มาระโก 6
Freedom Bible (Thai)Translation
Freedom Bible (Thai)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1พระองค์ออกจากที่นั่น แล้วกลับไปยังถิ่นบ้านเกิดของพระองค์ สาวกของพระองค์ก็ตามไป
1Hij vertrok van daar, en ging naar zijn vaderstad; en zijn leerlingen volgden Hem.
2เมื่อถึงวันสะบาโต พระองค์เริ่มสอนในธรรมศาลา หลายคนที่ได้ยินก็ประหลาดใจ และพูดว่า “คนนี้ได้สิ่งเหล่านี้มาจากไหน? ปัญญาอะไรที่เขาได้รับ จึงทำการอัศจรรย์อันยิ่งใหญ่เช่นนี้ด้วยมือของเขา?
2En op de sabbat begon Hij in de synagoge te leren. De vele toehoorders stonden verbaasd, en ze zeiden: Waar heeft Hij dit alles vandaan? Wat is dit voor wijsheid, die Hem is gegeven; en wat zijn het voor wonderen, die door zijn handen gebeuren?
3คนนี้ไม่ใช่ช่างไม้ ลูกของมารีย์ และพี่น้องของยากอบ โยเสส ยูดาส และซีโมนหรือ? พี่น้องหญิงของเขาก็อยู่ที่นี่กับพวกเราไม่ใช่หรือ?” พวกเขาจึงไม่ยอมรับพระองค์
3Is Hij niet de timmerman, de zoon van Maria, de broer van Jakobus en Josef, Judas en Simon; en leven zijn zusters niet hier onder ons? En ze ergerden zich aan Hem.
4พระเยซูกล่าวกับพวกเขาว่า “ผู้เผยพระวจนะย่อมได้รับเกียรติ เว้นแต่ในถิ่นของตน ท่ามกลางญาติของตน และในบ้านของตน”
4Maar Jesus zeide tot hen: Een profeet wordt enkel in zijn vaderland miskend, onder zijn verwanten en in zijn familie.
5พระองค์ไม่สามารถทำการอัศจรรย์อันยิ่งใหญ่ที่นั่นได้ นอกจากวางมือบนคนป่วยไม่กี่คนและรักษาพวกเขา
5Hij kon daar geen wonder verrichten, behalve enkele zieken genezen, door ze de handen op te leggen.
6พระองค์ประหลาดใจเพราะความไม่เชื่อของพวกเขา พระองค์เดินไปตามหมู่บ้านโดยรอบและสั่งสอน
6En Hij verwonderde Zich over hun ongeloof. Nu trok Hij de dorpen in de omtrek al lerende rond.
7พระองค์เรียกสิบสองคนมา และเริ่มส่งพวกเขาออกไปเป็นคู่ ๆ พร้อมทั้งให้อำนาจเหนือวิญญาณที่ไม่บริสุทธิ์
7Ook riep Hij het twaalftal bij Zich, zond ze twee aan twee uit, en gaf hun de macht over de onreine geesten.
8พระองค์สั่งพวกเขาว่า สำหรับการเดินทางให้เอาไปได้เพียงไม้เท้าเท่านั้น ไม่ให้เอาขนมปัง ย่าม หรือเงินในกระเป๋าไป
8Hij gebood hun, niets mee te nemen op weg, dan alleen een staf; geen reiszak, geen brood, geen geld in de gordel;
9ให้สวมรองเท้าแตะ และอย่าสวมเสื้อสองตัว
9ze mochten wel sandalen dragen, maar geen dubbele onderkleding.
10พระองค์กล่าวกับพวกเขาว่า “เมื่อพวกคุณเข้าไปพักในบ้านใด ก็จงอยู่ที่นั่นจนกว่าจะออกจากที่นั้น
10En Hij sprak tot hen: Wanneer gij een huis zijt binnengegaan. blijft dan daar, totdat gij weer afreist.
