Nehemia
Chapter 11
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Korean Bible, 1910…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Korean Bible, 1910 (한국어 성경)
1De leiders van het volk vestigden zich te Jerusalem. De rest van het volk wierp het lot, om een tiende deel aan te wijzen, dat zich in Jerusalem, de heilige stad, moest vestigen, terwijl de negen andere tienden in de overige steden konden wonen.
1백성의 두목들은 예루살렘에 머물렀고 그 남은 백성은 제비뽑아 십분의 일은 거룩한 성 예루살렘에 와서 거하게 하고 그 구분은 다른 성읍에 거하게 하였으며
2Het volk zegende echter allen, die zich vrijwillig aanboden, om zich in Jerusalem te vestigen.
2무릇 예루살렘에 거하기를 자원하는 자는 백성들이 위하여 복을 빌었느니라
3Dit zijn de hoofden van de provincie, die zich in Jerusalem vestigden. De hoofden van Israël, van de priesters, levieten, tempelknechten en zonen van Salomons slaven gingen ook in de steden van Juda wonen, iedereen op zijn eigen erfdeel in die steden,
3이스라엘과 제사장들과 레위 사람들과 느디님 사람들과 솔로몬의 신복의 자손은 유다 여러 성읍에서 각각 그 본성 본 기업에 거하였고 예루살렘에 거한 그 도의 두목들은 이러하니
4terwijl die van de Judeërs en Benjamieten zich in Jerusalem vestigden. Van de Judeërs: Ataja, de zoon van Oezzi-ja, zoon van Zekarja, zoon van Amarja, zoon van Sjefatja, zoon van Mahalalel, uit de zonen van Fáres.
4예루살렘에 거한 자는 유다 자손과 베냐민 자손 몇명이라 유다 자손중에는 베레스 자손 아다야니 저는 웃시야의 아들이요, 스가랴의 손자요, 아마랴의 증손이요, 스바댜의 현손이요, 마할랄렐의 오대손이며
5Vervolgens Maäseja, de zoon van Baroek, zoon van Kol-Choze, zoon van Chazaja, zoon van Adaja, zoon van Jojarib, zoon van Zekarja, zoon van den Sjeloniet.
5또 마아세야니 저는 바룩의 아들이요, 골호세의 손자요, 하사야의 증손이요, 아다야의 현손이요, 요야립의 오대손이요, 스가랴의 육대손이요, 실로 사람의 칠대손이라
6De zonen van Fáres, die in Jerusalem woonden, telden tezamen vierhonderd acht en zestig weerbare mannen.
6예루살렘에 거한 베레스 자손의 도합이 사백 육십 팔명이니 다 용사이었느니라
7Dit zijn de Benjamieten: Salloe, de zoon van Mesjoellam, zoon van Joëd, zoon van Pedaja, zoon van Kolaja, zoon van Maäseja. zoon van Itiël, zoon van Jesjaja,
7베냐민 자손은 살루니 저는 므술람의 아들이요, 요엣의 손자요, 브다야의 증손이요, 골라야의 현손이요, 마아세야의 오대손이요, 이디엘의 육대손이요, 여사야의 칠대손이며
8en zijn broeders, negenhonderd acht en twintig weerbare mannen.
8그 다음은 갑배와, 살래 등이니 도합이 구백 이십 팔명이라
9Joël, de zoon van Zikri, stond aan hun hoofd, en Jehoeda, de zoon van Hassenoea was het tweede hoofd van de stad.
9시그리의 아들 요엘이 그 감독이 되었고 핫스누아의 아들 유다는 버금이 되어 성읍을 다스렸느니라
10Van de priesters: Jedaja, de zoon van Jojarib, zoon van Jakin,
10제사장 중에는 요야립의 아들 여다야와, 야긴이며
11en Seraja, de zoon van Chilki-ja, zoon van Mesjoellam, zoon van Sadok, zoon van Merajot, zoon van Achitoeb stonden aan het hoofd van de tempel;
11또 하나님의 전을 맡은 자 스라야니 저는 힐기야의 아들이요, 므술람의 손자요, 사독의 증손이요, 므라욧의 현손이요, 아히둡의 오대손이며
12met hun broeders, die dienst in de tempel verrichtten, telden zij achthonderd twee en twintig man. Vervolgens Adaja, de zoon van Jerocham, zoon van Pelalja, zoon van Amsi, zoon van Zekarja, zoon van Pasjchoer, zoon van Malki-ja,
12또 전에서 일하는 그 형제니 도합이 팔백 이십 이명이요 또 아다야니 저는 여로함의 아들이요, 블라야의 손자요, 암시의 증손이요, 스가랴의 현손이요, 바스훌의 오대손이요, 말기야의 육대손이며
13en zijn broeders, die familiehoofden waren, telden tweehonderd twee en veertig man, Amasai, de zoon van Azarel, zoon van Achzai, zoon van Mesjillemot, zoon van Immer,
13또 그 형제의 족장 된 자니 도합이 이백 사십 이명이요 또 아맛새니 저는 아사렐의 아들이요, 아흐새의 손자요, 므실레못의 증손이요, 임멜의 현손이며
14en zijn broeders telden honderd acht en twintig weerbare mannen; hun hoofd was Zabdiël, de zoon van Haggedolim.
