Galaten 3
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Berean Standard Bible
1O dwaze Galaten! Wie heeft u toch door toverij verblind: u, voor wier ogen Jesus Christus afgeschilderd is als gekruisigd?
1O foolish Galatians! Who has bewitched you? Before your very eyes Jesus Christ was clearly portrayed as crucified.
2Dit alleen wil ik van u weten: Hebt gij den Geest ontvangen door de werken der Wet, of door gehoor te geven aan het geloof?
2I would like to learn just one thing from you: Did you receive the Spirit by works of the law, or by hearing with faith?
3Zijt gij dan zó dwaas, dat gij thans gaat eindigen met het vlees, na met den Geest te zijn begonnen?
3Are you so foolish? After starting in the Spirit, are you now finishing in the flesh?
4Hebt gij dan dit alles beleefd zonder vrucht? En was het nog maar alleen zonder vrucht!
4Have you suffered so much for nothing, if it really was for nothing?
5Nu dan, Hij die u den Geest verleent en wonderen onder u wrocht, doet Hij dit om de werken der Wet of om de gehoorzaamheid aan het geloof?
5Does God lavish His Spirit on you and work miracles among you because you practice the law, or because you hear and believe?
6Zo ook “geloofde Abraham aan God, en dit werd hem als gerechtigheid toegerekend.”
6So also, “Abraham believed God, and it was credited to him as righteousness.”
7Beseft het dus wel: Wie uit het geloof zijn geboren, zijn kinderen van Abraham!
7Understand, then, that those who have faith are sons of Abraham.
8En daar de Schrift heeft voorzien, dat God de heidenen rechtvaardigen zou door het geloof, daarom heeft ze aan Abraham de blijde Boodschap voorspeld: “In u zullen alle volkeren worden gezegend.”
8The Scripture foresaw that God would justify the Gentiles by faith, and foretold the gospel to Abraham: “All nations will be blessed through you.”
9Wie dus uit het geloof zijn geboren, worden met den gelovigen Abraham gezegend.
9So those who have faith are blessed along with Abraham, the man of faith.
10Allen immers die steunen op de werken der Wet, liggen onder de vloek; want er staat geschreven: “Vervloekt zij een ieder, die niet alles onderhouden blijft, wat in het boek van de Wet staat geschreven.”
10All who rely on works of the law are under a curse. For it is written: “Cursed is everyone who does not continue to do everything written in the Book of the Law.”
11Ook is het duidelijk, dat niemand bij God gerechtvaardigd wordt door de Wet. Want: “Wie rechtvaardig is door het geloof, hij zal leven.”
11Now it is clear that no one is justified before God by the law, because, “The righteous will live by faith.”
12Welnu, de Wet is niet uit het geloof; maar “wie deze voorschriften onderhoudt, zal daardoor leven.”
12The law, however, is not based on faith; on the contrary, “The man who does these things will live by them.”
13Christus heeft ons verlost van de vloek van de Wet, door voor ons tot vloek te worden; —want er staat geschreven: “Vervloekt wie hangt aan het hout;”
13Christ redeemed us from the curse of the law by becoming a curse for us. For it is written: “Cursed is everyone who is hung on a tree.”
14opdat door Jesus Christus de zegen van Abraham over de heidenen zou komen, en wij door het geloof de beloften van den Geest zouden ontvangen.
14He redeemed us in order that the blessing promised to Abraham would come to the Gentiles in Christ Jesus, so that by faith we might receive the promise of the Spirit.
15Broeders, ik redeneer uit een menselijk voorbeeld. Het is er mee gesteld als met een menselijke wilsbeschikking, die door niemand vernietigd wordt of gewijzigd, wanneer ze eenmaal rechtsgeldigheid heeft verkregen.
15Brothers, let me put this in human terms. Even a human covenant, once it is ratified, cannot be canceled or amended.
16Welnu, de Beloften zijn gedaan aan Abraham en aan zijn Zaad; er wordt niet gezegd: “aan zijn zaden,” alsof er spraak was van meerderen, maar “aan uw Zaad,” als van één, en dit is Christus.
16The promises were spoken to Abraham and to his seed. The Scripture does not say, “and to seeds,” meaning many, but “and to your seed,” meaning One, who is Christ.
17Ik besluit dus: een vroegere geldige wilsbeschikking Gods wordt niet ongeldig gemaakt door een Wet, die vierhonderd dertig jaar later komt, zodat de Belofte zou komen te vervallen.
17What I mean is this: The law that came 430 years later does not revoke the covenant previously established by God, so as to nullify the promise.
18Welnu, wanneer dit Erfdeel werd geschonken uit kracht van de Wet, dan zou het niet zijn geschonken uit kracht der Belofte; en toch heeft God het door een Belofte aan Abraham goedgunstig verleend.
18For if the inheritance depends on the law, then it no longer depends on a promise; but God freely granted it to Abraham through a promise.
19Wat heeft de Wet dan voor zin? Om wille der overtredingen is ze er aan toegevoegd, totdat het Zaad zou zijn gekomen, tot wien de Belofte gericht was. —Ze werd door engelen uitgevaardigd door tussenkomst van een middelaar;
19Why then was the law given? It was added because of transgressions, until the arrival of the seed to whom the promise referred. It was administered through angels by a mediator.
20welnu een middelaar van één persoon bestaat er niet; en God is één.
20A mediator is unnecessary, however, for only one party; but God is one.
21Is dan soms de Wet met Gods Belofte in strijd? Onmogelijk! Zeker, wanneer er een Wet was gegeven, die het Leven kon schenken, dan zou de gerechtigheid inderdaad afhankelijk zijn van de Wet;
21Is the law, then, opposed to the promises of God? Certainly not! For if a law had been given that could impart life, then righteousness would certainly have come from the law.
22maar de Schrift heeft alles opgesloten onder de zonde, opdat de Belofte aan de gelovigen zou worden vervuld door het geloof in Jesus Christus.
22But the Scripture pronounces all things confined by sin, so that by faith in Jesus Christ the promise might be given to those who believe.
23Maar vóórdat het geloof is gekomen, waren we opgesloten onder de bewaking der Wet, totdat het geloof zou worden geopenbaard.
23Before this faith came, we were held in custody under the law, locked up until faith should be revealed.
24De Wet is dus onze tuchtmeester geweest tot Christus’ 3:opdat we gerechtvaardigd zouden worden door het geloof.
24So the law became our guardian to lead us to Christ, that we might be justified by faith.
25Maar nu het geloof is gekomen, nu staan we niet langer onder den tuchtmeester.
25Now that faith has come, we are no longer under a guardian.
26Want kinderen van God zijt gij allen door het geloof in Christus Jesus;
26You are all sons of God through faith in Christ Jesus.
27allen hebt gij u met Christus bekleed, omdat gij allen gedoopt zijt tot de gemeenschap met Christus.
27For all of you who were baptized into Christ have clothed yourselves with Christ.
28Thans is er geen jood meer of heiden, geen slaaf en geen vrije, geen man en geen vrouw. Want allen zijt gij één in Christus Jesus;
28There is neither Jew nor Greek, slave nor free, male nor female, for you are all one in Christ Jesus.
29en wanneer gij Christus toebehoort, dan zijt gij ook het kroost van Abraham en erfgenamen volgens Belofte.
29And if you belong to Christ, then you are Abraham’s seed and heirs according to the promise.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.