But when the goodness and kindness of God our Saviour appeared:
4Maar toen de goedertierenheid en mensenliefde van God onzen Zaligmaker zich had geopenbaard,
5Not by the works of justice, which we have done, but according to his mercy, he saved us, by the laver of regeneration, and renovation of the Holy Ghost;
5toen heeft Hij ons verlost, niet op grond van gerechte werken, die we hadden gedaan, doch op grond van zijn eigen barmhartigheid, door het bad van wedergeboorte en door de vernieuwing van den heiligen Geest.
6Whom he hath poured forth upon us abundantly, through Jesus Christ our Saviour:
6Overvloedig heeft Hij dien over ons uitgestort door Jesus Christus onzen Verlosser,
7That, being justified by his grace, we may be heirs, according to hope of life everlasting.
7opdat wij, door zijn genáde gerechtvaardigd, door de hóóp erfgenamen zouden worden van het eeuwige leven.
8It is a faithful saying: and these things I will have thee affirm constantly: that they, who believe in God, may be careful to excel in good works. These things are good and profitable unto men.
8Dit woord is waarachtig; en ik verlang, dat ge krachtig optreedt voor dit alles; opdat zij, die in God geloven, zich met zorg toeleggen op goede werken. Dit alles is schoon en nuttig voor de mensen.
9But avoid foolish questions, and genealogies, and contentions, and strivings about the law. For they are unprofitable and vain.
9Ge moet u niet ophouden met dwaze navorsingen en geslachtslijsten, noch met twist- en strijdvragen over de Wet; want dit is nutteloos en ijdel.
10A man that is a heretic, after the first and second admonition, avoid:
10Een ketters mens moet ge na een eerste en tweede vermaning vermijden;
11Knowing that he, that is such an one, is subverted, and sinneth, being condemned by his own judgment.
11want ge weet, dat zo iemand door en door bedorven is, dat hij zondigt, en zijn eigen oordeel in zich draagt.
12When I shall send to thee Artemas or Tychicus, make haste to come unto me to Nicopolis. For there I have determined to winter.
12Wanneer ik Artemas en Túchicus tot u zend, kom dan spoedig bij me te Nikópolis; want ik heb besloten, daar de winter door te brengen.
13Send forward Zenas, the lawyer, and Apollo, with care, that nothing be wanting to them.
13Zorg goed voor de reis van Zenas, den wetgeleerde, en Apollo, zodat het hun aan niets ontbreekt.
14And let our men also learn to excel in good works for necessary uses: that they be not unfruitful.
14Ook de ònzen moeten leren, zich toe te leggen op goede werken, om in noodzakelijke behoeften te voorzien; anders blijven ze zonder vrucht.
15All that are with me salute thee: salute them that love us in the faith. The grace of God be with you all. Amen.
15Allen, die bij me zijn, groeten u. Groet hen, die ons liefhebben in het geloof. De genade zij met u allen!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.