11ถ้าที่ใดไม่ต้อนรับหรือไม่ฟังพวกคุณ เมื่อออกจากที่นั่น จงสลัดฝุ่นใต้เท้าของพวกคุณออก เพื่อเป็นพยานกล่าวโทษพวกเขา เราบอกความจริงแก่พวกคุณว่า ในวันพิพากษา โสโดมและโกโมราห์จะรับโทษเบากว่าเมืองนั้น!”
11En waar men u niet ontvangt en niet naar u luistert, gaat daar vandaan, en schudt het stof van uw voeten, als een getuigenis tegen hen.
12พวกเขาจึงออกไปประกาศให้ผู้คนกลับใจ
12Ze gingen heen, en preekten, dat men zich zou bekeren.
13พวกเขาขับปีศาจออกหลายตน และเจิมคนป่วยจำนวนมากด้วยน้ำมันและรักษาพวกเขา
13Ze dreven vele duivels uit, zalfden vele zieken met olie, en genazen ze.
14กษัตริย์เฮโรดได้ยินเรื่องนี้ เพราะชื่อเสียงของพระเยซูเป็นที่รู้จักกันแล้ว เขากล่าวว่า “ยอห์นผู้ทำพิธีบัพติศมาฟื้นขึ้นจากความตายแล้ว เพราะเหตุนี้พลังอัศจรรย์เหล่านี้จึงทำงานอยู่ในตัวเขา”
14Ook koning Herodes hoorde van Hem: want zijn naam werd beroemd. Men zeide: Johannes de Doper is van de doden opgestaan; daarom werken die krachten in Hem.
15แต่คนอื่นพูดว่า “เขาคือเอลียาห์” บางคนพูดว่า “เขาเป็นผู้เผยพระวจนะ หรือเป็นเหมือนผู้เผยพระวจนะคนหนึ่ง”
15Anderen zeiden: Het is Elias. Anderen weer: Hij is een gewone profeet.
16แต่เมื่อเฮโรดได้ยิน เขากล่าวว่า “คนนี้คือยอห์นที่เราตัดศีรษะ เขาฟื้นขึ้นจากความตายแล้ว”
16Maar toen Herodes het hoorde, zeide hij: Het is Johannes, dien ik onthoofd heb; hij is verrezen.
17เพราะเฮโรดเองได้ส่งคนไปจับยอห์น มัดเขาไว้ในคุก เพราะเรื่องเฮโรเดียส ภรรยาของฟีลิป ผู้เป็นพี่น้องของตน ซึ่งเฮโรดได้แต่งงานกับนาง
17Herodes namelijk had Johannes laten grijpen, in boeien geslagen en in de gevangenis geworpen, naar aanleiding van Heródias, de vrouw van zijn broer Filippus, omdat hij haar had gehuwd.
18เพราะยอห์นเคยบอกเฮโรดว่า “ท่านไม่มีสิทธิ์เอาภรรยาของพี่น้องของท่านมาเป็นภรรยาของตน”
18Want Johannes had tot Herodes gezegd: Ge moogt de vrouw van uw broer niet hebben.
19เฮโรเดียสจึงผูกใจเจ็บยอห์น และอยากฆ่าเขา แต่ทำไม่ได้
19Heródias was hem dus vijandig gezind, en wilde hem doden; maar het lukte haar niet.
20เพราะเฮโรดเกรงยอห์น โดยรู้ว่าเขาเป็นคนชอบธรรมและบริสุทธิ์ จึงคอยปกป้องเขา เมื่อได้ยินยอห์น เฮโรดก็ทำหลายอย่าง และชอบฟังเขา
20Want Herodes had ontzag voor Johannes, daar hij wist, dat hij een rechtvaardig en heilig man was; en hij beschermde hem. Telkens wanneer hij hem hoorde, raakte hij in grote verlegenheid; toch luisterde hij gaarne naar hem.
21แล้วโอกาสก็มาถึง ในวันเกิดของเฮโรด เขาจัดงานเลี้ยงให้ขุนนาง นายทหารชั้นสูง และคนสำคัญของแคว้นกาลิลี
21Maar er kwam een gunstige dag, toen Herodes op zijn verjaringsfeest een maaltijd gaf aan zijn groten en legeroversten en de aanzienlijken van Galilea.
