Exodus 38
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Bible Mutal (Kosraean)
1Vervolgens maakte hij het brandofferaltaar van acaciahout, vijf ellen lang en vijf ellen breed, dus vierkant, en drie ellen hoog.
1Bezalel el orala sie loang ke sak acacia, nu ke mwe kisa firir. Maspang acn fac: fit itkosr tafu lusa, itkosr tafu sralap; ac akosr tafu fulata.
2Op de vier hoeken maakte hij de hoornen, die met het altaar uit één stuk waren, en hij besloeg ze met brons.
2El orala koac in tuyak fin sruwasrik akosr ah. Koac inge orekla ke sak se na ma sang orala loang uh. El nokomla nufon ke bronze.
3Hij maakte ook al de benodigdheden voor het altaar: de bakken, schoppen, schalen, vorken en vuurpotten; al die benodigdheden maakte hij van brons.
3El orala pac kufwa nukewa nu ke loang uh: pan, saful, pesin, fork, ac pan in neinyuk mulut firir. Kufwa inge nukewa orek ke bronze.
4Hij maakte aan het altaar een netvormig rasterwerk van brons beneden onder het raam tot halverhoogte.
4El orala mwe liklik se ke bronze ac oakiya ye patun uh lac nwe ke infulwen loang uh.
5Dan goot hij vier krammen voor de vier hoeken van het bronzen rasterwerk, om er de handbomen door te steken;
5El orala ring in utuk akosr ac sang in oan ke sruwasrik akosr.
6deze maakte hij van acaciahout en besloeg ze met brons.
6El orala srenenu ke sak acacia, nokomla ke bronze,
7Hij stak ze door de krammen aan de zijden van het altaar, om het daarmee te dragen. Het altaar maakte hij hol en van planken.
7ac isongang nu in ring ke sisken loang uh lac lac. Loang uh orekla ke ipinsak ac oalal acn loac.
8Daarna maakte hij nog het bronzen bekken met een bronzen onderstel van de spiegels der vrouwen, die dienst deden aan de ingang van de openbaringstent.
8El orala sie pesin ac ma loangeya ke bronze saromrom ma mutan su kulansap ke nien utyak nu in Lohm Nuknuk Mutal elos selngunkin.
9Tenslotte maakte hij de voorhof. Aan de zuidkant werd hij afgezet met gordijnen van getwijnd lijnwaad over een lengte van honderd el.
9Nu ke Lohm Nuknuk Mutal, su nien muta lun LEUM GOD , Bezalel el orala lisrlisr nu ke kalkal uh ke nuknuk linen srik eoa. Mwe lisrlisr nu layen eir, yact lumngaul lusa,
10Hij hing ze aan twintig palen op twintig bronzen voetstukken; de ringen en banden der palen waren van zilver.
10tulokinyukyak ke sru bronze longoul ma kasiki nu fin kapin sru bronze longoul, wi mwe sruh ac osra nu kac orekla ke silver.
11Aan de noordzijde hing hij eveneens gordijnen over een lengte van honderd el aan twintig palen op hun twintig bronzen voetstukken; de ringen en banden der palen waren van zilver.
11Kalkal layen nu epang uh orekla oapana layen nu eir.
12Aan de westkant hing hij gordijnen over een lengte van vijftig el, aan tien palen op hun tien voetstukken; de ringen en banden der palen waren van zilver.
12Layen nu roto, oasr mwe lisrlisr yact longoul limekosr lusa, ac oasr sru singoul ac kapin sru singoul, wi me sruh ac osra nu kac orekla ke silver.
13De voorzijde, ten oosten, had een lengte van vijftig el.
13Nu layen kutulap, yen mutunoa oan we, kalkal uh oayapa yact longoul limekosr lusa.
14De ene hoek was afgezet met gordijnen over een lengte van vijftien el aan drie palen op hun drie voetstukken.
14Mwe lisrlisr nu ke la mutunoa yact itkosr tafu, ac sru tolkwe wi kapin sru tolu nu kac.
15De andere hoek naast de ingang van de voorhof was eveneens afgezet met gordijnen over een lengte van vijftien el, aan drie palen op hun drie voetstukken.
15Ac oapana nu ke layen ngia: oasr mwe lisrlisr yact itkosr tafu ac sru tolkwe wi kapin sru tolu nu kac.
16Alle gordijnen rond de voorhof waren van getwijnd lijnwaad;
16Mwe lisrlisr nukewa ke kalkal uh orekla ke linen srik eoa.
17de voetstukken der palen waren van brons, de ringen en banden der palen van zilver; de koppen waren met zilver beslagen, en alle palen van de voorhof waren van zilveren banden voorzien.
17Kapin sru uh orekla ke bronze, na mwe sruh, osra, ac mangon sru uh orek ke silver. Bezalel el kapsreni sru nukewa ke kalkal uh ke osra silver.
18Het tapijt voor de ingang van de voorhof was een kunstig weefsel van violet, purper, karmozijn en getwijnd lijnwaad, twintig el lang, en vijf el hoog of breed, evenals de gordijnen van de voorhof.
18Mwe lisrlisr nu ke acn in utyak ke kalkal uh orekla ke linen srik eoa, otwotla ke unen sheep ma tuhn folfol, sroninmutuk, ac srusra, ac yuniyukla ke mwe akul. Lusa ac fulata oapana mwe lisrlisr ke kalkal uh — yact singoul lusa, ac yact luo tafu fulata.
