1 Chronicles 28
Douay-Rheims Bible, American Edition (1899)Translation
Douay-Rheims Bible, American Edition (1899)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1And David assembled all the chief men of Israel, the princes of the tribes, and the captains of the companies, who waited on the king: and the captains over thousands, and over hundreds, and them who had the charge over the substance and possessions of the king, and his sons with the officers of the court, and the men of power, and all the bravest of the army at Jerusalem.
1David riep de voornaamste Israëlieten in Jerusalem bijeen, namelijk de stamhoofden, de hoofden der korpsen, die in dienst des konings stonden, de aanvoerders van duizend en van honderd, en de opzichters van alle domeinen en kudden des konings, benevens zijn zonen, de hovelingen, het keurkorps en alle aanzienlijken.
2And the king rising up, and standing said: Hear me, my brethren and my people: I had a thought to have built a house, in which the ark of the Lord, and the footstool of our God might rest: and I prepared all things for the building.
2Toen verhief koning David zich van zijn zetel, en hield de volgende toespraak: Mijn broeders en mijn volk, luistert naar mij! Ik heb het plan gehad, zelf een tempel te bouwen, waar de verbondsark van Jahweh kon rusten, en dat een voetbank zou zijn voor de voeten van onzen God; zelfs ben ik met de voorbereidingen voor de bouw al begonnen.
3And God said to me: Thou shalt not build a house to my name: because thou art a man of war, and hast shed blood.
3Maar God heeft mij gezegd: “Niet gij moet een huis bouwen ter ere van mijn Naam; want gij zijt een oorlogsman, en hebt bloed vergoten.”
4But the Lord God of Israel chose me of all the house of my father, to be king over Israel for ever: for of Juda he chose the princes: and of the house of Juda, my father’s house: and among the sons of my father, it pleased him to choose me king over all Israel.
4Toch had Jahweh, Israëls God, van heel mijn familie mij uitverkoren, om voor altijd koning te zijn van Israël; want Juda koos Hij als leider, en in de stam Juda het huis van mijn vader, en van alle zonen van mijn vader heeft het Hem behaagd, mij te verheffen tot koning van heel Israël.
5And among my sons (for the Lord hath given me many sons) he hath chosen Solomon my son, to sit upon the throne of the kingdom of the Lord over Israel.
5Maar uit de vele zonen, die Jahweh mij schonk, heeft Hij mijn zoon Salomon uitverkoren, om op Jahweh’s koningstroon te zetelen over Israël.
6And he said to me: Solomon thy son shall build my house, and my courts: for I have chosen him to be my son, and I will be a father to him.
6Hij heeft tot mij gezegd: ”Uw zoon Salomon is het, die mijn huis en mijn voorhoven zal bouwen. Hem heb Ik uitverkoren als mijn zoon, voor hem zal Ik een vader zijn;
7And I will establish his kingdom for ever, if he continue to keep my commandments, and my judgments, as at this day.
7Ik zal zijn heerschappij voor altijd bevestigen, wanneer hij voortgaat, zooals nu, mijn wetten en geboden te onderhouden.”
8Now then before all the assembly of Israel, in the hearing of our God, keep ye, and seek all the commandments of the Lord our God: that you may possess the good land, and may leave it to your children after you for ever.
8Daarom vermaan ik u ten aanschouwen van heel Israël, de gemeenschap van Jahweh, en ten aanhoren van onzen God: Onderhoudt alle geboden van Jahweh, uw God, opdat gij dit heerlijke land moogt blijven bezitten, en het aan uw nakomelingen voor altijd kunt nalaten.
9And thou my son Solomon, know the God of thy father, and serve him with a perfect heart, and a willing mind: for the Lord searcheth all hearts, and understandeth all the thoughts of minds. If thou seek him, thou shalt find him: but if thou forsake him, he will cast thee off for ever.
9En gij, mijn zoon Salomon, belijd den God van uw vader, en dien Hem met een bereidwillig hart en een volgzame geest. Want Jahweh doorzoekt alle harten, en alle voornemens doorziet Hij. Als ge Hem zoekt, zal Hij Zich door u laten vinden; maar als ge Hem verlaat, zal Hij u voor eeuwig verwerpen.