22เมื่อลูกสาวของเฮโรเดียสเองเข้ามาเต้นรำ นางทำให้เฮโรดและแขกที่ร่วมโต๊ะพอใจ กษัตริย์จึงกล่าวกับหญิงสาวว่า “ขอสิ่งใดจากเราก็ได้ แล้วเราจะให้เจ้า”
22Nu kwam de dochter van die Heródias binnen, en danste; en ze behaagde aan Herodes en aan de gasten. Toen sprak de koning tot het meisje: Vraag van mij wat ge wilt, en ik zal het u geven.
23เขาสาบานกับนางว่า “ไม่ว่าเจ้าจะขออะไร เราจะให้เจ้า แม้ถึงครึ่งอาณาจักรของเรา”
23En hij zwoer haar: Wat ge ook vraagt, ik zal het u geven, al was het ook de helft van mijn rijk.
24นางจึงออกไปถามมารดาว่า “ฉันควรขออะไร?” มารดาตอบว่า “ศีรษะของยอห์นผู้ทำพิธีบัพติศมา”
24Ze ging heen. en zei tot haar moeder: Wat zal ik vragen? Deze sprak: Het hoofd van Johannes den Doper.
25นางรีบกลับเข้าไปหากษัตริย์ทันที และขอว่า “ฉันต้องการให้ท่านเอาศีรษะของยอห์นผู้ทำพิธีบัพติศมาใส่ถาดมาให้ฉันเดี๋ยวนี้”
25Aanstonds spoedde ze zich naar den koning, en eiste: Ik verlang, dat ge me op staande voet op een schotel het hoofd van Johannes den Doper geeft.
26กษัตริย์เสียใจอย่างยิ่ง แต่เพราะคำสาบานของตนและเพราะบรรดาแขกร่วมโต๊ะ เขาจึงไม่อยากปฏิเสธนาง
26Wel had de koning er spijt van, maar om de eed en om de gasten wilde hij haar niet teleurstellen.
27กษัตริย์ส่งทหารองครักษ์ไปทันที และสั่งให้นำศีรษะของยอห์นมา ทหารนั้นจึงไปตัดศีรษะยอห์นในคุก
27Onmiddellijk stuurde hij een der trawanten. en gaf bevel, het hoofd van Johannes te brengen. Deze ging heen, en onthoofdde hem in de gevangenis.
28แล้วนำศีรษะของเขามาบนถาด และมอบให้หญิงสาว หญิงสาวก็นำไปให้มารดา
28Hij bracht het hoofd op een schotel, en gaf het aan het meisje; en het meisje gaf het aan haar moeder.
29เมื่อสาวกของยอห์นได้ยินเรื่องนี้ พวกเขาก็มารับศพของเขาไปวางไว้ในอุโมงค์ฝังศพ
29Toen zijn leerlingen dit hadden gehoord, kwamen ze zijn lichaam halen, en legden het in een graf.
30เหล่าอัครทูตกลับมารวมกันอยู่กับพระเยซู และเล่าทุกสิ่งที่พวกเขาได้ทำและได้สอนให้พระองค์ฟัง
30Toen de apostelen te zamen bij Jesus waren teruggekeerd, verhaalden ze Hem al wat ze hadden gedaan en geleerd.
31พระองค์กล่าวกับพวกเขาว่า “มากับเรา ไปยังที่เปลี่ยวตามลำพัง และพักสักหน่อย” เพราะมีคนมาและไปจำนวนมาก จนพวกเขาไม่มีเวลาแม้แต่จะกินอาหาร
31En Hij zeide tot hen: Komt nu met Mij mee naar een eenzame plaats, en rust wat uit. Want velen liepen in en uit, zodat ze zelfs geen tijd hadden om te eten.
32พวกเขาจึงลงเรือไปยังที่เปลี่ยวตามลำพัง
32Geheel alleen vertrokken ze dus in de boot naar een eenzame plaats.