14또 그 형제의 큰 용사니 도합이 일백 이십 팔명이라 하그돌림의 아들 삽디엘이 그 감독이 되었느니라
15Van de levieten: Sjemaja, de zoon van Chassjoeb, zoon van Azrikam, zoon van Chasjabja, zoon van Boenni.
15레위 사람 중에는 스마야니 저는 핫숩의 아들이요, 아스리감의 손자요, 하사뱌의 증손이요, 분니의 현손이며
16Sjabbetai en Jozabad behoorden tot de hoofden der levieten, en waren belast met het toezicht op de uitwendige aangelegenheden van de tempel.
16또 레위 사람의 족장 삽브대와, 요사밧이니 저희는 하나님의 전 바깥 일을 맡았고
17Mattanja, de zoon van Mika, zoon van Zabdi, zoon van Asaf, was de leider van het lofgezang bij het gebed, en Bakboekja was de tweede onder zijn broeders. Verder Abda, de zoon van Sjamóea, zoon van Galal, zoon van Jedoetoen.
17또 아삽의 증손 삽디의 손자 미가의 아들 맛다냐니 저는 기도할때에 감사하는 말씀을 인도하는 어른이 되었고 형제 중에 박부갸가 버금이 되었으며 또 여두둔의 증손 갈랄의 손자 삼무아의 아들 압다니
18In het geheel telden de levieten in de heilige stad tweehonderd vier en tachtig man.
18거룩한 성에 레위 사람의 도합이 이백 팔십 사명이었느니라
19De poortwachters waren: Akkoeb, Talmon en hun broeders, die de wacht hielden in de poorten; ze telden honderd twee en zeventig man.
19성 문지기는 악굽과, 달몬과 그 형제니 도합이 일백 칠십 이명이며
20De overige Israëlieten, priesters en levieten woonden in de verschillende steden van Juda, iedereen op zijn erfdeel.
20그 나머지 이스라엘 백성과 제사장과 레위 사람은 유다 모든 성읍에 흩어져 각각 자기 기업에 거하였고
21De tempelknechten woonden op de Ofel; Sicha en Gisjpa stonden aan het hoofd der tempelknechten.
21느디님 사람은 오벨에 거하니 시하와, 기스바가 그 두목이 되었느니라
22Het hoofd der levieten te Jerusalem was Oezzi, de zoon van Bani, de zoon van Chasjabja, zoon van Mattanja, zoon van Mika; hij behoorde tot de zonen van Asaf, de zangers bij de dienst in de tempel.
22노래하는 자 아삽 자손 곧 미가의 현손 맛다냐의 증손 하사뱌의 손자 바니의 아들 웃시는 예루살렘에 거하는 레위 사람의 감독이 되어 하나님의 전 일을 맡아 다스렸으니
23Want er bestond aangaande hen een koninklijk besluit, dat aan de zangers een dagelijkse toelage verzekerde.
23이는 왕의 명대로 노래하는 자에게 날마다 양식을 정하여 주는 것이 있음이며
24Petachja, de zoon van Misjezabel, uit de zonen van Zara, den zoon van Juda, was gevolmachtigde van den koning3 in alle aangelegenheden van het volk.
24유다의 아들 세라의 자손 곧 므세사벨의 아들 브다히야는 왕의 수하에서 백성의 일을 다스렸느니라
25Wat hun dorpen buiten betreft: Judeërs woonden in Kirjat-Arba en onderhorige plaatsen; in Dibon en onderhorige plaatsen; in Jekabseël en zijn dorpen;
25향리와 들로 말하면 유다 자손의 더러는 기럇 아바와 그 촌과 디본과 그 촌과 여갑스엘과 그 동네에 거하며
26in Jesjóea, Molada, Bet-Pélet,
26또 예수아와, 몰라다와, 벧벨렛과
27Chasar-Sjoeal en Beër-Sjéba met onderhorige plaatsen;
27하살수알과, 브엘세바와, 그 촌에 거하며
28in Sikelag en Mekona met onderhorige plaatsen;
28또 시글락과, 므고나와, 그 촌에 거하며
29in En-Rimmon, Sora, Jarmoet,
29또 에느림몬과, 소라와, 야르뭇에 거하며
30Zanóach, Adoellam en hun dorpen; in Lakisj met zijn velden; in Azeka met onderhorige plaatsen. Ze woonden dus van Beër-Sjéba tot het Hinnom-dal.
30또 사노아와, 아둘람과, 그 동네와, 라기스와, 그 들과, 아세가와, 그 촌에 거하였으니 저희는 브엘세바에서부터 힌놈의 골짜기까지 장막을 쳤으며
31De Benjamieten waren in Géba, Mikmas, Ajja, Betel met onderhorige plaatsen;
31또 베냐민 자손은 게바에서부터 믹마스와, 아야와, 벧엘과, 그 촌에 거하며
32in Anatot, Nob, Ananja,
32아나돗과, 놉과, 아나냐와
33Chasor, Rama, Gittáim,
33하솔과, 라마와, 깃다임과
34Chadid, Seboïm, Neballat,
34하딧과, 스보임과, 느발랏과
35Lod, Ono en het Handwerkersdal.
35로드와, 오노와, 공장 골짜기에 거하였으며
36Van de levieten woonden afdelingen zowel in Juda als in Benjamin.
36유다에 있던 레위 사람의 어떤 반열은 베냐민과 합하였느니라

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.