10Now therefore seeing the Lord hath chosen thee to build the house of the sanctuary, take courage, and do it.
10Zie, hoe Jahweh u heeft uitverkoren, om Hem een heilige tempel te bouwen. Sla dus vastberaden de hand aan het werk!
11And David gave to Solomon his son a description of the porch, and of the temple, and of the treasures, and of the upper floor, and of the inner chambers, and of the house for the mercy seat,
11Daarop overhandigde David aan zijn zoon Salomon het plan van de voorhal met de eigenlijke tempel, van de schatkamers, opperzalen en binnenkamers, en van de plaats van het verzoendeksel.
12As also of all the courts, which he had in his thought, and of the chambers round about, for the treasures of the house of the Lord, and for the treasures of the consecrated things,
12Verder het plan van al wat hem voor de geest had gestaan: het plan van de voorhoven van Jahweh’s tempel en alle gebouwen daar omheen, van de schatten van het godshuis en de kostbare verzameling wijgeschenken;
13And of the divisions of the priests and of the Levites, for all the works of the house of the Lord, and for all the vessels of the service of the temple of the Lord.
13het plan van de afdelingen der priesters en levieten, van de eredienst in het huis van Jahweh en van alle voorwerpen voor de eredienst in het huis van Jahweh.
14Gold by weight for every vessel for the ministry. And silver by weight according to the diversity of the vessels and uses.
14Hij overhandigde hem het gewicht aan goud voor de verschillende benodigdheden van de eredienst, en het gewicht aan zilver voor al wat er nodig was bij ieder onderdeel van de eredienst.
15He gave also gold for the golden candlesticks, and their lamps, according to the dimensions of every candlestick, and the lamps thereof. In like manner also he gave silver by weight for the silver candlesticks, and for their lamps according to the diversity of the dimensions of them.
15Verder het gewicht aan goud voor de gouden luchters en hun lampen, zoveel er nodig was voor de afzonderlijke luchters en hun lampen; en het gewicht aan zilver voor de zilveren luchters, zoveel er nodig was voor iedere luchter en lamp, overeenkomstig het doel van de afzonderlijke luchters.
16He gave also gold for the tables of proposition, according to the diversity of the tables: in like manner also silver for other tables of silver.
16Verder het benodigde goud voor de beide tafels der toonbroden, en het zilver voor de zilveren tafels;
17For fleshhooks also, and bowls, and censers of fine gold, and for little lions of gold, according to the measure he gave by weight, for every lion. In like manner also for lions of silver he set aside a different weight of silver.
17het fijn goud voor de vorken, de plengvaten en de drinkschalen; het goud en het zilver voor de kannen, zoveel als er nodig was voor elke kan.
18And for the altar of incense, he gave the purest gold: and to make the likeness of the chariot of the cherubims spreading their wings, and covering the ark of the covenant of the Lord.
18Verder zoveel gelouterd goud, als er voor het reukofferaltaar nodig was. Tenslotte het plan voor de ark en de gouden cherubs, die met uitgespreide vleugelen de verbondsark van Jahweh bedekken.
19All these things, said he, came to me written by the hand of the Lord that I might understand all the works of the pattern.
19Want over al wat nodig was voor de uitvoering van het plan, had Jahweh hem ingelicht door het geschrift van zijn hand.
20And David said to Solomon his son: Act like a man, and take courage, and do: fear not, and be not dismayed: for the Lord my God will be with thee, and will not leave thee, nor forsake thee, till thou hast finished all the work for the service of the house of the Lord.
20Daarna sprak David tot zijn zoon Salomon: Sla vastberaden en kloek de hand aan het werk; wees niet kleinmoedig en laat u niet afschrikken. Want Jahweh, mijn God en Heer, is met u; Hij laat u niet in de steek, voordat ge alle werkzaamheden aan de tempel van Jahweh voltooid hebt.
21Behold the courses of the priests and the Levites, for every ministry of the house of the Lord, stand by thee, and are ready, and both the princes, and the people know how to execute all thy commandments.
21Bovendien zijn de afdelingen der priesters en levieten voor de eredienst reeds gevormd; ge kunt bij geheel het werk over volgzame kunstenaars beschikken, die voor hun taak zijn berekend, en de voornamen met geheel het volk zullen uw aanwijzingen opvolgen.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.