33คนเหล่านั้น เห็นพวกเขาออกไป และหลายคนจำพระองค์ได้ จึงวิ่งไปที่นั่นทางบกจากทุกเมือง พวกเขาไปถึงก่อนและมารวมกันรอพระองค์
33Maar velen zagen hen vertrekken, en begrepen waarheen; uit alle steden liep men gezamenlijk te voet daar naar toe, en men was er nog eerder dan zij.
34เมื่อพระเยซูขึ้นจากเรือ พระองค์เห็นฝูงชนจำนวนมาก และสงสารพวกเขา เพราะพวกเขาเป็นเหมือนแกะที่ไม่มีผู้เลี้ยง พระองค์จึงเริ่มสอนพวกเขาหลายเรื่อง
34Toen Jesus uitsteeg, zag Hij dus een talrijke schare. Hij had medelijden met hen, daar ze als schapen zonder herder waren; en Hij begon ze velerlei dingen te leren.
35เมื่อเวลาล่วงไปมากแล้ว สาวกของพระองค์มาหาและกล่าวว่า “ที่นี่เป็นที่เปลี่ยว และเวลาก็ล่วงไปมากแล้ว
35Toen het reeds laat was geworden, kwamen zijn leerlingen naar Hem toe, en zeiden: Deze plaats is woest, en het is reeds laat geworden;
36ให้พวกเขาแยกย้ายกันไปตามชนบทและหมู่บ้านรอบ ๆ เพื่อซื้อขนมปังกิน เพราะพวกเขาไม่มีอะไรกิน”
36stuur ze weg, dan kunnen ze naar de omliggende dorpen en gehuchten gaan, om zich levensmiddelen te kopen.
37แต่พระองค์ตอบพวกเขาว่า “พวกคุณจงหาอะไรให้พวกเขากิน” พวกเขาถามพระองค์ว่า “จะให้พวกเราไปซื้อขนมปังราคาสองร้อยเดนาริอุส แล้วเอามาให้พวกเขากินหรือ?”
37Maar Hij gaf hun ten antwoord: Geeft gij hun te eten! Ze zeiden Hem: Zullen we dan voor tweehonderd tienlingen brood gaan kopen, en hun te eten geven?
38พระองค์กล่าวกับพวกเขาว่า “พวกคุณมีขนมปังกี่ก้อน? ไปดูสิ” เมื่อรู้แล้ว พวกเขาตอบว่า “ห้าก้อน กับปลาสองตัว”
38Maar Hij sprak tot hen: Hoeveel broden hebt gij? Gaat eens zien. En na gedaan onderzoek zeiden ze: Vijf, en twee vissen.
39พระองค์สั่งให้ทุกคนนั่งเป็นกลุ่ม ๆ บนหญ้าเขียว
39Nu gebood Hij hun, ze allen in groepen neer te zetten op het groene gras.
40พวกเขาจึงนั่งเป็นกลุ่ม กลุ่มละร้อยคนบ้าง ห้าสิบคนบ้าง
40Ze gingen zitten in groepen van honderd en groepen van vijftig.
41พระองค์หยิบขนมปังห้าก้อนกับปลาสองตัว เงยหน้ามองขึ้นไปยังสวรรค์ กล่าวคำอวยพร แล้วหักขนมปัง และส่งให้สาวกเอาไปแจกแก่ฝูงชน ส่วนปลาสองตัวนั้น พระองค์ก็แบ่งให้ทุกคน
41Toen nam Hij de vijf broden en de twee vissen, zag op ten hemel, en sprak er de zegen over uit: Hij brak de broden en gaf ze aan zijn leerlingen, om ze hun aan te bieden: ook de twee vissen verdeelde Hij onder hen.
42ทุกคนกินจนอิ่ม
42Allen aten en werden verzadigd.
43พวกเขาเก็บเศษขนมปังและปลาที่เหลือได้เต็มสิบสองตะกร้า
43En ze verzamelden de brokken; twaalf korven vol, behalve nog het overschot van de vissen.
44คนที่กินขนมปังมี ห้าพันคน
44Het waren vijf duizend mannen, die van de broden hadden gegeten.
