Третья книга Царств

Old Testament

New Testament

Chapter 15

Третья книга Царств

Synodal Translation (Син…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Третья книга Царств 15

Synodal Translation (Синодальный перевод)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1В восемнадцатый год царствования Иеровоама, сына Наватова, Авия воцарился над Иудеями.
1In het achttiende regeringsjaar van Jeroboam, den zoon van Nebat, werd Abias koning van Juda.
2Три года он царствовал в Иерусалиме; имя матери его Мааха, дочь Авессалома.
2Hij regeerde drie jaar te Jerusalem. Zijn moeder heette Maäka, en was de dochter van Oeriël uit Giba.
3Он ходил во всех грехах отца своего, которые тот делал прежде него, и сердце его не было предано Господу Богу его, как сердце Давида, отца его.
3Hij bedreef al de zonden, die vroeger zijn vader gedaan had, en zijn hart behoorde niet onverdeeld aan Jahweh, zijn God, zoals het hart van zijn vader David.
4Но ради Давида Господь Бог его дал ему светильник в Иерусалиме, восставив по нем сына его и утвердив Иерусалим,
4Maar terwille van David schonk Jahweh, zijn God, hem een licht te Jerusalem, door zijn zoon na hem aan te stellen en Jerusalem te laten voortbestaan.
5потому что Давид делал угодное пред очами Господа и не отступал от всего того, что Он заповедал ему, во все дни жизни своей, кроме поступка с Уриею Хеттеянином.
5Want David had steeds gedaan wat goed was in de ogen van Jahweh, en was zijn leven lang niet afgeweken van al zijn geboden.
6И война была между Ровоамом и Иеровоамом во все дни жизни их.
6-
7Прочие дела Авии, все, что он сделал, описано в летописи царей Иудейских. И была война между Авиею и Иеровоамом.
7De verdere geschiedenis van Abias, met al wat hij deed, is beschreven in het boek der kronieken van de koningen van Juda. Ook tussen Abias en Jeroboam werd oorlog gevoerd.
8И почил Авия с отцами своими, и похоронили его в городе Давидовом. И воцарился Аса, сын его, вместо него.
8Abias ging bij zijn vaderen te ruste, en werd in de Davidstad begraven. Zijn zoon Asa volgde hem op.
9В двадцатый год царствования Иеровоама, царя Израильского, воцарился Аса над Иудеями
9In het twintigste jaar der regering van Jeroboam over Israël werd Asa koning van Juda5.
10и сорок один год царствовал в Иерусалиме; имя матери его Ана, дочь Авессалома.
10Hij regeerde een en veertig jaar te Jerusalem. Zijn moeder heette Maäka, en was de dochter van Abisjalom.
11Аса делал угодное пред очами Господа, как Давид, отец его.
11Evenals zijn vader David deed Asa wat goed was in de ogen van Jahweh.
12Он изгнал блудников из земли и отверг всех идолов, которых сделали отцы его,
12Hij verdreef de verminkten uit het land en verwijderde al de schandgoden, die zijn vaderen gemaakt hadden.
13и даже мать свою Ану лишил звания царицы за то, что она сделала истукан Астарты; и изрубил Аса истукан ее и сжег у потока Кедрона.
13Ook zette hij zijn moeder Maäka als gebiedster af, omdat zij een schandbeeld van Asjera gemaakt had. Asa sloeg dit schandbeeld neer en verbrandde het in het Kedrondal.
14Высоты же не были уничтожены. Но сердце Асы было предано Господу во все дни его.
14En ofschoon de offerhoogten niet werden afgeschaft, bleef Asa toch zijn leven lang Jahweh onverdeeld trouw.
15И внес он в дом Господень вещи, посвященные отцом его, и вещи, посвященные им: серебро и золото и сосуды.
15Met de wijgeschenken van zijn vader bracht hij ook zijn eigen wijgeschenken naar de tempel van Jahweh: zilver, goud en andere voorwerpen.
16И война была между Асою и Ваасою, царем Израильским, во все дни их.
16Er was voortdurend oorlog tussen Asa en Basja, den koning van Israël.
17И вышел Вааса, царь Израильский, против Иудеи и начал строить Раму, чтобы никто не выходил и не уходил к Асе, царю Иудейскому.
17Eens trok Basja, de koning van Israël, naar Juda op, en versterkte Rama, om te beletten, dat er nog iemand van Asa, den koning van Juda, het land in- of uitging.
18И взял Аса все серебро и золото, остававшееся в сокровищницах дома Господня и в сокровищницах дома царского, и дал его в руки слуг своих, и послал их царь Аса к Венададу, сыну Тавримона, сына Хезионова, царю Сирийскому, жившему в Дамаске, и сказал:
18Maar Asa nam al het zilver en het goud, dat nog in de schatkamers van de tempel van Jahweh en van het koninklijk paleis was overgebleven, en zond er zijn beambten mee naar Ben-Hadad, den zoon van Tabrimmon, den zoon van Chezjon, den koning van Aram, die te Damascus woonde. Hij liet hem zeggen:
