出埃及记 7
Chinese Union Version, punctuated (Simplified)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1耶和华对 摩西 说:「我使你在法老面前代替 神,你的哥哥 亚伦 是替你说话的。
1En Jahweh sprak tot Moses: Zie, Ik heb u tot God over Farao gesteld, en Aäron uw broeder zal uw profeet zijn.
2凡我所吩咐你的,你都要说。你的哥哥 亚伦 要对法老说,容 以色列 人出他的地。
2Ge moet dus aan uw broeder Aäron alles zeggen, wat Ik u gebieden zal; en deze moet Farao gelasten, de kinderen Israëls uit zijn land te laten vertrekken.
3我要使法老的心刚硬,也要在 埃及 地多行神迹奇事。
3Maar Ik zal het hart van Farao verharden, om grote tekenen en wonderen in Egypte te wrochten.
4但法老必不听你们;我要伸手重重地刑罚 埃及 ,将我的军队 以色列 民从 埃及 地领出来。
4Want Ik zal Egypte mijn hand laten voelen, wanneer Farao niet naar u luistert, en onder zware straffen mijn legerscharen, mijn volk, de kinderen Israëls uit Egypte wegleiden.
5我伸手攻击 埃及 ,将 以色列 人从他们中间领出来的时候, 埃及 人就要知道我是耶和华。」
5Wanneer Ik mijn hand over Egypte uitstrek en de kinderen Israëls uit hun midden wegleid, zullen de Egyptenaren beseffen, dat Ik Jahweh ben!
6摩西 、 亚伦 这样行;耶和华怎样吩咐他们,他们就照样行了。
6Moses en Aäron gehoorzaamden en deden alles, wat Jahweh hun geboden had.
7摩西 、 亚伦 与法老说话的时候, 摩西 八十岁, 亚伦 八十三岁。
7Moses was tachtig en Aäron drie en tachtig jaar oud, toen zij tegen Farao optraden.
8耶和华晓谕 摩西 、 亚伦 说:
8Nu sprak Jahweh tot Moses en Aäron:
9「法老若对你们说:『你们行件奇事吧!』你就吩咐 亚伦 说:『把杖丢在法老面前,使杖变作蛇。』」
9Wanneer Farao tot u zegt: Doet een wonder voor mij; dan moet ge Aäron gelasten: Neem uw staf en werp hem Farao voor de voeten; en de staf zal een slang worden.
10摩西 、 亚伦 进去见法老,就照耶和华所吩咐的行。 亚伦 把杖丢在法老和臣仆面前,杖就变作蛇。
10Toen gingen Moses en Aäron naar Farao, en deden wat Jahweh hun bevolen had. Aäron wierp zijn staf voor Farao en zijn hovelingen neer, en de staf werd een slang.
11于是法老召了博士和术士来;他们是 埃及 行法术的,也用邪术照样而行。
11Maar Farao riep zijn wijzen en tovenaars, en de egyptische tovenaars deden door hun toverkunsten hetzelfde.
12他们各人丢下自己的杖,杖就变作蛇;但 亚伦 的杖吞了他们的杖。
12Iedereen wierp zijn staf op de grond, en ze veranderden in slangen; doch de staf van Aäron verslond die van hen.
13法老心里刚硬,不肯听从 摩西 、 亚伦 ,正如耶和华所说的。
13Farao echter bleef hardnekkig en wilde niet naar hen luisteren, zoals Jahweh voorspeld had.
14耶和华对 摩西 说:「法老心里固执,不肯容百姓去。
14Toen sprak Jahweh tot Moses: Het hart van Farao is verhard; hij wil het volk niet laten vertrekken.
15明日早晨,他出来往水边去,你要往河边迎接他,手里要拿着那变过蛇的杖,
15Ga dus morgenvroeg, als Farao zich naar het water begeeft, naar hem toe; treed hem aan de oever van de Nijl tegemoet, neem de staf, die in een slang werd veranderd, met u mee,
16对他说:『耶和华— 希伯来 人的 神打发我来见你,说:容我的百姓去,好在旷野事奉我。到如今你还是不听。
16en zeg hem: Jahweh, de God der Hebreën, heeft mij tot u gezonden met het bevel: “Laat mijn volk vertrekken, om Mij in de woestijn te vereren”. Tot nu toe hebt gij niet willen luisteren.
17耶和华这样说:我要用我手里的杖击打河中的水,水就变作血;因此,你必知道我是耶和华。
17Maar nu spreekt Jahweh: “Hieraan zult ge weten, dat Ik Jahweh ben”: Zie, ik sla met mijn staf, die ik hier in mijn hand heb, op het water van de Nijl, en het zal in bloed veranderen.
18河里的鱼必死,河也要腥臭, 埃及 人就要厌恶吃这河里的水。』」
18De vissen in de Nijl zullen sterven, en het water van de Nijl zal zo stinken, dat de Egyptenaren het niet kunnen drinken.
19耶和华晓谕 摩西 说:「你对 亚伦 说:『把你的杖伸在 埃及 所有的水以上,就是在他们的江、河、池、塘以上,叫水都变作血。在 埃及 遍地,无论在木器中,石器中,都必有血。』」
19En Jahweh sprak tot Moses: Zeg aan Aäron: “Neem uw staf, en strek uw hand uit over het water van Egypte; over de beken, kanalen, over de plassen, en over alle plaatsen, waar water staat, en het zal in bloed veranderen. Zo zal het hele land van Egypte vol bloed zijn, tot in de houten en stenen vaten toe”.
20摩西 、 亚伦 就照耶和华所吩咐的行。 亚伦 在法老和臣仆眼前举杖击打河里的水,河里的水都变作血了。
20Moses en Aäron deden, wat Jahweh hun bevolen had. Hij hief zijn staf op, sloeg ten aanschouwen van Farao en zijn hof op het water van de Nijl, en al het water van de Nijl werd in bloed veranderd.
21河里的鱼死了,河也腥臭了, 埃及 人就不能吃这河里的水; 埃及 遍地都有了血。
21De vissen in de Nijl gingen dood, en de Nijl begon zo te stinken, dat de Egyptenaren het Nijlwater niet konden drinken. Maar ook heel het land van Egypte stond vol bloed.
22埃及 行法术的,也用邪术照样而行。法老心里刚硬,不肯听 摩西 、 亚伦 ,正如耶和华所说的。
22Daar de egyptische tovenaars hetzelfde deden door hun kunsten, bleef Farao hardnekkig, en wilde hij niet naar hen luisteren, zoals Jahweh voorspeld had.
23法老转身进宫,也不把这事放在心上。
23Farao keerde om, en ging naar huis, zonder er verder acht op te slaan.
24埃及 人都在河的两边挖地,要得水喝,因为他们不能喝这河里的水。
24Maar in de omtrek van de Nijl moesten alle Egyptenaren naar drinkwater graven; want het Nijlwater was voor hen niet te drinken.
25耶和华击打河以后满了七天。
25Nadat er zeven volle dagen waren verlopen, sinds Jahweh op de Nijl had doen slaan,
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.