45ทันทีนั้น พระองค์ให้สาวกลงเรือ และไปยังอีกฝั่งหนึ่งทางเบธไซดาก่อน ขณะที่พระองค์เองให้ฝูงชนแยกย้ายกลับไป
45Onmiddellijk daarna dwong Hij zijn leerlingen om scheep te gaan, en vóór Hem uit naar Betsáida over te steken; intussen zond Hij de schare heen.
46หลังจากกล่าวลาพวกเขาแล้ว พระองค์ขึ้นไปบนภูเขาเพื่ออธิษฐาน
46En nadat Hij ze had weggezonden, ging Hij het gebergte in, om er te bidden.
47เมื่อถึงเวลาเย็น เรืออยู่กลางทะเล ส่วนพระองค์อยู่บนฝั่งเพียงลำพัง
47Toen het nacht begon te worden, was de boot midden op het meer, en Hij was alleen op het land.
48พระองค์เห็นพวกเขาลำบากในการพาย เพราะลมพัดสวนทาง ประมาณยามที่สี่ของกลางคืน พระองค์เดินบนทะเลมาหาพวกเขา และตั้งใจจะเดินผ่านพวกเขาไป
48Hij zag ze tobben, om vooruit te komen; want de wind was tegen. En tegen de vierde nachtwaak kwam Hij naar hen toe, wandelend op het meer; en Hij wilde ze voorbijgaan.
49แต่เมื่อพวกเขาเห็นพระองค์เดินบนทะเล ก็คิดว่าเป็นผี และร้องเสียงดัง
49Toen ze Hem op het meer zagen wandelen, meenden ze, dat het een spook was, en ze gilden het uit;
50เพราะทุกคนเห็นพระองค์และตกใจ แต่พระองค์พูดกับพวกเขาทันทีว่า “สบายใจได้! เราเอง! อย่ากลัว”
50want allen zagen Hem, en waren ontsteld. Aanstonds sprak Hij hen toe, en zeide hun: Weest gerust, Ik ben het; vreest niet!
51แล้วพระองค์ขึ้นเรือไปอยู่กับพวกเขา ลมก็สงบ พวกเขาประหลาดใจและตกตะลึงอย่างยิ่ง
51Hij stapte bij hen in de boot, en de wind bedaarde. Nu raakten ze heel en al van streek;
52เพราะพวกเขายังไม่เข้าใจเรื่องขนมปัง เนื่องจากใจของพวกเขาแข็งกระด้าง
52want ze waren door de broden niet tot inzicht gekomen, maar hun hart was blind gebleven.
53เมื่อข้ามไปถึงอีกฝั่งแล้ว พวกเขาขึ้นฝั่งที่เกนเนซาเรต และเอาเรือเทียบฝั่ง
53Toen ze de overkant hadden bereikt, kwamen ze in het land Gennézaret; daar legden ze aan.
54ทันทีที่พวกเขาขึ้นจากเรือ ผู้คนก็จำพระองค์ได้
54Nauwelijks waren ze uit de boot gegaan, of men had Hem herkend.
55และวิ่งไปทั่วบริเวณนั้น เริ่มหามคนป่วยบนเสื่อไปยังที่ซึ่งพวกเขาได้ยินว่าพระองค์อยู่
55En men liep die hele landstreek af; en als men hoorde, dat Hij ergens was, begon men de zieken op hun bedden daarheen te dragen.
56ไม่ว่าพระองค์จะเข้าไปในหมู่บ้าน เมือง หรือชนบท ผู้คนก็วางคนป่วยไว้ตามตลาด และวิงวอนขอให้พวกเขาได้แตะเพียงชายเสื้อ ของพระองค์ และทุกคนที่แตะพระองค์ก็หายดี
56Waar Hij ook kwam, in dorpen, steden of gehuchten, daar legden ze de zieken neer op de pleinen, en baden Hem, dat ze enkel de zoom van zijn kleed mochten aanraken. En allen, die Hem aanraakten, werden genezen.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.