创世记 50
Chinese Union Version, punctuated (Simplified)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1约瑟 伏在他父亲的面上哀哭,与他亲嘴。
1Wenend wierp Josef zich op het gelaat van zijn vader en kuste het.
2约瑟 吩咐伺候他的医生用香料薰他父亲,医生就用香料薰了 以色列 。
2Daarna gaf hij de geneesheren onder zijn dienaars bevel, zijn vader te balsemen; en de geneesheren balsemden Israël.
3薰尸的常例是四十天;那四十天满了, 埃及 人为他哀哭了七十天。
3Veertig dagen gingen er mee heen; want zolang duurt de balseming. En zeventig dagen bedreven de Egyptenaren rouw over hem.
4为他哀哭的日子过了, 约瑟 对法老家中的人说:「我若在你们眼前蒙恩,请你们报告法老说:
4Toen de rouwtijd voorbij was, sprak Josef tot het hof van Farao: Als ik genade gevonden heb in uw ogen, wees dan mijn voorspraak bij Farao, en zeg hem,
5『我父亲要死的时候叫我起誓说:你要将我葬在 迦南 地,在我为自己所掘的坟墓里。』现在求你让我上去葬我父亲,以后我必回来。」
5dat mijn vader mij heeft bezworen: “Wanneer ik dood ben, moet ge mij begraven in het graf, dat ik voor mij heb uitgehouwen in het land Kanaän.” Daarom zou ik willen vertrekken, om mijn vader te begraven; daarna zal ik terugkeren.
6法老说:「你可以上去,照着你父亲叫你起的誓,将他葬埋。」
6Farao antwoordde: Ga heen, om uw vader te begraven, zoals hij u bezworen heeft.
7于是 约瑟 上去葬他父亲。与他一同上去的,有法老的臣仆和法老家中的长老,并 埃及 国的长老,
7Josef vertrok dus, om zijn vader te begraven. Hij werd begeleid door al de dienaren van Farao, door zijn voornaamste hovelingen en alle waardigheidsbekleders van Egypte;
8还有 约瑟 的全家和他的弟兄们,并他父亲的眷属;只有他们的 妇人 孩子,和羊群牛群,都留在 歌珊 地。
8bovendien door het hele gezin van Josef met zijn broers en het gezin van zijn vader, die alleen hun kleine kinderen, hun schapen en runderen in het land Gósjen achterlieten.
9又有车辆马兵,和他一同上去;那一帮人甚多。
9Ook wagens en ruiters reden met hem mee: het was een indrukwekkende stoet.
10他们到了 约旦河 外、 亚达 的禾场,就在那里大大地号咷痛哭。 约瑟 为他父亲哀哭了七天。
10Toen zij Goren-Haätad in het Overjordaanse hadden bereikt, hielden zij er een grote en plechtige rouwklacht; en zeven dagen lang liet hij rouw bedrijven over zijn vader.
11迦南 的居民见 亚达 禾场上的哀哭,就说:「这是 埃及 人一场极大的哀哭。」因此那地方名叫 亚伯·麦西 ,是在 约旦河 东。
11De inwoners van het land, de Kanaänieten, zagen die rouw in Goren-Haätad, en zeiden: Dat is een plechtige rouwklacht van Egypte. Daarom wordt deze plaats Abel-Misraim genoemd. Ze ligt in het Overjordaanse.
12雅各 的儿子们就遵着他父亲所吩咐的办了,
12Daarna deden zijn zonen, wat hij hun had bevolen.
13把他搬到 迦南 地,葬在 幔利 前、 麦比拉 田间的洞里;那洞和田是 亚伯拉罕 向 赫 人 以弗 买来为业,作坟地的。
13Ze brachten hem naar het land Kanaän over, zoals hij hun had gelast, en begroeven hem in de grot op de akker van Makpela, ten oosten van Mamre, die Abraham als een familiegraf had gekocht van Efron, den Chittiet.
14约瑟 葬了他父亲以后,就和众弟兄,并一切同他上去葬他父亲的人,都回 埃及 去了。
14Na de begrafenis van zijn vader keerde Josef met al zijn broers en allen, die hem hadden vergezeld, om zijn vader te begraven, naar Egypte terug.
15约瑟 的哥哥们见父亲死了,就说:「或者 约瑟 怀恨我们,照着我们从前待他一切的恶足足地报复我们。」
15Nu hun vader gestorven was, werden de broers van Josef bevreesd, en zeiden: Als Josef ons nu maar niet vijandig behandelt, en ons al het kwaad vergeldt, dat wij hem aangedaan hebben!
16他们就打发人去见 约瑟 ,说:「你父亲未死以先吩咐说:
16Daarom lieten zij Josef berichten:
17『你们要对 约瑟 这样说:从前你哥哥们恶待你,求你饶恕他们的过犯和罪恶。』如今求你饶恕你父亲 神之仆人的过犯。」他们对 约瑟 说这话, 约瑟 就哭了。
17Uw vader heeft voor zijn dood ons bevolen: “Zo moet ge tot Josef spreken! Vergeef toch de misdaad en de zonde van uw broers en het leed, dat zij u hebben aangedaan.” Vergeef dus de misdaad der dienaars van den God van uw vader! Toen men zo tot hem sprak begon Josef te wenen.
18他的哥哥们又来俯伏在他面前,说:「我们是你的仆人。」
18Nu kwamen zijn broers zelf, vielen op hun aangezicht neer, en zeiden: Zie, wij zijn uw slaven!
19约瑟 对他们说:「不要害怕,我岂能代替 神呢?
19Maar Josef sprak: Ge behoeft niet te vrezen! Bekleed ik soms de plaats van God?
20从前你们的意思是要害我,但 神的意思原是好的,要保全许多人的性命,成就今日的光景。
20Gij hebt mij kwaad willen doen, maar God heeft het ten goede gekeerd, om een talrijk volk in het leven te behouden, zoals nu is geschied.
21现在你们不要害怕,我必养活你们和你们的 妇人 孩子。」于是 约瑟 用亲爱的话安慰他们。
21Weest dus niet bang; ik zal voor u en uw kinderen zorgen. Zo gaf hij hun moed, en onderhield zich minzaam met hen.
22约瑟 和他父亲的眷属都住在 埃及 。 约瑟 活了一百一十岁。
22Josef bleef in Egypte wonen met het gezin van zijn vader; hij werd honderd tien jaren oud.
23约瑟 得见 以法莲 第三代的子孙。 玛拿西 的孙子、 玛吉 的儿子也养在 约瑟 的膝上。
23En Josef mocht nog de kleinkinderen van Efraïm aanschouwen; ook de zonen van Makir, den zoon van Manasse, werden op de knieën van Josef geboren.
24约瑟 对他弟兄们说:「我要死了,但 神必定看顾你们,领你们从这地上去,到他起誓所应许给 亚伯拉罕 、 以撒 、 雅各 之地。」
24Daarna sprak Josef tot zijn broers: Ik ga sterven; maar God zal eenmaal op u neerzien, en u uit dit land geleiden naar het land, dat Hij aan Abraham, Isaäk en Jakob onder ede beloofd heeft.
25约瑟 叫 以色列 的子孙起誓说:「 神必定看顾你们;你们要把我的骸骨从这里搬上去。」
25En Josef bezwoer de zonen van Israël: Wanneer God op u heeft neergezien, voert dan mijn gebeente van hier mee.
26约瑟 死了,正一百一十岁。人用香料将他薰了,把他收殓在棺材里,停在 埃及 。
26Toen stierf Josef, honderd tien jaren oud. Men balsemde hem in Egypte, en legde hem daar in een kist.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.