以西結書 9
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1他向我耳中大聲喊叫說:「要使那監管這城的人手中各拿滅命的兵器前來。」
1Toen weerklonk een machtige stem in mijn oren: “Ze zijn in aantocht, de rampen van de stad!”,
2忽然有六個人從朝北的上門而來,各人手拿殺人的兵器;內中有一人身穿細麻衣,腰間帶着墨盒子。他們進來,站在銅祭壇旁。
2En zie, daar kwamen zes mannen aan, uit de richting van de noordelijke bovenpoort, ieder met zijn knots in de hand; maar er was er één bij, in linnen gewaad, met schrijfgereedschap aan zijn gordel. Ze traden nader, en gingen naast het koperen altaar staan.
3以色列 上帝的榮耀本在基路伯上,現今從那裏升到殿的門檻。上帝將那身穿細麻衣、腰間帶着墨盒子的人召來。
3Intussen was de heerlijkheid van Israëls God opgerezen van de cherub waar ze op stond, en was naar de drempel van de tempel gegaan. Daar riep Jahweh den man in het linnen gewaad en met schrijfgereedschap aan zijn gordel,
4耶和華對他說:「你去走遍 耶路撒冷 全城,那些因城中所行可憎之事歎息哀哭的人,畫記號在額上。」
4en Hij zeide tot hem: Trek door de stad, midden door Jerusalem heen, en zet een teken op het voorhoofd van allen, die jammeren en klagen over al de gruwelen, welke binnen haar muren bedreven worden.
5我耳中聽見他對其餘的人說:「要跟隨他走遍全城,以行擊殺。你們的眼不要顧惜,也不要可憐他們。
5Maar de anderen beval Hij, zodat ik het hoorde: Trekt achter hem aan door de stad, en slaat er meedogenloos en zonder genade op in!
6要將年老的、年少的,並處女、嬰孩,和婦女,從聖所起全都殺盡,只是凡有記號的人不要挨近他。」於是他們從殿前的長老殺起。
6Oud en jong, maagden, kinderen en vrouwen, slaat ze onbarmhartig dood; maar raak niemand aan, op wiens voorhoofd het teken staat! Ge moet bij mijn tempel beginnen! En aanstonds begonnen ze met de mannen, die vóór de tempel stonden.
7他對他們說:「要污穢這殿,使院中充滿被殺的人。你們出去吧!」他們就出去,在城中擊殺。
7Ook beval Hij hen nog: Verontreinigt de tempel, vult de voorhoven met lijken, en trekt dan naar buiten! En moordend gingen ze door de stad.
8他們擊殺的時候,我被留下,我就俯伏在地,說:「哎!主耶和華啊,你將忿怒傾在 耶路撒冷 ,豈要將 以色列 所剩下的人都滅絕嗎?」
8Terwijl ze nu aan het moorden waren, en ik alleen achterbleef, viel ik plat ter aarde en snikte het uit: Ach Jahweh, mijn Heer, gaat Gij dan de hele rest van Israël vernielen, als Ge uw toorn over Jerusalem laat woeden?
9他對我說:「 以色列 家和 猶大 家的罪孽極其重大。遍地有流血的事,滿城有冤屈,因為他們說:『耶和華已經離棄這地,他看不見我們。』
9Hij sprak tot mij: De schuld van het huis van Israël en Juda is vreselijk groot; ze hebben het land met bloed vervuld, en de stad is vol geweld; want ze dachten: Jahweh heeft het land verlaten, Jahweh ziet het niet eens.
10故此,我眼必不顧惜,也不可憐他們,要照他們所行的報應在他們頭上。」
10Daarom zal Ik zonder mededogen of ontferming hun daden op hun hoofd doen komen.
11那穿細麻衣、腰間帶着墨盒子的人將這事回覆說:「我已經照你所吩咐的行了。」
11En zie, daar kwam de man in het linnen gewaad en met het schrijfgereedschap aan zijn gordel zeggen: Ik heb gedaan, zoals Gij mij hebt bevolen.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.