19De vier palen met hun voetstukken waren van brons: de ringen, koppen en banden van zilver.
19Mwe lisrlisr se inge tulokinyukyak ke sru bronze akosr ma kasiki fin kapin sru akosr. Mwe sruh nu kac, ac mangon sru uh, ac osra uh, orekla ke silver.
20Al de pinnen van de tabernakel en van de voorhof rondom waren van brons.
20Kwi nukewa nu ke Lohm Nuknuk Mutal ac nu ke kalkal ma rauneak ah orekla ke bronze.
21Dit is de berekening der kosten van de tabernakel, de verbondstabernakel, die op bevel van Moses door de Levieten onder leiding van Itamar, den zoon van den priester Aäron, werd opgemaakt.
21Pa inge pisa ac lupan osra orekmakinyuk nu ke Lohm Nuknuk Mutal sin LEUM GOD , acn se ma eot tupasrpasr luo karinginyuk we su simla Ma Sap Singoul oan fac. Pisen osra inge ma Moses el sap mwet Levi in orala, su orekma ye kolyuk lal Ithamar, wen natul Aaron mwet tol.
22Besalel, de zoon van Oeri, zoon van Choer, uit de stam van Juda, had alles vervaardigd, wat Jahweh aan Moses bevolen had;
22Bezalel, wen natul Uri ac nutin natul Hur ke sruf lun Judah, el orala ma nukewa ma LEUM GOD El sapkin in orekla.
23en Oholiab, de zoon van Achisamak, uit de stam van Dan, en de ambachtslieden, kunstenaars en wevers van violet, purper, karmozijn en lijnwaad hadden hem ter zijde gestaan.
23Oholiab, mwet kasru lal su wen natul Ahisamach ke sruf lun Dan, el sie mwet soasr ke kihl, ke lemlem, ac el sie mwet otwot ke nuknuk linen srik eoa, oayapa ke unen sheep ma tuhn folfol, sroninmutuk ac srusra.
24Al het goud, dat gebruikt werd voor de volledige afbouw van het heiligdom, bestond uit goud, dat vrijwillig bijeen was gebracht, en bedroeg negen en twintig talenten en zeven honderd dertig sikkels volgens het heilig gewicht.
24Gold nukewa ma kisakinyukyang nu sin LEUM GOD nu ke Lohm Nuknuk Mutal, toasriya paun luo tausin siofok eungoul limekosr, fal nu ke srikasrak ma oakwuki in pacl sac.
25Het zilver, dat de monstering van de gemeenschap had opgebracht, bedroeg honderd talenten en zeventienhonderd vijf en zeventig sikkels volgens het heilig gewicht.
25Silver ma orekeni ke oaoa lulap lun sruf lun Israel nukewa, toasriya paun itkosr tausin lumfoko lumngaul, fal nu ke srikasrak oakwuki.
26Het had één beka per hoofd bedragen, de helft van de sikkel, volgens het heilig gewicht, voor iedereen die op de monsterrol was gekomen, dus voor iederen man van de ouderdom van twintig jaar en daarboven: zeshonderd drie duizend vijfhonderd vijftig man in het geheel.
26Lupan gold ac silver inge nukewa fal nu ke lupan ma mwet nukewa su oaoala ke oaoa lulap sac elos tuh moli: kais sie mwet tuh moli ke lupa se ma oakwuki nu sel ac pauni fal nu ke srikasrak oakwuki. Oasr mukul onfoko tolu tausin lumfoko lumngaul su yac longoulyak pa oaoala ke oaoa lulap sac.
27Deze honderd talenten zilver dienden, om de voetstukken van het heiligdom en van het voorhangsel te gieten; honderd talenten voor honderd voetstukken, dus per voetstuk één talent.
27Paun itkosr tausin lumfoko in silver pa sang orala kapin sru siofok nu ke Lohm Nuknuk Mutal oayapa lisrlisr sac. Kais soko kapin sru orekla ke paun itnoul limekosr.
28Van de zeventienhonderd vijf en zeventig sikkels maakte hij de ringen voor de palen, besloeg hij hun koppen, en maakte hij er banden omheen.
28Ke paun lumngaul lula ke silver ah, Besalel el sang orala osra, mwe sruh ke sru, ac mangon sru ingan.
29Het brons dat vrijwillig bijeen was gebracht, bedroeg zeventig talenten en vier en twintig honderd sikkels.
29Bronze ma kisakinyuk nu sin LEUM GOD orala paun limekosr tausin tolfoko singoul.
30Daarvan maakte hij de voetstukken voor de ingang van de openbaringstent, het bronzen altaar, zijn bronzen rasterwerk, en al de benodigdheden voor het altaar;
30El sang bronze inge orala kapin sru nu ke nien utyak lun Lohm Nuknuk Mutal sin LEUM GOD , oayapa loang bronze wi mwe liklik bronze nu kac, kufwa nukewa nu ke loang uh,
31bovendien de voetstukken van de voorhof rondom en de voetstukken voor de ingang van de voorhof, al de pinnen van de tabernakel en de pinnen van de voorhof rondom.
31kapin sru nu ke kalkal rauneak ac acn in utyak nu in kalkal uh, ac kwi nukewa nu ke Lohm Nuknuk Mutal ac kalkal se rauneak.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.