以斯帖记
Chapter 8

以斯帖记

Chinese Union Version, p…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Chinese Union Version, punctuated (Simplified)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1当日, 亚哈随鲁 王把 犹大 人仇敌 哈曼 的家产赐给王后 以斯帖 。 末底改 也来到王面前,因为 以斯帖 已经告诉王, 末底改 是她的亲属。
1Nog diezelfde dag gaf koning Achasjwerosj aan koningin Ester het huis van Haman, den Jodenvervolger. En toen Ester verteld had, in welke betrekking zij tot Mordokai stond, moest deze voor den koning verschijnen;
2王摘下自己的戒指,就是从 哈曼 追回的,给了 末底改 。 以斯帖 派 末底改 管理 哈曼 的家产。
2en de koning nam de zegelring, die hij Haman had afgenomen, van zijn vinger, en reik te hem aan Mordokai over, terwijl Ester Mordokai over het huis van Haman aanstelde.
3以斯帖 又俯伏在王脚前,流泪哀告,求他除掉 亚甲 族 哈曼 害 犹大 人的恶谋。
3Daarna trad Ester nogmaals als middelares bij den koning op; zij viel aan zijn voeten neer, en smeekte hem onder tranen, dat hij het boze plan, dat de Agagiet Haman tegen de Joden beraamd had, zou verijdelen.
4王向 以斯帖 伸出金杖; 以斯帖 就起来,站在王前,
4Toen de koning haar de gouden schepter had toegereikt, stond zij op, ging voor den koning staan,
5说:「 亚甲 族 哈米大他 的儿子 哈曼 设谋传旨,要杀灭在王各省的 犹大 人。现今王若愿意,我若在王眼前蒙恩,王若以为美,若喜悦我,请王另下旨意,废除 哈曼 所传的那旨意。
5en sprak: Wanneer het den koning behaagt en ik genade bij hem heb gevonden, wanneer het den koning billijk voorkomt en ik hem welgevallig ben, laat hij dan een bevelschrift uitvaardigen, om de brieven te herroepen, die de Agagiet Haman, de zoon van Hammedata, geschreven heeft met het doel, alle Joden in de koninklijke provincies te verdelgen.
6我何忍见我本族的人受害?何忍见我同宗的人被灭呢?」
6Want hoe zou ik het onheil, dat mijn volk overkomt, kunnen aanzien, en de ondergang van mijn geslacht kunnen aanschouwen?
7亚哈随鲁 王对王后 以斯帖 和 犹大 人 末底改 说:「因 哈曼 要下手害 犹大 人,我已将他的家产赐给 以斯帖 ,人也将 哈曼 挂在木架上。
7Toen sprak koning Achasjwerosj tot koningin Ester en den Jood Mordokai: Zie, ik heb het huis van Haman aan Ester gegeven en hemzelf aan een paal laten ophangen, omdat hij de hand naar de Joden had uitgestoken.
8现在你们可以随意奉王的名写谕旨给 犹大 人,用王的戒指盖印;因为奉王名所写、用王戒指盖印的谕旨,人都不能废除。」
8Schrijft gij nu in naam des konings ten gunste van de Joden wat u goeddunkt, en verzegelt het met ‘s konings zegelring; want wat in naam des konings geschreven en met ‘s konings zegelring verzegeld is, kan niet meer herroepen worden.
9三月,就是西弯月二十三日,将王的书记召来,按着 末底改 所吩咐的,用各省的文字、各族的方言,并 犹大 人的文字方言写谕旨,传给那从 印度 直到 古实 一百二十七省的 犹大 人和总督省长首领。
9Nog diezelfde dag, de drie en twintigste van Siwan, de derde maand, werden de koninklijke geheimschrijvers ontboden, en dezen schreven al wat Mordokai gelastte, aan de Joden, aan de stadhouders, de landvoogden en de vorsten der provincies van Hoddoe tot Koesj, tezamen honderd zeven en twintig provincies, en wel aan iedere provincie in haar eigen schrift, en aan ieder volk in zijn eigen taal, ook aan de Joden in hun eigen schrift en hun eigen taal.
10末底改 奉 亚哈随鲁 王的名写谕旨,用王的戒指盖印,交给骑御马圈快马的驿卒,传 到各处 。
10Het bevelschrift werd in naam van koning Achasjwerosj ui tgevaardigd en met het koninklijke zegel verzegeld. en de brieven door bereden ijlboden, op vorstelijke raspaarden gezeten, naar hun bestemming gebracht.
11谕旨中,王准各省各城的 犹大 人在一日之间,十二月,就是亚达月十三日,聚集保护性命,剪除杀戮灭绝那要攻击 犹大 人的一切仇敌和他们的妻子儿女,夺取他们的财为掠物。
11Daarin stond de koning aan de Joden van alle steden toe, zich te verenigen, voor hun leven op te komen en al de manschappen uit volkeren en provincies die hen zouden mishandelen, met hun vrouwen en kinderen te doden, te verdelgen en uit te roeien, en hun bezit buit te maken;
no verse 12 in this text
12en wel in alle provincies van koning Achasjwerosj op een en dezelfde dag, namelijk op de dertiende van Adar, de tweede maand.
13抄录这谕旨,颁行各省,宣告各族,使 犹大 人预备等候那日,在仇敌身上报仇。
13Dit bevelschrift, dat in alle provincies als wet zou worden uitgevaardigd, moest bij alle volkeren worden voorgelezen, opdat de Joden zich tegen die dag gereed konden houden, om zich op hun vijanden te wreken.
14于是骑快马的驿卒被王命催促,急忙起行;谕旨也传遍 书珊 城。
14Zo vertrokken op ‘s konings bevel in alle haast de ijlboden, op vorstelijke paarden gezeten, terwijl ook in de vesting Sjoesjan de wet werd afgekondigd.
15末底改 穿着蓝色白色的朝服,头戴大金冠冕,又穿紫色细麻布的外袍,从王面前出来; 书珊 城的人民都欢呼快乐。
15Daarna verliet Mordokai den koning in een koninklijk gewaad van violet en wit, met een grote gouden diadeem, en een mantel van byssus en purper. De stad Sjoesjan jubelde van blijdschap,
16犹大 人有光荣,欢喜快乐而得尊贵。
16en bij de Joden was het nu licht en blijdschap, vreugde en glorie.
17王的谕旨所到的各省各城, 犹大 人都欢喜快乐,设摆筵宴,以那日为吉日。那国的人民,有许多因惧怕 犹大 人,就入了 犹大 籍。
17Ook in alle provincies en steden, waar het bevelschrift van den koning aankwam, heerste bij de Joden vreugde en blijdschap, en er werden maaltijden gehouden en feesten gevierd. Zelfs gingen velen van de bevolking tot het Jodendom over; zo bang was men nu voor de Joden geworden!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.