19союз да будет между мною и между тобою, как был между отцом моим и между отцом твоим; вот, я посылаю тебе в дар серебро и золото; расторгни союз твой с Ваасою, царем Израильским, чтобы он отошел от меня.
19Laat ons een verbond sluiten, zoals er een bestond tussen mijn vader en uw vader. Hierbij zend ik u een geschenk in zilver en goud. Verbreek dus uw verbond met Basja, den koning van Israël; dan zal hij wel van mij wegtrekken.
20И послушался Венадад царя Асы, и послал военачальников своих против городов Израильских, и поразил Аин и Дан и Авел-Беф-Мааху и весь Киннероф, по всей земле Неффалима.
20Ben-Hadad willigde het verzoek van koning Asa in; hij zond zijn legeroversten naar de steden van Israël, en overweldigde Ijjon, Dan, Abel-Bet-Maäka, heel Gennezaret met het hele land van Neftali.
21Услышав о сем, Вааса перестал строить Раму и возвратился в Фирцу.
21Toen Basja dit hoorde, hield hij op Rama te versterken, en keerde naar Tirsa terug.
22Царь же Аса созвал всех Иудеев, никого не исключая, и вынесли они из Рамы камни и дерева, которые Вааса употреблял для строения. И выстроил из них царь Аса Гиву Вениаминову и Мицпу.
22Nu riep Asa heel Juda op; niemand werd vrijgesteld. Zij droegen de stenen en het hout, waar Basja mee aan het bouwen was geweest, van Rama weg, en koning Asja verstrekte daarmee Géba van Benjamin, en Mispa.
23Все прочие дела Асы и все подвиги его, и все, что он сделал, и города, которые он построил, описаны в летописи царей Иудейских, кроме того, что в старости своей он был болен ногами.
23De verdere geschiedenis van Asa, met al zijn daden en krijgsverrichtingen, en de steden, die hij heeft gebouwd, is beschreven in het boek der kronieken van de koningen van Juda. Op zijn oude dag kreeg hij een ziekte aan zijn voeten.
24И почил Аса с отцами своими и погребен с отцами своими в городе Давида, отца своего. И воцарился Иосафат, сын его, вместо него.
24Hij ging bij zijn vaderen te ruste, en werd in de stad van zijn vader David begraven. Zijn zoon Josafat volgde hem op.
25Нават же, сын Иеровоамов, воцарился над Израилем во второй год Асы, царя Иудейского, и царствовал над Израилем два года.
25In het tweede jaar der regering van Asa over Juda werd Nadab, de zoon van Jeroboam, koning van Israël. Hij regeerde twee jaar over Israël.
26И делал он неугодное пред очами Господа, ходил путем отца своего и во грехах его, которыми тот ввел Израиля в грех.
26Hij deed wat kwaad was in de ogen van Jahweh; hij volgde het wangedrag van zijn vader, en beging de zonden, waartoe deze Israël had verleid.
27И сделал против него заговор Вааса, сын Ахии, из дома Иссахарова, и убил его Вааса при Гавафоне Филистимском, когда Нават и все Израильтяне осаждали Гавафон:
27Basja, de zoon van Achi-ja, uit het huis van Ossakar, smeedde een samenzwering tegen hem. Hij vermoordde Nadab bij Gibbeton, een filistijnse stad, terwijl Nadab met heel Israël Gibbeton belegerde.
28и умертвил его Вааса в третий год Асы, царя Иудейского, и воцарился вместо него.
28Basja doodde hem in het derde jaar der regering van Asa over Juda, en werd koning in zijn plaats.
29Когда он воцарился, то избил весь дом Иеровоамов, не оставил ни души у Иеровоама, доколе не истребил его, по слову Господа, которое Он изрек чрез раба Своего Ахию Силомлянина,
29Zodra hij aan de regering kwam, moordde hij het hele huis van Jeroboam uit; hij vernietigde heel zijn geslacht, en liet er geen levend wezen van over. Dit geschiedde volgens het woord, dat Jahweh door zijn dienaar Achi-ja uit Sjilo gesproken had,
30за грехи Иеровоама, которые он сам делал и которыми ввел в грех Израиля, за оскорбление, которым он прогневал Господа Бога Израилева.
30wegens de zonden, die Jeroboam had begaan, en waartoe hij Israël had verleid, om Jahweh, den God van Israël, te tergen.
31Прочие дела Навата, все, что он сделал, описано в летописи царей Израильских.
31De verdere geschiedenis van Nadab, met al zijn daden, is beschreven in het boek der kronieken van de koningen van Israël.
32И война была между Асою и Ваасою, царем Израильским, во все дни их.
32-
33В третий год Асы, царя Иудейского, воцарился Вааса, сын Ахии, над всеми Израильтянами в Фирце и царствовал двадцать четыре года.
33In het derde jaar der regering van Asa over Juda, werd Basja, de zoon van Achi-ja, koning van Israël. Hij regeerde vier en twintig jaar te Tirsa.
34И делал неугодное пред очами Господними и ходил путем Иеровоама и во грехах его, которыми тот ввел в грех Израиля.
34Hij deed wat kwaad was in de ogen van Jahweh; hij volgde het wangedrag van Jeroboam, en beging de zonde, waartoe deze Israël had verleid.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.